Reizen

Oog in oog met Osho

In maart 1978 was ik tijdens een wereldreis in Poona terechtgekomen. Drie dagen liep ik rond op de ashram, een oase met rode mensen, zonder de meester zelf te hebben gezien. Hij sprak in Hindi en dus had ik alleen naar zijn tapes in het Engels geluisterd.
Op die derde en laatste dag werd mij verteld dat het de Verlichtings-dag was van Bhagwan Shree Rajneesh, zoals Osho toen heette. Er zou in de avond een ‘celebration’ zijn en ik was welkom. Ik moest me wel wassen met geurloze zeep en shampoo. Die avond stond ik in de rij voor de eenvoudige boeddha-hal. Iedereen werd door twee meisjes beroken op geurtjes. Ik was de enige die geen rood droeg. Een meisje bracht mij naar de zijkant van de hal, tegenover het podium. Voor mij was een zee van zittende rode sannyasins. Er was live muziek, waarop langs de rand gedanst werd. Opeens voelde ik een groeiende spanning van verwachting in de hal. Vanuit de ashram naderde een witte auto die achter het podium uit het zicht verdween. De muziek werd opgevoerd, een golf van extase ging door de hal en daar kwam de Meester tevoorschijn vanachter een wit schot. …

Dit is de tweede aflevering van een serie reisverhalen.
Lees meer: Sanatan 2.

Sannyasins wezen de weg

In het voorjaar van 1978 was ik op wereldreis en kwam terecht in Goa, India. Dat was toen een verzamelplaats van jonge westerlingen die op zoek waren naar wijsheid en geestverruimende ervaringen. Daar bezocht ik de hippie-markt in Anjuna, waar deze zoekers hun spullen verkochten aan rijke Indiërs zodat ze langer in dit land van de goden konden blijven. Nadat ik de uitstallingen van rugzakken, spijkerbroeken, horloges, boeken en spacecake had bekeken, hoorde ik gelach en gejoel uit westerse kelen, uit de richting van het parkeerterrein . Nieuwsgierig liep ik er heen. Rond een oud busje stond een jolig groepje jonge mensen, die lachend en duwend in de wagen stapten. Hun vrolijkheid werkte aanstekelijk en ik merkte dat ik moest glimlachen. Het viel me op dat de kleur van hun kleding in variaties rood en oranje waren en dat ze allemaal een ketting van houten kralen droegen, waaraan een portretje of zo hing. Ik liep naar hen toe en vroeg aan een meisje of ze leden waren van een speciale club. Ze keek me lachend aan en zei: ‘ We zijn bij een spirituele meester die in een ashram in Poona woont. Kom maar eens kijken.’ Op mijn vraag hoe ik die plek zou kunnen vinden antwoordde ze: ‘ Elke riksja weet waar het is als je naar de ashram vraagt ’. Ze glimlachte lief, draaide zich om en stapte als laatste in het busje, dat startte en wegreed. Een paar armen wuifden uit de open raampjes. Op de achterkant van het busje stond: Love, Life, Laughter. …

Dit is de eerste aflevering van een serie reisverhalen.
Lees meer: Sanatan 1.