Artikelen

Mala’s

Een mala (Sanskriet: slinger) is een snoer van gebedskralen die gewoonlijk gebruikt worden in het Hindoeïsme, Jaïnisme, Sikhisme, Boeddhisme en bijvoorbeeld door sannyasins van Osho voor de spirituele praktijk die bekend staat als japa (japamala).
Een mala bestaat meestal uit 108 kralen, hoewel andere aantallen ook voorkomen. Vaak iwordt er een 109e kraal aan toegevoegd (vaak van een andere afmeting of kleur) en soms zie je ook extra kralen die decoratief zijn. Mala’s kunnen gebruikt worden om de tel bij te houden bij het reciteren van gebeden opzeggen, chanten of het in gedachten herhalen van een mantra of de naam van een godheid.

Behalve het praktische nut als hulp bij het reciteren worden er traditioneel ook andere spirituele kwaliteiten toegeschreven aan mala’s. Bepaalde materialen worden verondersteld te werken bij bepaalde praktische of spirituele problemen en de mala zelf wordt soms als een talisman gezien.  
Een 8e eeuwse vertaling gaat ervan uit dat het van oorsprong een Sanskriet woord is dat overgedragen is uit Centraal Azië. Volgens deze tekst heeft de Boeddha een koning geïnstrueerd om een mala te maken van de aristaka plant en de Triratana te reciteren terwijl hij de mala door zijn vingers laat gaan om zo tot rust te komen en zijn zorgen te verlichten.

Terwijl het lijkt alsof de het leken zijn die in de vroegste Boeddhistische tekst de mala gebruiken, werd het in China vooral in de kloosters gebruikt. Afbeeldingen van monniken met mala’s begonnen in China in de de 7e eeuw na Christus te verschijnen en het lijkt erop dat de mala beschouwd werd als behorende bij de alledaagse uitrusting van monniken.
Tijdens de Ming dynastie werden de mala’s in toenemende mate meer gewaardeerd om hun esthetische kwaliteiten dan om hun spirituele toepassing. In gegoede kringen was het gewoon om mala’s van dure of zeldzame materialen cadeau te doen. Op afbeeldingen van Qing dynastie ambtenaren zie je vaak mala’s die meer bedoeld als een toonbeeld van hun status en rijkdom dan als een teken van spiritualiteit.

Senior Chinese officials  of Qing Dynasty. Nanjing, China.

Er bestaan talloze verklaringen waarom er 108 kralen zijn, het getal 108 heeft een speciale betekenis in een aantal Hindoe, Boeddhistische en Jain tradities. De 109e kraal op een mala wordt de sumeru, bindu, stupa, guru kraal of moederkraal genoemd en is soms groter of anders van materiaal of kleur.
Een grote verscheidenheid aan materialen wordt gebruikt om mala kralen van te maken. Kralen van de zaden van de rudraksha boom worden door de toegewijden van Shiva als heilig beschouwd, terwijl kralen gemaakt van het hout van de tulsi plant worden gebruikt en vereerd dor volgelingen van Vishnu. Voor kralen worden ook vaak stenen, hout of zaden van de sandalwood boom of de Bodhi boom , en zaden van de lotusplant gebruikt.

Bron: Wikipedia.

Ik heb de mala afgeschaft. In India was het van betekenis, want in India zijn de rode kleren en mala duizenden jaren lang gebruikt als symbolisch voor een sannyasin. Ik wilde dat traditionele idee van sannyas vernietigen, want de sannyasin moet celibatair zijn, de sannyasin mag geen vrouw aanraken, mag niet tegen een vrouw praten. Een sannyasin kan niet in een huishouding wonen, hij moet in een tempel wonen. Hij mag maar één keer per dag eten, hij moet voortdurend steeds opnieuw gaan vasten. Hij moet zichzelf martelen. Dit is ziek. 
Osho, From Bondage to Freedom #17 

In 1989 stuurt Osho een laatste boodschap aan de Academy of Initiation dat het niet meer nodig is om mala’s te dragen. Sannyas gaat over naar binnen gaan en heeft niets te maken met het uiterlijke.
Voor sommige mensen komt dat als een onaangename verrassing, dus wordt de kwestie weer bij hem aangekaart. En zijn antwoord, wat weer aan de Academy wordt doorgegeven, is: ‘Als je persé je mala wilt dragen, doe het dan thuis en in meditatie.’

Met dank aan Antar Marc.

Mulla Nasruddin

Mulla Nasruddin was een satiricus uit Turkije die in de 13e eeuw overleden is in Akşehir, bij Konya. Hij wordt gezien als een filosoof, een soefi, een wijze man, en hij wordt herinnerd om zijn grappige verhalen en anekdotes. Hij komt in duizenden verhalen voor, soms geestig, soms wijs, maar vaak ook als een dwaas, of als de schlemiel van de mop.

Naarmate de generaties voorbijgingen zijn er nieuwe verhalen toegevoegd aan de Nasruddin verzameling, andere zijn gemodificeerd, en hij en zijn verhalen hebben zich wijd en zijd verbreid. De thema’s in de verhalen zijn deel uit gaan maken van de folklore van een aantal landen en geven uitdrukking aan de nationale verbeelding van allerlei culturen. Hoewel Nasruddin vaak wordt weergeven in een klein-dorpse setting, gaan de verhalen over concepten van een bepaalde tijdloosheid. 

 Mulla Nasruddin

Een Nasruddin verhaal heeft vaak een subtiele humor en is pedagogisch van aard:
Op een dag vroegen ze aan Nasruddin om een preek te geven. Toe hij op de preekstoel stond, vroeg hij: ‘Weten jullie wat ik ga zeggen?’ De toehoorders zeiden ‘nee’, dus kondigde hij aan: ‘Ik heb geen zin om tegen mensen te praten die niet eens weten waar ik het over ga hebben!’ En hij ging weg.
De mensen voelden zich in verlegenheid gebracht en riepen hem de dag daarop weer terug. Dit keer, toen hij dezelfde vraag stelde, antwoordden ze ‘ja’. Dus zei Nasruddin: ‘Wel, aangezien jullie al weten wat ik ga zeggen, zal ik niet langer jullie tijd verdoen!’ En hij ging weg.
Nu stonden de mensen echt perplex. Ze besloten het nog eenmaal te proberen en nodigden de Mulla uit om de week daarop te komen spreken. Weer stelde hij dezelfde vraag: ‘Weten jullie wat ik ga zeggen?’ Nu hadden de mensen zich voorbereid, dus antwoordde de helft met ‘ja’ en de andere helft met ‘nee’. Dus zei Nasruddin: ‘Laat de helft die weten wat ik ga zeggen, het gaan vertellen tegen de helft die het niet weten.’ En hij ging weg.

Een bijdrage van Antar Marc.

Losgeslagen hypocrisie

Antar Marc neemt hypocrisie (schijnheiligheid) onder de loep, een uitdrukking van iets wat je wijdverbreid tegenkomt in deze tijd van crisis.

Hypocrisie is de praktijk van hetzelfde gedrag vertonen waar je iemand anders voor bekritiseert. Voor de morele psychologie is het: niet kunnen voldoen aan de morele regels en principes die je jezelf gesteld hebt.
Het woord hypocrisie komt van het Griekse ὑπόκρισις (hypokrisis), wat ‘jaloezie, acteren, doen alsof, lafheid of huichelen’ betekent. Anders gezegd is het woord een vermenging van het Griekse voorvoegsel hypo-, wat ‘onder’ betekent, en het werkwoord  krinein, wat ‘ziften’ of ‘beslissen’ betekent.
Terwijl hypokrisis sloeg op elk soort van publiek optreden (inclusief de kunst van de retoriek), was hypokrites een technische term voor een toneelspeler en werd dat niet beschouwd als een passende rol voor een publieke figuur.

Niccolò Machiavelli heeft opgemerkt: ‘De massa accepteert wat schijnt als wat is, nee, ze wordt vaak eerder geraakt door de schijn dan door de werkelijkheid.’
Natuurlijke selectie werkt via het principe van ‘overleving van de sterkste’, en verschillende onderzoekers hebben laten zien dat de mensen zijn geëvolueerd om het spel van het leven op de manier van Machiavelli te spelen. De beste manier om een reputatie van eerlijkheid op te bouwen is om ook echt eerlijk te zijn. Maar aangezien het moeilijker is om eerlijk te zijn dan om eerlijk te lijken, en aangezien luiheid diep in de menselijke aard zit ingebouwd, kiest de mens vaker voor de schijn boven de werkelijkheid.

Carl Jung schreef hypocrisie toe aan degenen die zich niet bewust zijn van de duistere kant van hun aard. Hij schreef: ‘Ieder individu heeft de behoefte aan revolutie, innerlijke verdeling, de bestaande orde omverwerpen, en vernieuwing, maar niet door ze aan zijn buren op te dringen onder de hypocriete mantel van Christelijke naastenliefde of welk ander mooi eufemisme ook voor de onbewuste neigingen naar persoonlijke macht.’

Mensen nemen een standpunt in, zoeken bewijzen om dat te staven, dan, als ze enig bewijs vinden -genoeg om dat standpunt ‘aannemelijk te maken’- houden ze helemaal op met denken (de ‘aannemelijke-stop regel’). En als ze gedwongen worden om echte bewijzen te vinden, hebben ze de neiging om ‘bewijzen’ te zoeken en te interpreteren die bevestigen wat ze al geloven (het ‘bevestigings-vooroordeel’).

Bovendien hebben mensen de neiging om zichzelf goed te vinden, door sterke punten en verworvenheden te benadrukken, en zwakheden en mislukkingen over het hoofd te zien (het ‘zelfbedienings-vooroordeel’). Als ze gevraagd worden om zichzelf een cijfer te geven voor deugden, vaardigheden of andere wenselijke trekken (waaronder ethiek, intelligentie, rijvaardigheid en seksuele vaardigheden), zegt een grote meerderheid dat ze bovengemiddeld scoren. Macht en privilege vergroten de vertekening: 94% van leraren aan de universiteit zijn van mening dat ze bovengemiddeld presteren. Dit effect is kleiner in Aziatische landen en in andere landen waar ze de groep hoger waarderen dan het individu. 

Wereldwijd gezien lijkt het duidelijk dat hypocrisie wijdverbreid is in godsdienstige -, politieke – en regeringskringen.

Eerder verschenen in Osho News.

Het is al goed

Deze uitspraak stond als titel boven een interview artikel in de Optimist.
De geïnterviewde, Lucia Rijker, zei hierover: Het is een gevoel, een vertrouwen in de aanwezigheid van een hoger bewustzijn.
Zij is een bijzondere vrouw. Zij is wereldkampioen boksen en is tevens de weg gegaan van de spiritualiteit. Zij heeft een boek gepubliceerd, getiteld: Bokser en Boeddhist. Heel bijzonder, dus  kennelijk heeft het boksen haar in de vorm van lichaamswerk bewust gemaakt van haar innerlijk zijn.

Hieronder doet zij uitspraken over haar spirituele zijn.   
‘Ik beschik over een soort basisvertrouwen, gesterkt door een gevoel van verbonden zijn met alles om me heen en een hogere kracht. Zoals het nu is, is het al goed en dat biedt troost en kracht. Ouder wordend speelt bij mij spiritualiteit een belangrijke rol in mijn leven, maar het heeft altijd mijn belangstelling gehad.’
Zij haalt de spreuk aan van Deepak Chopra: ‘De evolutie ligt op schema.’
Een vertrouwen in een hoger bewustzijn voelt zij soms tijdens haar meditatie en er wordt een tip van de sluier opgelicht. ‘Ik voel dan nooit iets dat als slecht of kwaad aandoet.’

Meer: Het is al goed.

Een bijdrage van Prem Abhay.

Synchroniciteit

In een recent artikel in Happinez wordt Synchroniciteit getypeerd als ‘Toeval met Betekenis.’ Aangegeven wordt dat je het kunt beschouwen als aanmoediging, tekens die zich kunnen laten zien in bijzondere ontmoetingen. Voorts wordt gezegd: “Synchroniciteit is daarom misschien het best te omschrijven als ‘toeval met betekenis,’ een gelijktijdigheid, terwijl de Oosterse filosofie uitgaat van het Nu, een holistische zienswijze waarin alles met elkaar verbonden is, met elkaar samenhangt. Je kunt het zien als doorkijkjes in het web van de universele verbondenheid die schuilt achter alles om ons heen.

Synchroniciteit werd voor het eerst uitgelegd door de psychoanalyticus Carl Jung. Hij gebruikte het begrip als ‘een bijzondere samenloop van omstandigheden van twee of meer niet-oorzakelijk met elkaar verbonden gebeurtenissen die eenzelfde zin en betekenis hebben.”

Deepak Chopra zegt in het artikel: ”Ik ben ervan overtuigd dat synchroniciteit een boodschap is van het universum, wat je niet moet zien als iets dat losstaat van jou, maar als deel van jezelf. Je hebt een persoonlijk en een universeel lichaam en ze behoren je allebei toe. Zie de bomen als je longen, ademen ze niet dan adem jij niet. Deepak noemt synchroniciteit de manifestatie van je ziel die in harmonie is met het universum, het gevoel dat je verbonden bent met de wereld om je heen, het universum jou ziet, je begeleidt op je pad en dat het met jou communiceert.”

Het artikel zegt verder: “Synchroniciteit laat zien dat onze psyche en de materie om ons heen niet los van elkaar staan. Het is in essentie altijd eenmalig en uniek en behoort helemaal toe aan de betekenis die de ontvanger eraan geeft. Het is precies datgene waarmee je je leven betekenis kunt geven, het verbindt je binnenwereld met de wereld buiten je. De sleutel is je meer bewust te worden van jezelf en de wereld om je heen. Een betekenis ‘daar buiten’ krijgt ineens betekenis ‘hier binnen,’ het is magisch. Het is niet alleen verbonden met de wet van de aantrekkingskracht, maar ook met de wet van vibratie. Ieder mens vibreert op eigen niveau, en hoe gelukkiger en liefdevoller, hoe vrijer de geest en positiever de blik, hoe hoger hij trilt. Je bewust zijn van synchroniciteit is een miraculeuze ervaring, je uitnodigend de mysterieuze werking van onze wereld, ons leven, onze realiteit dieper te onderzoeken.

Osho over NU

Een van de belangrijkste Indiase geschriften, de Brahmasutra, zegt: “NU, begin het onderzoek naar God.” Het voelt alsof er iets ontbreekt. Iets moet aan dit NU zijn voorafgegaan. Dit “nu” is van veel betekenis. Het zegt eenvoudig: “Je hebt een leven geleid van illusies – nu, begin het onderzoek naar God. Je hebt een leven geleid van werelds plezier, pijn, ellende, problemen; je hebt in vele richtingen gezocht en je hebt niets gevonden. Je hebt door middel van het ego geleefd, vanuit het zelf en je bent moe. Je bent in een doodlopende straat gekomen en daar kun je nergens meer heen – nu, begin het onderzoek naar God.

Je hebt geld gespaard, je hebt macht, je hebt bekendheid, maar niets is enige vervulling geworden. Dit “NU” is van betekenis. Het zegt dat onderzoek naar God in het midden van het leven gebeurt. Het kan niet starten vanaf het begin, dat is niet mogelijk. Een kind kan geen onderzoek doen naar God, hij moet eerst het leven onderzoeken. Hij moet verdwalen. Elk kind geboren uit mensen moet God verliezen. Enkel wanneer duisternis te veel is geworden, leed te zwaar en het hart begint te zinken, gaat men beginnen te bedenken iets te doen dat volledig verschillend is van wat men heeft gedaan. Dan komt dat moment – NU, begin het onderzoek naar God.

Osho: Far Beyond The Stars.

Osho over synchroniciteit

Ik ben dankbaar dat jullie naar mij luisteren. En luister zo totaal als maar mogelijk en dan gebeurt er iets in je. Het wordt niet door mij veroorzaakt. Het is dan een synchroniciteit. Mijn sannyasins zijn niet mijn volgelingen, ze zijn mijn vrienden, mijn geliefden. Ik geef je geen enkele instructie over hoe je moet leven, geen enkele opdracht hoe je je moet gedragen, geen enkele karaktertrek die je moet cultiveren.

De wet van de synchroniciteit is een van de geweldigste bijdragen van Carl Gustav Jung. Hij noemde het ook zo. En tegen de tijd dat Jung eraan ging werken hoe dingen gebeuren in bewustzijn, kwam hij tot de conclusie dat de vibratie van het ene hart, als het krachtig genoeg is, het ritme van een ander hart kan veranderen. De vibratie is onzichtbaar, er is nog geen enkele manier om het te meten. Het is niet oorzakelijk. Dat gebeurt in satsang – in verbondenheid met een Meester.

Twee geliefden, als zij werkelijk geliefden zijn, in diepe intimiteit, gaan er langzaamaan gelijk uitzien – dat is synchroniciteit. Langzaamaan gaan ze lijken op een broer en zus, iets in hen raakt gesynchroniseerd, ze gaan hetzelfde ritme krijgen… Als liefde zich verdiept, transformeert het de relatie en uiteindelijk komt er een moment dat er een soort eenheid verschijnt, ze worden één. Dit is synchroniciteit en dat gebeurt tussen de Meester en de discipel – op een veel dieper niveau dan elke andere liefde, op een veel hoger plan dan iedere andere intimiteit. Als je gelukkig genoeg bent om met een levende meester te zijn, wordt dan gewoon kwetsbaar naar hem. Laat intimiteit gebeuren, kom dichterbij, laat het defensieve los en de krachtige dynamo van de meester, zijn magnetisch terrein transformeert je dan. En die transformatie is niet iets aan je opgelegd, hij geeft je geen enkele opdracht, maar iets dat in je wakker gemaakt is en je eigen wezen tot leven brengt.

Osho: The Fish in the Sea is not Thirsty.

Een bijdrage van Prem Abhay.

De dans van Shiva en Shakti

Met deze Indiase dans begin je de dag met nieuwe levensenergie, dankbaarheid en liefde, aldus het artikel Ochtendritueel in Happinez. Een sierlijk bewegen bij zonsopgang om de mannelijke en vrouwelijke energie, de zon en de maan, het licht en het donker te verenigen. Aldus de tekstschrijfster Angélique Heijligers, in haar weergave van de Yoga- Tantradocent Afke Reijenga, en geeft daarover het volgende weer:

De dans van Shiva en Shakti is een duizenden jaren oud ochtendritueel uit een klein dorpje in de Himalaya, een vorm van hatha yoga, van zon en maan en eenheid.
Het is de dans van het samenbrengen van tegengestelde energieën. De zon is het symbool van Shiva, die de mannelijke energie, daadkracht en het bewustzijn vertegenwoordigt. En de maan is het symbool van Shakti die de vrouwelijke energie, wijsheid en de goddelijke energie vertegenwoordigt. Ieder van ons draagt mannelijke en vrouwelijke energie in zich, de energie van dag en nacht, zon en maan, het aardse en het goddelijke. De dans is bedoeld om al die tegengestelde energieën in het universum, die ook in jezelf leven, samen te brengen.

 Shiva en Shakti

De dans bestaat uit 20 staande, milde oefeningen die je 6, 8 of 10 keer herhaalt. Vooral sierlijke, draaiende bewegingen en lange zwaaiende armbewegingen in tegenovergestelde richting. Je heupen, knieën en schouders houden van draaiende bewegingen. Het symboliseert de tegengestelde krachten en daagt ook het brein uit om nieuwe verbindingen tussen neuronen te maken en dat houdt je brein gezond.
De elegante armbewegingen waarbij heupen en benen als vanzelf de beweging volgen, voelen alsof je door water waadt. Water is vloeibaar, beweegt waar het kan gaan. Water is om je heen en ook in jezelf. Als het leven even moeilijk is, probeer je dan te verbinden met het element water en de flow van het leven weer te vinden. Bij de meer krachtige bewegingen voel je het vuur, het element dat staat voor transformatie, want je hebt kracht nodig om te kunnen veranderen. Bij het element lucht denk je aan de ademhaling. Het in balans brengen van de verschillende elementen draagt bij aan een goede lichamelijke, geestelijke en spirituele gezondheid. De dans eindigt met een zittende meditatie.

Over een moment van eigen ervaring zegt de schrijfster: 
Het is nog donker als ik ’s morgens heel vroeg buiten sta. Ik adem diep en krachtig de ochtendlucht vol prana in en adem zacht, haast vanzelfsprekend weer uit. Terwijl het lichter wordt, buig ik diep naar de aarde en reik ik zo hoog mogelijk naar de lucht, beweeg ik met mijn armen en heupen alsof ik door water waad, ik meander en voel hoe de zon op mijn huid me  energie geeft. Na afloop van de dans van Shiva en Shakti  ga ik even zitten.

Osho over de dans

Als je meditatief danst, gaat je dans een nieuw aroma krijgen, iets van het goddelijke komt bij je binnen, het ego verdwijnt, de danser verdwijnt, wordt gedachteloos, stil, noem het een goddelijke hoedanigheid.
Een van de grootste dansers van de vorige eeuw was Nijinsky. In hem vond er een zekere synthese plaats tussen dans en meditatie. De kunst van meditatie had hij nooit geleerd en het moet gebeurd zijn als een gevolg van zijn totale inzet om in de dans te gaan.

   Nijinsky in Parijs
Af en toe gebeurde er een wonder. Nijinsky nam dan zulke hoge sprongen die fysiek niet mogelijk zijn vanwege de zwaartekracht van de aarde. Alle waarnemers waren eenvoudig verbijsterd. En het tweede was dat als hij begon te dalen, kwam hij neer als een veertje – heel langzaam. Wetenschappelijk is het onmogelijk en wetenschappers die hem observeerden, stonden voor een raadsel. Nijinsky werd gevraag: ‘Hoe lukt je dat?, en hij zei: ‘Ik kan het niet zeggen want als het gebeurt, ben ik er niet. Het gebeurt als ik mezelf volledig vergeet en ben dan verbaasd, volkomen verbaasd, want ik word gewichtloos.
Osho, I Am That.

Dansen is een experiment om je lichaam, je mind en je ziel in overeenstemming te brengen. Het is een van de meest ritmische fenomenen en als je echt danst is er geen andere activiteit die zo’n eenheid brengt. Zit je, gebruik je het lichaam niet, enkel je mind. Loop je heel hard, gebruik je het lichaam en niet je mind. Dansend doe je beide niet, het is een vreugdevolle beweging. Het lichaam beweegt, de energie stroomt en de mind beweegt en stroomt. En als beide stromen, lossen ze zich op in elkaar. Je wordt psychosomatisch. Daarom zie je een nieuw soort gratie op het gezicht van de danser – de bodymind ontmoeting die één melodie, één ritme, één harmonie wordt en als dit gebeurt, gaat de derde, de ziel bij je naar binnen komen. Dat kan enkel wanneer je lichaam en je mind niet langer in conflict zijn, diep in liefde, elkaar omhelzend, huggend – dat gebeurt in de dans. Voor het eerst word je dan een drie-eenheid, een trimurti.
Dat zijn de 3 gezichten van God.
Osho, Sufis: The People Of The Path.

De dans is enorm waardevol en zou voor iedereen een natuurlijk fenomeen moeten worden. Het is nog steeds zo bij primitieve mensen; iedereen is een danser. Er zijn nog altijd kleine stammen in India in de diepe wouden; hun hele leven is dans. Zij kunnen niet geloven hoe je kunt leven zonder te dansen. Hun hele leven draait om dans. Elke avond is een dansavond en de hele stam danst; kleine kinderen, vrouwen, mannen, oude vrouwen. Dans is voor iedereen, want dans is gelijkwaardig aan het leven.
De mens heeft veel gemist.
Bertrand Russell was een rationeel mens. Maar toen hij langs een primitieve stam in Afrika kwam, viel zijn hele idee van beschaving plat op de grond en hij begon zich heel jaloers te voelen. Hij schrijft: “Op dat moment was ik bereid mijn hele cultuur en beschaving te laten vallen als ik zou kunnen weten hoe weer te dansen.”
Mijn sannyasins moeten allemaal dansers zijn, geen kans moet worden gemist, moet worden benut als een gelegenheid om te dansen. Iemands verjaardag, dans. Iemand is gestorven, dans. Iemand is ziek, dans om hem heen. Iemand gaat op reis, geef hem een dansafscheid. Iemand verschijnt, verwelkom hem met een dans. Maak er een punt van, dat hoe meer je danst, hoe meer je in overeenstemming bent met God.
Osho, Only Losers  Can Win This Game.

Een bijdrage van Prem Abhay.

Meer dan die machinekamer van gedachten

‘Luister naar het fluisteren van je lichaam,’ zegt de filosoof Marc van de Bossche recent in de rubriek Ten Eerste van de Volkskrant. Aansluitend geeft hij aan: de mens is meer dan zijn brein, bepalender is je lichaam. Vervolgens doet hij een aantal uitspraken die typerend zijn voor ons mens-zijn.
‘We zijn meer dan ons eigen ik, meer dan die machinekamer van gedachten die Descartes van ons heeft gemaakt. Een zinvol leven speelt zich op 3 terreinen af:
Liefde, Werk en Spel en op alle drie speelt de lichamelijkheid een grote rol.’

Onze Westerse benadering is altijd top-down geweest en sinds Descartes en Kant zijn we het denken als hoogste goed gaan zien. Maar inzichten uit de neuropsychologie leren ons: het is bottom-up, het begint bij het lichamelijke en de emotie.

We zijn niet ons brein, zoals de hersenwetenschapper Dick Swaab zegt, maar we zijn een brein in een lichaam dat zich bevindt in een bepaalde cultuur. Mijn schrijven begint bij het geworpen zijn in mijn omgeving, bij de emoties die daarmee gepaard gaan en die belanden uiteindelijk in het topje van de ijsberg, de rede.

Een mooi voorbeeld van William James, grondlegger van de Amerikaanse psychologie, is het leven te zien als een stroom van gebeurtenissen. Als je daarover iets wilt zeggen, is het alsof je een emmer water uit die stroom schept, terwijl ondertussen het water verder stroomt. Omdat je je erin beweegt, kun je er niets statisch over zeggen.
En heb je het over de zin van het leven dan gaat het over de richting van die stroom.

Het lichaam is de spil van onze wereld zei de Franse filosoof Merleau-Ponty al.
Het is vanuit je lichamelijkheid dat je tot zingeving komt in je leven.

Osho over het lichaam

Heb je lichaam lief, zorg er goed voor want dit is jouw instrument en het zal dan heel prachtig zijn. Het is zo’n geweldig mechanisme en zo complex, zo efficiënt functionerend en stil, ongeacht of je wakker bent of slaapt, bewust of onbewust. Zelfs zonder zorg blijft het functioneren en voor jou zorgen. Je moet dankbaar zijn voor het lichaam.

Uit Osho: Hallelujah.

Alles wat echt is, moet uit het lichaam voortkomen . Ik verkeer enorm in liefde met het lichaam, want het lichaam is je wezen, daar ben je gegrondvest en geworteld en alle godsdiensten hebben de brug tussen jou en het lichaam te niet gedaan. En als de mind prachtig is, komt het altijd door navolging van het lichaam, dat z’n eigen wijsheid heeft. Het weet hoe het moet dansen, ook met het onbekende, en hoe het moet zingen.
Als je het gebed van het lichaam leert, het toestaat, dan verschijnt het gebed van de ziel vanzelf. Wanneer het lichaam gaat vibreren met het goddelijke, zie je plotseling je ziel ook vibreren. Je lichaam en ziel zijn één. Het is de mind die ze tot scheiden brengt.
Laat de mind zich oplossen en je bent één, een absolute eenheid, integratie.

Uit Osho: The Wisdom of the Sands.

Osho over het brein 

Het brein is een mechanisme en blijft alles vastleggen. Het is een fysiek lichaamsdeel. Het probleem is dat je bewustzijn gevuld is met herinneringen en het zich blijft identificeren met het brein waardoor je brein altijd maar wordt aangewakkerd door je bewustzijn, herinneringen je blijven overspoelen.

Wanneer gezegd wordt: ‘sterf t.o.v. het verleden,’ betekent het niet geïdentificeerd zijn met het brein, het is enkel een instrument en heb je het nodig dan gebruik je het. In dat geval word je niet minder maar meer efficiënt met je mind. Een meester is altijd efficiënter. Zelf moet ik herinneringen gebruiken en woorden wanneer ik jullie toespreek, maar praat ik niet dan stopt de mind, er is dan een volledig vacuüm – leegte.
En er is geen bewolking.

Uit Osho: The Supreme Doctrine.

Net zoals wetenschap succesvol was om door te dringen in het  absolute geheim van materie, heeft het de capaciteit om door te dringen in het absolute geheim van bewustzijn, in de schatten van ons innerlijk wezen.
Meditatie is een pure wetenschappelijke methode. In de wetenschap noemen we het observatie, observatie van de objecten. Wanneer je naar binnen gaat, is het dezelfde observatie, gewoon 180 graden omdraaien en naar binnen kijken.

We moeten beginnen aan een nieuwe mens. Een volkomen nieuwe visie van het leven moet een aanvang krijgen: het leven van overgave, het leven van loslaten. Wees in overeenstemming met de natuur, het is niet nodig te strijden. Wees in overeenstemming met andere mensen, het is niet nodig ambitieus te zijn. En wees in absolute overeenstemming met jezelf. Verdeel jezelf niet, wordt niet schizofreen, blijf één-zijn, geïntegreerd, individueel. 

Uit: Osho: Philosophia Perennis.

Een bijdrage van Prem Abhay.

Vóór de oerknal

De Nobelprijs voor natuurkunde is dit jaar naar Roger Penrose gegaan, een 89-jarige Engelsman die de theoretische onderbouwing voor het bestaan van zwarte gaten heeft gegeven. Samen met zijn vriend Steven Hawking heeft hij het populaire boek over kosmologie ‘De aard van ruimte en tijd’ geschreven.
 
   Roger Penrose
 
In een recent artikel voor een wetenschappelijk tijdschrift beweert hij dat er een vroeger heelal heeft bestaan vóór de oerknal die je vandaag de dag nog kan observeren.
Zwarte gaten lekken energie en vergaan uiteindelijk helemaal, maar in zo’n langzaam tempo dat ons huidige heelal eerder vergaan is. Zwarte gaten van vroegere heelallen zijn nu dus waar te nemen.
De oerknal was dus niet het begin, er bestond al iets vóór de oerknal.

Subhuti, de auteur van ‘Wild Wild Guru’, heeft in 1979 al een vraag over de oerknal aan Osho gesteld. Indertijd stelde een artikel in Time Magazine dat de oerknal wetenschap en godsdienst tot elkaar had gebracht met het idee van een eenmalige, plotselinge scheppingsdaad.

Subhuti: ‘Wat is er mis met dit verhaal?’
Osho: ‘Subhuti, wat je als eerste moet bedenken is dat de godsdienst de laatste driehonderd jaar voortdurend terrein heeft verloren… ‘
Hij legde uit dat de godsdienst eerst heeft geprobeerd om de wetenschap te vernietigen door bijvoorbeeld Galileo te vervolgen toen hij beweerde dat de aarde om de zon draaide in plaats van andersom. Maar nu de wetenschap zo gegroeid is dat ze de objectieve wereld domineert, springt de godsdienst gretig bovenop elke theorie die haar bijgeloof lijkt te ondersteunen – bijvoorbeeld de oerknal en de scheppingsdaad.

Osho gaat verder: ‘Waarom zeg ik dat er geen begin was? Subhuti, het is zo simpel. Ook al geloof je in de oerknal theorie, er moet iets geweest zijn dat tot ontploffing is gekomen. Denk je dat niets ontplofte? Als er iets geweest is, x, y, z -wat dan ook, die onzin interesseert me niet, wat het ook was dat ontplofte- als er iets was vóór die ontploffing dan was die ontploffing niet het begin. Het was misschien wel ‘een begin’, maar het is niet ‘het begin’.
‘Er was altijd iets -of het nou ontplofte om langzaam groeide, in één dag of in zes dagen, of in een enkel ogenblik, dat maakt niet uit. Er moet iets daarvoor geweest zijn, want alleen iets kan uit iets voortkomen. Ook al zeg je dat er niets was, en het uit niets is gekomen, dan is jouw niets nog vol met iets, is het niet werkelijk niets.

Daarom zeg ik dat er nooit een begin is geweest en er nooit een eind zal zijn. Misschien een begin, misschien velen beginnen en misschien vele einden, maar nooit het eerste en nooit het laatste. We zitten altijd in het midden. Het bestaan is geen creatie maar een creativiteit. Het is niet dat het op een dag begint en op een dag eindigt. Het gaat maar door, het is een doorgaand proces.’

Osho: The Book of Wisdom #28

Meer: Osho News.

Gandhi en de aapjes

Bij Gandhi stonden er altijd drie aapjes naast hem op de tafel. Hij had ze cadeau gekregen van een Japanse heilige. Eigenlijk had hij er vier gekregen maar de vierde ontbrak op alle plaatjes.
Toen ik naar Gandhi’s ashram ging vroeg ik aan zijn zoon Ramdas: ‘Waar is het vierde aapje?’
Hij zei: ‘Hoe weet u dat er een vierde aapje was? Want toen ze aankwamen waren ze alle vier met elkaar verbonden, ze waren niet apart maar het vierde werd er onmiddellijk af gehaald en vernietigd. Hoe bent u daarachter gekomen? Want dit is lang geleden gebeurd.’


Ik zei: ‘Ik ben echt iemand die rare dingen onderzoekt. Vertel me eens over het vierde.’
‘Maar,’ zei hij, ‘dat is helemaal vernietigd. Hoe bent u …? Wie heeft u dat verteld?’
Want behalve Gandhi, Ramdas, zijn zoon en Ba, zijn moeder, wist niemand ervan af.
‘We hebben het pak opengemaakt en we hebben het vierde vernietigd.’
Ik zei: ‘Dat is OK. Ik was daar ook bij.’
Hij zei: ‘U maakt vast een grapje.’

En nergens wordt er vermeld dat er vier aapjes waren… maar ik weet het omdat die vier aapjes oorspronkelijk Chinees waren. Het zijn hele traditionele Taoïstische aapjes, minstens drieduizend jaar oud, dus wist ik dat er een vierde moest zijn. Van het Taoïsme zijn ze naar Japan gereisd en het zijn er nooit drie geweest.

Maar hij heeft zijn hele leven die drie aapjes bij zich gehouden. Ze worden nog steeds bewaard in het Gandhi Memorial Museum in Delhi. Maar het is een leugen want het vierde ontbreekt.
Het ene aapje houdt zijn handen over zijn ogen om ze dicht te doen. ‘Geen kwaad zien’ is de boodschap.
Het tweede houdt zijn handen over zijn oren: ‘Geen kwaad horen.’
Het derde aapje heeft zijn handen over zijn mond, niet om je een kushandje te gooien, maar: ‘Geen kwaad spreken.’
 
Wat deed het vierde dat ze hem vernietigd hebben? Het vierde hield beide handen over zijn seksorgaan: ‘Blijf celibatair, geen kwaad doen.’
Nou maakte Gandhi zich zorgen dat dit aapje problemen zou geven. ‘Iedereen die komt zal vragen waar hij nou mee bezig is. En dat zit gewoon vlak naast me… Vernietig deze maar, die andere zijn OK.’
 
Osho

Uit het hoofd in het leven

Met deze titel stond recent een artikel In Medisch Dossier, waarin de huisarts Bram Tjaden (1953) zegt dat mindfulness  15 jaar geleden een ommekeer betekende in zijn huisartsen leven. En al 10 jaar lang geeft hij, uit enthousiasme, mindfulness aan collega-huisartsen. Hieronder vertelt hij een aantal bijzondere dingen over zijn ervaringen.

‘Mindfulness heeft me geleerd uit mijn hoofd te komen en in het leven te gaan staan. Het is geen taak die je doet, op gezette tijden, maar een innerlijke houding die je voorgoed inneemt. Ik herinner me nog goed dat ik in het stil zijn en bij mezelf met aandacht naar binnen gaan, opmerkte hoeveel onrust er in me was. Het geeft me nog steeds een bepaalde flexibiliteit en openheid, te beginnen met me te verbinden met mezelf, met mijn eigen lichaam en gevoelens. Me echt kunnen verbinden is voor mij het grootste geschenk van mindfulness, allereerst met mezelf en natuurlijk ook met anderen en het stelt me in staat zowel mooie als lastige dingen van het leven te accepteren en open en nieuwsgierig te blijven.’

‘Huisarts is een stressvol beroep. Ken zelf de eerste verschijnselen van burn-out waardoor je patiënten gaat depersonaliseren, mede ingegeven omdat we als huisartsen met protocollen en standaarden werken. Maar er zit altijd een unieke persoon tegenover je, met een eigen verhaal.’

‘Samen met een bevriende psycholoog en therapeut heb ik een trainingsprogramma gemaakt. De oefening begint ermee dat je de ogen sluit en je concentreert op de ademhaling met puur waarnemen, en vervolgens in combinatie daarmee je aandacht richt op andere lichaamsdelen.’

‘Het blijkt dat de collega-huisartsen 6 maanden na de mindfulness training  nog steeds een positief effect ervaren: betere grip op stress, meer ruimte voor zelfreflectie en minder streng voor zichzelf. Hen werden ook kleine oefeningen aangereikt die makkelijk ingepast konden worden in de dagelijkse routine, zoals een kort moment van meditatie nemen, terwijl je met aandacht van de spreekkamer naar de wachtkamer loopt.’

‘Het blijkt ook dat deelnemende huisartsen meer bij zichzelf kunnen zijn en blijven. Bovendien gaven zij aan dat ze eerder hun grenzen kunnen voelen omdat ze meer in contact staan met hun lichaam.Dit betekent voor de patiënt dat die een dokter tegenover zich heeft die kan luisteren. Het effect op mij is dat ik rustig en open mijn werkdag in kan gaan en bovendien is alles wat ik waarneem goed zoals het is.’

‘Recent had ik een aanvaring met een cliënt die vond dat ik te weinig aan pijnstilling deed voor hem. Het liep behoorlijk uit de hand, heb het als bedreigend ervaren, heb mezelf daarna toegesproken zoals een coach dat zou doen en er beleid op uitgezet. Als je geen aandacht geeft aan dit soort incidenten, dan spreekt het voor zich dat je emmer op zekere dag overloopt. Mindfulness helpt je die emmer regelmatig te legen, niet een taak die je doet, maar een innerlijke houding die je voorgoed inneemt.’

Over ‘het hoofd’ zegt Osho:
‘Het hoofd is heel dictatoriaal. Het neemt overal energie weg. Ga meer je lichaam in, maak je zintuigen levendiger. Kijk, proef, raak aan en ruik liefdevoller. Het hoofd gebruikt bijna 80% van de energie. Natuurlijk lijdt het lichaam daaronder. Laat je zintuigen steeds meer functioneren en dan zie je plotseling dat de energie die te veel naar het hoofd ging nu goed verdeeld is in het lichaam. Want je kunt enkel gelukkig zijn wanneer je functioneert als een geheel, als een organische eenheid, elke deel van je lichaam en wezen zijn proportie krijgt. Dan functioneer je in een ritme, heb je harmonie. Harmonie, geluk, gezondheid zijn allemaal deel van één fenomeen, en dat is heelheid.

Breng dus je zintuigen terug. Doe van alles dat weinig denken nodig heeft, niet veel intellect. En verheug je. Dan zal je hoofd meer en meer ontlast worden. Dat zal goed zijn voor het hoofd, want wanneer het teveel is belast, denkt het alsmaar – maar kan niet echt denken. Want hoe kan een zorgelijke mind denken? Daarvoor heb je helderheid nodig, een ontspannen mind.. Het lijkt een paradox, maar voor het denken heb je een gedachteloze mind nodig. Dan kun je gemakkelijk, heel direct en intens denken. Je hebt dan intuïtie.

Wanneer de mind te zwaar is belast met gedachten, dan denk je te veel, maar zonder doel en je komt tot niets, alsmaar rond en rond gaande, met veel lawaai, maar het eindresultaat is nul.
Dus het gaat niet tegen het hoofd in om de energie naar alle zintuigen te verspreiden. Het heeft zijn voordeel ermee, want wanneer het hoofd in balans is, op zijn juiste plek, functioneert het beter.’

Een bijdrage van Prem Abhay.