Tantra maakt geen oppervlakkig onderscheid tussen goed en kwaad. Wat is dan zuiverheid? Tantra zegt dat onderscheid maken onzuiver is en dat leven zonder onderscheid zuiverheid is. Voor Tantra betekent zuiverheid dus onschuld – ongedifferentieerde onschuld.

Neem een kind; je noemt hem puur. Hij wordt boos, hij is hebzuchtig, dus waarom noem je hem dan puur? Wat is er puur aan de kindertijd? Onschuld! Er is geen onderscheid in de mind van een kind. Het kind is zich niet bewust van enige scheiding tussen wat goed is en wat slecht is. Dat onbewustzijn is de onschuld. Zelfs als hij boos wordt, heeft hij geen mind om boos te zijn; het is een zuivere en eenvoudige handeling. Het gebeurt, en als de boosheid weg is, is ze weg. Er blijft niets achter. Het kind is weer hetzelfde, alsof de boosheid er nooit is geweest. De puurheid is onaangetast; de puurheid is dezelfde. Een kind is dus puur omdat er geen mind is.
Hoe meer het denken zich ontwikkelt, hoe onzuiverder het kind zal worden. Dan zal woede er zijn als iets weloverwogens, niet spontaan. Dan zal het kind de woede soms onderdrukken – als de situatie het niet toelaat. En wanneer woede wordt onderdrukt, zal die soms in plaats daarvan op een andere situatie worden overgedragen. Wanneer er eigenlijk geen reden is om boos te zijn, zal hij boos worden, omdat de onderdrukte woede een uitlaatklep nodig heeft. Dan wordt alles onzuiver omdat het verstand zich ermee is gaan bemoeien.
Een kind kan in onze ogen een dief zijn, maar een kind is zelf nooit een dief omdat het concept dat dingen aan individuen toebehoren, in zijn mind niet bestaat. Als hij je horloge, je geld of wat dan ook meeneemt, is dat voor hem geen diefstal, omdat het idee dat dingen aan iemand toebehoren, niet bestaat. Zijn diefstal is puur, terwijl zelfs jouw niet-diefstal niet puur is – de mind is erbij.
Tantra zegt dat wanneer iemand weer als een kind wordt, hij puur is. Natuurlijk is hij geen kind – alleen als een kind. Het verschil is er en de gelijkenis is er. De gelijkenis is de herwonnen onschuld. Iemand is weer als een kind. Een kind staat naakt – niemand voelt de naaktheid, omdat een kind zich nog niet bewust is van het lichaam. Zijn naaktheid heeft een andere kwaliteit dan jouw naaktheid. Jij bent je bewust van het lichaam.
De wijze moet deze onschuld herwinnen. Mahavira staat weer naakt. Die naaktheid heeft weer dezelfde kwaliteit van onschuld. Hij is zijn lichaam vergeten; hij is niet langer het lichaam. Maar er is ook één verschil, en dat verschil is groot: het kind is simpelweg onwetend, vandaar de onschuld. Maar de wijze is wijs, dat is de reden voor zijn onschuld.
Het kind zal zich op een dag bewust worden van zijn lichaam en de naaktheid voelen. Hij zal proberen zich te verbergen, hij zal zich schuldig gaan voelen en hij zal schaamte voelen. Hij zal zich ervan bewust worden. Zijn onschuld is dus een onschuld van onwetendheid. Kennis zal die vernietigen.
Dat is de betekenis van het bijbelverhaal over Adam en Eva die uit de tuin van Eden werden verdreven. Ze waren naakt als kinderen. Ze waren zich niet bewust van het lichaam; ze waren zich niet bewust van woede, hebzucht, lust, seks of wat dan ook. Ze waren zich van niets bewust. Ze waren als kinderen, onschuldig. Maar God had hun verboden de vrucht van de boom der kennis te eten. De boom der kennis was verboden, maar ze aten ervan, omdat alles wat verboden is aantrekkelijk wordt.
Alles wat verboden is, wordt aantrekkelijk! Ze leefden in een grote tuin met een oneindig aantal bomen, maar de boom der kennis werd de belangrijkste en meest betekenisvolle juist omdat hij verboden was. Echt, dit verbod werd de aantrekkingskracht, de uitnodiging. Ze waren als het ware gemagnetiseerd, gehypnotiseerd door de boom. Ze konden er niet aan ontsnappen, ze moesten ervan eten.
Maar dit verhaal is mooi omdat de boom de boom der kennis wordt genoemd. Zodra ze de vrucht der kennis aten, werden ze niet-onschuldig. Ze werden zich bewust; ze realiseerden zich dat ze naakt waren. Onmiddellijk probeerde Eva haar lichaam te verbergen. Met het bewustzijn van het lichaam werden ze zich van alles bewust – woede, lust, hebzucht, alles. Ze werden volwassen, en daarom werden ze uit de tuin verdreven. In de Bijbel is kennis dus zonde. Ze werden uit de tuin verdreven, ze werden gestraft vanwege hun kennis. Tenzij ze weer als kinderen worden – onschuldig, onwetend – kunnen ze de tuin niet betreden. Ze kunnen het koninkrijk van God alleen weer binnengaan als ze aan deze voorwaarde voldoen: weer onschuldig worden.
Het geheel is gewoon het verhaal van de mensheid. Elk kind wordt uit de tuin verdreven, niet alleen Adam en Eva. Elk kind beleeft zijn kindertijd in onschuld zonder iets te weten. Hij is zuiver, maar die zuiverheid is een zuiverheid van onwetendheid. Dat kan niet zo blijven. Tenzij het een zuiverheid van wijsheid wordt, kun je er niet op vertrouwen. Het zal moeten verdwijnen; vroeg of laat zul je de vrucht van de kennis moeten eten. Elk kind zal de vrucht van de kennis moeten eten.
In de Hof van Eden was het gemakkelijk – daar stond gewoon de boom. Als vervanging voor de boom hebben we scholen, hogescholen en universiteiten. Elk kind zal moeten slagen, zal niet-onschuldig moeten worden, zal zijn onschuld moeten verliezen. De wereld zelf heeft kennis nodig, het bestaan zelf heeft kennis nodig. Zonder kennis kun je er niet in bestaan. En op het moment dat kennis komt, ontstaat er verdeeldheid. Je begint onderscheid te maken tussen wat goed is en wat slecht is.
Voor het Tantra is de scheiding tussen goed en kwaad dus onzuiverheid. Vóór die scheiding ben je puur, erna ben je puur; erin ben je onzuiver. Maar kennis is een noodzakelijk kwaad, je kunt er niet aan ontkomen. Je moet erdoorheen; dat hoort bij het leven. Maar je hoeft er niet altijd in te blijven, je kunt er bovenuit stijgen.
Transcendentie maakt je weer puur en onschuldig. Als scheidingen hun betekenis zouden verliezen, als de kennis die onderscheid maakt tussen goed en kwaad niet meer zou bestaan, zou je weer vanuit een onschuldige houding naar de wereld kijken.
Jezus zegt: “Tenzij jullie worden als kinderen, kunnen jullie mijn koninkrijk van God niet binnengaan.” Tenzij jullie worden als kinderen… dit is de puurheid van Tantra.
Lao Tzu zegt: “Eén inch scheiding, en hemel en aarde zijn uit elkaar gezet.”
Geen scheiding is de geest van de wijze – helemaal geen scheiding! Een wijze weet niet wat goed is of wat slecht is. Hij is als kinderen, maar ook weer niet, omdat hij deze scheiding heeft gekend. Hij is door deze scheiding heen gegaan en heeft haar overstegen; hij is er voorbijgegaan. Hij heeft duisternis en licht gekend, maar nu is hij er voorbijgegaan. Nu ziet hij duisternis als onderdeel van licht en licht als onderdeel van duisternis; nu is er geen scheiding meer.
Licht en duisternis zijn beide één geworden – gradaties van één verschijnsel. Nu ziet hij alles als gradaties van het ene; hoe tegengesteld ze ook zijn, ze zijn niet twee. Leven en dood, liefde en haat, goed en kwaad, alles maakt deel uit van één verschijnsel, één energie. Het verschil zit hem alleen in gradaties, en ze kunnen nooit worden gescheiden. Er kan geen grens worden getrokken waarbij gezegd kan worden: “Vanaf dit punt is er een scheiding.” Er is geen scheiding.
Wat is goed? Wat is slecht? Van waaruit kun je ze definiëren en als afzonderlijk afbakenen? Ze zijn altijd één. Het zijn slechts verschillende gradaties van hetzelfde. Zodra dit bekend en gevoeld is, wordt je mind weer puur. Dit is de puurheid die Tantra bedoelt. Daarom zal ik tantrische puurheid definiëren als onschuld, niet als goedheid.
Maar onschuld kan onwetend zijn – dan heeft het geen nut. Het moet verloren gaan, je moet eruit worden geworpen; anders kun je niet volwassen worden. Het opgeven van kennis en het overstijgen van kennis maken beide deel uit van het volwassen worden, van het werkelijk volwassen zijn.
Ga er dus doorheen, maar blijf er niet in hangen.
Ga verder! Blijf in beweging!
Er komt een dag dat je er voorbij bent.
Osho: The Book of Secrets, Vol.1 #8
Zie ook: My Sammasati.