Nieuw

Een relatie is een substituut

Een relatie is een structuur, en liefde is ongestructureerd.
Liefde relateert dus zeker, maar wordt nooit een relatie.
Liefde is een proces van moment tot moment. Onthoud dat.
Liefde is een staat van je wezen, geen relatie.
Er zijn liefdevolle mensen en er zijn niet-liefdevolle mensen.
Niet-liefdevolle mensen doen alsof ze liefdevol zijn via de relatie.
Liefdevolle mensen hebben geen relatie nodig – liefde is genoeg.


Wees liever een liefdevol mens dan dat je in een liefdesrelatie zit –
want relaties ontstaan de ene dag en verdwijnen de andere dag.
Het zijn bloemen; ’s ochtends bloeien ze, ’s avonds zijn ze verdwenen.
Wees een liefdevol mens.

Maar mensen vinden het erg moeilijk om een liefdevol mens te zijn,
dus gaan ze relaties aan – en houden zichzelf zo voor de gek door te denken:
‘Nu ben ik een liefdevol mens omdat ik een relatie heb.’
En die relatie kan er een zijn van monopolie, bezitterigheid en exclusiviteit.

Een relatie kan puur uit angst ontstaan en hoeft niets met liefde te maken te hebben.
Een relatie kan alleen maar een vorm van zekerheid zijn – financieel of iets anders.
De relatie is alleen nodig omdat er geen liefde is. Een relatie is een substituut.
Wees alert! Een relatie vernietigt de liefde,
vernietigt juist de mogelijkheid dat ze ontstaat.

Osho: Walk Without Feet, Fly Without Wings and Think Without Mind #8

Image by Mabel Amber from Pixabay.

Tantrische zuiverheid: onschuld

Tantra maakt geen oppervlakkig onderscheid tussen goed en kwaad. Wat is dan zuiverheid? Tantra zegt dat onderscheid maken onzuiver is en dat leven zonder onderscheid zuiverheid is. Voor Tantra betekent zuiverheid dus onschuld – ongedifferentieerde onschuld.

Neem een kind; je noemt hem puur. Hij wordt boos, hij is hebzuchtig, dus waarom noem je hem dan puur? Wat is er puur aan de kindertijd? Onschuld! Er is geen onderscheid in de mind van een kind. Het kind is zich niet bewust van enige scheiding tussen wat goed is en wat slecht is. Dat onbewustzijn is de onschuld. Zelfs als hij boos wordt, heeft hij geen mind om boos te zijn; het is een zuivere en eenvoudige handeling. Het gebeurt, en als de boosheid weg is, is ze weg. Er blijft niets achter. Het kind is weer hetzelfde, alsof de boosheid er nooit is geweest. De puurheid is onaangetast; de puurheid is dezelfde. Een kind is dus puur omdat er geen mind is.

Hoe meer het denken zich ontwikkelt, hoe onzuiverder het kind zal worden. Dan zal woede er zijn als iets weloverwogens, niet spontaan. Dan zal het kind de woede soms onderdrukken – als de situatie het niet toelaat. En wanneer woede wordt onderdrukt, zal die soms in plaats daarvan op een andere situatie worden overgedragen. Wanneer er eigenlijk geen reden is om boos te zijn, zal hij boos worden, omdat de onderdrukte woede een uitlaatklep nodig heeft. Dan wordt alles onzuiver omdat het verstand zich ermee is gaan bemoeien.

Een kind kan in onze ogen een dief zijn, maar een kind is zelf nooit een dief omdat het concept dat dingen aan individuen toebehoren, in zijn mind niet bestaat. Als hij je horloge, je geld of wat dan ook meeneemt, is dat voor hem geen diefstal, omdat het idee dat dingen aan iemand toebehoren, niet bestaat. Zijn diefstal is puur, terwijl zelfs jouw niet-diefstal niet puur is – de mind is erbij.

Tantra zegt dat wanneer iemand weer als een kind wordt, hij puur is. Natuurlijk is hij geen kind – alleen als een kind. Het verschil is er en de gelijkenis is er. De gelijkenis is de herwonnen onschuld. Iemand is weer als een kind. Een kind staat naakt – niemand voelt de naaktheid, omdat een kind zich nog niet bewust is van het lichaam. Zijn naaktheid heeft een andere kwaliteit dan jouw naaktheid. Jij bent je bewust van het lichaam.

De wijze moet deze onschuld herwinnen. Mahavira staat weer naakt. Die naaktheid heeft weer dezelfde kwaliteit van onschuld. Hij is zijn lichaam vergeten; hij is niet langer het lichaam. Maar er is ook één verschil, en dat verschil is groot: het kind is simpelweg onwetend, vandaar de onschuld. Maar de wijze is wijs, dat is de reden voor zijn onschuld.

Het kind zal zich op een dag bewust worden van zijn lichaam en de naaktheid voelen. Hij zal proberen zich te verbergen, hij zal zich schuldig gaan voelen en hij zal schaamte voelen. Hij zal zich ervan bewust worden. Zijn onschuld is dus een onschuld van onwetendheid. Kennis zal die vernietigen.

Dat is de betekenis van het bijbelverhaal over Adam en Eva die uit de tuin van Eden werden verdreven. Ze waren naakt als kinderen. Ze waren zich niet bewust van het lichaam; ze waren zich niet bewust van woede, hebzucht, lust, seks of wat dan ook. Ze waren zich van niets bewust. Ze waren als kinderen, onschuldig. Maar God had hun verboden de vrucht van de boom der kennis te eten. De boom der kennis was verboden, maar ze aten ervan, omdat alles wat verboden is aantrekkelijk wordt.

Alles wat verboden is, wordt aantrekkelijk! Ze leefden in een grote tuin met een oneindig aantal bomen, maar de boom der kennis werd de belangrijkste en meest betekenisvolle juist omdat hij verboden was. Echt, dit verbod werd de aantrekkingskracht, de uitnodiging. Ze waren als het ware gemagnetiseerd, gehypnotiseerd door de boom. Ze konden er niet aan ontsnappen, ze moesten ervan eten.

Maar dit verhaal is mooi omdat de boom de boom der kennis wordt genoemd. Zodra ze de vrucht der kennis aten, werden ze niet-onschuldig. Ze werden zich bewust; ze realiseerden zich dat ze naakt waren. Onmiddellijk probeerde Eva haar lichaam te verbergen. Met het bewustzijn van het lichaam werden ze zich van alles bewust – woede, lust, hebzucht, alles. Ze werden volwassen, en daarom werden ze uit de tuin verdreven. In de Bijbel is kennis dus zonde. Ze werden uit de tuin verdreven, ze werden gestraft vanwege hun kennis. Tenzij ze weer als kinderen worden – onschuldig, onwetend – kunnen ze de tuin niet betreden. Ze kunnen het koninkrijk van God alleen weer binnengaan als ze aan deze voorwaarde voldoen: weer onschuldig worden.

Het geheel is gewoon het verhaal van de mensheid. Elk kind wordt uit de tuin verdreven, niet alleen Adam en Eva. Elk kind beleeft zijn kindertijd in onschuld zonder iets te weten. Hij is zuiver, maar die zuiverheid is een zuiverheid van onwetendheid. Dat kan niet zo blijven. Tenzij het een zuiverheid van wijsheid wordt, kun je er niet op vertrouwen. Het zal moeten verdwijnen; vroeg of laat zul je de vrucht van de kennis moeten eten. Elk kind zal de vrucht van de kennis moeten eten.

In de Hof van Eden was het gemakkelijk – daar stond gewoon de boom. Als vervanging voor de boom hebben we scholen, hogescholen en universiteiten. Elk kind zal moeten slagen, zal niet-onschuldig moeten worden, zal zijn onschuld moeten verliezen. De wereld zelf heeft kennis nodig, het bestaan zelf heeft kennis nodig. Zonder kennis kun je er niet in bestaan. En op het moment dat kennis komt, ontstaat er verdeeldheid. Je begint onderscheid te maken tussen wat goed is en wat slecht is.

Voor het Tantra is de scheiding tussen goed en kwaad dus onzuiverheid. Vóór die scheiding ben je puur, erna ben je puur; erin ben je onzuiver. Maar kennis is een noodzakelijk kwaad, je kunt er niet aan ontkomen. Je moet erdoorheen; dat hoort bij het leven. Maar je hoeft er niet altijd in te blijven, je kunt er bovenuit stijgen.
Transcendentie maakt je weer puur en onschuldig. Als scheidingen hun betekenis zouden verliezen, als de kennis die onderscheid maakt tussen goed en kwaad niet meer zou bestaan, zou je weer vanuit een onschuldige houding naar de wereld kijken.

Jezus zegt: “Tenzij jullie worden als kinderen, kunnen jullie mijn koninkrijk van God niet binnengaan.” Tenzij jullie worden als kinderen… dit is de puurheid van Tantra.
Lao Tzu zegt: “Eén inch scheiding, en hemel en aarde zijn uit elkaar gezet.”

Geen scheiding is de geest van de wijze – helemaal geen scheiding! Een wijze weet niet wat goed is of wat slecht is. Hij is als kinderen, maar ook weer niet, omdat hij deze scheiding heeft gekend. Hij is door deze scheiding heen gegaan en heeft haar overstegen; hij is er voorbijgegaan. Hij heeft duisternis en licht gekend, maar nu is hij er voorbijgegaan. Nu ziet hij duisternis als onderdeel van licht en licht als onderdeel van duisternis; nu is er geen scheiding meer.

Licht en duisternis zijn beide één geworden – gradaties van één verschijnsel. Nu ziet hij alles als gradaties van het ene; hoe tegengesteld ze ook zijn, ze zijn niet twee. Leven en dood, liefde en haat, goed en kwaad, alles maakt deel uit van één verschijnsel, één energie. Het verschil zit hem alleen in gradaties, en ze kunnen nooit worden gescheiden. Er kan geen grens worden getrokken waarbij gezegd kan worden: “Vanaf dit punt is er een scheiding.” Er is geen scheiding.

Wat is goed? Wat is slecht? Van waaruit kun je ze definiëren en als afzonderlijk afbakenen? Ze zijn altijd één. Het zijn slechts verschillende gradaties van hetzelfde. Zodra dit bekend en gevoeld is, wordt je mind weer puur. Dit is de puurheid die Tantra bedoelt. Daarom zal ik tantrische puurheid definiëren als onschuld, niet als goedheid.

Maar onschuld kan onwetend zijn – dan heeft het geen nut. Het moet verloren gaan, je moet eruit worden geworpen; anders kun je niet volwassen worden. Het opgeven van kennis en het overstijgen van kennis maken beide deel uit van het volwassen worden, van het werkelijk volwassen zijn.

Ga er dus doorheen, maar blijf er niet in hangen.
Ga verder! Blijf in beweging!
Er komt een dag dat je er voorbij bent.

Osho: The Book of Secrets, Vol.1 #8

Zie ook: My Sammasati.

Maak ruimte voor vreugde

Jezelf leren kennen is een van de eerste vereisten. Het is niet moeilijk, het kan niet moeilijk zijn; je moet alleen wat dingen afleren. Je hoeft niets te leren om te weten wie je bent, je hoeft slechts een paar dingen af te leren. Ten eerste moet je afleren je te bekommeren om dingen. Als tweede moet je afleren je over gedachten druk te maken. Het derde gebeurt vanzelf – waarnemer zijn.


De sleutel is: begin allereerst met dingen gadeslaan. Je zit stil en je kijkt naar een boom en je bent alleen maar waakzaam. Denk er niet over na. Zeg niet: ‘Wat voor soort boom is dit?’ Zeg niet of hij mooi of lelijk is. Zeg niet dat hij ‘groen’ of ‘dor’ is. Laat er geen gedachten over ontstaan; blijf gewoon naar de boom zitten kijken. Dat kun je overal doen, wat dan ook bekijken. Onthoud maar één ding: komt er een gedachte, zet haar opzij. Schuif haar terzijde en kijk weer naar dat ding.

Aanvankelijk zal het best moeilijk zijn, maar na een tijdje komen er hiaten: dan is er geen gedachte. Je zult zien dat er veel vreugde door die simpele ervaring bovenkomt. Niets is er gebeurd, het is alleen dat er geen gedachten zijn. De boom is er, jij bent er, en tussen die twee is er ruimte. De ruimte is niet met gedachten volgepropt. Plotseling is er grote vreugde zonder enig zichtbare reden, helemaal zonder reden. Nu heb je het eerste geheim geleerd.

Dan moet je dit op een meer subtiele manier gaan gebruiken. Dingen zijn grof; daarom zeg ik: begin met een ding. Je kunt in je kamer zitten, je kunt naar een foto blijven kijken – het enige waar je op moet letten is dat je er niet over dénkt. Zuiver en alleen kijken zonder te denken. Dan gaat het stukje bij beetje gebeuren. Kijk naar de tafel zonder te denken en langzaam maar zeker is de tafel daar, jij bent er, en er staat geen gedachte tussen jullie twee. En dan opeens – vreugde. Vreugde is een product van gedachteloosheid. De vreugde is er al; ze is weggedrukt achter talloze gedachten. Zijn er geen gedachten, dan komt ze aan de oppervlakte. Begin met iets wat grof is. Als je daarmee in harmonie bent gekomen en er is een begin van het ervaren van momenten waarop gedachten verdwijnen en waarop er alleen maar dingen zijn, stap dan over naar het tweede.

Doe nu je ogen dicht en let op elke gedachte die voorbij komt – zonder over de gedachte na te denken. Een of ander gezicht vertoont zich op het scherm van je mind of een wolk drijft voorbij of wat dan ook – kijk er alleen naar, denk niet. Dit is een beetje moeilijker dan het eerste omdat dingen grover zijn; gedachten zijn heel verfijnd. Maar als het eerste gebeurd is, gaat het tweede ook gebeuren; er is wat tijd nodig. Blijf naar de gedachte kijken.

Na een poosje – het kan binnen enkele weken zijn of binnen enkele maanden of het kan jaren duren – het hangt er helemaal vanaf hoe aandachtig, in hoeverre je het met hart en ziel doet – dan op een dag, plotseling, is er geen gedachte. Jij bent alleen. Grote vreugde ontspringt er in je – duizendmaal machtiger dan de eerste keer dat je vreugde ondervond toen de boom er was en de gedachte was verdwenen. Duizendmaal! De vreugde zal zo onmetelijk zijn dat je erdoor over- spoeld wordt.

Dit is de tweede stap. Als dit eenmaal begonnen is, doe dan het derde – neem de waarnemer waar. Nu is er geen voorwerp. Dingen heb je laten vallen, gedachten heb je laten vallen; nu ben jij er alleen. Wees nu eenvoudigweg toeschouwer van deze toeschouwer, wees een waarnemer van het waarnemen. In het begin is het ook weer moeilijk, omdat wij alleen weten hoe we íets moeten gadeslaan – een voorwerp of een gedachte. Zelfs een gedachte is tenminste nog iets om gade te slaan. Maar nu is er niets, het is absolute leegte. Alleen de toeschouwer is nog over. Je moet je naar jezelf keren.

Dit is de meest mysterievolle sleutel. Je gaat gewoon door met alleen er te zijn. Blijf in deze alleenheid, en er komt een moment waarop dit gebeurt. Het kan niet anders of het gebeurt. Als de eerste twee dingen zijn gebeurd, gebeurt het derde zeker ook; maak je maar niet bezorgd. Als dit gebeurt, dan besef je voor de eerste maal wat vreugde is. Het is niet iets dat jou gebeurt, dus kan het je niet worden ontnomen. Jij bent het in je oorspronkelijke wezen, het is je wezen zelf. Dit nu kan je niet ontnomen worden. Nu kun je het op geen enkele manier verliezen. Je bent thuis gekomen.

Dus je moet dingen en gedachten afleren. Sla eerst het grove gade, sla dan het subtiele gade en sla dan het ongekende gade dat het grove en het subtiele overstijgt.

Osho: Apotheek voor de ziel, p. 93 – 96.

Image by Alexa from Pixabay.