Nieuw

Wat is meditatie?

Osho beantwoordt de vraag ‘wat is meditatie?’ op Osho TV deze week:
From Misery to Enlightenment #2.

… meditatie moet je begrijpen in de zin van ‘dhyana’, want het Engelse woord meditatie wekt weer een verkeerde indruk. Probeer eerst eens te begrijpen wat het eigenlijk in het Engels betekent, want elke keer dat je `meditatie’ zegt, kan je worden gevraagd: ‘Waarover? Waarover mediteer je?’ Er moet een onderwerp zijn. Het woord op zich verwijst naar een onderwerp, bijvoorbeeld dat ik mediteer over schoonheid, over waarheid, over God. Maar je kunt niet zomaar zeggen: ‘Ik mediteer.’ Die zin is in het Engels onvolledig. Je moet zeggen waarover–waarover mediteer je? En dat is de moeilijkheid.


Dhyana betekent: ‘Ik ben in meditatie’–zelfs niet dat je mediteert. Als je het nog dichter benadert: ‘Ik ben meditatie’–dat is de betekenis van dhyana. Dus toen ze er in China geen woord voor konden vinden, leenden ze het woord, het boeddhistische woord jhana. Boeddha gebruikte jhana; dat is de Pali-versie van dhyana.

Boeddha gebruikte uit hoofde van zijn revolutie de taal van het volk, want, zei hij: `De religie moet zich van de alledaagse, gewone taal bedienen, zodat het priesterdom gewoon achterwege kan blijven; het is onnodig. De mensen begrijpen hun geschriften, de mensen begrijpen hun soetra’s, de mensen begrijpen waar ze mee bezig zijn. Een priester is nergens voor nodig.’

De priester is nodig omdat hij een andere taal gebruikt, die de mensen niet beheersen, en hij blijft maar hameren op de idee dat Sanskriet de goddelijke taal is en dat niet iedereen die mag lezen. Het is een speciale taal, net als die van de dokter. Heb je daar ooit bij stilgestaan?–waarom artsen hun recepten altijd in het Latijn en Grieks schrijven? Wat is dat voor dwaasheid? Ze kennen geen Grieks, ze kennen geen Latijn, maar hun medicijnen en de namen van hun medicijnen zijn altijd in het Grieks en Latijn. Dat is dezelfde truc als van het priesterdom.

Als ze in de gewone volkstaal schrijven, kunnen ze je niet zoveel berekenen als ze nu berekenen. Want dan zeg je: ‘Dit recept–rekent u me twintig dollar voor dit recept?’ En de drogist en de apotheker kunnen ook niet zoveel geld rekenen, want ze weten dat je hetzelfde voor maar één dollar op de markt kunt krijgen, en jij rekent vijftig dollar. Maar in het Latijn en Grieks weet je niet wat het is. Als ze ‘ui’ opschrijven, zeg je: ‘Bent u nou helemaal?’ Maar als het er in het Grieks en Latijn staat, weet je niet wat het is. Alleen hij weet het, of alleen de apotheker weet het.

Boeddha kwam in opstand tegen het Sanskriet en gebruikte het Pali. In het Pali is dhyana jhana. Jhana kwam mee naar China en werd daar chan. Ze hadden geen ander woord en daarom namen ze het woord over–maar in elke taal zal de uitspraak veranderen. Het werd chan. Toen het in Japan kwam werd het zen, maar het is hetzelfde woord, dhyana. En wij gebruiken het woord meditatie in de betekenis van dhyana, dus het is niet iets waarover je mediteert.

In het Engels ligt het ergens tussen concentratie en contemplatie. Concentratie is op één punt gericht, contemplatie heeft een breed terrein en meditatie is een fragment van dat terrein. Als je je op een bepaald onderwerp bezint, zijn er een paar dingen waar je extra aandacht aan moet besteden; dan mediteer je. Dat wordt er in het Engels met meditatie bedoeld: concentratie en contemplatie zijn twee polen en meditatie ligt precies in het midden. Maar we gebruiken het woord niet in de Engelse betekenis, we geven er een totaal nieuwe betekenis aan.

Meer: From Misery to Enlightenment #2

Afbeeldong Welcome garden, OSHO International Meditation Resort, Pune, India.

Seks, liefde, licht


Seks moet niet zomaar seks blijven;
dat is de leer van Tantra.
Het moet worden omgezet in liefde.

En liefde mag ook niet gewoon liefde blijven.
Het moet worden omgezet in licht,
in meditatieve ervaring,
in de laatste, ultieme mystieke piek.

Hoe transformeer je liefde?
Wees de daad en vergeet de doener.
Wees liefde terwijl je liefhebt – gewoon liefde.
Dan is het niet jouw liefde of mijn liefde
of die van iemand anders –
het is gewoon LIEFDE.

Als jij er niet bent, als je in de handen bent
van de ultieme stroom van de bron,
als je verliefd bent, ben jij het niet die verliefd is.
Als de liefde je heeft overspoeld, ben je verdwenen;
ben je gewoon een stromende energie geworden.

Osho

Image by Duncan Dao from Pixabay.

Ramakrishna gek op eten

Geliefde Osho,
Op een avond in darshan zag ik u plotseling zitten niet als een persoon. Het was meer alsof een deel van u tegen ons sprak en een ander deel iets deed met de hele atmosfeer en energie rondom ons en binnenin ons. Geliefde Osho, uit hoe velen bestaat u eigenlijk?

Deva Karunesh, ik ben zoveel als jullie er zijn; mijn hart klopt in jullie. Zonder jullie heb ik geen enkel doel om hier te zijn. Enkel een dunne draad van liefde houdt me hier te midden van jullie. Het hangt allemaal van jullie af – als jullie in aantal groeien, ben ik meer.

Ik moet denken aan Ramakrishna… hij was een vreemde mysticus. Het was moeilijk voor de Indiase geconditioneerde mind om hem te accepteren. Vele kwamen maar weinigen bleven bij hem. Na zijn overlijden gingen tien miljoen mensen hem volgen. Het was zoiets triviaals waarom mensen hem niet accepteerden, maar voor de geconditioneerde mind wordt zelfs iets triviaals immens belangrijk als het tegen zijn conditionering ingaat. En Ramakrishna was een absoluut vrij individu.

Een koningin had een mooie tempel laten bouwen in Dakshineshwar, vlakbij Calcutta. Maar de koningin behoorde tot de laagste kaste, de sudras – dat zijn de onaanraakbaren. Dus geen enkele brahmaan was bereid om priester in haar tempel te worden – alsof God in de tempel ook een sudra zou worden, onaanraakbaar. De koningin, Rani Rasmani, ging er erg voorzichtig mee om. Ze ging nooit de tempel binnen, ze stond altijd voor de deur en vanaf daar uitte ze haar dankbaarheid en dankte ze zo God.

Maar de brahmanen waren er allemaal absoluut op tegen om priester te worden in een sudra tempel. De tempel was ook sudra geworden. Ramakrishna, toen hij erover hoorde, accepteerde het ambt wel. Hij was een brahmaan van hoge kaste, en alle brahmanen veroordeelden hem, gingen hem boycotten. Maar hij lachte erom. Hij zei: ‘Wie de tempel ook maakt, kan niet de kwaliteit van God veranderen.’

Tegen de hele maatschappij in accepteerde hij de betrekking. En zijn eredienst was ook vreemd. Hij was een vreemde man … heel erg kleurrijk.
 Soms was hij de hele dag aan het bidden, van de ochtend tot de avond. Mensen waren verbaasd, soms was hij de hele dag van de ochtend tot de avond in verering en soms helemaal niet – hij deed dan zelfs de deuren van de tempel niet open, hij hield ze gesloten. Dat werd doorgegeven, en Rasmani kon het niet geloven. Ze vroeg aan Ramakrishna: ‘Wat is dit voor eredienst?’ 
Hij zei: ‘Ik ben geen man van rituelen; ik vertrouw op de liefde. Als God zich goed gedraagt jegens mij, dan dien ik de hele dag, en als hij onbuigzaam, koppig is, dan boycot ik hem compleet – dan geef ik hem zelfs geen eten. Dan is hij binnen twee, drie dagen weer bij zinnen.’ 

Rasmani moet een vrouw van groot inzicht geweest zijn. Ze kon de onschuld van Ramakrishna wel zien, dat hij geen priester was in de gewone zin van het woord.

Toen werd er gemeld dat hij, voordat hij God iets te eten aanbood, het zelf proefde en het dan pas aanbood. ‘Dit is heiligschennis, dit is te gek,’ zeiden de mensen.
Opnieuw werd hij geroepen: ‘Waar bent u nou mee bezig? Weet u niet dat u niet als eerste het eten mag proeven. Eerst moet God het nemen, het moet hem aangeboden worden; dan kunt u het uit gaan delen, en kunt u ervan nemen.’
Hij zei: ‘U kunt mijn ontslag accepteren, maar ik kan niet tegen mijn hart ingaan. Mijn moeder proefde altijd eerst, voordat ze het aan mij gaf. Als het echt heerlijk was gaf ze het aan mij; als het niet zo goed was dan ging ze het opnieuw maken. Ik kan niet wreed zijn tegen God. Ik houd van hem. Hoe kan ik hem iets aanbieden wat ik niet heb geproefd?’


Rasmani begreep dit ook. Ze was niet alleen wijs, ze was ook een vrouw. Maar het derde geval was erg moeilijk voor mensen, en dat was het volgende: als Ramakrishna bezig was een preek te houden, dan hield hij soms middenin de preek plotseling op — en zei dan: ‘Neem me niet kwalijk, ik kom zo weer terug.’
En dan ging hij naar de keuken om aan zijn vrouw Sharda te vragen: ‘Wat ben je vandaag aan het klaarmaken? Maak iets echt lekkers.’
Dit was te gek, zelfs Sharda was er op tegen, ze zei: ‘Dit kan niet – over God praten, en dan midden in het verhaal ineens aan eten denken, wat zullen de mensen wel niet denken – wat is dit voor man?’ 


De discipelen uit zijn naaste kring geloofden wel dat hij verlicht was, maar zelfs zij begonnen te twijfelen. Alles was oké, maar steeds die preek onderbreken, om bij zijn vrouw te gaan informeren… want de keuken was niet ver weg, dus iedereen kon horen wat hij allemaal vroeg. Als hij dan terugkwam, begon hij weer over God te preken. Ze zeiden: ‘Hier moet je mee stoppen. Het brengt je in opspraak.’
Hij moest er gewoon om lachen, en gaf verder geen antwoord.


Op een dag zei zijn vrouw: ‘Als je deze vraag niet beantwoordt, ga ik vandaag geen eten voor je maken; dan zullen we allemaal gaan vasten.’
Hij zei: ‘Als je dat persé wilt weten, kan ik het je wel vertellen. De dag dat ik geen interesse in eten heb, de dag dat ik niet meer geïnteresseerd ben in eten, onthoud dat, zijn er nog maar drie dagen over van mijn leven. Dit is de laatste draad, een erg dunne en fragiele, die me nog hier houdt.’ 


Zelfs als hij op bed lag te rusten, zodra zijn vrouw met het eten binnenkwam, sprong hij op – net als een klein kind – om gauw even naar het bord te kijken: ‘Wat heb je gemaakt?’ 

Zijn vrouw zei: ‘Gedraag je nou eens als een volwassene, je bent geen kind meer!’ 

Hij zei; ‘Wie kan dat hier nou zien? Maak je niet druk, zeg gewoon wat je klaargemaakt hebt. Je maakt zulke lekkere dingen dat ik daar het vaakst over mediteer. Maar onthoud het, de dag dat ik geen interesse meer heb zijn er nog maar drie dagen over.’


En op een dag gebeurde het, hij was aan het rusten, met zijn ogen naar de deur; zijn vrouw kwam binnen, en toen draaide hij zich naar de andere kant om. Normaal zou hij zijn opgesprongen, maar nu deed hij juist het tegenovergestelde. Het bord viel zijn vrouw uit haar handen. ‘Nog maar drie dagen?’ En precies op die dag werd ontdekt dat hij keelkanker had.


De volgende drie dagen was hij niet in staat om te eten of te drinken. Een van zijn naaste discipelen vroeg hem: ‘Jij bent zo dichtbij de bronnen van het leven, je kunt toch gewoon vragen om die kanker weg te halen? Als jij niet eet of drinkt, eet of drinkt niemand van jouw discipelen meer. Hoe zouden we dat kunnen?’ 

Toen ze er allemaal op stonden, zei hij: ‘Goed, ik zal het proberen. Maar het probleem is dat ik het vergeet zodra ik mijn ogen sluit, want de gedachten verdwijnen, en dan vergeet ik wat ik had moeten vragen. Maar ik zal mijn best doen.’


Het was de derde dag, de dag dat hij stierf. Hij sloot zijn ogen en zijn gezicht werd stralend. Hij glimlachte hoewel de pijn enorm was en hij deed zijn ogen open om zijn discipelen aan te kijken: ‘Ik heb het gevraagd, maar het antwoord wat ik kreeg was, “Nu, Ramakrishna, moet je eten met elke mond die van je houdt, je zou moeten drinken met elke mond die met jou verbonden is. Waarom dring je er op aan om maar één lichaam te hebben? Al deze lichamen van de mensen die van je houden zijn jouw lichamen.” Dus als je wilt dat enig voedsel mij zal bereiken, houd dan op met te vasten.’


Bedroefd zaten zijn discipelen die avond te eten, maar dat was de laatste. Ramakrishna kwam zijn kamer uit en het verheugde hem dat zijn discipelen zaten te eten. Maar hij zei: ‘Waarom zijn jullie verdrietig? Jullie kennen mij, ik houd van eten. Als jullie namens mij eten, gedraag je dan ook als mij.’

Hij maakte ze aan het lachen en liet ze blij zijn in een situatie dat ze vol tranen waren – omdat het de derde dag was, en in de avond zou Ramakrishna weg zijn, zou hij dood zijn.

Net voordat hij stierf zei hij tegen Sharda en zijn discipelen: ‘Ik verlaat slechts het lichaam, niemand zou moeten zeggen dat Ramakrishna dood is. Ik zal hier zijn, en jullie moeten je in deze kamer net zo gedragen als jullie dat in mijn bijzijn doen – met dezelfde liefde, met hetzelfde respect, met dezelfde dankbaarheid, met dezelfde vreugde.’
Hij zei tegen zijn vrouw: ‘Je hoeft geen weduwe te zijn, want ik ga niet dood, ik ga alleen maar over van lichaam naar lichaam-loosheid. Nu zal het makkelijker voor me zijn om in jullie allemaal te zijn, waar jullie ook zijn.’


Karunesh, jouw handen zijn mijn handen, en jouw ogen zijn mijn ogen, en alleen als dit gebeurt ga je van discipel zijn over naar de status van een toegewijde. Dus wat je voelt is helemaal juist. Ik praat tegen je alleen maar om je bezig te houden zodat ik op andere manieren op je kan werken, op je hart. Het is spirituele operatie. Als je niet stil bent, rustig, kalm, gewoon geabsorbeerd in het naar me luisteren, kan ik het subtiele werk niet doen. Mijn praten is niets anders dan anesthesie.

Video op Osho TV: The Razor’s Edge #24 vraag 1
Vertaling: The Razor’s Edge # 24

Afbeelding van Drishti IAS.

Liefde is de steen der wijzen


Als je eet, eet dan met liefde; want wat je eet is God.
Als je loopt, loop dan met liefde;
want je loopt op de aarde, op heilige grond.

Als je je wast, doe dat dan met diepe toewijding,
met liefde en respect voor je lichaam,
want dit is niet jouw lichaam, het is het lichaam van God;
het is Zijn tempel.

Zo zullen de kleine dingen in het leven die geen betekenis hadden,
enorm veel waarde krijgen.
En wanneer de kleine dingetjes betekenis krijgen,
zijn ze niet langer klein: je hebt ze in grote dingen veranderd. 

Het is aan jou om een klein en onbeduidend leven te leiden,
of een groots leven:
als je zonder liefde leeft, zul je een heel klein leven leiden.
Als je met liefde leeft, door liefde, zul je een groots leven hebben,
want liefde maakt alles groots.

Liefde is de steen der wijzen:
alles wat ze aanraakt, verandert in goud.

Osho

Image by Svetlana from Pixabay.

Sagarpriya, liefde voor de oceaan

Amar Leela, van Star Sapphire in Ravenna, Italië, schreef op 2 januari:

Our beloved friend and teacher Sagarpriya, left her body yesterday.
She was at peace and ready to go…
…the energy around her body was peaceful, and her face too…
It had been just a moment, and she left her body…

Op 11 januari was er een mooi afscheid via Zoom waar vele vrienden dierbare herinneringen ophaalden. Ze heeft jarenlang mensen getraind in Psychic Massage, in Osho’s Mystery School in Pune en later in vele plaatsen over de hele wereld. De laatste jaren leefde ze in Imola, Italië. Een echte ‘Osho lover’, ze hield van de oceaan.

Meer: Psychische massage.
In dit boek wordt een bepaalde vorm van massage beschreven, die de mens in zijn totaliteit als uitgangspunt neemt en hem juist in zijn totaliteit probeert te brengen tot een diepe ontspanning.


Pradeepa en vipassana

Ma Prem Pradeepa is overleden. Gisteren hebben vrienden van over de hele wereld afscheid genomen van haar in Marin, California.
In de jaren 60 begonnen om de wereld te verbeteren, begon haar zoektocht in de jaren 70 naar ‘verbeter jezelf’. Via Gurdjeff en Ouspensky groepen in Londen ging ze naar Sri Lanka om mee te doen aan een Vipassana retreat in een boeddhistisch klooster. Na 9 maanden reizen kwam ze via o.a. Pondicherry, Dharmsala en Kashmir terecht in Pune. Daar vroeg Osho haar om Vipassana te gaan leiden en dat heeft ze meer dan dertig jaar gedaan. 


Pradeepa heeft een vraag gesteld: ‘Osho, wanneer u Lao Tzu citeert met de woorden: “Iedereen is helder, alleen ik ben warhoofdig”, vind ik dat geweldig, want ik ben ook warhoofdig. Maar er moet toch een verschil zijn tussen mijn warhoofdigheid en die van Lao Tzu.’

Dat is er niet, Pradeepa. Maar je geloof het niet. Lao Tzu is net zo verward als Pradeepa. Lao Tzu zal het met me eens zijn, Pradeepa niet. Daar zit het probleem: hoe kan Pradeepa het eens zijn dat haar verwarring. . .? Lao Tzu bedoelt vast iets heel mysterieus, iets van een totaal andere dimensie.
Nee. Lao Tzu zegt gewoon dat je geen groot genie hoeft te zijn om God te kennen. God is voor iedereen beschikbaar, onvoorwaardelijk voor iedereen, absoluut voor iedereen. Je hoeft niet aan bepaalde voorwaarden te voldoen, je hoeft niet naar een bepaald niveau te stijgen. God is voor jou beschikbaar zoals je bent, omdat God jou IS GEWORDEN. Er is niemand ANDERS in jou. Kijk maar eens…

Osho: Be Still and Know #10.

Osho over vipassana:

Allerlei meditaties – honderden technieken – zijn beschikbaar, maar de essentie van al die technieken is hetzelfde, ze verschillen alleen van vorm. En de essentie zit vervat in de Vipassana meditatie.

Deze meditatie heeft wereldwijd meer mensen verlicht gemaakt dan welke andere meditatie ook, want ze is de essentie zelf. Alle andere meditaties bevatten ook dezelfde essentie, maar in andere vormen; er zit ook iets niet-essentieels bij. Maar Vipassana is pure essentie. Je kunt er niets uit weglaten en je kunt er evenmin iets aan toevoegen om haar te verbeteren.

Vipassana is zo eenvoudig dat zelfs een klein kind het kan doen.

Hier is Vipassana een ‘juicy’ ervaring, is het niet saai.

Op de Vipassana die in boeddhistische landen gepraktiseerd wordt, heb ik enige kritiek. Ze hebben het allemaal erg droog gemaakt, als in de woestijn; niets bloeit, er is niets groens, alles is heel zakelijk. Ik wil dat je meditatie leert ervaren als een spel, als iets speels.

Laat je liefde als ademen zijn

Als je adem opspaart sterf je omdat hij dan muf wordt, hij sterft af. Hij verliest alle vitaliteit, de kwaliteit van leven. Met liefde is dat eveneens het geval. Ze is een soort ademhaling en elk moment hernieuwt zij zichzelf. Wanneer iemand in de liefde komt vast te zitten en stopt met ademhalen, verliest het leven alle betekenis.
En dat is nu precies wat mensen overkomt: de mind is zo dominant dat hij zelfs het hart beïnvloedt en zelfs het hart bezitterig maakt! Het hart kent geen bezitsdrang, maar de mind besmeurt en vergiftigt het.


Blijf dit doorlopend voor ogen houden. Schep een liefdesverhouding met het bestaan en laat je liefde als ademen zijn. Adem in, adem uit, maar laat het liefde  zijn die naar binnen en naar buiten gaat.
Gaandeweg moet je wel met iedere ademteug die liefdesmagie creëren. Dat wordt jouw meditatie: bij de uitademing moet je voelen dat jij liefde in het bestaan uitstort; bij de inademing stort het bestaan zijn liefde in jou uit.

Het duurt niet lang of je ziet dat de kwaliteit van je adem aan het veranderen is. Dan begint het iets totaal anders te worden dan alles wat je voordien ooit hebt gekend. Daarom noemen wij dit in India prana, leven – niet ademhaling zonder meer. Het is niet enkel zuurstof, er is nog iets anders – heel de essentie van leven, het goddelijke zelf. Als we het uitnodigen, komt het ook binnen, licht aarzelend, met de adem.

Laat dit dus je meditatie zijn, je techniek. Rustig zitten, ademen, liefde ademen.
Het brengt je ontroering, je gaat een soort innerlijke dans voelen.

Osho: Apotheek voor de ziel, p. 72-73.

Image by Midori Therapy Studio from Pixabay.

Mijn pijl zit altijd in het midden

Op Osho TV gaat het over faalangst en zelf-veroordeling: The Razor’s Edge # 24.

Alle religies leven op angst, ze maken elk kind angstig. En angst wordt de psychologische atmosfeer van jouw wezen. Dus je bent nooit totaal in wat je doet, je aarzelt altijd – of het wel juist is: gaat wat je doet je beloning brengen of straf, kom je zo dichter bij God of ga je er verder van weg?
Elke stap is vol angst. En het was hierdoor dat religies in staat waren jou te exploiteren.
Een mens die geen angst heeft kun je niet exploiteren. Hij leeft volgens zijn eigen licht. Hij heeft een levensstijl van zichzelf, niet geleend, niet door anderen gegeven.
Niemand heeft je ooit geaccepteerd zoals je bent. En omdat iedereen wilde dat je iemand anders was dan wie je bent, ben je langzaamaan ook zelf-veroordelend geworden: ik faal altijd, mijn pijl komt nooit ver genoeg, het bereikt nooit het doel.


Er is een oud verhaal van een grote koning die ook een groot boogschutter was. Hij had het idee dat er geen ander zoals hij was. Hij was op reis op zijn gouden troon, in een gouden wagen – hij was op weg om een andere keizer te bezoeken – toen hij door een dorp kwam, en hij stond enorm verbaasd. Voor het eerst voelde hij, misschien is er wel een grotere boogschutter dan ik in dit kleine dorp, en heb ik nooit eerder over hem gehoord – want op elke boom, op de hekken staken er pijlen precies in de roos.

Het leek alsof de man nooit de roos had gemist. Hij informeerde bij de mensen… hij stopte zijn wagen en vroeg, ‘Wie is deze boogschutter?’ en ze begonnen te lachen.
Hij vroeg, ‘Waarom lachen jullie? Ik houd van boogschieten en ik wil deze man belonen omdat ik dacht dat ik de grootste boogschutter was – een enkele keer mis ik – maar ik heb gezien dat hier op elke boom de pijlen precies in het midden van een geschilderde cirkel steken.’

Ze zeiden, ‘We moeten lachen omdat u niet weet dat deze boogschutter de dorpsgek is.’ 
Hij zei, ‘De dorpsgek? Dat maakt niets uit, maar hij is wel een groot boogschutter, breng hem hier.’
Ze zeiden, ‘U begrijpt het niet. Eerst schiet hij de pijlen af en daarna gaat hij er grote cirkels omheen maken – dit is geen boogschieten. Maar hij is altijd gelukkig, en iedereen die door dit dorp gaat informeert bijna altijd naar deze idioot, niemand vraagt ergens anders naar. Overal schiet hij pijlen af in het dorp, de hele dag door, dat is zijn werk. Er is geen doel, waar de pijl ook inslaat, daar gaat hij naar toe en maakt er precies een cirkel omheen, dus zit hij altijd in de roos.
Gaat u dus maar verder, en maak u niet druk om hem, hij is gewoon een idioot en meer niet. Wij hebben tegen hem gezegd, als je een boogschutter wilt zijn, leer het dan. Hij zei, “Waar is dat goed voor? De boogschutter kan het midden van de cirkel raken – het maakt niet uit of de cirkel ervoor of erna is gemaakt – maar mijn pijl zit altijd in het midden.”‘

Deze maatschappij is uiterst veroordelend. Wie je ook bent is niet aanvaardbaar, iets beter…. Langzaamaan word je besmet met de ziekte van zelf-veroordeling. Maar liefde is een wonder. Als ze plaatsvindt, en je bent er totaal in, dan neemt ze al de energie van angst, van zelf-veroordeling, van twijfel, van droefheid, van ellende, van vrees weg. En als eenmaal de energie ervan weg is, zijn al deze denkbeelden lijken, ze verliezen hun greep op jou.

Vandaar dat ik je zeg: Liefde is de gouden sleutel voor transformatie. Maar het moet geen oppervlakkige, gewone liefde zijn. Het moet niet zo klein zijn dat twijfel ernaast kan bestaan, zelf-veroordeling ook kan bestaan, ellende ook kan bestaan, haat ook kan bestaan, want jouw liefde heeft slechts erg weinig energie nodig. Ze moet leven absorberend zijn. Zodra jouw liefde bijna jouw hele leven is, wordt ze gebed.

Voor mij is er geen ander gebed dan een liefde die je zo totaal bezit dat niets anders binnenin je kan bestaan; liefde heeft alle ruimte nodig en je moet alle rommel uit je wezen gooien. Een grote liefde is het enige gebed, het enige ware gebed. En Jezus heeft gelijk als hij zegt, ‘God is liefde.’

Meer: The Razor’s Edge # 24

Image by Amrulqays Maarof from Pixabay.

De meest uitgebuite klasse

Op Osho TV gaat het over onzekerheid, de angst voor het onbekende:
Theologia Mystica #3.

Het werd in het verleden gedacht dat het proletariaat de meest uitgebuite klasse was, dat was niet waar. Later vonden we dat het niet het proletariaat is maar de wereld van vrouwen die de meest uitgebuite wereld is. Maar nu ontdekken we dat zelfs dat niet waar is. De meest uitgebuite klasse en de meest hulpeloze is de klasse van kleine kinderen.


Het kind is zo afhankelijk van de ouders. Hij moet naar hen luisteren; hij kan geen nee zeggen. Van binnen zegt hij nee; in zijn beenderen, in zijn bloed, in zijn merg zegt hij nee. Maar oppervlakkig moet hij ja zeggen gewoon om te overleven. Dus hij aanvaardt de grenzen. En als je zekere grenzen voor twintig, vijfentwintig jaar hebt geaccepteerd, dat is een derde van jouw leven en de meest belangrijke een derde… Je zult nooit opnieuw zo intelligent, nooit zo vitaal, nooit zo kwetsbaar, nooit zo onschuldig, nooit zo ongeconditioneerd zijn.

Deze vijfentwintig jaar, het eerste derde van leven zijn geregeld door mensen die bang zijn, bevend, die slaven zijn. Ik zeg niet dat ze de schade aan hun kinderen bewust, opzettelijk doen. Ze zijn goede mensen; hun intenties zijn goed, maar hun begrip is zo arm, bijna niet bestaand.
 Anders zou elke ouder het kind helpen voorbij het gekende te gaan.

Dat is de echte functie van een ouder, de ware functie van een meester: je te helpen om voorbij het gekende te gaan, jou een liefhebber van het onbekende te maken, je te helpen om te riskeren voor het onbekende, je een speler te maken in de plaats van een zakenman, je te helpen meer poëtisch te zijn dan meer berekenend. Dan zal er geen probleem zijn. De liefdevolle ruimte en de onzekerheid ervan – beiden zullen jou verheugen.

Meer: Theologia Mystica #3

Image by Amanda Oliveira from Pixabay.

Ernaar uitkijken dat het gebeurt

Osho, vele jaren geleden, zo lijkt het,
kon ik nog mediteren – denk ik.
Er kwam dan vanuit het niets een prachtige,
stille, transparante toestand over me heen;
ik nam aan dat dit meditatie was.
Nu komt er niets meer,
behalve een razende mind.
Wat is er gebeurd?

Prema Veena, het gaat bijna altijd zo. De dagen waarop je het gevoel had dat er een soort meditatie met je gebeurde, waren de dagen waarop ‘jij’ er niet naar op zoek was, het gebeurde gewoon met je. Nu probeer je ‘het te laten gebeuren’ – en daar zit het hele verschil in.

Alle dingen die echt waardevol zijn in het leven, gebeuren gewoon: ‘jij’ kunt ze niet laten gebeuren; ‘jij’ kunt ze niet doen. Het kan meditatie zijn, het kan liefde zijn, het kan gelukzaligheid zijn, het kan stilte zijn – alles wat buiten je mind ligt, ligt buiten je vermogen om het te doen. ‘Jij’ kunt alleen dingen doen die binnen het domein van de mind vallen. De mind is de doener, maar je wezen is dat niet.

Je wezen is alleen maar een opening en een diepe acceptatie van alles wat er ook gebeurt: zonder klagen, zonder wrok – alleen maar pure dankbaarheid. En ook dat wordt niet door ‘jou’ gedaan! Dat maakt ook deel uit van het gebeuren. We moeten dit onderscheid heel duidelijk maken; bijna iedereen raakt in de war. Er gebeurt iets met je — het is zo mooi, zo zalig — dat de mind onmiddellijk begint te verlangen dat het vaker moet gebeuren, dat het dieper moet gaan. Zodra de mind zich ermee bemoeit, verstoort hij alles; de mind is de duivel (de vernietiger).

Je moet je er dus heel bewust van zijn dat je de mind niet moet toestaan zich te mengen in zaken van het hogere. De mind is uitermate geschikt als monteur – als technicus. Geef je mind wat hij kan doen, maar laat hem zich niet mengen in zaken die zijn capaciteiten te boven gaan. Maar een van de problemen is dat de mind niets anders is dan verlangen (verlangen naar meer). Wat de wereld van het doen betreft, kun je een groter huis hebben, kun je een beter huis hebben, kun je betere meubels hebben: je kunt alles ‘beter’ doen: dat ligt binnen het vermogen van de mind. Maar voorbij de mind…

De mind kan alleen maar verlangen en elk verlangen zal worden gefrustreerd. In plaats van meer meditatie te brengen, zal het je meer frustratie brengen. In plaats van je meer liefde te brengen, zal het je meer woede brengen. In plaats van stilte en vrede, zal het meer gedachtenverkeer brengen – en dat gebeurt vrijwel bij iedereen. Het is dus iets natuurlijks, waar je bovenuit moet groeien.

Osho, The Golden Future #3 question 1.

Bron: Osho Archive Catalog.
Image by Alexandra Haynak from Pixabay.