Nieuw

Vertrouwen is een innerlijke kwaliteit

Zodra je de kwaliteit van vertrouwen kent, vertrouw je gewoon.


Het gaat er niet om of je op God vertrouwt, of op Jezus, of op Boeddha – onthoud dat goed. Als je vertrouwt, vertrouw je gewoon. Als een christen zegt, ‘vertrouw alleen op Jezus, niet op Boeddha’, dan heeft hij niet begrepen wat vertrouwen is, want vertrouwen kent geen onderscheid. Als je op Christus hebt vertrouwd, zul je ook op Boeddha vertrouwen, omdat je geen enkel verschil zult zien. Misschien zijn de talen verschillend, misschien zijn hun manieren van uitdrukken verschillend, maar vertrouwen zal rechtstreeks tot de kern van de zaak kunnen doordringen, tot de kern zelf, en zal zien dat Christus en Boeddha op hetzelfde vlak bestaan. Het is hetzelfde bewustzijn, hetzelfde inzicht, dezelfde verlichting. Als je Boeddha vertrouwt, zul je Krishna en Mohammed vertrouwen. Als je mij vertrouwt, zul je Christus vertrouwen, zul je Zarathustra vertrouwen.

Vertrouwen kent geen adres. Het is niet gericht. Vertrouwen is een innerlijke eigenschap. Als het er is, is het er. Het is alsof je licht brengt, alsof je een lamp de kamer binnenbrengt. Nu valt het licht niet alleen op de tafel, maar ook op de stoel. En het valt niet alleen op de stoel, maar ook op de muren en op de schilderijen die aan de muren hangen. Het valt niet alleen op de muren, maar ook op de vloer en op het plafond. Wanneer je licht in de kamer brengt, valt het licht simpelweg op alles wat er is. Zo is het ook met vertrouwen. Het is een licht. Als er vertrouwen in je hart ontvlamt, maakt het geen verschil. Je vertrouwt God, je vertrouwt Christus, je vertrouwt je vrouw, je vertrouwt je man, je vertrouwt je zoon, je vertrouwt je vriend. Je vertrouwt je vijand. Je vertrouwt de natuur, je vertrouwt de dood, je vertrouwt onzekerheid. Kortom, je vertrouwt gewoon.

Osho: I Say Unto You, Vol. 2 #9.

Image by Myriams-Fotos from Pixabay.

Probeer het ego te begrijpen

Probeer het ego te begrijpen. Analyseer het, ontleed het, bekijk het, observeer het vanuit zoveel mogelijk invalshoeken. En haast je niet om het op te offeren, anders wordt de grootste egoïst geboren: degene die denkt dat hij nederig is, degene die denkt dat hij geen ego heeft.


Dat is weer hetzelfde verhaal, maar dan op een subtieler niveau. Dat is wat religieuze mensen door de eeuwen heen hebben gedaan – het zijn vrome egoïsten geweest. Ze hebben hun ego nog meer versierd; het heeft de kleur aangenomen van religie en heiligheid.

Jouw ego is beter dan het ego van een heilige; jouw ego is beter, veel beter – omdat jouw ego heel grof is, en het grove ego kan gemakkelijker worden begrepen en losgelaten dan het subtiele. Het subtiele ego blijft zulke spelletjes spelen dat het erg moeilijk is. Je hebt een absoluut bewustzijn nodig om dat te kunnen observeren.

Osho: The Fish in the Sea is Not Thirsty #12

Image by Андрей Бетев from Pixabay.

Telkens wanneer je angst waarneemt

Volg je angstinstinct niet, want dat maakt een lafaard van je. Het ondermijnt je menselijkheid. Het is een vernedering die je jezelf oplegt. Wanneer je angst waarneemt, ga er dan tegenin! Een eenvoudig criterium: wanneer je merkt dat er angst is, ga er dan tegenin en je zult altijd in beweging blijven, groeien, je blijven ontwikkelen en dichter bij het moment komen waarop het ego simpelweg wegvalt – want heel zijn functioneren is gebaseerd op angst. En de afwezigheid van het ego is verlichting; het is niet iets extra’s.


Gewoon een eenvoudig principe: onthoud dat alles wat je bang of angstig maakt, een duidelijke aanwijzing is van wat je moet doen. Je moet precies het tegenovergestelde doen. Je mag geen volgeling van angst worden, je moet je angst bestrijden. Zodra je besluit je angst te bestrijden, ben je op weg naar de verlichting.

Osho: From the False to the Truth #26

Image by Creative Canvas from Pixabay.