Artikelen

Ardhanarishwar – half man, half vrouw


Ardhanarishwar, 11e eeuw – Centraal India

In India hebben we een oud, zeer oud standbeeld – een van de mooiste kunstwerken – een standbeeld van Ardhanarishwar. Het beeld is half man en half vrouw. Het is het beeld van Shiva, de Hindoe-god, en de helft van het lichaam is van de vrouw en de andere helft van het lichaam is van de man. Tot in de tijd van Carl Gustav Jung dacht men dat het slechts een mythologie, een metafoor, poëzie was — maar dit kan niet waar zijn. Alle eer gaat naar Carl Gustav Jung dat hij aan de wereld duidelijk heeft gemaakt dat dit geen metafoor is, maar een realiteit.

Elke man en elke vrouw zijn beide, want elk kind wordt geboren uit een vader en een moeder. Dus is er iets van de moeder en iets van de vader aanwezig in elk kind, of het kind nu een meisje is of een jongen. Het enige mogelijke verschil is dat de man een beetje meer man is, misschien eenenvijftig procent man en negenenveertig procent vrouw, en de vrouw eenenvijftig procent vrouw en negenenveertig procent man. Maar er is niet veel verschil.
Daarom is het wetenschappelijk mogelijk geworden om van geslacht te veranderen — omdat het andere geslacht ook aanwezig is hoeft alleen het percentage hormonen te worden veranderd. Wat eenenvijftig procent was moet negenenveertig worden, of wat negenenveertig was moet eenenvijftig worden… dan wordt de man vrouw en de vrouw wordt man.

Maar zelfs binnenin je, ben je niet op je gemak. Er is een conflict gaande, een voortdurend conflict tussen het hoofd en het hart, tussen de man en de vrouw. Dit conflict kan alleen worden opgelost als het hoofd zijn denken laat vallen en het hart zijn gevoel laat vallen en ze allebei slechts zuivere lege ruimten zijn. In die leegte vindt er een grote ontmoeting en een groot begrip plaats.
Ik zie geen enkele vrouw als een mysterie. Ik heb heel goed gekeken, en misschien is er nergens in de hele wereld iemand die met zoveel mannen en zoveel vrouwen in aanraking is gekomen. Maar  de man lijkt geen mysterie te zijn, evenmin lijkt de vrouw een mysterie te zijn, omdat binnenin mijzelf het hoofd en het hart in elkaar zijn versmolten, en dat heeft mij een nieuw perspectief gegeven en de hele visie op mijn omgeving veranderd.

Osho, The Great Pilgrimage, From Here to Here, #27 vraag 1

Anxiety (ongerustheid, angst)

Anxiety is een gevoel van onbehagen en bezorgdheid, meestal gegeneraliseerd en ongeconcentreerd als een overreactie op een situatie die alleen subjectief als bedreigend wordt ervaren. Het gaat vaak gepaard met spierspanning, rusteloosheid, vermoeidheid en concentratieproblemen.
Anxiety is nauw verwant aan angst, die een reactie is op een reële of waargenomen onmiddellijke bedreiging; bij anxiety gaat het om de verwachting van een toekomstige bedreiging. Mensen die anxiety ervaren, kunnen zich terugtrekken uit situaties die in het verleden anxiety hebben opgeroepen. 
Anxiety is te onderscheiden van angst, dat een passende cognitieve en emotionele reactie is op een waargenomen bedreiging. Anxiety is gerelateerd aan de specifieke gedragingen van vecht-of-vlucht reacties, defensief gedrag of vluchten. Het treedt op in situaties die alleen als oncontroleerbaar of onvermijdelijk worden ervaren, maar niet realistisch gezien. Anxiety is een toekomstgerichte gemoedstoestand waarin men niet klaar of voorbereid is om te proberen het hoofd te bieden aan komende negatieve gebeurtenissen. 

   
De schreeuw, Edvard Munch, 1893 

Een andere omschrijving van anxiety is kwelling, angst, terreur, of zelfs vrees. In de positieve psychologie wordt anxiety omschreven als de mentale toestand die het gevolg is van een moeilijke uitdaging waarvoor iemand onvoldoende vaardigheden heeft om daar mee om te gaan. 
Er zijn verschillende soorten anxiety. Existentiële anxiety kan optreden wanneer iemand wordt geconfronteerd met angst, een existentiële crisis of nihilistische gevoelens. Mensen kunnen ook geconfronteerd worden met wiskunde anxiety, somatische anxiety, plankenkoorts of test anxiety. Sociale anxiety verwijst naar een angst voor afwijzing en negatieve evaluatie door andere mensen. 

De filosoof Søren Kierkegaard beschreef in The Concept of Anxiety (1844) anxiety of vrees in verband met de ‘duizeligheid van de vrijheid’ en suggereerde de mogelijkheid van een positieve oplossing van de anxiety door de zelfbewuste uitoefening van verantwoordelijkheid en kiezen. 
In Art and Artist (1932) schreef de psycholoog Otto Rank dat het psychologische trauma van de geboorte het menselijke symbool bij uitstek is van existentiële anxiety en de gelijktijdige angst van de scheppende mens omvat voor – en het verlangen naar – afscheiding, individuatie en differentiatie. 
Volgens Viktor Frankl, de auteur van Man’s Search for Meaning, is, wanneer iemand geconfronteerd wordt met extreme sterfelijke gevaren, de meest basale van alle menselijke wensen het vinden van een zin van het leven om het ‘trauma van niet-zijn’ te bestrijden als de dood nabij is. 

Anxiety bij sociale interacties, vooral tussen vreemden, komt vaak voor bij jonge mensen. Het kan aanhouden tot in de volwassenheid en sociale anxiety of sociale fobie worden. ‘Anxiety voor vreemden’ bij kleine kinderen wordt niet als een fobie beschouwd. Bij volwassenen is een buitensporige anxiety voor andere mensen geen ontwikkelingsstadium; het wordt sociale anxiety genoemd.
Sociale anxiety varieert in mate en ernst. Sommige mensen voelen zich ongemakkelijk of voelen zich ongemakkelijk bij fysiek sociaal contact (bv. omhelzen, handen schudden, enz.), terwijl het in andere gevallen kan leiden tot een totale angst om met onbekende mensen om te gaan. 

(Bron; Wikipedia)

Meer: Osho over anxiety

Psychologische projecties 

Psychologische projectie is een verdedigingsmechanisme waarbij het menselijk ego zich verdedigt tegen onbewuste impulsen of kwaliteiten (zowel positieve als negatieve) door hun bestaan in zichzelf te ontkennen en ze aan anderen toe te schrijven.
In het Nieuwe Testament waarschuwde Jezus tegen projectie: ‘Waarom kijk je naar de splinter zaagsel in het oog van je broeder en schenk je geen aandacht aan de balk in je eigen oog? Hoe kun je tegen je broeder zeggen: “Laat mij de splinter uit je oog weghalen”, terwijl je de hele tijd een balk in je eigen oog hebt? Jij huichelaar, haal eerst de balk uit je eigen oog, dan zul je helder zien om de splinter uit het oog van je broeder te verwijderen.’
In 1841 was Ludwig Feuerbach de eerste verlichtingsdenker die dit begrip gebruikte als basis voor een systematische kritiek op de godsdienst. 

Projectie werd geconceptualiseerd door Sigmund Freud en verder verfijnd door Karl Abraham en Anna Freud. Freud was van mening dat gedachten, motivaties, verlangens, en gevoelens die niet kunnen worden aanvaard als de eigen, in projectie worden verwerkt door ze in de buitenwereld te plaatsen en toe te schrijven aan iemand anders. Wat het ego afwijst, wordt afgesplitst en in een ander geplaatst.
Projectie heeft de neiging op de voorgrond te treden bij normale mensen in tijden van persoonlijke of politieke crisis, maar wordt vaker aangetroffen bij persoonlijkheden die functioneren op een primitief niveau, zoals bij narcistische of borderline persoonlijkheidsstoornissen.
Carl Jung was van mening dat de onaanvaardbare delen van de persoonlijkheid, vertegenwoordigd door het Schaduwarchetype, in het bijzonder aanleiding konden geven tot projectie, zowel op kleine schaal als op nationale/internationale basis.

   Ludwig Feuerbach  (1804-1872)

Osho over projectie:
Je hebt vast wel eens gehoord van een Duitse denker, Ludwig Feuerbach. Hij schijnt de voorbode te zijn van de hedendaagse geest. Feuerbach beredeneerde God weg in termen van het oneindige verlangen van het menselijk hart. Hij zei: ‘Er is geen God. God bestaat niet als een objectieve werkelijkheid. Hij is slechts een wensvervulling. De mens wil almachtig, alomtegenwoordig, alwetend worden. De mens wil God worden — dit is het verlangen van de mens, het verlangen om oneindig te worden, een verlangen om onsterfelijk te worden, een verlangen om absoluut machtig te worden.’

Dit was de eerste mokerslag op het geloof in God: dat God niet objectief is; dat God er niet is; dat God slechts een projectie is in de menselijke geest; dat God geen ontologie heeft, hij is slechts een psychologische droom; dat de mens in termen van God denkt omdat hij zichzelf heel onmachtig voelt. Hij heeft iets nodig om hem compleet te maken. Hij heeft een idee nodig dat hem het gevoel geeft dat hij hier niet een vreemdeling is; dat er in deze wereld iemand is die voor hem zorgt. God is niets anders dan een geprojecteerde vader. De mens wil ergens op steunen. Het is alleen maar een puur verlangen. Het heeft geen realiteit.

Osho, The People on the Path, Vol 1 #5

Een bijdrage van Antar Marc.

Filosofie

Filosofie (uit het Grieks: φιλοσοφία, philosophia, ‘liefde voor de wijsheid’) is de studie van algemene en fundamentele vragen, zoals die over de rede, het bestaan, de kennis, de waarden, het verstand en de taal. Dergelijke vragen worden vaak gesteld als problemen die bestudeerd of opgelost moeten worden. Filosofische methoden omvatten vraagstelling, kritische discussie, rationele argumentatie en systematische presentatie.
Aanvankelijk verwees de term naar elk geheel van kennis. In die zin is filosofie nauw verwant met godsdienst, wiskunde, natuurwetenschap, onderwijs en politiek.

Vanaf de tijd van de Griekse filosoof Aristoteles tot de 19e eeuw omvatte de ‘natuurfilosofie’ astronomie, geneeskunde en natuurkunde. 
In de 19e eeuw leidde de groei van moderne onderzoeksuniversiteiten tot professionalisering en specialisering van de academische filosofie en andere disciplines. Sindsdien zijn verschillende onderzoeksgebieden die van oudsher deel uitmaakten van de filosofie afzonderlijke academische disciplines geworden, zoals psychologie, sociologie, linguïstiek en economie.
Tegenwoordig omvatten de belangrijkste subgebieden van de academische filosofie de metafysica, die zich bezighoudt met de fundamentele aard van het bestaan en de werkelijkheid; de epistemologie, die de aard van kennis en geloof bestudeert; de ethiek, die zich bezighoudt met morele waarden; en de logica, die de regels van gevolgtrekking bestudeert die het mogelijk maken conclusies af te leiden uit ware premissen. Andere belangrijke deelgebieden zijn wetenschapsfilosofie, politieke filosofie, esthetica, taalfilosofie en filosofie van de geest.

In algemene zin wordt filosofie geassocieerd met wijsheid, intellectuele cultuur, en een zoektocht naar kennis. In die zin stellen alle culturen en geletterde samenlevingen filosofische vragen, zoals ‘hoe moeten wij leven’ en ‘wat is de aard van de werkelijkheid’.
Indiase filosofie (Sanskriet: darśana, lett. ‘gezichtspunt’, ‘perspectief’) verwijst naar de diverse filosofische tradities die sinds de oudheid op het Indiase subcontinent zijn ontstaan. De Indiase filosofische tradities delen verschillende sleutelbegrippen en ideeën, die op verschillende manieren worden gedefinieerd en door de verschillende tradities worden aanvaard of verworpen. Hiertoe behoren begrippen als dhárma, karma, pramāṇa, duḥkha, saṃsāra en mokṣa.
De boeddhistische filosofie begint met de leer van Gautama Boeddha (ca. 5e tot 4e eeuw v.Chr.). Omdat onwetendheid over de ware aard der dingen als een van de wortels van het lijden (dukkha) wordt beschouwd, houdt de boeddhistische filosofie zich bezig met epistemologie, metafysica, ethiek en psychologie. De boeddhistische filosofische teksten moeten ook worden begrepen in de context van meditatieve praktijken die geacht worden bepaalde cognitieve verschuivingen teweeg te brengen.

   Socrates

‘Een mening is het resultaat van een dialoog met jezelf.’
Socrates (Athene, ca. 469 v.Chr.- 399 v.Chr.) wordt beschouwd als een van de stichters van de westerse filosofie, al liet hij zelf geen geschriften na. Hij is bekend geworden door de verslagen van zijn studenten, met name die van Plato en Xenophon.

Een bijdrage van Antar Marc.

Zen: gewaar zijn van het nu

Auteur Henk van Straten verscheen recent in Happinez met als titel: Het Hier en Nu is Echt; de Rest is slechts een Verhaal. 
In het dagelijks leven is voor hem Zen gemeengoed geworden, hij is verbonden met het zenboeddhisme en zegt hierna mooie dingen over zijn ervaringen. Zen is a.h.w. een contrast van 180 graden met de algemene wereld. Een vrouw, lid van de Tweede Kamer, zegt bijvoorbeeld: Den Haag dat verzandt in de waan van de dag en het kortetermijndenken en anderzijds een Nederland waar sterk de behoefte leeft om vooruit te kijken. 

Leven in het moment, zegt hij, de kracht van het nu, kennen we uit vele boeken, bijvoorbeeld van Eckhart Tolle. Het dagelijks leven wordt op die manier, met aandacht en alertheid, een voortdurende meditatie. Ondertussen komt wel van alles in ons op: zorgen, herinneringen, verlangens, angsten. Maar door ze te zien voor wat ze zijn en ons te gronden in het hier-en-nu kunnen we ruimte creëren tussen die emoties en onszelf. Die ruimte biedt vrijheid en we komen dichter bij ons ware zelf.

Osho over Zen:
De fundamentele benadering van Zen is dat alles is zoals het moet zijn, dat niets ontbreekt. Dit hele moment is alles perfect, het is de enige realiteit. Het doel is hier, het is nu, morgen bestaan niet. Kom je in de wereld van Zen dan is er no-mind, niet vrijheid van de mind, maar vrij van de mind. Je kwam door een nieuwe deur die er voor jou altijd was, maar je klopte er nooit aan – de deur van zijn, van eeuwigheid. 

Het woord Zen komt van het Sanskriet woord dhyana en betekent meditatie. Het betekent eenvoudig een staat van no-mind en geen concentratie, geen bezinning, geen meditatie, in feite enkel een stilte. Daar zijn alle gedachten verdwenen met geen enkele rimpel in het meer van bewustzijn, enkel functionerend als een spiegel, alles reflecterend dat er is. En dat zonder enige interpretatie en zonder het aanvoeren van je vooroordelen. Dat is je mind: je vooroordelen, je ideologieën, je dogma’s, je gewoonten. 
Wanneer mensen Zen gaan studeren, nemen ze van het allereerste begin een valse stap. Zen kan niet bestudeerd worden, het moet geleefd worden, het moet geabsorbeerd worden van een levende meester, een overdracht  zonder woorden.

Meer: Gewaar zijn van het nu

Een bijdrage van Prem Abhay,

Seksualiteit en Intimiteit in Rebalancing deel 2

Heling
Voor iemand met enig trauma rondom seks, is deze neutrale doch hoogst intieme aanraking cruciaal voor haar heling. Zo’n aanraking bevestigt haar ongeschonden en gezonde gevoel van wie ze werkelijk is en helpt haar bij het terugvinden van de natuurlijke hulpbron van haar lichaam. Ze leert opnieuw te onderscheiden wat wel of niet klopt, omdat haar lichaam dat communiceert door middel van gevoel. 
Vraag steeds de toestemming van je cliënt als je wilt aanraken of een vraag stellen. Zoals: “Hoe is het om deze hand op je buik te voelen?”
“Het voelt bedreigend,” komt misschien het antwoord. “Ik word bang.”
Zeg dan zachtjes: “Dank je voor het delen. Wil je dat ik mijn hand afhaal of is het oké om het te laten waar het is?”  

   Wilko Iedema (Devakirti)

Verlangens
Hoe krijg je veilige handen? Het is niet nodig om verlicht te worden, zonder verlangens, noch een celibatair gepantserd tegen alle verleiding. Ook hoef je niet helemaal vrij te zijn van alle problemen, stress of niet vervulde verlangens. Wat je wel nodig hebt, is dat je jezelf dusdanig goed kent dat je vrede hebt met je verlangens. Wanneer een verlangen uitreikt naar een ander, wordt het lust. Het verlangen is magnetisch, het wil iets van de ander, het wil samensmelten met de ander. 

Meer: Seksualiteit en Intimiteit in Rebalancing deel 2

Meer over Rebalancing: https://www.rebalancing.nl

Moeder Teresa

Moeder Teresa, geboren als Agnes Gonxha Bojaxhiu (Skopje, 26 augustus 1910 – Calcutta, 5 september 1997), was een katholieke non die zich inzette voor de allerarmsten in India, stichteres van de ‘Missionarissen van Naastenliefde’ en Nobelprijswinnares voor de vrede in 1979.  
In 2003 werd ze zalig verklaard door paus Johannes Paulus II en in 2016 volgde de heiligverklaring door paus Franciscus. Toch was er ook tijdens haar leven al  kritiek op haar hypocriete houding ten aanzien van naastenliefde.

In antwoord op de vraag ‘U bent tegen Moeder Teresa van Calcutta, maar wie zorgt er voor de armen, de zieken, de wezen en de hongerenden?’ zei Osho:
Hoe lang is Moeder Teresa daar geweest? En wie zorgde er voor al die mensen voor haar? En hoe lang zal ze nog leven? Wie zal er na haar voor deze mensen zorgen? In plaats van afhankelijk te zijn van Moeder Teresa’s, waarom houden jullie niet op met het creëren van wezen, zodat er geen Moeder Teresa meer nodig is?
Waarom is het nodig om wezen te creëren als je de pil hebt? Iedereen kan de pil aan mensen gaan uitdelen. Weeskinderen kunnen worden voorkomen… Maar Moeder Teresa wil niet dat weeskinderen worden voorkomen.

Een Amerikaans stel ging eens naar Moeder Teresa’s huis in Calcutta. Ze wilden een kind adopteren. Ze hadden zelf geen kinderen. De bediende, de receptionist zei: ‘We hebben zevenhonderd kinderen. U kunt kiezen. U hoeft alleen maar te gaan zitten en het formulier in te vullen.’
Ze vulden het formulier in. De bediende bekeek het formulier en zei: ‘Wacht hier. Ik kom zo terug.’
Hij ging naar binnen; hij kwam nooit meer terug. Iemand anders kwam terug en zei: ‘Het spijt ons. Op dit moment hebben we geen kinderen.’

Het echtpaar was verbijsterd. Nog maar een paar minuten geleden waren er zevenhonderd kinderen, en nu hebben ze geen kinderen meer. Hij zei: ‘Wat is er gebeurd?’
De man zei: ‘Dat weet ik niet. Ik weet slechts één ding, namelijk dat ik ben gestuurd om u te vertellen dat we op dit moment geen kinderen hebben om aan u te geven.’
De reden was dat hij op het formulier dat hij net had ingevuld had gezegd dat hij een protestantse christen was. Als hij katholiek was geweest, dan waren er zevenhonderd kinderen! 

Hij schreef een brief aan The Times of India, en ik heb in het openbaar kritiek op Moeder Teresa geuit. Ze schreef me een brief waarin ze uitlegde waarom de man geweigerd werd. Ze probeerde uit te leggen dat de man geweigerd was ‘omdat we de kinderen alleen aan die gezinnen geven waar hun opvoeding geen conflicten zal veroorzaken.’
Ik schreef terug: ‘Dan moeten die kinderen teruggegeven worden aan hindoes, mohammedanen en niet aan christenen. Welk recht hebt u om ze aan katholieken te geven? In de eerste plaats moet u hen geen katholieke prediking geven. U hebt hun toestemming niet. Ze kunnen u pas toestemming geven als ze minstens eenentwintig jaar oud zijn. U begaat een misdaad tegen kleine baby’s. Dat is onvergeeflijk.’

Ze was erg boos. Ze schreef me: ‘Ik wil er niet over praten, maar ik zal tot God bidden of hij u wil vergeven.’
Ik schreef haar mijn laatste brief. Ik zei: ‘Dit is mijn laatste brief, om u ten eerste te zeggen dat er geen God is – verspil uw tijd dus niet met bidden. Ten tweede, zonder mijn toestemming te vragen, wie bent u om voor mij te bidden? Dit is inmenging in mijn eigen spiritualiteit. Ik zal u aanklagen bij de rechtbank!’

Osho, Socrates Poisoned Again After 25 Centuries #9 vraag 8

Een bijdrage van Antar Marc.

Seculier boeddhisme

In de laatste dertig jaar heeft zich een nieuwe vorm van boeddhisme ontwikkeld. Seculier boeddhisme – soms ook agnostisch boeddhisme, atheïstisch boeddhisme, pragmatisch boeddhisme genoemd – is een brede term voor een opkomende vorm van boeddhisme en seculiere spiritualiteit die gebaseerd is op humanistische, sceptische en/of agnostische waarden, evenals op pragmatisme. Seculiere boeddhisten interpreteren de leer van de Boeddha en de boeddhistische teksten op een rationalistische manier, die vaak om bewijs vraagt, rekening houdend met de historische en culturele context van de tijd waarin de Boeddha leefde en de verschillende soetra’s en tantra’s werden geschreven.

De verschijning van het seculiere boeddhisme wordt gezien als onderdeel van de brede trend van secularisatie die zich in het Westen heeft ontwikkeld. Veel aspecten van seculier boeddhisme zijn ingegeven door organisatorische ontwikkelingen die begonnen in een minderheid van boeddhistische lekengemeenschappen (sangha’s) in het Westen gedurende de laatste decennia van de 20e eeuw, toen de hiërarchische kenmerken van de boeddhistische kloostercultuur werden losgelaten ten gunste van democratische beginselen van maatschappelijk samenkomen. Met name de noodzaak om vrouwen op voet van gelijkheid op te nemen bracht organisatorische vernieuwingen teweeg, die oudere patronen van patriarchale autoriteit en exclusiviteit op basis van sekse verstoorden. 

Het seculiere boeddhisme stelt voor om de metafysische overtuigingen van de Indiase religieuze cultuur achter ons te laten. Deze cultuur zag het menselijk leven als een onherstelbaar rijk van lijden, van waaruit men transcendentie zou moeten zoeken in een blijvende bovenmenselijke toestand – een houding die door vrijwel alle boeddhistische scholen, evenals door het hindoeïsme en het jaïnisme, wordt voortgezet. Seculier boeddhisme daarentegen tracht de leer van de Boeddha in te zetten als een leidraad voor volledige menselijke ontplooiing in dit leven en deze wereld.

Seculier boeddhisme verwerpt eveneens de autoritaire machtsstructuren die door de metafysica van het orthodoxe boeddhistische geloof worden gelegitimeerd. Het stelt vraagtekens bij ideeën over spirituele vooruitgang die gebaseerd zijn op gestandaardiseerde voorschriften voor meditatiebeoefening, en ook bij het wijdverbreide idee dat boeddhistische beoefening in essentie gericht is op het verwerven van vaardigheid in een reeks meditatietechnieken die door de autoriteit van een traditionele school of leraar worden onderschreven. 

In plaats daarvan legt het seculiere boeddhisme de nadruk op een praktijk die autonomie aanmoedigt en evenzeer elk aspect van iemands mens-zijn omvat, zoals gemodelleerd door het edele achtvoudige pad (juiste visie, intentie, spraak, actie, levensonderhoud, inspanning, opmerkzaamheid en concentratie). Een dergelijke benadering staat open voor het genereren van een breed scala aan antwoorden op specifieke individuele en gemeenschappelijke behoeften, in plaats van vast te houden aan het bestaan van ‘één ware weg’ naar ‘verlichting’ die geldig is voor alle tijden en plaatsen.

(Bron: Wikipedia)

Wat ik probeer is om alle methoden van het verleden te gebruiken, om ze up-to-date te maken, om ze eigentijds te maken, en om nieuwe methoden te creëren voor de toekomst — voor de toekomst van de mensheid. Daarom is het geen Hindoeïsme of Boeddhisme of Christendom wat ik onderwijs, en toch onderwijs ik de essentie van alle religies (…)
Jullie zijn allemaal boeddha’s — slapend, dromend, maar jullie zijn allemaal boeddha’s. Mijn functie is niet om boeddha’s van jullie te maken, want dat zijn jullie al, maar alleen om jullie te helpen het je te herinneren, om jullie eraan te herinneren.
Osho: Ah This  #7

Een bijdrage van Antar Marc.

De energie van stenen beelden

Anand Samagra: 
Toen ik onlangs in een kunstmuseum in Frankfurt was, kwam ik in een kamer met alleen maar beelden en houtsnijwerk van Boeddha. Ik geloof absoluut niet in stenen afgodsbeelden, maar ik was verbaasd een zeer sterke energiestroom in de kamer te voelen, vergelijkbaar met wat ik hier in de lezing voel. Was ik me dingen aan het inbeelden? En zo ja, hoe kan ik dan vertrouwen op wat ik hier bij u voel?

Osho:
In India zijn er tempels zoals die in Khajuraho waar alle mogelijke soorten seksuele houdingen zijn uitgevoerd in beeldhouwwerk. Veel standjes zijn zo absurd dat zelfs een De Sade of een Sacher-Masoch niet in staat zou zijn zich deze voor te stellen. Ook de meest geperverteerde persoon zou ze zich niet kunnen voorstellen. Bijvoorbeeld de man en de vrouw die op hun hoofd staan en de liefde bedrijven – het lijkt er niet op dat wie dan ook dit gaat proberen of het zich kan voorstellen. Maar waarom schilderden ze deze beelden? Het zijn voorbeelden van objectieve kunst. Deze tempels  in Khajuraho waren geen gewone tempels. Het waren een soort therapie-tempels: ze bestaan als een therapie. Wanneer iemand leed aan een of andere seksuele perversie werd hij naar Khajuraho gestuurd. Hij moest dan kijken en mediteren naar al die abnormale en bizarre dingen. Er was een soort afwijking in z’n hoofd ontstaan: die afwijking zat in zijn onderbewustzijn. Wat doet de psychoanalyse eraan? Het tracht dingen vanuit het onbewuste naar het bewuste te brengen, dat is alles. En psychoanalyse zegt dat als eenmaal iets van het onbewuste naar bewustzijn komt, het wordt het losgelaten en ben je er vrij van. Dit Khajuraho nu was één grote psychoanalyse.

Osho: The Tantra Vision, Volume 2 #6.

Astrologie

Astrologie is uitbuiting. En ze buit je niet alleen uit, ze geeft je ook een groot egoïstisch idee — alsof miljoenen lichtjaren ver verwijderde sterren in jou geïnteresseerd zijn, alsof hun bewegingen jouw lot beslissen en bepalen. Op deze manier wordt een kleine man het centrum van het hele universum. De astrologen bevredigen je ego, verdrijven je angsten, maar die wetenschap is absoluut nep.
Het is beter, moediger en spiritueler, om je te herinneren dat we heel klein zijn — zo klein als een grassprietje. En om te erkennen dat het goed is dat de toekomst niet bepaald is, anders zou je geen vrijheid hebben. Astrologie is tegen vrijheid. Als de toekomst vaststaat, dan ben ik een machine, geen mens. Alleen machines moeten astrologen raadplegen, geen mensen.

De toekomst van de mens is open en een open toekomst geeft vrijheid, vrijheid om jezelf te creëren. Astrologie geeft je die vrijheid niet — het is de grootste slavernij. Elk klein detail is geschreven en er is geen manier om het te veranderen — het zal gebeuren zoals het bepaald is. Het heeft de mens gereduceerd tot een marionet, een marionet van blinde krachten. Ik ontken absoluut de geldigheid van astrologie omdat ik tegen alle slavernij ben. Mijn hele inspanning is om jullie bewust te maken van je vrijheid.
Als astrologie juist is, dan verdienen Gautam Boeddha, Kabir, Dadu, geen respect. Het was bepaald; ze moesten worden wat ze geworden zijn. Wat is daar dan geweldig aan? En moordenaars hoeven niet veroordeeld te worden. Net zoals Boeddha een marionet is, is de moordenaar een marionet, en beiden zijn in de handen van… we weten het niet, we zijn ons niet bewust van die handen.

Nee, ik ontken deze determinatie. Ik wil tegen jullie zeggen dat de prestatie van Boeddha of Kabir of Nanak hun eigen prestatie is. Het is hun creatie, het is hun inspanning, het is hun strijd. En zij verdienen daar alle respect voor. En de moordenaar, de verkrachter, de misdadiger — ook zij scheppen zichzelf. Ze hadden zichzelf kunnen scheppen als boeddha, maar ze besloten zichzelf te scheppen als moordenaar. De hele verantwoordelijkheid ligt bij hen. Astrologie neemt je verantwoordelijkheid weg. Alles wat de mens zijn verantwoordelijkheid ontneemt is gevaarlijk, want verantwoordelijkheid is onze ziel, verantwoordelijkheid is onze glorie. Zonder verantwoordelijkheid zijn we gewoon robots. Met verantwoordelijkheid ontstaat menselijke vrijheid.
Er is geen wetenschap van astrologie en die kan er ook nooit zijn. Het is tegen de spirituele groei van de mens, het is tegen de vrijheid van de mens, het is tegen de menselijkheid van de mens.

Osho: The Last Testament, Vol 6, # 7

Ik geloof nergens in en ik verwerp niets. Mijn hele inspanning hier is om je te helpen alle geloven en alle ongeloof te vernietigen, want alleen dan zul je in staat zijn te weten. Weten gebeurt alleen wanneer je innerlijke wezen volkomen leeg is van geloof en ongeloof, wanneer je noch katholiek noch communist, noch atheïst noch theïst bent. En dat was ook de houding van Boeddha: hij was een agnost.
Een echte zoeker naar de waarheid gelooft nergens in, noch in positieve noch in negatieve zin. Hij gelooft niet in God, hij gelooft niet in geen-God. Dus wat te zeggen over astronomie en astrologie? Geloof is niet zijn zorg; weten, ervaren, zien, is zijn zorg, want alleen door te zien vindt transformatie plaats.

Maar mensen blijven allerlei dingen geloven omdat geloof je een vals idee van kennis geeft. Het geeft je een goed gevoel — het verbergt je onwetendheid. Toch is geloven het domste wat je kan doen. Geloof betekent dat je het niet weet en toch gelooft. Onthoud dat geloof irrelevant is als je het niet weet — en dat geloof irrelevant is als je het wel weet. Als je het niet weet, is je geloof vals, geworteld in onwetendheid. Wanneer je het weet, is er geen noodzaak om te geloven — je weet het al.

Geloof jij in de zon, in de maan? Vraagt iemand je, “Geloof je in de aarde?” Niemand stelt zulke vragen. Mensen vragen, “Geloof je in God? Geloof je in astrologie? Geloof je in leven na de dood?” Deze vragen lijken relevant te zijn omdat niemand het schijnt te weten.
Ik geloof nergens in. En onthoud, als je begint met geloven, dan komt er geen einde aan; je kunt in elke onzin geloven.

The Dhammapada, Vol 9 # 2 vraag 7