Zes blinde mannen en de olifant

‘Mensen lezen boeken, vinden daar fragmenten, maken filosofieën van die fragmenten. Zo hebben alle religies zich ontwikkeld, alle theologie en alle filosofie. Het is allemaal fragmentair,’ zegt Osho.
Ik heb eens een prachtige anekdote gehoord. Misschien ken je hem wel. Er bestaan vele versies van, maar ik denk dat je deze versie nog niet hebt gehoord.
Er zaten eens zes blinde medicijnstudenten aan de poort van een grote stad toen een olifant langzaam voorbij werd geleid. Geïnspireerd door de hoogste mate van wetenschappelijke nieuwsgierigheid, haastten de zes blinde studenten zich naar voren om het grote beest te betasten om erachter te komen wat het voor iets was.
De eerste man kwam met zijn handen op de slagtanden van de olifant. ‘Aha,’ zei hij, ‘dit schepsel is iets van been, ze komen zelfs door zijn huid heen.’ Jaren later is deze man orthopeed geworden.
Tegelijkertijd greep de tweede blinde medicijnstudent de olifant bij de slurf en stelde vast waar het voor diende. ‘Wat een neus!’ riep hij uit. ‘Dit is vast het belangrijkste deel van  het dier.’ Daarom is hij KNO arts geworden.
De derde man stuitte toevallig op de grote flapoor en kwam tot een soortgelijke conclusie: voor hem was het oor alles, daarom is hij uiteindelijk otoloog geworden.
De vierde liet zijn handen op de grote borst en buik van de olifant rusten. ‘De inhoud van deze ton is vast enorm groot,’ dacht hij, ‘en de pathologische afwijkingen ervan zijn vast eindeloos en gevarieerd.’ Er zat niets beters op voor hem dan internist te worden.
Een van de blinden kreeg de staart van de olifant te pakken. ‘Dit lijkt wel een nutteloos aanhangsel. Misschien leidt het wel tot problemen. Het is beter om het eraf te halen.’ De blinde man is chirurg geworden.

Maar de laatste van de zes liet het niet van de tastzin afhangen. In plaats daarvan luisterde hij alleen maar. Hij had de olifant aan horen komen, het geratel van de kettingen en het geschreeuw van de begeleiders. Misschien hoorde hij de olifant wel een geweldige zucht slaken toen hij voorbij sjokte.
‘Waar gaat dit schepsel naar toe?’ vroeg hij. Niemand gaf antwoord. ‘Waar komt hij vandaan?’ vroeg hij. Niemand die het wist. Toen viel die man in een diepe mijmering. Wat ging er in die olifant om, vroeg hij zich af, dat hij weggegaan was van waar hij ook vandaan kwam en naar deze grote stad was gekomen? Waarom geeft hij zich over aan onze onwaardige nieuwsgierigheid en de slavernij van kettingen? En intussen, terwijl hij zich afvroeg hoe hij antwoord moest vinden op deze vragen, was de olifant verdwenen. Deze man is psychiater geworden.

De andere studenten walgden van al dat onpraktische gedoe. Zij keerden hun visionaire metgezel de rug toe. Wat maakt het uit, zeiden ze, waar voor zin de olifant nou heeft? En zijn kettingen – dat is een juridisch, en geen medisch probleem. Waar het om gaat is om erachter te komen wat de structuur van het dier is.
En toen kregen ze onderling ruzie of de structuur van de olifant in wezen nou bestond uit een neus of een oor of een staart. En hoewel ze het op deze punten allemaal totaal oneens waren, waren ze het er wel allemaal over eens dat de psychiater een dwaas was.

Osho: The First Principle – Talks on Zen, # 5
Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti, eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.

Illustratie van Pamela Zagarenski