Osho heeft het in de toespraak van deze week over de boeddha in ons die naar buiten wil komen. Zie de uitzending op Osho TV: Isan, No Footprints in the Blue Sky #6
Sozeki schreef:
Een paar witte wolkje drijven langs de ingang van de grot,
zonder mijn dharmavriend te hinderen
wanneer hij aan mijn deur klopt.
Ik weet geen manier
om mijn niets doen te verbergen,
dag in dag uit.
Hand in hand gaan we
heen en terug, heen en terug.
Een bijzonder geheimzinnige uitspraak, maar een heel eenvoudige. Eenvoud is soms geheimzinniger dan ingewikkeld. Een paar witte wolkjes… Stel het je voor, omdat zen gedichten er niet zijn om te lezen, maar om te aanschouwen. Stel je een grot voor: Een paar witte wolkjes drijven langs de ingang van de grot, zonder mijn dharmavriend te hinderen. Wie is de dharmavriend? We noemen hem de boeddha. Deze witte wolken kunnen mijn boeddha niet hinderen wanneer hij aan mijn deur klopt. Ik weet geen manier om mijn niets doen te verbergen, dag in dag uit.

Hij zegt dat deze wolken mijn boeddha-zijn niet tegen kunnen houden. De klop komt niet van buiten; de klop die van binnen komt heb je niet gehoord. De boeddha wil naar buiten komen. Het is nu genoeg geweest. Hij heeft een verborgen bestaan van vele levens geleid in de kern van je wezen. Er komt een dag dat hij ook de zonsopgang en -ondergang, de sterrenhemel en al de prachtige bloemen wil zien. Uiteindelijk hoort hij die mediteert de klop van binnen. Je bent alleen bekend met de klop die van buiten komt, maar eens, midden in de nacht, klopt iemand van binnen.
Het is een hele vreemde ervaring. Wees niet bang, het is je dharmavriend. Het is de kern van je wezen die zegt: ‘Nu ben je gereed, open de deuren, laat me naar buiten komen. In je bezigheden, je gebaren, je woorden, je stiltes- laat mij het nu overnemen.’
…
Soseki zegt:’Niemand kan mijn dharmavriend tegenhouden als hij aan mijn deur klopt.’ Soseki is natuurlijk bezorgd: ‘Wat zal hij denken?’ Omdat ik geen manier weet om mijn niets-doen te verbergen, dag in dag uit; ik ga gewoon door met niets-doen. Hij piekert: ‘Wat zal Boeddha ervan vinden? Wat is dat voor een waardeloze lanterfant, die niets doet, dag in, dag uit…?’ Maar uiteindelijk gaan we hand in hand, heen en terug, van het innerlijk naar de periferie, van de periferie naar het innerlijk. Langzamerhand worden jij en de boeddha één, er zijn geen twee wezens.
Wanneer je stiller wordt, weerlozer, kwetsbaarder, als je jezelf geheel openstelt, zijn deze twee handen van jezelf. Dan begint een nieuwe dans, een waarvan de schoonheid onbeschrijflijk is. Dan begint er een dronkenschap die niet van deze wereld is. Je kunt hem alleen maar goddelijke wijn noemen; zo hebben de Soefi’s hem omschreven.
Meer: Isan, No Foorprints in the Blue Sky #6
Image by Ben Kerckx from Pixabay.


