Reizen

De Taj Mahal in Agra

Dit is deel 5 van de vooraankondiging van het boek ‘DE ONWETENDHEID VOORBIJ – Een meditatiereis door Osho’s India.’ Dit deel  gaat over Shah Jahan, keizer van het Mogolrijk in de 17e eeuw, die de Taj Mahal, een mausoleum, voor zijn geliefde Mumtaz liet bouwen. Het is een vorm van objectieve kunst oftewel kunst gemaakt door een gerealiseerd mens. Dat maakt dat de Taj Mahal bij volle maan het grootste meditatie-object is, dat de mens ge­maakt heeft.
 
Vandaag gaan we naar de legendarische Taj Mahal, een enorm gebouw van meer dan 350 jaar oud, maar van een tijdloze schoonheid.
In de The Razor’s Edge, hoofdstuk 10 gaat Osho in op de mystieke beteke­nis van de Taj Mahal. Hij vertelt over George Gurdjieff en ik begrijp van Osho dat die er van uitging dat er twee soorten kunst zijn. Negenennegentig pro­cent van de kunst in de wereld beschouwt hij als subjectieve kunst. Daarmee drukt de kunstenaar zijn gevoelens uit, zijn verlangens of dromen. Slechts één procent ziet hij als objectieve kunst. Dat is kunst die een gerealiseerd mens maakt. Hij wil je met zijn muziek, poëzie, zang of dans iets laten voe­len van zijn extase, zijn innerlijke dans, zijn vreugde, zijn gelukzaligheid.
Voor Gurdjieff is de Taj Mahal een vorm van objectieve kunst. Wanneer het volle maan is, wanneer de maan precies in het midden van de hemel komt, wordt de Taj Mahal het grootste meditatie-object dat de mens heeft ge­maakt. Je zit gewoon stil en kijkt ernaar, en als je er alleen maar naar kijkt, verdwijnen je gedachten. De schoonheid ervan is zo enorm dat je geest het niet kan bevatten, dus wordt hij stil.

Ook de tempels van Khajuraho, waar we morgen heen zullen gaan, vindt Gurdjieff objectieve kunst, omdat ze je herinneren aan je diepste Zelf. Het geeft mensen de komende eeuwen telkens weer de kans om hun innerlijke dans, hun gelukzaligheid te ervaren.
Ik lees verder op het internet dat Shah Jahan (1592–1666) zorgde voor de bouw van de Taj Mahal als mausoleum voor zijn meest geliefde vrouw, die in het kraambed was gestorven. Hij was keizer van het Mogolrijk, dat destijds niet alleen India omvatte, maar ook Nepal, Pakistan, Afghanistan en Bangla­desh. Een groot rijk dat steeds meer tot armoede verviel omdat de Shah al het geld besteedde aan de Taj Mahal. Toen dat gebouw klaar was, wilde de Shah beginnen aan een nog grotere, zwarte Taj Mahal voor hemzelf. De fun­dering was al klaar, toen zijn zoon ingreep en zijn vader afzette. Hij kreeg een plek in het even verderop gelegen Rode Fort dat uitzicht bood op de Taj Mahal. Het fort was een luxe gevangenis waarin de Shah zijn oude koninklijke leefstijl kon handhaven.

Vanaf een parkeerplaats, zo’n vijfhonderd meter voor de ingang, gaan we met een mooi versierd koetsje, getrokken door een paard, naar de toegangspoort. Ik vond dat ontzettend leuk!
Als we eenmaal op het terrein van de Taj Mahal zijn, praat ik niet meer, maar voel alleen wat het gebouw met me doet. We lopen langzaam langs het kanaaltje dat in een rechte baan loopt vanaf de toegangspoort naar het hart van de Taj Mahal. Ik voel me naar dit hart toegetrokken.

Agra: met paard en open koetsje naar de Taj Mahal

Als we bij de ingang zijn, doen we onze schoenen uit en sokjes aan. Dat is overal in India. Tempels mag je niet met je schoenen betreden. Daar wordt heel goed op gelet. Zo ook hier. Binnen de Taj Mahal kunnen we de graven van Shah Jahan en zijn geliefde Mumtaz goed zien. Ondanks de drukte kunnen we een goed beeld van dit schitterende mausoleum krijgen. Het graf van Mumtaz ligt in het hart van de tempel in een grote achthoekige zaal. Ernaast ligt het graf van de Shah. De sarcofagen zijn omgeven door een prachtige opengewerkte wand van marmer, een jali genaamd. Ik krijg de neiging mijn handen te vouwen als een gebaar van eerbied. Later lees ik dat dit niet de echte graven zijn. Die liggen in de kelder. We lopen in een boog om de graven heen en de weg vervolgt zich als vanzelf naar de achterkant, waar we er weer uitgaan. Daar zien we de rivier, de Yamuna. Het uitzicht is prachtig.
Links en rechts van de witte Taj Mahal staan twee rode gebouwen, een mos­kee en een gasthuis. Die zijn niet toegankelijk. Ik ga ze even bekijken, maar voel er niet veel bij.

Agra: uitzicht op het hart van de Taj Mahal

Nadat ik het tempelterrein nog eens over gelopen ben, besluit ik opnieuw de Taj Mahal binnen te gaan. Het is er dan zo verschrikkelijk druk dat ik niets meer voel. Bovendien schreeuwt er een bezoeker door de ruimte heen.
Samen met iemand anders wandel ik terug langs het kanaaltje. We komen bij een klein platform. Als ik daar in het midden ga staan en langs het kanaaltje naar de Taj Mahal kijk, voel ik dat ik rechtstreeks in het hart van de tempel kom. Dat is voor mij toch wel de kern van wat ik voel: het me aangetrokken voelen tot het hart van de tempel.

Volgende keer deel 6: De legende van Shiva en Shakti.

Uit: ‘DE ONWETENDHEID VOORBIJ – Een meditatiereis door Osho’s India’.
Door Surya Cliné.
 
Verkrijgbaar bij Amazon als e-book en paperback.  

Osho als student in Sagar

Dit is deel 4 van de vooraankondiging van het boek ‘DE ONWETENDHEID VOORBIJ – Een meditatiereis door Osho’s India.’ Het gaat over de universiteit van Sagar, waar Osho ging studeren. En over twee professoren, Sri Krishna Saxena en S.S. Roy, aan wie Osho zulke goede herinneringen heeft. Ze leven beide niet meer. De gebouwen zijn nu oud en vervallen, net als Osho’s bungalow, maar je kunt het universiteitsterrein wel bezoeken.
 
Om half elf komt Swamiyogi ons in het hotel in Gadarwara ophalen nadat we eerst goed en uitgebreid hebben ontbeten. Hij neemt ons mee naar het oude universiteits­terrein in Sagar waar Osho zijn postgraduaat filosofie behaalt. Het was oor­spronkelijk een kazerneterrein en dat werd het ook weer tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Swamiyogi vertelt dat Osho op deze universiteit professor S.S. Roy ontmoet. Die heeft een mooi karakter. Osho waardeert hem als enige van de docenten. Dr. Roy ziet de potentie van Osho en voelde zich zijn leerling in plaats van andersom. Op een keer dat dr. Roy jurylid was voor de nationale debatwedstrijd voor studenten, waaraan Osho ook meedoet, gaf hij Osho negenennegentig punten en de andere deel­nemers nul. Osho ontvangt een gouden medaille voor zijn debatvaardig­heden. Hij heeft niets met die medaille en gooit hem in een diepe put achter de universiteit, die we later gaan bekijken.
Osho krijgt van dr. Roy een bungalowtje. Het is eenvoudig, maar Osho vindt het een prachtige plek. Dit vanwege het uitzicht op een meertje vol met lotusbloemen. Dat meertje is er nu niet meer. Osho loopt er graag in de regen naartoe. Hij haalt er elke dag vijftig vaten water waarmee hij zich kan afspoe­len en zo zijn lichaam kan afkoelen. Een hogere staat van bewustzijn wekt veel lichaamswarmte op en mensen gaan dan graag naar koelere gebieden zoals de Himalaya. Osho doet het dus met water.

Sagar: De bungalow van dr. Roy op het universiteitsterrein, die hij aan Osho gaf om te bewonen

 Swamiyogi vertelt hierover het volgende:
Osho zegt dat het een prachtige bungalow is, erg ruim en schoon, hij voelt zich er als een kind, hij is vol waardering. Het was hier helemaal omgeven door dichte bossen. Toch kan Osho vanuit de bungalow het meer van Sagar zien omdat het meer zo groot is.
Zelfs als het regent, wandelt Osho naar een punt van de heuvel waar hij niet verder kan. Hij raakt dan helemaal doorweekt. De familie van één van de andere professoren vond dat maar raar. Ze moesten er hard om lachen, zijn hele familie, zijn vrouw en kinderen. Toen deze professor Osho op een keer mee naar huis nam en ze Osho zagen, schoten ze weer in de lach en vluchtten naar binnen. De professor voelde zich verlegen met de situatie. Osho zegt daarom: ‘De volgende keer wanneer het regent, ga je met mij mee om in de regen te wandelen.’ Vanaf dat moment wandelde de pro­fessor met Osho mee.
 
In Glimpses of a Golden Childhood, sessie 20 en sessie 34 vertelt Osho ons zelf over deze periode van zijn leven als student aan de Sagar Universiteit en over professor S.S. Roy, die hem zeer toegenegen was.
Osho vertelt, zo begrijp ik, dat hij niet in staat zou zijn geweest om te studeren aan een andere universiteit dan deze. Voor hem is het geen punt om te moe­ten leven in verlaten militaire barakken. Hij vindt de plek op de heuvel mooi. Het is in de Tweede Wereldoorlog een belangrijke plek geweest, maar het heeft na de oorlog zijn betekenis verloren. Osho houdt veel van het meer daar. Het lijkt een beetje op een oceaan met hoge golven. Sagar heeft zijn naam aan dit meer te danken. Sagar betekent oceaan.
Heel jammer vindt Osho het dat de oude toegangspoort naar de universiteit moest worden ontmanteld. Maar hij beseft net als iedereen dat het slechts een tijdelijke poort was.
Zeer goede herinneringen bewaart hij aan zijn oude professor, Sri Krishna Saxena, die als een vader voor hem was. Hij was een bijzonder mens omdat hij de enige was die begreep dat hij een student had die eigenlijk zijn meester had moeten zijn. Hij zei tegen Osho: ‘De toekomst van die andere studenten is hun eigen zaak, jouw toekomst is mijn toekomst.’ En hij probeerde Osho ervan te overtuigen te blijven en een beurs te aanvaarden om een doctors­graad te halen. Osho is daar niet gevoelig voor en legt Saxena uit dat zijn toe­komst in een andere richting gaat. Zelfs de gouden medaille die Osho wint, gooit hij voor de ogen van Saxena in een put.

Sagar: de put achter de universiteit waar Osho zijn medaille voor debatvaardigheden in gooide.

Heel goede herinneringen bewaart Osho ook aan professor S.S. Roy. Deze was hoofd van de afdeling filosofie op de Sagar Universiteit en toen ook jurylid bij een nationale debatwedstrijd tussen de universiteiten. Osho wint, maar op­vallend is dat professor Roy hem geen honderd procent van de punten gaf, maar negenennegentig procent. Als Osho ernaar vraagt, verklaart Roy dat hij gewoon laf was. Maar hij vertelde ook dat hij een volgeling is van Masta Baba, die tegen hem had gezegd: ‘Wanneer je op een gegeven moment deze man ziet, zul je mij niet meer nodig hebben.’ De ogen van Masta Baba herinnerden hem aan Osho, net als de ogen van Pagal Baba die hij ook had gezien.
Het debat en deze herinnering aan S.S. Roy doen Osho besluiten om na het behalen van zijn Bachelor or Arts (BA of kandidaatsexamen) in Jabalpur aan deze universiteit te gaan studeren. Hij wil alleen onder professor Roy postgraduaat student zijn. Deze professor kon zelfs in de collegezaal aan Osho vragen om hem iets uit te leggen dat hij niet begreep. Hij haalde niet alleen Osho’s inzichten aan in zijn colleges, maar vertelde er ook bij dat ze van Osho afkomstig waren. Voor Osho is deze man anders, hij was authentiek.
 
Volgende keer deel 5: De Taj Mahal in Agra.
 
Uit: ‘DE ONWETENDHEID VOORBIJ – Een meditatiereis door Osho’s India’.
Door Surya Cliné.
 
Verkrijgbaar bij Amazon als e-book en paperback.  

Gadarwara: Osho’s lagere schooltijd en jeugdvriend Sukhalji

Dit is deel 3 van de vooraankondiging van het boek ‘DE ONWETENDHEID VOORBIJ – Een meditatiereis door Osho’s India.’ Osho vertelt zijn verhaal wanneer hij als zevenjarige naar de lagere school gaat. De school ziet er nog net zo uit als toen. Eén van Osho’s jeugdvriendjes, Sukhalji, leeft nog als wij in Gadarwara zijn. We maken kennis met hem. Velen gaan naar hem toe voor shaktipath, waarbij ze buigen en zijn voeten met beide handen omvatten.

Dan gaan we naar Osho’s lagere school. Hij gaat niet graag naar school en spijbelt heel vaak. Uit Glimpses of a Golden Childhood, sessie 19, begrijp ik dat deze school voor Osho net een gevangenis is vanwege de hoge toegangs­poort, de Elephant Gate, de Olifantenpoort. Hij is overdag gesloten als de kinderen, gevangenen, binnen zijn. En gaat ‘s morgens en ‘s avonds open om de kinderen vrij te laten. Hij geeft toegang tot het schoolplein. Hij is zo groot dat er een olifant doorheen kan. Volgens Osho zou hij prima passen in een circus, en de school is voor hem net een circus, maar voor kinderen vindt hij hem te groot. Op zijn laatste schooldag viert hij dan ook, onder veel bekijks, zijn vertrek uit deze gevangenis, zittend op een olifant, die hij heeft geleend van een maharadja.


Gadarwara lagere school: de hoge toegangspoort waar Osho provocerend een keer met een olifant doorheen kwam.

Na dit bezoek aan Osho’s lagere school, gaan we terug naar de ashram om te lunchen. Daarna rusten we wat uit en gaan dan op weg naar een tempeltje dat midden tussen de suikerrietvelden even buiten Gadarwara is gebouwd. Het is een tempeltje dat kortgeleden neergezet werd door een aantal sannyasins. Om sannyasin te kunnen worden moesten ze van Sukhalji (jeugdvriend van Osho) eerst drie maanden lang elke dag naar Gadarwara om de Dynamic te doen. Omdat ze dat toch wel een eind van huis vonden, bouwden ze het tempeltje vlak bij hen in de buurt.
Voor de gelegenheid komt Sukhalji ook naar het tempeltje. Hij wordt met veel zorg en liefde omringd. Hij wordt tot voor de ingang gebracht met de auto en door sterke armen ondersteund om in een stoel te gaan zitten. Er zijn zo’n tien Indiase sannyasins. Zodra Sukhalji zit, gaan ze één voor één naar hem toe.
Ze knielen en pakken met beide handen de voeten van Sukhalji vast. Ze blijven een paar minuten zo zitten. Dan richten ze zich weer op met de handen voor zich gevouwen. Hierna krij­gen we wat lekkernijen aangeboden, water en chai. Daarna mediteren we sa­men. Eerst een korte lezing van Osho in het Engels en dan een wat langere lezing in het Hindi. Dat was voor mij de eerste keer in het Hindi. Een andere ervaring omdat je mind zich niet aan de woorden kan hechten. Dat maakt het mediteren makkelijker.


Gadarwara Sukhalji: Sukhalji en Anadi samen in een meditatieruimte iets buiten Gadarwara.

Na de meditatie gaat iedereen weer één voor één naar Sukhalji en knielen ze weer, pakken zijn voeten met beide handen vast en komen met gevouwen handen weer overeind. Enkelen van ons doen dat ook. Ik voelde geen neiging om te gaan, omdat ik na slechts één dag geen bijzondere band met Sukhalji voelde. En sowieso omdat het niet in mijn aard ligt om dat te doen.
Eén van ons vertelde naderhand dat ze het wilde ervaren en merkte dat ze een sterke energie voelde vanuit Sukhalji. Mij wordt uitgelegd dat het om een overgave aan de meester gaat. Je voelt daarbij ook veel genegenheid voor je meester. Bij Osho en eerder bij Boeddha bestond het uit drie stappen, de zogenoemde Gachchami’s: ‘Ik buig voor de verlichte, ik buig voor de gemeenschap van de verlichte, ik buig voor de diepste waarheid van de verlichte’. Osho schafte deze manier van overgave later af. Hij vond dat ritueel in de context van een avondbijeenkomst te veel een geïnstitutionaliseerd karakter hebben. Het deed te veel denken aan een kerk. Het vouwen van de handen en licht buigen ter begroeting vond Osho voldoende. Als je echter op audiëntie bij Osho kwam, dan knielde je wel en omvatte je zijn voeten. Men noemt dat wel shaktipath. Het is een vorm van overgave, liefde en respect waarbij energie uit de voeten van de meester wordt overgedragen op degene die knielt. Je knielt niet met de bedoeling om deze energie te ontvangen. Dat zou te veel ego gericht zijn. Het gaat zuiver om de liefde en het respect voor de meester.
 
Volgende keer deel 4: Osho als student in Sagar.
 
Uit Surya Cliné: ‘DE ONWETENDHEID VOORBIJ – Een meditatiereis door Osho’s India’.

Verkrijgbaar bij Amazon als e-book en paperback:
–        https://www.amazon.nl/s?k=onwetendheid&i=digital-text&__mk_nl_NL=%C3%85M%C3%85%C5%BD%C3%95%C3%91&ref=nb_sb_noss
–        https://www.amazon.de/dp/1655095250?language=nl_NL&ref_=pe_3052080_397514860

Osho’s geboortehuis in Kuchwada

Dit deel 2 van de vooraankondiging van het boek ‘DE ONWETENDHEID VOORBIJ – Een meditatiereis door Osho’s India’ geeft een korte impressie van het bezoek aan Osho’s geboortehuis en Osho’s verhaal over Bhoora, de bediende van Osho’s grootvader.
 
Vanochtend wandelen we van de ashram naar het geboortehuis van Osho in Kuchwada. Het ligt vlak bij elkaar. Het huis was van de grootouders van Osho. Ook Osho’s moeder werd hier geboren. Osho’s grootvader had veel land en was welvarend. Het geboortehuis heeft twee verdiepingen en is redelijk ruim. Alleen de kleidakpannen zijn vervangen voor metalen golfplaten, maar verder is het huis nog geheel intact.
We mediteren een uurtje in de kamer waar Osho in 1931 geboren is. Na onze meditatie lopen we het dorp nog in de rondte en wandelen langs het meer waar je vanuit Osho’s geboortehuis op kunt uitkijken. Kuchwada is een klein en eenvoudig landelijk dorp. De huizen hebben lemen muren, maar zijn ruim en schoon. Om de woninkjes heen liggen veel koeien en geiten. De vlaaien worden keurig opgestapeld, in de zon gedroogd en gebruikt als brand­stof.
Er is de hele dag veel lawaai door schelle muziek die vanuit de hindoetempel over het dorp getoeterd wordt. Niemand lijkt zich er aan te storen. Vroeger stond de tempel er niet, maar hij werd later gebouwd precies tegen­over het geboortehuis van Osho.

Meer: Osho’s geboortehuis in Kuchwada

Nieuw: reisverhaal van Surya in 13 afleveringen

 

In januari 2020 publiceerde Surya Cliné het boek ‘DE ONWETENDHEID VOORBIJ: Een meditatiereis door Osho’s India.’ Dertien keer zullen delen van dit boek op onze website op de pagina Reizen worden opgenomen. Voor eenieder die meer wil weten over Centraal India, het gebied waar Osho werd geboren en waar hij zijn eerste achtendertig levensjaren doorbrengt, kan dit boek interessant zijn. Osho bezocht in die tijd vaak de tempels van Khajuraho, de bakermat van tantra. Het boek gaat hier uitgebreid op in. Surya besteedt ook veel aandacht aan Glimpses of a Golden Childhood en passages uit andere boeken van Osho, die bij kunnen dragen aan een beter begrip van de onderwerpen en plaatsen die zij beschrijft. Het verhaal wordt geïllustreerd met foto’s die tijdens de reis werden gemaakt. 

Meer: Voorwoord en Inleiding (1)

Op het Osho Festival in Den Haag is op zondag 19 januari van 13:30-15:00 een presentatie van het boek door Surya en Anand Frank.

 Route van de meditatiereis door India.

Schilderij van de Amerikaanse kunstenaar Kelly Fearing met Osho op de zwarte rosten van Jabalpur.

De Dalai Lama bezoekt de ashram

 De eerste keer dat ik de Dalai Lama ontmoette was in de ashram in Poona, een paar maanden nadat Osho zijn lichaam had verlaten in 1990. Op een ochtend zat ik een brief te schrijven op een terrasje in de ashram, niet ver van de toegangspoort. Opeens hoorde ik iemand roepen: ‘Hij komt! Hij komt!’ Ik vroeg me af voor wie die enthousiaste uitroep kon zijn, die je vroeger meestal alleen hoorde als Osho in aantocht was. Ik deed mijn schrijfgerei in mijn zijtas en snelde naar de poort. Op dat moment stopten daar twee witte Ambassador-auto’s, vol Tibetaanse monniken in hun rode gewaden. Uit de voorste stapte de Dalai Lama, die toen nog veel jonger en kwieker was. Ik kon mijn ogen niet geloven. Een kleine delegatie Inner Circle sannyasins ontving hem en maakten snel met hem een kleine ronde door de ashram, terwijl ze hem van alles wezen en uitlegden. Bijna in looppas, want de Tibetaanse leider leek weinig tijd te hebben. Later hoorde ik dat hij eigenlijk helemaal geen tijd had voor dit bezoekje op uitnodiging, maar uit compassie toch even aanwipte.
Meer: Sanatan 17

   Sanatan en de Dalai Lama

Kracht en pracht op de Kumbha Mela

Elsja en ik waren op de Kumbha Mela in Haridwar in de voetheuvels van de Himalaya. De heilige rivier de Ganges splitst zich daar in verschillende armen. Op de zandbanken daartussen stonden duizenden tenten voor miljoenen heilige mannen en vrouwen die er de Kumbha Mela vierden. Wij hadden de naakte, in as gehulde, Naga Babas bezocht en zagen de volgende ochtend een indrukwekkende optocht. Voorop liep een muziekband die een oorverdovend lawaai maakte met trommels en trompetten. Zij werden gevolgd door kleurrijke ossenwagens, waarop tronen waren gebouwd, versierd met bloemen en kleurige lappen. Op de tronen, onder een grote gouden parasol of een baldakijn zaten, als vorsten, belangrijke goeroes of babas: de opperhoofden van verschillende orden van sadhoe’s of heilige mannen.

De praalwagens werden gevolgd door honderden heiligen, meest mannen, gehuld in oranje lappen, met wilde baarden, houten kettingen en hoge haartrossen; de gezichten en naakte bovenlichamen beschilderd met witte strepen. Het deed denken aan oorlogsbeschilderingen, vooral omdat de meesten zwaaiden met koperen of ijzeren drietanden. Sommige groepen zongen, anderen schreeuwden in koorde naam van hun god: ‘Boleh Shiva!’. De stoet was op weg naar een ritueel bad in de Ganges, zoals ze dat al duizenden jaren doen. Het gaf ons een oergevoel van tijdloosheid.
Meer: Sanatan 16

   Sanatan

Heilige mannen in as

Miljoenen Indiase heilige mannen en ook vrouwen komen elke vier jaar bij elkaar in wat de Kumbha Mela heet. Elke drie jaar vindt deze gigantische samenscholing plaats op een andere pelgrimsplaats. Elsja en ik waren erbij in de plaats Haridwar, aan de oever van de Ganges, in de voetheuvels van de Himalaya.
De heilige Ganges splitst zich daar in verschillende armen, waartussen zandbanken zijn, die nu vol stonden met grote en kleine tenten. Het krioelde van heilige en minder heilige mensen. Wij besloten om het omheinde kamp van de Naga Babas te bezoeken.
Naga Babas zijn heilige mannen die zich helemaal insmeren met as en verder geen kleren dragen.

Ze zien er vervaarlijk uit, als grijze zombies met witte horizontale strepen op voorhoofd en armen, symbool van aanhangers van de god Shiva. Ze dragen hun haar torenhoog op het hoofd en kralensnoeren om de hals en hebben grote koperen drietanden bij zich. Ze staan bekend als rebels en kunnen, wanneer geprovoceerd, gevaarlijk zijn. De hele dag roken ze ganja (wiet) in chillumpijpen. Hun tenten stonden in keurige rijen naast elkaar, met voor elke tent een kampvuurtje. Ondanks hun woeste uiterlijk groetten de Babas ons vriendelijk, met brede grijnzen vol wit-blikkerende tanden. Sommige pelgrims gingen bij een Baba aan het vuur zitten om raad te vragen voor een paar roepies beloning.
Meer: Sanatan 15

Met de trein door de Nubische woestijn

Op wereldreis was ik in Khartoum, de hoofdstad van Soedan, de Noorse Mariya tegengekomen. Het klikte goed tussen ons en we besloten samen naar Europa te reizen. We kochten tickets voor de trein die dwars door de Nubische woestijn naar het Aswan stuwmeer zou gaan, waar we op de boot naar Egypte konden stappen.
Het was een oude trein met een stoomlocomotief en het voelde alsof we in de film‘Lawrence of Arabia’ zaten. Er zat geen glas in de ramen en na een paar uur kon je niet meer zien wie zwart, bruin of blank was. Iedereen was grijsgeel geworden van het woestijnstof. In de trein hadden de meeste reizigers de lange Soedanese djellaba aan, die heel luchtig zit. Wij ook, want het was ver boven de dertig graden. Buiten snelde de vlakke woestijn aan ons voorbij, met hier en daar doornbosjes, kamelen en kleine dorpjes als slordig over het landschap uitgestrooide blokken van leem. De reis duurde de hele dag.
Meer: Sanatan 14

 De woestijn in Soedan.

De marmerrotsen bij Jabalpur

Osho had ook verteld dat een nabije grote rivier door een kloof stroomde van hoge witte marmerrotsen. Bij volle maan was dat een magisch gezicht. Het was bijna volle maan en met een paar sannyasins van het centrum huurde ik in een dorpje een boot met roeier die met ons bij het volle maanlicht langzaam door de kloof voerde. Er was weinig stroming. Naarmate we de hoge witte rotswanden naderden en de maan hoger kwam, kwamen we op een plek waar marmerrots aan beide kanten reflecteerden in het zilveren maanlicht. Het was alsof het witte marmer zelf licht gaf. Een mysterieus wit licht, als een mengeling van melk en zilver, diffuus en toch helder. Een fascinerende magische schoonheid, als in een sprookje. Mijn Indiase medepassagiers slaakten uitroepen van bewondering en praatten door elkaar, wat weerkaatst werd door de marmeren wanden. Ik stelde voor om stil te zijn en te mediteren op deze schoonheid. Iedereen vond dat een goed idee en zo konden we deze bijna bovennatuurlijke pracht, in stilte, diep op ons laten inwerken. Ik bedacht dat Osho hier ook zo gevaren had tussen de marmeren rotsen. Een onvergetelijke ervaring die ik nu met hem deelde.
Meer: Sanatan 13

Pathika en Abhilasha waren op reis door India ook bij de ‘marble rocks’ bij Jabalpur geweest. Hun foto’s geven een indruk van de mystieke schoonheid van deze plek.