Nieuws

Een sannyasin zijn

Om mijn sannyasin te zijn is een zekere toewijding, een zekere overgave nodig. En ik wil niet dat je je overgeeft aan mij, of dat je toegewijd bent aan mij. Ik wil dat je je overgeeft aan de natuur, toegewijd bent aan het bestaan. Je hoeft mijn sannyasin niet te zijn, je moet gewoon een sannyasin zijn — en dat is de enige manier om mijn sannyasin te zijn.

Het is geen rechtstreeks fenomeen — dat je jezelf rechtstreeks toewijdt en je overgeeft aan het bestaan. Maar hoe dieper je je overgeeft aan het bestaan, het leven, de natuur, hoe liefdevoller, hoe begripvoller, hoe inzichtelijker je wordt; en dat inzicht zal je dichter bij mij brengen. Je zult via mij, indirect, de staat van totale overgave, een totaal vertrouwen vinden.

Wees niet bezorgd dat je dat totale vertrouwen nu niet hebt. Zelfs als je een klein beetje vertrouwen hebt, is dat genoeg om mee te beginnen. Open gewoon een bankrekening; je hoeft geen miljoenen te hebben om de bankrekening mee te openen. Met het kleinste vertrouwen kun je die reis beginnen, en naarmate de reis dieper wordt, wordt het vertrouwen dieper. Spoedig zul je merken dat je omringd bent met alleen maar vertrouwen. Op dat moment zul je voelen dat je mijn sannyasin bent.

Zij die rechtstreeks tot mij gekomen zijn kunnen verraden. Zij die niet rechtstreeks tot mij gekomen zijn kunnen geen verraad plegen, want zelfs voor ze tot mij kwamen hadden ze al iets van het hiernamaals geproefd, verraad plegen is onmogelijk. Maar er zijn vele sannyasins geweest die rechtstreeks tot mij gekomen zijn. Zij begonnen hun verbintenis, hun vertrouwen, ten opzichte van mij als een spiritueel begin. Dat is geen juist begin, want dat betekent dat er een zeker geloof is. Zij kennen mij niet, zij kunnen mij niet kennen — en toch hebben zij geloofd.

Er is een gevaar omdat er twijfel is; de twijfel kan elke dag hun geloof overnemen. Maar de authentieke sannyasins, de echte, zijn op een zeer indirecte manier tot mij gekomen. Het is heel moeilijk om uit te maken wie op welke manier gekomen is, want het is iets innerlijks dat je niet kunt zien. Maar de mensen die langzaam zijn gekomen, terwijl ze probeerden me te begrijpen, stap voor stap, op weg naar natuurlijkheid, authenticiteit, oprechtheid… komen op een dag plotseling tot de ontdekking dat ze familie van me zijn. Vreemd — ze hadden er nooit naar gezocht, ze hebben er geen moeite voor gedaan. Het is een ontdekking. Sannyas moet voor mij een ontdekking zijn. Dan kan je het niet verliezen; het is je eigen ontdekking.

Osho, Beyond Psychology # 15

De tien geboden 

God heeft een enorm gevoel voor humor. Religie blijft iets doods zonder een gevoel voor humor als fundament. God zou de wereld niet hebben kunnen scheppen als hij geen gevoel voor humor had. God is helemaal niet ernstig. Ernst is een ziekte; humor is gezondheid. Liefde, lachen, leven, het zijn aspecten van dezelfde energie.

Maar eeuwenlang hebben mensen te horen gekregen dat God zeer ernstig is. Deze mensen waren pathologisch. Zij creëerden een ernstige God, zij projecteerden een ernstige God, vanuit hun eigen pathologie. En wij hebben deze mensen als heiligen vereerd. Ze waren geen heiligen. Ze moesten wakker geschud worden; ze lagen diep te slapen in hun ernst. Zij hadden lachen nodig – dat zou hen meer geholpen hebben dan al hun gebeden en vasten; dat zou hun zielen op een veel betere manier gereinigd hebben dan al hun ascetische praktijken. Zij hadden niet meer geschriften nodig, meer theologie; zij hadden alleen het vermogen nodig om te lachen om de prachtige absurditeit van het leven. Het is extatisch absurd. Het is geen rationeel fenomeen; het is volstrekt irrationeel.

Mozes ging de berg op. Na een lange tijd verscheen God. ‘Hallo, Mozes. Goed je te zien. Het spijt me dat je moest wachten, maar ik denk dat je zult voelen dat het de moeite waard was, want ik heb vandaag iets heel speciaals voor je.’
Mozes dacht een seconde na en zei toen: ‘O nee, Heer, echt niet. Dank U, maar ik heb nu niets nodig. Een andere keer misschien.’ 
‘Mozes, dit is gratis,’ zei de Heer.
‘In dat geval,’ zei Mozes, ‘geef me er dan maar tien!’

Zo kregen de Joden de Tien Geboden.

Osho: Ah, This! # 5

Nu zijn de tien geboden erg oud geworden, verouderd. Ze spreken in een taal van het verleden. In die tijd was die taal relevant, maar nu lijken ze niet meer relevant. Je kunt veranderen, je kunt nieuwe geboden maken, maar die nieuwe geboden zullen, als ze door de mind in elkaar worden gezet, geen enkel nut hebben. Je mind kan ze bedenken en in elkaar zetten en ze kunnen er mooi uitzien, maar ze zullen vals zijn. Je kunt van loslaten een gebod maken, van totale aanvaarding een gebod, maar als ze door de mind worden samengesteld zijn ze zinloos. Waarom? Omdat de mind zichzelf niet kan toestaan een totaal los te laten. Het kan doen alsof, maar het kan zichzelf niet echt toestaan om los te laten. En de mind kan niet aanvaarden omdat de mind bestaat door afwijzing; daarom zegt de mind altijd liever nee dan ja.

Wanneer je nee zegt, voel je het ego; wanneer je ja zegt, voel je het ego niet. Dat is waarom mensen meer nee dan ja zeggen. Ze zeggen alleen ja als het absoluut noodzakelijk is; anders zeggen ze nee. Telkens wanneer er iets gevraagd wordt, is het eerste wat in je mind opkomt nee — want als je weigert, ben je er, en als je aanvaardt, ben je er niet. Ja-zeggen zal een no-mind creëren. Dus een theïst is een ja-zegger, en een atheïst is een nee-zegger — hij zegt nee — en wanneer je zegt dat er geen God is, dan voel je een enorme energie in het ego. Dan ben je.

Osho: A Bird on the Wing # 9, Q 1

En je wilt weten als iemand je vraagt naar mijn filosofische standpunt? Dat zal niet zo gemakkelijk zijn, want ik zie de mens als een multi-dimensionaal wezen. …
Het eerste: vrijheid.
Het tweede: uniciteit van individualiteit.
Het derde: liefde.
Het vierde: meditatie.
Het vijfde: niet-serieus zijn.
Ten zesde: speelsheid.
Ten zevende: creativiteit.
De achtste: gevoeligheid.
Ten negende: dankbaarheid.
Ten tiende: gevoel voor het mysterieuze.

Deze tien geboden vormen mijn basishouding ten opzichte van de werkelijkheid, ten opzichte van de vrijheid van de mens van alle vormen van spirituele slavernij.

Osho, Beyond Enlightenment # 23 Q 2

Stel niet uit, doe het nu!

Wacht niet en stel niet uit; zeg niet: We zullen het morgen doen — die morgen komt nooit. Morgen is er nooit geweest, zal er nooit zijn. Het is slechts een beeld in de mind. Het is altijd vandaag. Dat wat bestaat is altijd nu. Alleen dit moment bestaat. Als je iets wilt doen, doe het dan hier en nu. Stel het niet uit, en zeg niet: Het is zo’n kleinigheid dat we het morgen wel kunnen regelen. Niets is zo klein. Als je niet alert bent, tegen de tijd dat morgen komt, zal dit kleine ding groot zijn; en dan zul je in moeilijkheden zijn. En misschien kan je het morgen niet meer aan.

Laat problemen nooit onvoltooid, dat is hoe je belast wordt. Leef altijd een leven dat van moment tot moment compleet is. Wat je ook moet doen, doe het nu. Wat je ook te zeggen hebt, zeg het nu. Wat je ook moet zijn, wees het nu. Zeg niet: Morgen, want morgen is het land van de dwaas. Dat is de manier waarop domheid doorgaat — uitstellen. Als je dit moment alles kunt volbrengen, ben je altijd fris voor het volgende moment en is er geen kater. En als zo iemand sterft, is hij altijd klaar en gelukkig omdat hij nooit iets onvoltooid heeft gelaten. Hij is altijd klaar omdat hij altijd compleet is.

Als de dood komt, zal je in de problemen komen omdat duizend en één dingen onvoltooid zijn en je graag wat meer tijd zou hebben – omdat je altijd sommige dingen wilde doen en ze nooit gedaan hebt. In feite heb je nutteloze dingen afgemaakt en nuttige dingen heb je uitgesteld. Als je woede voor morgen uitstelt, kan dat goed zijn, maar je stelt woede nooit voor morgen uit. Woede toon je nu, liefde stel je uit voor morgen; hebzucht — je doet het nu, delen stel je uit voor morgen; geweld — je doet het nu, mededogen — je zegt: We zullen morgen wel zien. Alle onzin die je nu doet, wacht je niet af tot morgen; en alles wat mooi is, blijf je wegduwen voor een andere dag.

Ellende stel je nooit uit, gelukzaligheid stel je altijd uit. Dus als de dood komt, heb je een ellendig leven geleid, en zegeningen heb je uitgesteld. En dan komt de dood, en je huilt en je weent en je zegt: Geef me een beetje meer tijd, want ik heb nooit echt geleefd. Doe juist het tegenovergestelde: gelukzaligheid op dit moment; ellende kan worden uitgesteld – er is geen haast. En als je dit moment gelukzalig bent zal ellende nooit gebeuren omdat dit moment totaal is, alles wat er is. Het volgende moment komt, en dat moment zal uit dit moment voortkomen; als je dit moment gelukzalig bent, zal het volgende moment er gelukzaliger uit voortkomen.

En als de dood komt zul je zeggen: Ik ben er volkomen klaar voor, want ik heb alleen maar ellende uitgesteld, dus het is goed dat je gekomen bent; nu is het niet meer nodig, nu verdwijnt de morgen helemaal. Dat is wat een wijs man blijft doen. Hij pakt elk probleem op dit moment aan. Hij pakt elke situatie op dit moment aan. Er komt veel energie vrij als je dingen afmaakt. Heb je het bij jezelf gezien? Als je iets niet afmaakt, blijft het in je hoofd zitten, kloppend, om afgemaakt te worden. Totdat je het afmaakt, blijft het om je heen zweven, je achtervolgen. Het is misschien een klein ding, maar het blijft rondhangen. Maak het af!

Als je alles elk moment kunt afmaken — en ik zeg dat het kan omdat ik het doe, dus ik spreek niet theoretisch, ik spreek absoluut praktisch; het kan gedaan worden, het is gedaan, maar door heel weinig mensen. Als je het eenmaal doorhebt, zul je om jezelf lachen. Het is zo eenvoudig – net als een sleutel die je beweegt en het slot gaat open. Als je observeert, zul je zien of je alles hebt voltooid: in de nacht zullen dromen verdwijnen omdat dromen onvoltooide ervaringen van de dag zijn die zichzelf proberen te voltooien.

En als dromen verdwijnen zullen gedachten verdwijnen omdat dromen en gedachten hetzelfde zijn. Dromen zijn de primitieve taal van visualisatie, beeldtaal, en gedachten zijn niets anders dan verfijnde dromen, dagdromen. Dromen en denken zijn twee aspecten van hetzelfde proces.

Je gaat een gesprek voeren. Je herhaalt maar in je hoofd wat je gaat zeggen, wat de mensen daar je zullen vragen — je herhaalt van alles. Dan ga je erheen en opeens klopt je herhaling niet meer. Het kan niet, want die mensen weten niet van je herhaling. Ze vragen je iets, en je bent niet in het heden omdat je te veel gevuld bent met je eigen herhaling, je eigen voorbereiding. Ze vragen je iets, je begrijpt iets anders. Je antwoordt met je kant-en-klare antwoord en zij hebben er niet naar gevraagd. Je mist het punt. Als je het punt mist en als je weer uit de kamer bent, begin je te denken wat je had moeten antwoorden. Opnieuw begint het proces. Herhalen en dan denken met terugwerkende kracht. En op het moment, precies op het moment dat het nodig was, was je niet aanwezig. Zo mis je het hele leven.

Osho, Tao: The Three Treasures, Vol 3 # 9