Boekbesprekingen

Biografie Jan Foudraine deel 2

Jan Foudraine, psychotherapeut, onderzoeker, schrijver.
Alex Rutten. Uitg. Ambo|Anthos, 2021. 

In de zomer van 1978 breekt er in Jan Foudraine’s leven een nieuwe episode aan, wanneer hij besluit naar Osho te gaan, naar diens in 1974 opgerichte commune in het Indiase Poona (thans Pune). De ashram had zich in die tijd een grote reputatie verworven als hotspot voor duizenden spirituele zoekers uit de hele wereld, waaronder veel psychotherapeuten die hun sporen elders al eerder hadden verdiend. Foudraine is één van hen. Op 11 augustus 1978 wordt hij discipel en ontvangt hij van Osho de naam Sw Deva Amrito – bron van onsterfelijkheid. Even later wordt hij uitgebreid geïnterviewd door Ma Anand Savita, een door o.a. de beroemde Engelse psychiater en ‘vader van de anti-psychiatrie’ Ronald Laing opgeleide psychotherapeute.

   Swami Deva Amrito

Aan zijn initiatie tot sannyasin waren weken van hevige innerlijke strijd voorafgegaan: enerzijds vervulde het gebeuren in de ashram hem met afschuw en wantrouwen – zodanig dat hij op het punt had gestaan er weg te lopen. Anderzijds was hij enorm geraakt door de figuur van Osho en alles wat hij in de therapiegroepen meemaakte, alsook door een diepe mystieke ervaring die hem in lunchtijd overviel tijdens een wandeling door de tuin van de ashram. Lees hierover in Hallelujah! A Darshan Diary. En lees natuurlijk ook Amrito’s eerste, openhartige verslag van zijn verblijf bij Osho: Oorspronkelijk gezicht (1979)

Osho had hem verzocht dit boek te schrijven en zal dat een jaar later herhalen, wat zal uitmonden in Bhagwan, notities van een discipel (1980). Ook in dit boek, dat rijk verluchtigd is met foto’s van het communeleven in al zijn aspecten, weet Amrito zijn lezers onweerstaanbaar in zijn gevoelig beschreven wederwaardigheden en diepste zielenroerselen mee te voeren. In de vierentwintig jaren die hierop volgden zal hij nog negen boeken schrijven over de visie van – en de ontmoetingen met – zijn meester Osho en andere mystici, alsmede zijn evoluerende zienswijze op de psychotherapie. Ook zijn visie op de dood – ‘het laatste taboe’- is door de jaren met Osho ingrijpend veranderd; hiervan getuigt zijn indringende boek Wie is van licht (1985), dat nog niets aan actualiteit heeft verloren. In 2004, hij is dan 75, volgt zijn laatste publicatie Metanoia, over psychiatrie, psychotherapie en bevrijding. Een kernachtige en verrassende samenvatting van een levenslange zoektocht naar de waarheid. Hierna blijft hij wel schrijven, maar uit dit materiaal is nog niets gepubliceerd.

In zijn biografie slaagt Alex Rutten er in om de figuur van Foudraine / Amrito dicht bij de lezer te brengen, met diens grote gedrevenheid en gevoel voor urgentie, diens talent om zijn zienswijze en die van Osho en andere mystici in woord en geschrift helder uiteen te zetten. Maar ook met diens frustratie over de lauwe ontvangst of de regelrechte hoon of ergernis die zijn optreden desondanks vaak veroorzaakte. Osho houdt hem echter voor om speelser met zijn opdracht om te gaan: ‘… niet argumenteren – zingen, dansen, mensen omhelzen.’

De weerstand die Amrito ontmoette geldt uiteraard niet voor de velen, zoals Ramses Shaffy en ook schrijver dezes, die zich, na het lezen van zijn boeken en interviews of het beluisteren of bekijken van zijn optredens op radio en TV, richting Poona begaven. Rutten laat zien hoe eind jaren zeventig, begin jaren tachtig de mede door Amrito veroorzaakte groei van de ‘Bhagwan-beweging’ in Nederland maatschappelijke onrust veroorzaakte. Zozeer zelfs dat de Tweede Kamer besloot om een commissie in te stellen om deze en andere nieuwe religieuze bewegingen op hun mogelijke gevaar voor de geestelijke volksgezondheid te onderzoeken. Van deze zorg bleef uiteindelijk weinig over. Ten aanzien van de vanuit de Bhagwan-beweging gestichte communes, zoals die in Heerde en Egmond aan Zee, constateerde de commissie in haar eindverslag zelfs: ‘Ons inziens is deze ontwikkeling binnen de beweging het waard om met belangstelling te worden gevolgd.’ Wat de Binnenlandse Veiligheidsdienst, zo toont Alex Rutten in zijn biografie op vermakelijke wijze aan, er niet van weerhoudt om onder het mom van therapie een undercoveragent op Amrito af te sturen. Deze ‘cliënt’ valt echter onmiddellijk bij hem in de eerste zitting door de mand, waarna deze besluit uit eigen beweging naar Poona af te reizen en er sannyasin te worden!

Rutten laat in zijn biografie goed uitkomen hoe Amrito zich met Osho, die hem als zijn ambassadeur voor Nederland, ‘my orange country’, had aangesteld, weliswaar diep engageerde – maar toch steeds afstand bewaarde tot de organisatie rond de meester. Hij wil geen ‘spreekbuis’ voor een groep zijn, noch voor Osho. Hij publiceert dan in 1988 Jaren van voorbereiding, een laatste publiekelijke getuigenis. Amrito is geen ‘gezelschapsmens’, net zo min als hij dat in zijn studententijd was. Zeker toen Osho’s grote communale experiment Rajneeshpuram in Oregon op al te menselijke conflicten stuk gelopen was wist hij zeker dat hij zich nog meer moest richten op een innerlijke revolutie van ‘inzicht en begrijpen’. Wat hem er overigens niet van weerhield om Osho tot aan diens ‘leaving the body’ in januari 1990 jaarlijks te bezoeken. Voor Amrito was de innerlijke weg een stille weg, een oefening in al-een zijn, daar waar Osho de waarde onderstreepte van het ‘boeddhaveld’ van de commune waarin zoekers van verschillend niveau zich aan elkaar kunnen spiegelen en van elkaar kunnen leren. Misschien niet permanent, maar wel zodanig dat de sannyasin – eenmaal teruggekeerd in de ‘normale’ wereld – voldoende opgeladen is om zijn leven van meditatie verder als een rebel, een ‘Zorba de Boeddha’ op speelse wijze te leven.

Behalve met Osho heeft Amrito diepgaande ontmoetingen met andere verlichten, zoals Krishnamurti, Barry Long, Tony Parsons en Alexander Smit. De vriendschap met Willem Oltmans brengt hen tot het verslag van een discussie die als boek verschijnt onder de titel Het dolgedraaide brein (1990). Dan volgt Bunkerbouwers (1997), waarin hij zich nog een keer tegen de medicalisering van de psychiatrie keert en zijn werkwijze uiteenzet om tot een daadwerkelijke ontmoeting met zogenaamde afgeslotenen te komen. Vrij kort daarop volgt De man die uit zijn hersenen zakte (1998). In 2004 volgt ten slotte nog het eerder genoemde boek Metanoia.

Als biograaf heeft Alex Rutten het in zekere zin betrekkelijk makkelijk gehad omdat er zo veel materiaal van en over Jan Foudraine uit openbare bronnen beschikbaar is. Behalve diens hiervoor vermelde boeken, zijn artikelen, interviews en wetenschappelijke publicaties (een lijst van vier pagina’s publicaties is achterin het boek opgenomen), zijn er nog talloze (66) lezingen en gesprekken als audio- en beeldopname beschikbaar. Deze zijn bij het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid  (helaas tegen niet geringe betaling) verkrijgbaar. Bovendien gaf Foudraine zich in zijn uitingen volkomen bloot, met grote urgentie op zoek naar de kern, naar het wezenlijke. We kunnen hem hierin op de voet volgen. Daarentegen moet het voor een biograaf ook lastig zijn geweest om die kern, dat mystieke ‘niets’ dat nooit in woorden is uit te drukken, voor de lezer toegankelijk te maken. Wat mij betreft is hij daar echter uitstekend in geslaagd.  

   Marijke-Chaitanyo
Wat het boek daarnaast ook zo leesbaar maakt, zijn de vele anekdotes die er met behulp van Jan Foudraine’s levensgezellin gedurende veertig jaar, Marijke-Chaitanyo, in zijn verwerkt. Zij kon Rutten veel materiaal verschaffen en contacten met sannyasins (Nandan, Sugit, Garimo, Neeten) tot stand brengen die hij nodig had om zich een scherper beeld van de wereld rondom Osho te kunnen vormen. Daarnaast kon zij, die jaren lang in de wereld van management-opleidingen werkzaam is geweest, aan Rutten laten zien dat haar echtgenoot regelmatig als spreker voor het bedrijfsleven werd uitgenodigd, waar de mentaliteit ook met de tijdgeest was meegegroeid. Zonder haar vier jaar durende betrokkenheid bij de totstandkoming van deze biografie had de figuur van Jan Foudraine nooit zo levendig uit de verf kunnen zijn gekomen. 

De zoektocht die Alex Rutten in deze biografie beschrijft is in zijn aard tijdloos en zal daarom ook toekomstige generaties aanspreken. Alex Rutten’s boek vormt een geweldige smaakmaker voor het oeuvre dat Jan Foudraine alias Swami Deva Amrito heeft geschapen, een oeuvre waaruit een stem opklinkt die door zijn oprechtheid ook na decennia nog altijd weet te inspireren. 

Boekbespreking door Anand Frank, deel 2.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Marijke-Chaitanyo

Wat het boek daarnaast ook zo leesbaar maakt, zijn de vele anekdotes die er met behulp van Jan Foudraine’s levensgezellin gedurende veertig jaar, Marijke-Chaitanyo, in zijn verwerkt. Zij kon Rutten veel materiaal verschaffen en contacten met sannyasins (Nandan, Sugit, Garimo, Neeten) tot stand brengen die hij nodig had om zich een scherper beeld van de wereld rondom Osho te kunnen vormen. Daarnaast kon zij, die jaren lang in de wereld van management-opleidingen werkzaam is geweest, aan Rutten laten zien dat haar echtgenoot regelmatig als spreker voor het bedrijfsleven werd uitgenodigd, waar de mentaliteit ook met de tijdgeest was meegegroeid. Zonder haar vier jaar durende betrokkenheid bij de totstandkoming van deze biografie had de figuur van Jan Foudraine nooit zo levendig uit de verf kunnen zijn gekomen. 

De zoektocht die Alex Rutten in deze biografie beschrijft is in zijn aard tijdloos en zal daarom ook toekomstige generaties aanspreken. Alex Ruttens boek vormt een geweldige smaakmaker voor het oeuvre dat Jan Foudraine alias Swami Deva Amrito heeft geschapen, een oeuvre waaruit een stem opklinkt die door zijn oprechtheid ook na decennia nog altijd weet te inspireren. 

Boekbespreking door Anand Frank, deel 2.

Meer: Biografie Jan Foudraine deel 2

Biografie Jan Foudraine deel 1

Jan Foudraine, psychotherapeut, onderzoeker, schrijver.
Alex Rutten. Uitg. Ambo|Anthos, 2021. 

Jan Foudraine 

Eind november 2021 maakte Alex Rutten (1988), neerlandicus, zijn debuut als biograaf met een belangwekkend boek over het leven en werken van Jan Foudraine (1929–2016). Zie Biografie Jan Foudraine

Jan Foudraine was een arts die zich specialiseerde in de neurologie en psychiatrie, waarna hij zich ‘zenuwarts’ kon noemen, zoals dat in die jaren heette. In zijn studietijd in Leiden stond hij bekend als een harde werker, zeer toegewijd aan een doel dat hij zich als kind al had gekozen: dokter worden. De gebruikelijke studentikoze leefstijl, met braspartijen in de sociëteit Minerva, was niet zo aan deze serieuze jongeman besteed. Wel blonk hij uit op het studententoneel, waar hij al gauw de hoofdrollen vervulde. Als Jan op de planken stond, dan stónd er ook iemand. 

In 1971 verscheen van zijn hand zijn eerste boek Wie is van hout. Zijn oeuvre zou uiteindelijk 13 titels omvatten, waarvan één nog ongepubliceerd. Hij vertelt hierin hoe hij als jonge psychiater in 1961 naar Amerika vertrekt om daar enkele jaren in een psychiatrische privékliniek voor gegoede patiënten, Chestnut Lodge, te gaan werken. Daar krijgt hij de vrije hand om een van de paviljoens van deze kliniek geleidelijk om te vormen tot een therapeutische leefgemeenschap – niet van ‘patiënten’ maar van ‘studenten’ die in een min of meer gelijkwaardige relatie komen te staan met de staf van therapeuten en verpleegkundigen, voortaan aangeduid als ‘educators’. De situatie wordt ge-ontmedicaliseerd, de witte jassen gaan uit en de bewoners van de kliniek worden meer en meer  verantwoordelijk gemaakt voor de gang van zaken. In dagelijkse groepsbesprekingen kunnen studenten en staf in een open sfeer hun gevoelens uiten. Dat was voor beide partijen een hele omschakeling. De studenten, voorheen voorzien van het medische etiket ‘schizofreen’ en vaak opgesloten in een decennia volgehouden zwijgzaamheid, waarin het leek alsof zij ‘van hout’ waren, blijken nu uit hun schulp te kruipen en wel degelijk aanspreekbaar te zijn en tot mededeelzaamheid geneigd. 

In Wie is van hout pleit Foudraine voor de ontmanteling van autoritaire structuren, zoals die o.a. in de medische opleiding en instituten aanwezig zijn. De arts moet in de psychiatrie veel meer als mens onder de mensen kunnen werken. Niet bezig zijn met zogenaamde hersenziekten. Wél deskundig en meevoelend als psychotherapeut met een brede culturele en mens-wetenschappelijke bagage, maar niet autoritair met onnodige geneeskundige kennis. Foudraine kon dit zeggen als hoog gekwalificeerde arts-psychiater. Maar hij maakte er onder veel van zijn vakgenoten geen vrienden mee. Ook veel ‘patiënten’ hadden er moeite mee. Immers, met het etiket ‘ziek’ hoef je je niet als ‘mislukt’ te beschouwen. Is wel makkelijk…

   Alex Rutten

Alex Rutten beschrijft in de eerste vijf hoofdstukken van zijn boek hoe de persoon van Jan Foudraine zich ontwikkelde en zich een richting koos in het medische veld. Daarin neemt hij steeds meer de positie in van een buitenstaander, een non-conformist. Wat bijzonder was in het autoritaire bolwerk van de witte jassen in die tijd. Zo ontwikkelde hij een zienswijze, een  overtuiging die in de loop der jaren verder groeide en die hij door zijn enorme belezenheid ook goed kon onderbouwen en uitdragen. Wie is van hout sloeg in als een bom. De tijd was er rijp voor. Overal in Europa en Amerika hadden in de jaren zestig studentenopstanden plaatsgevonden waarin de bestaande orde door de jonge naoorlogse generatie werd bekritiseerd. Foudraine werd, na de publicatie van zijn boek, een veelgevraagd spreker op congressen in binnen- en buitenland. Hij bezat de gave van het woord en wist de zalen moeiteloos fluisterstil te krijgen. De oplage van zijn vele (32) malen herdrukte boek schoot boven alle verwachtingen uit tot een ongekende hoogte: in twintig jaar tot 230.000 alleen al in Nederland. Daarnaast verscheen het in zeven andere talen. 

Ter gelegenheid van de verschijning van de biografie van Alex Rutten brengt Ambo|Anthos nu in een 33e druk een jubileumuitgave van Wie is van hout uit waarin Jan Foudraine zijn boek opdraagt aan ‘hen die mij deelgenoot hebben gemaakt van de diepte van hun wantrouwen en eenzaamheid.’ Ontroerend, want het geeft precies weer hoezeer betrokken hij was bij de mensen die aan zijn zorg waren toevertrouwd. Uren bracht hij met hen door, ook na werktijd, waar collega’s liever met behulp van medicijnen een snellere route naar ‘genezing’ wensten te zoeken. Het zeer geïnspireerde voorwoord is van de bekende Vlaamse psychiater Paul Verhaege. Hij constateert dat de verandering in de psychiatrische en psychotherapeutische zorg die Jan Foudraine voorstond niet alleen is gestagneerd, maar dat de toestand zelfs erger is geworden. Het reguliere werkveld is volkomen gemedicaliseerd. Voor elk geestelijk probleem heeft de biologische psychiatrie tegenwoordig een pil. Zie Wie is van hout.

Het is boeiend om in deze biografie te zien hoe de stap in de richting van de mystiek, die Jan Foudraine halverwege zijn leven in 1978 maakt, zich veel eerder in zijn leven al lijkt te hebben aangekondigd. Hij is een rebel, een non-conformist. Hij kiest nooit de makkelijke weg, de weg van de massa. Hij is eerlijk naar zichzelf, ziet ook zijn gebreken in, zijn neiging tot drammerigheid. Het materiële succes, de roem en de erkenning die hem na Wie is van hout ten deel zijn gevallen maken hem allerminst gelukkig. Integendeel, hij raakt er steeds meer gespannen van. Komt in de Ziektewet. Wanneer hij Peggy Lee hoort zingen (Peggy Lee — Is That All There Is? 1969) ziet hij in dat al zijn zoeken in dit leven hem niet dichter bij zichzelf heeft gebracht. Er moet toch méér zijn? 

Hij krijgt belangstelling voor oosterse spiritualiteit en wordt door een behulpzame winkelbediende van zijn vaste boekhandel verwezen naar Au Bout du Monde, dé zaak in Amsterdam waar je moest zijn voor alles op het gebied van boeddhisme, hindoeïsme, meditatie, wierook, Tibetaanse klankschalen en dergelijke. Daar koopt hij van ene Bhagwan Shree Rajneesh diens boek And the Flowers Showered. Er breekt hiermee een nieuwe episode in zijn leven aan, die echter geenszins een breuk of een ommezwaai betekent, maar een logisch vervolg op de lessen die het leven hem tot dan toe heeft geleerd. Hij was klaar voor deze stap, welke hem zal voeren naar het stille pad dat hij al noemde toen hij zeven jaar eerder voor Wie is van hout enkele dichtregels van Robert Frost als motto koos:
   Two roads diverged in a wood,
   and I – I took the one less traveled by,
   and that has made all the difference. 

Hij zal tot vlak voor zijn dood op hoge leeftijd trouw blijven aan zijn roeping als psychotherapeut, waarin zijn vakkennis steeds meer door mystiek inzicht zal zijn verdiept. 

Boekbespreking door Anand Frank, deel 1.

Vervolgd door de Amerikaanse overheid

Philip Niren Toelkes: USA v. Osho:
A Legal History of the US Government Persecution of a Minority Religious Community, Oregon 1981-1986.

Een van Osho’s advocaten in Oregon was Swami Prem Niren (Philip Toelkes).
Niren komt uitgebreid aan het woord in de Netflix documentaire ‘Wild Wild Country’.
Zie: Documentaires.
Osho heeft hem indertijd gevraagd om een boek te schrijven over zijn gedetailleerde ervaringen met de rechtszaken in Oregon, inclusief zijn arrestatie en de tijd die hij in hechtenis moest doorbrengen. 

Nu na vele jaren is het boek verschenen en te lezen op de website bsrinusdocs.com.
De belangrijkste documenten die in het boek worden besproken en een archief van meer dan 1700 relevante documenten zijn beschikbaar op de site.
Het boek geeft bewijzen dat de Amerikaanse regering op een illegale manier erop uit was om Osho uit de VS te krijgen en zijn commune in Centraal Oregon te vernietigen: van het misbruik van de immigratiewetten, tot het misbruik van de grondwettelijke eis van scheiding van kerk en staat  tot het misbruik van de bestemmingsplannen in Oregon door een ‘waakhond’ groep. Dit gebeurde allemaal in een doordringende sfeer van vooringenomenheid en vijandigheid.
Het boek geeft duidelijke samenvattingen aan het begin van alle delen, hoofdstukken en discussies van belangrijke kwesties.
Let wel, het boek geeft een gedetailleerde presentatie en analyse van de rechtspraak en het bewijsmateriaal, maar het is geen lichte kost.

   Osho en Niren in Oregon

Ik ben diep dankbaar aan Osho dat hij mij dit werk heeft toevertrouwd en aan vrienden die dit werk zo lang hebben gesteund. Speciale dank aan Sarito Carol Neiman en Roshani Shay-Curtis voor de vele moeite en voor het vriendelijk bewerken en aan Suriya Dibbeena Kaur voor het maken van de site. Vele, vele anderen die ik dank verschuldigd ben worden erkend in het boek. En verder voor jullie allemaal, jullie weten wie jullie zijn. Veel liefde altijd, 
Niren.

Lang verwacht en op tijd.
Met dank aan Osho’s advocaat en gepassioneerd mediteerder, Philip Niren Toelkes.
Garimo Ackermann.

 

Jij bent het recept voor een betere wereld

De verkiezingen zijn nog maar nauwelijks voorbij of het gekrakeel op het Binnenhof en in de media is alweer in alle hevigheid losgebarsten. Het aanschouwen van de slangenkuil zal voor menigeen een desillusie betekenen, een hoop die vervliegt. De problemen van de aarde worden groter en groter, terwijl de politiek steeds onmachtiger lijkt te worden. Wat kan ik dan zelf nog doen om het tij te keren?
De neiging zal opkomen om je teleurgesteld dan wel cynisch van de wereld af te wenden. Maar dat is niet wat Osho aanbeveelt.

‘Ik heb geen belangstelling voor een ideale maatschappij. Laat die droom vallen, alsjeblieft. Die heeft de wereld alleen maar grote nachtmerries bezorgd. Onthoud: politiek gesproken kan er nu niets meer gebeuren; de politiek is dood. Waar je ook op stemt, rechts of links, doe het zonder illusies. Het idee moet worden losgelaten dat enig systeem redding kan brengen. Geen enkel systeem kan dat – communisme, fascisme, gandhiïsme. Geen enkele maatschappij kan je redden en geen enkele maatschappij kan ideaal zijn. En er is geen redder – Christus, Krishna of Rama.


Laat die onzin vallen van je schuldig voelen en een zondaar te zijn. Stop al je energie in dansen en het leven vieren. Dan ben je ideaal, hier en nu – niet dat je ideaal moet worden. Er zijn nog maar weinig deskundigen die geloven dat je een blauwdruk aan de maatschappij kunt opleggen en door aan de maatschappij te sleutelen een nieuwe utopie van maatschappelijke harmonie kunt scheppen. Laat alle idealen varen en leef hier-en-nu. Mijn commune zal geen ideale maatschappij worden. Mijn commune wordt een hier-en-nu commune.’
Osho: The Heart Sutra #6.

‘Intelligente mensen zijn zich ervan bewust geworden dat alle revoluties zijn mislukt – alle sociale revoluties. En we hebben nog niet naar de boeddha’s geluisterd die hebben gesproken over een totaal andere revolutie: de revolutie in het hart van het individu – omdat het individu substantie heeft, echt is. De maatschappij is alleen maar een relatievorm. De “maatschappij” is alleen maar een woord – en een erg gevaarlijk woord.’
Osho: Philosophia Perennis vol. 2.   

Dus laat je idealen varen. En: begin bij jezelf als je de wereld wilt verbeteren.

Meer: Jij bent het recept voor een betere wereld.

Boekbespreking door Swami Anand Frank.

 

Jezus, een scheidslijn in het bewustzijn van de mens

Osho brengt de lessen van Jezus tot leven door de verzen van de evangeliën van het Nieuwe Testament en noemt hem een dichter.
‘Jezus is een mijlpaal in de geschiedenis van het bewustzijn geworden. Het is niet gewoon toeval dat Jezus’ geboorte de belangrijkste datum in de geschiedenis is geworden. Vóór Christus, één wereld. Na Christus heeft er een totaal andere wereld bestaan – een  scheidslijn in het bewustzijn van de mens.’

‘Ik zal over Christus spreken maar niet over het christendom. Het christendom heeft niets met Christus te maken. In feite is het christendom anti-Christus, net zoals het boeddhisme anti-Boeddha is en het Jaïnisme anti-Mahavira.
Christus heeft iets in zich wat je niet kunt organiseren: het is pure rebellie van nature en rebellie kun je niet organiseren.’
Osho

Osho: Come Follow to You.
Words like Fire, Reflections on Jesus of Nazareth.


Zie ook de boekbespreking van Donna van der Steeg: Come Follow to You.

 

Feest der democratie of macht van de meute?

Osho, From Misery to Enlightenment.
Voorheen gepubliceerd als The Rajneesh Bible IV.

De Tweede Kamerverkiezingen komen eraan! De koorts loopt op, de stemwijzers zijn ijverig ingevuld en de apotheose volgt wanneer de kiezer in het stemhokje die steeds maar uitdijende lijst met 1046 namen en 35 partijen uitvouwt en het rode potlood resoluut dan wel bevend in de richting van één favoriet hokje beweegt. Dit ritueel werd in 2017 door bijna 82 procent van de kiesgerechtigden volbracht. Daaruit blijkt een behoorlijk groot vertrouwen in het systeem, ondanks de voorspelbare anticlimax na de verkiezingen van de niet uitkomende verwachtingen en de gebroken beloftes. Niet voor niets worden de verkiezingen en het spel daaromheen met enige ironie wel ‘het feest der democratie’ genoemd. Na het feest volgt meestal de kater.


Churchill heeft eens gezegd dat democratie de slechtste staatsvorm is op alle andere staatsvormen na die ooit zijn uitgeprobeerd. Hij had met ‘blood, toil, tears and sweat’ in 1945 een dictatuur overwonnen en kon met recht een verdediger van de democratie worden genoemd, maar wel een zeer sceptische. Dus toch maar meedoen deze keer, of laten we het circus liever aan ons voorbij gaan? En: als we vinden dat het politieke stelsel ons niet voldoet, welke alternatieven hebben we dan om toch énige invloed op de wereld om ons heen uit te kunnen oefenen?

Meer: Feest der democratie of macht van de meute?

Boekbespreking door Anand Frank.

‘Wakker’ worden na Bijna Dood Ervaring

Vele ervaringen geven aan dat ondanks hersendood er nog sprake is van bewustzijn, de ervaring die Peter Sattva in zijn boek ‘Omdat ik het zo graag wil vertellen’, op een prachtige manier beschrijft. Het bracht hem ertoe op ontdekkingsreis te gaan om zichzelf terug te vinden. Hij ontdekte verborgen vermogens in zichzelf, zoals het restant van zijn hersenen dat in een soort meditatieve staat verkeerde en dat hij ‘wakker’ werd en op die ontdekkingsreis a.h.w. per ongeluk op zijn Waarheid stuitte.


‘Zonder een IK om me mee af te scheiden van het geheel, leek ik langzaam daarin te verdwijnen en bleek een vrijkaartje voor toegang  naar de pure potentie van het gehele universum. Ik accepteerde mijn onvermogen om te weten wie ik nou precies was en langzaam kwam dat, waar ik eerst angstig voor wegliep, dichterbij. Voor het eerst voelde ik hoe het universum iets overnam, als ik stopte met me te verzetten tegen dat wat er was. Maar het maakte me emotioneel en als ik stopte met het afweren van mijn angsten, zat ik vaak met tranen in mijn ogen, om alles wat er in mij naar boven kwam. Ik voelde me geliefd zonder iemand die dat tegen me uitsprak en voelde me verbonden met iets dat me alles gaf wat ik nodig had. Maar er is eigenlijk geen goede omschrijving in woorden mogelijk die het echt duidelijk maakt.’

Meer: ‘Wakker’ worden na Bijna Dood Ervaring.

Een bijdrage van Prem Abhay.

Leven en sterven – op een onbekende reis

We leven te midden van de dood, dus elk moment kan het gebeuren. Zie hem onder ogen en ontmoet hem en die knoop in je maag is de juiste plek om hem te ontmoeten. Dat is precies de deur waardoorheen je het leven binnentreedt en waardoorheen je het leven verlaat.
Aldus Osho in Leven en sterven – op een onbekende reis, een uitgave van Osho Publikaties uit 2004, een vertaling van The Art of Living and Dying (jongste uitgave 2013). Deze titels zijn al eens door Ma Donna besproken (Leven en Sterven op een Onbekende Reis – Osho Boeken Besproken).

 

Op 27 februari was het een jaar geleden dat de coronapandemie zich in Nederland begon te manifesteren. Dat heeft veel pennen in beweging gebracht. Het fenomeen is dagelijks breed uitgemeten en van alle kanten belicht, en terecht, want zoiets als dit, van deze omvang, maak je in een mensenleven misschien maar één maal mee. Toch heb ik de indruk dat er nog een olifant in de kamer staat, dat wil zeggen een aspect waar we stilzwijgend met een grote boog omheen zijn blijven lopen. De dood.
Ontkenning is een patent middel om angsten te bezweren, dat zien we ook in deze tijd weer gebeuren. Over de ziekte: ‘Een wat zwaarder uitgevallen griepje’. Over de slachtoffers: ‘Dor hout’.

Het valt dus eigenlijk allemaal wel mee met die corona. Het is niet zoiets als de pest in de middeleeuwen, toen in sommige landstreken de helft van de bevolking werd weggevaagd. Waar maken we ons eigenlijk druk over? Waarom zou je je laten vaccineren? Wordt de bevolking niet gepiepeld met al die maatregelen? Etc.
Dit zijn zienswijzen die niet onmiddellijk als complotdenken van tafel moeten worden geveegd. Alle opvattingen, ook de extreme, dienen voortdurend rationeel en met een open mind te worden bekeken en waar nodig dienen we onze omgang met het virus dan aan te passen.
Maar het gaat mij hier om het element van de ontkenning. De dood. Juist deze tijd sméékt om de dood niet langer uit de weg te gaan. Want zo lang we daarin volharden gaan we ook het leven uit de weg. Terwijl Osho voortdurend – ook in deze bundel – duidelijk maakt dat de dood een onlosmakelijk onderdeel van het leven vormt.

De dood is het hoogtepunt, het crescendo. Je bent er bang voor omdat je erin verloren zult raken, je zult erin oplossen. Je bent er bang voor vanwege het ego – het ego kan de dood niet overleven. (-)
En het ego is alles wat je kent van jezelf, vandaar die angst, een diepe angst: ‘Ik zal niet meer bestaan in de dood.’ Maar er is ook een grote aantrekkingskracht. Het ego zal verloren gaan, maar niet je realiteit. In feite zal je werkelijke identiteit aan je onthuld worden door de dood; de dood zal je masker wegnemen en je oorspronkelijk gezicht onthullen. (-)
De aantrekkingskracht is veel belangrijker dan de angst. Wie mediteert moet boven de angst uitstijgen. Wie mediteert moet van de dood gaan houden. Wie mediteert moet de dood uitnodigen – wie mediteert moet er niet op wachten, je moet hem uitnodigen, want de dood is een vriend voor iemand die mediteert. En wie mediteert sterft voordat het lichaam sterft. En dat is één van de allermooist ervaringen in het leven: het lichaam gaat door met leven – aan de buitenkant blijf je net zo in beweging als tevoren – maar van binnen is het ego er niet meer, het ego is gestorven.

Leven en sterven is in beide talen tweedehands nog wel verkrijgbaar, zeker het meer courante Engelstalige origineel.

Boekbespreking door Swami Anand Frank.

Serieuze zaken

Take It Really Seriously

In dit boek, uitgegeven in 1998 door Grace Publishing in Londen, zijn, verspreid over 676 pagina’s, alle moppen verzameld die Osho in zijn laatste jaren gedurende zijn lezingen vertelt. Ze zijn onderverdeeld in een dertigtal thema’s, zoals Polen, Ieren, Italianen, Seks, Religie, Psychiaters, etc. Belgen en Hollanders ontbreken! Sommige nationaliteiten hebben het ‘zwaar te verduren’ als Osho met een mop over hen van wal steekt. Maar het is altijd goedaardig. Voor Osho is het lachen om iemand anders geen humor. ‘Het gevoel voor humor behoort op jezelf gericht te zijn – het is van het grootste belang dat iemand om zichzelf kan lachen, hij raakt geleidelijk aan vol medeleven met anderen. In de hele wereld bestaat er geen enkele gebeurtenis, geen onderwerp dat zózeer de lachlust opwekt als jijzelf.’

Osho draagt het boek op aan Sardar Gurudayal Singh, “De man met de luidste lach. De enige in de geschiedenis die lacht vóór de mop is verteld. Wat een vertrouwen! Je kunt wat leren van Sardar Gurudayal Singh.” Onlangs (op 12.02) schreef ik al over Sardar-ji. Hem viel de zeldzame eer te beurt dat Osho een van zijn boeken, dit ‘Take It Really Seriously’, aan een discipel opdroeg.

Sw. Anand Vimal, de eindredacteur van dit boek, die net als Maneesha veel vragen aan Osho voorlas,  schrijft in zijn inleiding: Osho is de eerste die een gevoel voor humor als een van de hoogste kenmerken van religiositeit benoemde en lachen een essentieel ingrediënt van spirituele groei. Die moppen waren niet alleen amusement. Osho: ‘Hun doel is het lachen, in dat lachen stopt jouw denken. In dat lachen ben je niet langer de mind. En daarna, slechts een heel korte pauze… en dan kan ik tot de kern van je wezen doordringen.’ Vimal vertelt dan dat behalve hijzelf er nog twee sannyasins fulltime bezig waren om moppen voor Osho te verzamelen in zijn enorme bibliotheek, en ook door wat ze opvingen van de vele bezoekers van de commune in Pune. Meer hierover op sannyas.wiki: Take It Really Seriously – The Sannyas Wiki.

‘Voordat je gaat mediteren is het goed om dat goedgeluimd te doen, niet serieus maar met een glimlach. Onthoud dit: het bestaan glimlacht als jij glimlacht en als jij serieus bent, ben je alleen. Het bestaan trekt zich niks aan van jouw serieusheid. Als je de hele wereld met je wil laten meewerken, glimlach dan alleen maar en zie: de bomen glimlachen met je mee, en de bloemen… En zeker wanneer je in meditatie gaat is het goed om dat met een glimlachend hart te doen.’

‘Moppen geven zo’n heerlijk gevoel, ze geven moed. Een lachend hart is moediger dan een ernstig hart. Een hart vol ernst twijfelt, aarzelt, bedenkt zich nog eens. Het lachende hart is van de gokker, die springt er gewoon in. En meditatie is een kwestie van een sprong in het onbekende.’

Take It Really Seriously is hier en daar nog wel tweedehands te verkrijgen, tegen serieuze prijzen variërend van $ 38,95 bij Osho Viha tot $ 1.749,99. No joke!

Boekbespreking door Swami Anand Frank.

Een echte authentieke goedlachse man

A Real Authentic Man of Laughter, uitgegeven in 1994 in eigen beheer door de schrijver, Sardar Gurudayal Singh.

Soms vind je iets dat je niet had gezocht, maar blijkbaar toch heel graag wilde hebben. Serendipiditeit is het dure woord voor dit verschijnsel. Het overkwam me onlangs toen ik het in de titel vermelde boekje van Sardar Gurudayal Sing in handen kreeg. Sardar, de lachende swami, afkomstig uit de wereld van de Sikhs uit de Punjab, die altijd met een tulband liep, is degene die door Osho in de laatste twee jaren dat hij lezingen gaf, bijna dagelijks liefdevol op de hak genomen werd. Nooit heeft Osho enige sannyasin zó vaak in de schijnwerper gezet. 

   Sardar Gurudayal Singh

Dat verliep dan ongeveer als volgt: na een betoog van twee, drie uur, pauzeerde Osho even, bladerde wat in zijn aantekeningen (een verzameling moppen die door een driekoppig team die dag voor hem bijeen was gezocht) en nadat de spanning in die stilte was opgevoerd, zei hij: ‘It is time for something serious…’
Of: ‘Now is the time for Sardar Gurudayal Singh…’ 

Dan klonk er plotseling een luide, diepe lach, afkomstig van Sardar, die als enige in het gehoor al  begon te lachen om wat weldra zou komen. Deze voorpret vond bij de talrijke andere aanwezigen dan onmiddellijk weerklank in de vorm van lachsalvo’s die heel Gautama the Buddha Auditorium tot de nok vulden. En dan moest Osho, met een glimlach van oor tot oor, met zijn eerste mop nog beginnen!

Meer: Een echte authentieke lachebek

Boekbespreking door Swami Anand Frank.