1001 verhalen

De gepensioneerde chirurg

Bijna iedereen wordt op een dwaalspoor gebracht, van zijn ware aard vandaan,
en hoe verder hij wegraakt, hoe ellendiger hij zich gaat voelen…
 

Ik heb eens gehoord over een groot chirurg die pas op zijn vijfenzeventigste met pensioen ging. Het was ongebruikelijk om iemand zo lang in dienst te houden, maar deze chirurg was dan ook een meesterchirurg. In heel het land was er niemand die ook maar enigszins aan hem kon tippen. Zelfs op zijn vijfenzeventigste was hij nog de beste chirurg. Dus in plaats van hem op zijn zestigste met pensioen te sturen hadden ze hem liever overgehaald om door te blijven gaan.  Op zijn vijfenzeventigste zei hij: ‘Genoeg is genoeg. Nu wil ik uitrusten en relaxen. Ik ben doodop.’


Op zijn laatste dag gaven zijn vrienden een feest ter ere van zijn afscheid en ze stonden allemaal vrolijk te drinken en te dansen. Maar hij stond daar maar in een hoekje, verdrietig en ellendig te wezen. Een van zijn vrienden kwam naar hem toe en vroeg: ‘Wat is er aan de hand? Wij zijn hier allemaal bij elkaar gekomen om je vrolijk en feestelijk vaarwel te zeggen en jij staat hier maar in een hoekje alsof er iemand is overleden. Waarom kijk je zo ellendig?’

Hij zei: ‘Jullie hebben de vinger op mijn zere plek gelegd. Ik loop al bijna zestig jaar rond met die wond. Ik heb nooit chirurg willen worden. Mijn vader was arts, mijn moeder was arts en ze hebben me allebei gedwongen om chirurg te worden. Ik wilde muzikant worden. En ze bleven maar op me hameren: “Ben je helemaal gek geworden? Als je muzikant wordt, kun je hooguit straatmuzikant worden. Maar als je naar ons luistert, sturen we je naar de beste onderwijsinstellingen, naar de beste medische faculteit, naar de beste chirurgieopleiding. We zullen een groot chirurg van je maken. Je naam zal in de geschiedenisboeken terechtkomen.”

Net als ieder kind was ik hulpeloos. Ze hebben me gedwongen, ik ben chirurg geworden. Ze hadden wel gelijk, ik ben wereldberoemd geworden. Ik heb nooit enige vreugde gevoeld. Ik heb als een robot gewerkt. Misschien ben ik daarom wel zo’n goede chirurg geworden, omdat ik mijn menselijke hart ben kwijtgeraakt. Mijn hart is bijna dood. Als ik muzikant was geworden had niemand misschien ooit mijn naam gehoord, maar wat maakt dat nou uit? Dan had ik me wel vervuld, bevredigd gevoeld. Dan was ik mijn eigen zelf geweest.’
 
De mens wordt als tabula rasa geboren, gewoon een blank vel papier, zonder dat er iets op geschreven staat. Maar hij brengt zaadjes met zich mee en als hij vrijheid en steun krijgt, wordt hij een uniek individu. Niemand kan voorspellen wat zijn bestemming zal zijn, maar één ding is zeker: als hij niet belemmerd wordt in zijn groei zal hij ontzettend tevreden zijn, wat hij ook wordt. Misschien wordt hij wel muzikant, gewoon iemand die op een bamboefluit speelt, maar hij zal van binnen een rijkdom, een tevredenheid bezitten die zelfs de rijkste mensen niet kunnen hebben.

Zijn zaadje is niet kapotgemaakt. Hij is zijn eigen zelf kunnen worden, niet een kopietje van iemand anders. Misschien is hij wel geen lotusbloem, maar gewoon een madeliefje of zelfs alleen maar een grasbloempje zonder naam, anoniem, een niemand, maar dan zal hij toch in de regen en de wind en de zon staan dansen met evenveel vreugde als welke roos dan ook.

Maar dit is een van de grootste problemen geweest: ze grijpen elk kind wat geboren wordt vast om er iets van te gaan maken. Het kan niemand wat schelen of het zelf iets te zeggen heeft, of dat het zijn eigen lied wil zingen. Met alle goede bedoelingen proberen ouders, priesters, leraren, de hele maatschappij, iemand te vormen naar hun eigen opvattingen. En dit is de enige oorzaak van de menselijke ellende, want niemand is wat hij geweest zou zijn als ze hem vrij hadden gelaten, gesteund, geaccepteerd, gevoed. Iedereen is misvormd geraakt.

En het probleem wordt nog complexer, want mensen die kinderen misvormen doen dat ‘om hun eigen bestwil’. Ieder kind komt met geweldig veel energie en potentie aan, maar heel de maatschappij om hem heen begint hem te kneden, idealen te geven: je moet een Jezus Christus worden of een Gautama Boeddha, je bent niet acceptabel zoals je bent. Als je gerespecteerd wilt worden, geëerd, erkend, dan moet je iemand worden volgens de ideeën van de maatschappij waarin je bent geboren.

Dus wordt iedereen op een dwaalspoor gebracht, van zijn ware aard vandaan, van zijn wezen vandaan, en hoe verder hij wegraakt, hoe ellendiger hij zich gaat voelen… Dit is bijna iedereen overkomen. Een heel enkele keer maar ontsnapt een kind er per ongeluk aan, weet het te overleven, zijn eigen lot te beschermen en laat het niemand toe om hem een andere kant op te sleuren.
 
Osho: The Razor’s Edge, p. 292-293.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com
Image by marionbrun from Pixabay.

Vorige verhalen


De timmerman en het tafeltje voor de koning

 


Het goddelijke heeft zich verstopt

 


Als de oceaan in de dauwdruppel verdwijnt

 


De aartsbisschop aan de poort van de hemel

 


Wie maakt dan de dieven?

De timmerman en het tafeltje voor de koning

Alles wat de Aarde overkomt, overkomt ook de zonen en dochters van de Aarde.
 
Er was eens een wetenschapper die bij me kwam logeren. Ik hou van een wilde tuin, dus ik had een prachtige jungle om mijn huis heen. Die wetenschapper zei: ‘Besef je wel waar je mee bezig bent? Als je deze bomen zo dicht bij je huis laat groeien overwoekeren ze straks je hele huis. Het zijn gevaarlijke dingen. Het is een voortdurende strijd tussen de mens en de bomen. Als je ze niet weert dringen ze over een paar jaar binnen in je muren en maken ze je huis kapot.’ Hij zei: ‘Ik haat bomen.’ 

Zo is de houding van de mens altijd geweest: kapotmaken. Als je die houding aanneemt wordt alles vijandig, zelfs arme bomen, onschuldige bomen. Er zit wel een kern van waarheid in, dus kun je daar je redenering op gaan bouwen. Ja het klopt dat bomen je steden en je huizen zullen overwoekeren als je ze helemaal vrijlaat om te groeien. Dat is waar, dat is een feit. Maar om je hele leven nou op zo’n feitje te bouwen en er een filosofie van maken, dat klopt niet.

Iets anders is evenzeer een feit als dit – wij bestaan met de bomen. Maak alle bomen kapot en je gaat dood. Jij ademt zuurstof in, bomen ademen zuurstof uit. Jij ademt kooldioxide uit, bomen ademen kooldioxide in.  Dus als je omringd bent door bomen, leef je meer. Dat is niet alleen maar poëzie. ‘Als je een jungle ingaat en er een groot gejubel opstijgt in je hart, voel je ineens veel meer leven, alsof het groen jou ook groen maakt.’

Dat is niet alleen maar poëzie, het is pure wetenschap. Dat komt omdat er meer zuurstof is, er meer leven overal om je heen pulseert, meer vitaliteit. En als je die zuurstof inademt wordt je bloed gezuiverd. Je kunt de gifstoffen er makkelijker uitgooien en dan leef je op je top.
 
Er is dus sprake van een deelgenootschap met de bomen: zij nemen je gif op en zuiveren dat en maken zuurstof voor jou. Jij neemt zuurstof op, jij gebruikt zuurstof en gooit kooldioxide eruit. Bomen gebruiken kooldioxide als voedsel. Dus is er absoluut sprake van een deelgenootschap. De mens kan niet zonder bomen leven en bomen kunnen niet zonder de mens leven.

Dieren zijn nodig voor bomen en bomen zijn nodig voor dieren. Ze staan niet los van elkaar, ze maken deel uit van een en hetzelfde ritme. Dat is ook een feit. En het leven moet dat niet uit de weg gaan. Je moet de totaliteit ervan begrijpen. En je moet zo leven dat geen enkel losstaand feit het geheel wordt, of dat pretendeert te worden. Kapot maken is niet nodig. Vechten is niet nodig. Dat is de benadering van Tao, dat is de benadering van het Soefisme, van Zen.

Er is een beroemd zen verhaal… Een koning zei tegen zijn oude timmerman dat hij graag een bepaald tafeltje wilde hebben. De oude man zei: ‘Ik ben wel erg oud maar mijn zoon is er nog niet klaar voor. Hij leert het beetje bij beetje. Maar ik zal het wel proberen, ik ga mijn best doen. Geef me even de tijd.’
De oude man verdween drie dagen lang het bos in. Drie dagen later kwam hij terug.
De koning vroeg: ‘Drie dagen heeft u nodig om wat hout te halen voor het tafeltje?’
De oude timmerman zei: ‘Soms duurt het drie dagen, soms drie maanden. En soms vind je het hout in geen drie jaar. Het is een hele kunst.’
De koning stond voor een raadsel. Hij zei: ‘Leg eens uit. Wat bedoelt u? Leg het eens precies uit.’

Toen zei de man: ‘Eerst moet ik gaan vasten, want alleen als ik vast gaat mijn mind, beetje bij beetje, wat langzamer. Als mijn mind langzamer gaat, verdwijnen alle gedachten, verdwijnt alle agressie. Dan ben ik niet meer gewelddadig, dan heerst er zuivere compassie en liefde, een heel andere vibratie. Als ik die vibratie van no-mind voel, dan ga ik pas het bos in, want alleen door die vibratie kan ik de juiste boom vinden. Hoe kun je nou met agressie de juiste boom vinden? En ik moet het aan de bomen zelf vragen of een van hen bereid is om een tafeltje te worden. Ik ga, ik kijk rond en als ik voel dat deze boom wel iets wil…

Ik kan die bereidheid alleen voelen als ik no-mind heb. Eerst vasten dus, mediteren, en als ik helemaal leeg ben geworden, zwerf ik gewoon rond bij de bomen om een bepaald gevoel te krijgen. Als ik voel dat het met deze boom klopt, ga ik ernaast zitten en vraag ik om zijn toestemming: “Ik ga een tak van je afkappen. Ben je daartoe bereid?” Alleen als de boom met heel zijn hart ja zegt kap ik wat af. Wie ben ik anders om zijn tak af te kappen?’

Dat is nou een totaal andere benadering. Er is geen strijd tussen mens en boom, er is vriendschap. De mens probeert in rapport te vallen met de bomen en hij vraagt om hun toestemming. Voor een westerse mind is dit absurd. De westerse mind zegt: ‘Wat klets je nou voor onzin? Aan een boom vragen? Ben je gek geworden? En hoe kan een boom nou ja of nee zeggen?’

Maar tegenwoordig wordt zelfs de westerse wetenschap zich ervan bewust dat een boom ja of nee kan zeggen. Tegenwoordig heb je geavanceerde instrumenten die de stemmingen van een boom kunnen detecteren, of een boom bereid is of niet, of een boom gelukkig is of niet. Nu zijn er geraffineerde instrumenten ontwikkeld, net zoals een cardiogram. Je kunt een cardiogram van een boom maken. Elektronische instrumenten kunnen de stemming van een boom peilen.

Als een houthakker bij een boom komt begint de boom te trillen van angst, is hij verdrietig, bang, klampt ze zich vast aan het leven. Geen enkele Taoïst zal een boom in zo’n toestand omhakken, nee, helemaal niet. Wie zijn wij als een boom dat niet wil? Een boom kan alleen worden gekapt als hij uit zichzelf bereid is om te delen.

Dit tafeltje zal nou van een andere kwaliteit zijn. Het is door de boom gegeven, het is niet van hem afgenomen. De boom is niet beroofd, hij is niet overwonnen. Het is niet zo moeilijk om te snappen dat dit tafeltje een andere vibratie zal hebben. Er zal iets sacraals omheen hangen. Als je dit tafeltje in je kamer zet schep je een bepaalde sfeer om het tafeltje heen wat je met andere tafeltjes niet zou kunnen. Het zal daar vriendschap met je sluiten omdat jij er vriendschap mee hebt gesloten. Het zal er als deel van je familie staan, niet als een ledemaat wat je van een vijand hebt afgehakt.  

De westerse mind is veel te agressief geweest tegen zichzelf en tegen de natuur. Ze heeft een schizofrenie gecreëerd tegen mensen, ze heeft politiek, oorlog gecreëerd en ze heeft de ecologische crisis gecreëerd. En nu is men ook tot het uiterste gegaan. Of de mens moet op zijn schreden terugkeren en de westerse agressieve houding laten varen of de mens moet zich op gaan maken om deze planeet gedag te zeggen. Deze planeet kan de mens niet langer tolereren, ze heeft hem al lang genoeg getolereerd.
 
Osho: Sufis, The People of the Path, Vol. 2, p. 112-115.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com
Image by Kohji Asakawa from Pixabay.

Vorige verhalen


Het goddelijke heeft zich verstopt

 


Als de oceaan in de dauwdruppel verdwijnt

 


De aartsbisschop aan de poort van de hemel

 


Wie maakt dan de dieven?

 


Ik bén Abraham Lincoln!

Het goddelijke heeft zich verstopt

Het goddelijke heeft zich verstopt in het hart van de mens.

Er is een verhaal, een heel oud verhaal… Ooit woonde god gewoon op de markt, maar de hele dag, heel de nacht door zelfs, klopten de mensen op zijn deur aan om overal maar over te klagen: ‘Er klopt niets van die wereld die u heeft geschapen. Waarom is er zoveel ziekte? Als u de schepper bent, waarom heeft u dan zoveel zieke lichamen geschapen? Waarom die ouderdom en waarom die dood?’

Die mensen waren zo’n marteling voor hem, volgens dat oude verhaal, dat hij een raad van engelen bij zich riep om hen de vraag te stellen: ‘Of ik ga dood aan deze voortdurende marteling of ik moet een eind aan mijn leven gaan maken! Weten jullie wat ik ermee aan moet? Die mensen laten me geen moment met rust en ik kan onmogelijk aan hun eisen voldoen. Dan komt er een vrouw die zegt: “Morgen, denk erom, geen regen, want ik ben mijn tarwe aan het drogen.” En dan zegt iemand anders: “Morgen heb ik absoluut regen nodig, want ik ben aan het zaaien.” Wat moet ik nou? En zo heb je miljoenen mensen die schreeuwen en boos zijn, omdat hun verlangens niet worden vervuld, hun gebeden niet worden verhoord.’
De engelen moesten even nadenken. Een van de engelen zei: ‘Het zou goed zijn om naar de Everest te verhuizen, de hoogste top van de Himalaya.’

God zei: ‘Jullie weten dat niet, maar ik ben alleswetend, ik weet alles, het verleden, het heden, de toekomst. Spoedig zal iemand de hoogste top van de Himalaya bereiken. En zo gauw iemand me gevonden heeft krijg je bussen en vliegtuigen en van allerlei voertuigen. En dan leggen ze wegen aan en bouwen ze hotels en dan heb je weer een markt. Snap dat dan: dat geeft maar even een beetje rust. Daar heb ik niets aan. Dan moet ik weer verhuizen.’
Dus stelde iemand anders voor: ‘Waarom verhuist u niet naar de maan?’

Hij zei: ‘Jij snapt dat niet omdat jij de toekomst niet kent. Vlak na de Everest gaan ze naar de maan. Dan moet ik weer verhuizen. Laat me toch iets zien waar ik niet hoef te verhuizen!’
Toen kwam er een oude engel dichterbij en fluisterde hem in zijn oor: ‘De enige plek waar de mens niet op zal komen is binnenin zijn eigen hart. Ga daar gewoon zitten…’
 
Hij is overal verdwenen. Misschien kom je wel iets van goddelijkheid tegen binnenin je eigen wezen. Misschien vind je in je eigen leven wel iets wat goddelijk is. Je zal god niet vinden als een persoon, maar als een kwaliteit, een geur, een bepaalde lucht, een soort energie wat niet van jou is, wat tot de kosmos behoort.

Osho: I Celebrate Myself, p. 23-24.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com
  Image by Simon from Pixabay.
Image by WikiImages from Pixabay.

Vorige verhalen


Als de oceaan in de dauwdruppel verdwijnt

 


De aartsbisschop aan de poort van de hemel

 


Wie maakt dan de dieven?

 


Ik bén Abraham Lincoln!

 


De koning van Shravasti die sitar speelde

 

Als de oceaan in de dauwdruppel verdwijnt

Kabir, een groot Indiaas mysticus… hij had geen opleiding gevolgd, maar hij heeft zulke geweldig veelbetekenende uitspraken gedaan. Mmisschien waren ze grammaticaal wel niet juist.

Een van zijn uitspraken heeft hij gecorrigeerd voordat hij is komen te overlijden. Toen hij jong was had hij een prachtige uitspraak gedaan. ‘Net zoals een dauwdruppel in de vroege ochtendzon van het lotusblad afglijdt, glanzend als een parel, in de oceaan.’ Hij zei: ‘Zo is het mij ook vergaan.’
Zijn woorden waren: ‘Ik ben op zoek geweest, mijn vriend. Maar in plaats van mezelf te vinden, raakte ik verdwaald in de kosmos. De dauwdruppel is in de oceaan verdwenen.’

Vlak voordat hij kwam te overlijden, toen hij zijn ogen dicht deed, vroeg hij aan zijn zoon Kamal, die er blijk van gaf dat hij van hetzelfde kaliber was en uit hetzelfde hout gesneden… en soms vraag je zelfs wel af of hij niet dapperder was dan Kabir.
Kabir was heel moedig en ging tegen alle tradities, orthodoxie, tegen alles in. Maar Kamal bekritiseerde Kabir zelfs als hij vond dat er iets aan zijn uitspraken niet klopte.

Hij zei tegen Kamal: ‘Verander alsjeblieft die uitspraak van mij, die ze overal hebben geprezen, dat “Mijn vriend, ik ben op zoek naar mezelf geweest, maar in plaats van mezelf te vinden, raakte ik verdwaald, net zoals de dauwdruppel in de oceaan verdwijnt.” Dat moet je veranderen.’

Kamal zei: ‘Ik heb altijd al zo’n vermoeden gehad dat er iets mis mee was.’
En hij liet hem iets zien in zijn eigen handschrift, waar hij het al gecorrigeerd had. De correctie was -zelfs voordat Kabir tot dat besef was gekomen- reeds gedaan. Daarom had Kabir hem Kamal genoemd: ‘Jij bent een wonder.’

Kamal betekent wonder. En die man was ook een wonder. Hij had de regel veranderd die Kabir had willen veranderen:
‘Mijn vriend, ik was maar steeds op zoek naar mezelf. Maar in plaats van mezelf te vinden heb ik de hele wereld, heel het universum gevonden. De dauwdruppel is niet in de oceaan verdwenen, maar de oceaan is in de dauwdruppel verdwenen.’
En als de oceaan in de dauwdruppel verdwijnt, verliest de dauwdruppel gewoon zijn grenzen, meer niet.


Dat is nou precies wat verlichting betekent: dat je zo niet bestaand wordt als een ego dat heel het oceanische bestaan een deel van je wordt…

Een zenmeester, Rinzai, had een hele absurde, maar prachtige gewoonte.
Elke ochtend als hij wakker werd zei hij: ‘Rinzai, ben je daar nog?’

Zijn discipelen zeiden: ‘Wat is dat voor onzin? Om te vragen of Rinzai er nog is?’
Hij zei: ‘Ik zit te wachten op het moment dat het antwoord zal zijn:
“Nee. Het bestaan is er, maar Rinzai niet.”’

Dat is de hoogste piek die het menselijk bewustzijn kan bereiken.
Dat is de ultieme zegen.

Osho: Hari Om Tat Sat, p. 286-287.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com
Image by Pavan Prasad from Pixabay.

Vorige verhalen


De aartsbisschop aan de poort van de hemel

 


Wie maakt dan de dieven?

 


Ik bén Abraham Lincoln!

 


De koning van Shravasti die sitar speelde

 


Als één schaap…

De aartsbisschop aan de poort van de hemel

Het bestaan is dat wat is en God is dat wat niet is.

Ik herinner me een verhaal van Bertrand Russell. De aartsbisschop van Engeland ziet in een droom dat hij bij de hemelpoort, de parelpoorten van het paradijs is aangekomen. Aan de ene kant doet dat hem enorm veel genoegen, aan de andere kant zit hij er erg mee in zijn maag, want de parelpoorten zijn zo uitgestrekt, naar beide kanten toe, dat hij de hele poort niet kan overzien. Ze zijn zo hoog dat ze zijn gezichtsvermogen te boven gaan. En hij lijkt zelf maar zo’n kleine mier vergeleken bij deze enorme poort. Hij wordt er een beetje bang van. Maar hij is niet zomaar iemand, hij is de aartsbisschop.


Met angst in zijn handen klopt hij op de deur, maar in die eindeloze ruimte kan hij alleen zichzelf horen kloppen. Hij heeft er dagen voor nodig, maar hij gaat steeds harder kloppen. Uiteindelijk gaat er een klein raampje open in de poort en Sint Petrus kijkt met duizend ogen naar buiten om erachter proberen te komen wie er nou zoveel lawaai maakt. Die duizend ogen schijnen zo helder, als sterren, dat de aartsbisschop zich nog verder voelt inkrimpen – bijna tot iets wat niet bestaat. En Sint Petrus vraagt: ‘Kom alstublieft naar me toe, wie u ook bent, waar u ook bent.’

De aartsbisschop maakt zichzelf kenbaar. Hij zegt tegen Sint Petrus: ‘Misschien weet u niet wie ik ben. U kunt het checken met Jezus Christus, ik ben de aartsbisschop van Engeland.’
Sint Petrus zegt: ‘Ik heb nog nooit gehoord over zoiets als Engeland.’
De aartsbisschop zegt: ‘Misschien heeft u nog nooit over Engeland gehoord, maar u heeft vast wel eens over onze mooie planeet Aarde gehoord.’
Sint Petrus zegt: ‘Ik wil u niet beledigen, maar als u mij niet het kengetal van uw Aarde geeft, kan ik niet uitpuzzelen waar u het over heeft. Ik zal het in de bibliotheek op moeten zoeken -als u mij het kengetal geeft van het zonnestelsel waar u toebehoort- want er zijn miljoenen zonnestelsels en elk zonnestelsel heeft vele planeten.’

Maar de aartsbisschop had er nooit bij stilgestaan dat de Aarde wel eens een kengetal zou hebben. Hij zegt: ‘Ik weet geen kengetal, maar ik ben de aartsbisschop. Gaat u het maar tegen Jezus Christus zeggen.’
Hij zegt: ‘U geeft mij het ene raadsel na het andere. Wie is toch die kerel, Jezus Christus?’
De aartsbisschop is diep geschokt. Hij zegt: ‘Kent u Jezus Christus niet, de eniggeboren zoon van God?’
Sint Petrus zegt: ‘Wat mij betreft, ik heb God nog nooit gezien. Ik weet niet eens of hij wel of niet bestaat. Ik ben maar een poortwachter. Misschien bestaat er ergens diep in het binnenste van het paradijs iemand die denkt dat hij God is, maar ik ben hem nog nooit tegengekomen…’
Het komt als zo’n schok dat de aartsbisschop badend in het zweet wakker wordt.

   
Friedrich Nietszche deed er goed aan om God dood te verklaren. 
Ik verklaar dat hij nooit geboren is.
Het is een gemaakte fictie, een uitvinding maar geen ontdekking. 
Zie je het verschil tussen uitvinding en ontdekking? 
Een ontdekking gaat over de waarheid, een uitvinding is door jou gemaakt. 
Het is een door de mens geschapen fictie.

Osho

Het bestaan is dat wat is en God is dat wat niet is. Het bestaan is werkelijkheid, God is een fictie.mHet bestaan is alleen beschikbaar voor mensen die mediteren, mensen van stilte. God is een troost voor zieke geesten, zieke psyches. Het bestaan is niet iets wat jij produceert, God wel. Daarom is er maar één bestaan en zijn er duizenden goden. Iedereen schept een god of een oud geloof over God, naar gelang zijn eigen behoeften, naar gelang zijn eigen lijden, naar gelang zijn eigen verwachtingen. God is een grote troost, maar geneest niet. Het bestaan is geen troost. Je bent gezond en heel als je daarop afgestemd bent.

Alle religies van de wereld hebben je God geleerd. Ik leer je het bestaan. Ik leer je af te stemmen op wat je omringt, wat binnen en buiten je is. Als je daar eenmaal op afgestemd bent, is er geen dood meer voor je, geen ellende, geen spanning, geen zorgen, maar dan word je omringd door een enorm gevoel van vrede, een tevredenheid waar je zelfs nooit maar van hebt kunnen dromen.

God is voor degenen die niet in bewustzijn kunnen groeien, die achterlijk zijn wat bewustzijn betreft. Het is een soort speeltje, achterlijke mensen hebben dat nodig. En zo gauw ik zeg dat het een speeltje is, dan hangt het van jou af wat je ervan wilt maken. Lijkt het op een aap of lijkt het op een olifant? Het hangt van jou af of je het vier handen geeft of duizend handen. Het is jouw schepping.

Vreemd genoeg gelooft men dat God alles heeft geschapen. Maar de waarheid is dat God zelf een schepping is van de menselijke verbeelding. God is de grootste leugen die je ooit tegen kunt komen, want op die leugen zijn duizenden andere leugens gebaseerd. Kerken, religieuze organisaties blijven maar leugens op leugens stapelen, gewoon om die ene leugen te beschermen.

Je moet begrijpen hoe de psychologie van de leugen werkt. Je hebt voor de leugen allereerst een goed geheugen nodig want je moet het goed onthouden. Tegen de ene lieg je over iets, tegenover een ander over iets anders. Je moet onthouden wat je tegen de ene hebt gezegd en wat je tegen de ander hebt gezegd.
De waarheid hoeft niets te onthouden. De waarheid is er altijd, net zo goed. Je hoeft hem niet in je geheugen te proppen. Geheugen geeft je een slavernij, een gevangenis. Ze klampt zich aan je vast, bedekt je zodanig, beetje bij beetje, dat je helemaal verdwijnt. De waarheid brengt jou aan het licht van alle leugens. En dan volgt plotseling de openbaring dat je deel uitmaakt van die enorme waarheid die ik het bestaan noem.

Je hebt helemaal geen kerken nodig, je hebt helemaal geen tempels nodig, je hebt helemaal geen moskeeën nodig. Je hebt alleen een hart vol gebed nodig, een hart vol liefde, een hart vol dankbaarheid. Dat is je ware tempel. Dat zal je hele leven transformeren. Dat zal je helpen om niet alleen jezelf te ontdekken, maar heel de diepte van dit onmetelijke bestaan.

    
Er bestaat geen God,
er is alleen maar goddelijkheid 
en die goddelijkheid omringt jou. 
We zitten allemaal in dezelfde oceaan.

We lijken haast wel golven van de oceaan – gewoon aan de oppervlakte terwijl de oceaan misschien wel mijlen diep is. De Stille Oceaan is vijf mijl diep. Maar een kleine golf bovenin zal die diepte nooit kennen – haar eigen diepte, want ze bestaat niet los van de oceaan. Ze zal aan haar kleine entiteit vast blijven houden, bang zijn voor de dood, bang zijn om zichzelf te verliezen in de uitgestrektheid, de oceanische eindeloosheid. Maar de waarheid is: de dood van de golf is geen dood, maar het begin van een eeuwig leven.

God is uitgevonden. Het was wat de mensen nodig hadden, mensen hadden een beschermer nodig. In de onmetelijkheid van het heelal voelt een mens zich zo alleen, zo klein. De uitgestrektheid doet hem beven. Wat houdt jouw bestaan in…?
Het is een veelzeggend verhaal omdat het laat zien hoe klein wij zijn en hoe groot het heelal is. Natuurlijk kon de primitieve mens zich niet schikken in dit idee van die uitgestrektheid van het heelal zonder er een bepaalde persoonlijkheid aan te geven en zonder zichzelf op de een of andere manier in verband te brengen met die persoonlijkheid.

God was een poging van de primitieve geest van de mens om het bestaan een persoonlijkheid te geven. Dan krijg je God de vader. Dan kan je een soort relatie met hem opbouwen. Misschien ben je wel tegen hem, maar dan is er tenminste iemand waar je voor kunt zijn, waar je tegen kunt zijn. Er is iemand die groter is dan jij, die je gaat beschermen, die je garantie is. God is gewoon de armoede van het menselijke bewustzijn.

 
 Osho: Hari Om Tat Sat, p.88-90.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com
 
Image by Tumisu from Pixabay.
Afbeeldingen:
https://ocawonder.files.wordpress.com/2012/08/gatesheaven92.jpg  http://www.azquotes.com/picture-quotes/quote-it-was-good-of-friedrich-nietzsche-to-declare-god-dead-i-declare-that-he-has-never-been-rajneesh-54-2-0233.jpg  https://quotefancy.com/quote/76973/Osho-There-exists-no-God-What-exists-is-godliness-and-that-godliness-surrounds-you-We-are

Vorige verhalen


Wie maakt dan de dieven?

 


Ik bén Abraham Lincoln!

 


De koning van Shravasti die sitar speelde

 


Als één schaap…

 


Wie van de drie?

Wie maakt dan de dieven?

‘Als de mensen aan de ene kant geld blijven verzamelen,
wie maakt dan de dieven?’ vraagt Lao Tse.

Op een goede dag, vijfentwintig eeuwen geleden, benoemde de keizer van China Lao Tse tot zijn opperrechter. Lao Tse probeerde hem op andere gedachten te brengen, maar tevergeefs: ‘U zult er nog spijt van krijgen als u mij tot opperrechter benoemt, want mijn manier van zien en begrijpen is totaal anders dan die van u.’
Maar de keizer stond erop, want hij had al zoveel gehoord over de wijsheid van deze man. Hij zei: ‘Mijn besluit staat vast. En dat kunt u niet weigeren.’
De eerste dag dat Lao Tse op de zetel van opperrechter zat ging de eerste zaak over een man die op heterdaad was getrapt bij een inbraak in het huis van de rijkste man van de hoofdstad. Eigenlijk was er geen zaak – hij was op heterdaad betrapt. Er waren getuigen en hij had zelf bekend dat ‘alles wat ze zeggen is waar.’

Lao Tse deed zijn beroemde uitspraak, zo uniek en zo vol begrip, zoals nog nooit door iemand daarvoor of daarna is gedaan. De uitspraak hield in dat de dief zes maanden de gevangenis in moest – en met hem moest de rijke man ook zes maanden de gevangenis in! Het hele hof, de hele rechtbank kon maar niet geloven wat hij zei. Ze dachten dat zijn oordeel wel zou laten zien hoe wijs hij was, maar dit liet zien dat hij gek was! Wat heeft die rijke nou verkeerd gedaan?

De rijke man zei: ‘Ik kan mijn oren niet geloven. Mijn geld wordt gestolen en ik word daarvoor gestraft? Dezelfde straf als u die dief geeft?’
Lao Tse zei: ‘U bent de eerste crimineel, de dief komt op de tweede plaats. Gewoon vanuit mijn goede hart geef ik u maar zes maanden, u zou eigenlijk langer de gevangenis in moeten dan de dief. U hebt al het geld van de hoofdstad vergaard, u hebt duizenden mensen de honger ingedreven, ze hebben gebrek aan voedsel, ze gaan dood. En zij zijn degenen die produceren. U bent de grootste uitbuiter. Het geld behoort hen toe. Hij was niet aan het stelen, hij bracht het geld gewoon daar waar het thuishoort. U bent de dief geweest, de grootste dief in de hoofdstad. Wees dus maar dankbaar dat ik u niet tot zes jaar heb veroordeeld.’

Zijn manier van redeneren was zo volkomen terecht: als mensen aan de ene kant maar geld blijven verzamelen, wie maakt dan de dieven? En als iemand vanwege de honger, het voedselgebrek, de ziekte, de ouderdom, geen andere uitweg ziet om te overleven, en als hij dan een dief wordt, wie is daar dan verantwoordelijk voor? Het hele hof stond met stomheid geslagen.

De rijke man zei: ‘Misschien heeft u wel gelijk, maar voordat u mij naar de gevangenis stuurt wil ik de keizer spreken.’
En tegen de keizer zei hij: ‘U hebt een krankzinnige benoemd tot opperrechter van uw hooggerechtshof. En bedenk wel: als ik een dief ben, bent u een nog grotere dief, En als ik vandaag de gevangenis in moet, wacht dan gewoon af tot u aan de beurt bent. Dan zien we elkaar in de gevangenis. U hebt het hele land uitgebuit en als u het vege lijf wilt redden zou ik onmiddellijk deze man weghalen en zijn uitspraak terugdraaien.’
De keizer zei: ‘Het is mijn schuld. Die man deed zijn best om mij over te halen. Hij zei tegen me: “Zet me niet op de zetel van opperrechter, want mijn manier van zien en begrijpen is totaal verschillend van de manier waarop u ziet en begrijpt. U leeft in volslagen duisternis en blindheid, U ziet de simpele feiten niet, dat de dief niet de crimineel is, maar een slachtoffer. Hij verdient alle mogelijke sympathie, maar krijgt daarentegen straf. En de rijke heeft van niemand sympathie nodig, maar niemand komt ooit op het idee dat hij straf verdient. Die hele bende van u maakt alle wetten, die gunstig zijn voor jullie en ongunstig voor de armen, waar jullie allemaal het bloed van hebben gezogen.”’


Lao Tse werd van zijn taken ontheven en de keizer zei: ‘U had gelijk. Vergeef mij alstublieft. Onze manier van denken is totaal anders.’
Lao Tse zei: ‘Hebt u er ooit bij stilgestaan? U zegt dat onze manier van denken totaal anders is… als u er ooit bij stil had gestaan zouden ze niet anders geweest zijn. Ze zijn anders omdat ik de grondoorzaak probeer te zien, waarom er zoveel onrecht is, waarom er zoveel kwaad is. En u bent alleen maar geïnteresseerd in steeds meer macht verzamelen, steeds meer rijkdom. Hebzucht denkt niet na, ambitie is blind. En het is goed dat u de eerste dag iets begrepen heeft, want in mijn ogen bent u een crimineel en vroeg of laat zou ik u op laten sluiten. Het is maar beter zo dat u me heeft ontheven van de moeite om u op te laten sluiten. Maar onthoud wel dat u de oorzaak bent van alle misdaad en dat u daar nooit voor gestraft wordt, maar dat de arme slachtoffers er straf voor krijgen.’
 
Osho: The Messiah, Commentaries on Kahlil Gibran’s ‘The Prophet’,
Vol. I, p. 412-413.
Osho: Socrates Poisoned Again After 25 Centuries, 
Talks in Crete, Greece, p. 176-177.
 Osho: Christianity and Zen, p. 258-260.

 Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com. 
Image by AI_Superart from Pixabay.

Vorige verhalen


Ik bén Abraham Lincoln!

 


De koning van Shravasti die sitar speelde

 


Als één schaap…

 


Wie van de drie?

 


Sodom en Gomorra, een Chassidisch verhaal

Ik bén Abraham Lincoln!

Het unieke van een individu is de hoogste waarheid.

Ik heb eens gehoord over een man… Het was honderd jaar geleden dat Abraham Lincoln was doodgeschoten, dus vonden er in Amerika een heel jaar lang grote herdenkingen plaats ter ere van hem. Er was een man die op Abraham Lincoln leek, gewoon een paar dingetjes aanstippen en hij was bijna een fotografische kopie van Abraham Lincoln.

Hij werd getraind om net als Abraham Lincoln te spreken, met dezelfde gebaren, dezelfde nadruk, hetzelfde accent, alles, tot in de kleinste details -zelfs de manier waarop hij liep- vierentwintig uur per dag… en hij moest dit drama van het leven van Abraham Lincoln door het hele land uitbeelden, het hele jaar door van de ene plaats naar de andere.

Hij werd zo vaak doodgeschoten, elke avond in elke show, soms zelfs twee keer op een dag. Het was dat jaar een lang jaar -hij moest zo vaak sterven- en zijn rol in het drama werd bijna een tweede natuur voor hem.  Dus toen de feestelijkheden voorbij waren stonden de mensen verbaasd te kijken: hij liep de hal uit precies zoals Abraham Lincoln altijd deed, die liep altijd een beetje mank. Hij liep ook mank.

Zijn vrouw zei: ‘Kom toch tot bezinning!’ want hij praatte nog steeds zo, met een honderd jaar oud accent. Zijn vrouw zei: ‘Voer de grap nou niet te ver door. Word maar weer jezelf en kom weer thuis.’
Hij zei: ‘Ik bén mijn ware zelf, ik ben Abraham Lincoln.’

Een jaar lang had hij voortdurend geleefd als Abraham Lincoln, hij stierf duizend doden als Abraham Lincoln, hij was helemaal vergeten dat hij ooit iemand anders was geweest.
Ze brachten hem bij een dokter. De dokter praatte tegen hem, maar hij zat nog steeds in zijn toneelrol. De dokter zei: ‘Vergeet dat toneelspelen nou maar.’
De man zei: ‘Wat voor toneelspel?’
De dokter keerde zich naar zijn vrouw toe en zei: ‘Die man luistert pas als ze hem doodschieten!’

De familie werd er gek van. Hij raakte zijn baan kwijt, niemand wilde hem nog behandelen omdat hij niet ziek was. Er zat gewoon een masker aan hem vastgeplakt.  Een jaar is een lange tijd en elke dag, vierentwintig uur lang, was hij Abraham Lincoln. En een jaar lang Abraham Lincoln zijn om dan plotseling weer een gewoon mens te worden, wie wil dat nou? Hij had de dagen van glorie meegemaakt, de gouden dagen, en hij hield daar krampachtig aan vast. 

Een paar jaar lang heeft de man als Abraham Lincoln geleefd. Hij tekende altijd met ‘Abraham Lincoln’, precies zoals Abraham Lincoln altijd deed. Wat denk je, heeft die man iets bereikt of is hij iets kwijtgeraakt? Hij is zichzelf kwijtgeraakt en wat hij bereikt heeft is alleen een toneelrol. Hij is volkomen onecht geworden. 

En bijna iedereen in deze wereld zit in die situatie. Niet zo dramatisch, niet zo extreem, maar iedereen speelt een bepaalde rol die ze hem geleerd hebben, waar hij mee is opgegroeid. Een kind wordt geboren -hij is geen christen, hij is geen jood, hij is geen moslim- en dan gaan we hem een masker opzetten. Zijn onschuldige gezicht verdwijnt. En hij gaat dood in de overtuiging dat hij een christen is.

Lach die man dus maar niet uit die dacht dat hij Abraham Lincoln was, want alle anderen doen precies hetzelfde…
Mensen worden getraind tot toneelspeler. In heel deze grote wereld kom je allemaal toneelspelers tegen. Iedereen wordt opgevoed met toneelspelen… mooie namen – etiquette, nette manieren – maar daarachter zit een subtiele psychologie verscholen om je originaliteit te vergeten en een of andere acteur in je op te nemen die de gevestigde belangen je willen laten zijn.
 
Osho: Beyond Psychology – Talks in Uruguay, p. 42-43.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com. 
Image by Mark Thomas from Pixabay. 

Vorige verhalen


De koning van Shravasti die sitar speelde

 


Als één schaap…

 


Wie van de drie?

 


Sodom en Gomorra, een Chassidisch verhaal

 

Ga niet interpreteren!

 

De koning van Shravasti die sitar speelde

Het leven is als sitar spelen:
als je te los staat, ben je verloren,
als je te strak staat, ben je verloren.
De wijzen hebben altijd de middenweg gevolgd.

Er is een prachtig verhaal uit het leven van Boeddha… Hij kwam langs Shravasti – een heel erg rijke en beroemde stad in die dagen- en de koning van Shravasti was in alle opzichten een van de meest egoïstische personen. Hij was buitensporig in alles. Hij leefde in buitensporige luxe. Overdag lag hij altijd te slapen en de hele nacht was een nacht van wijn drinken en dineren en dansen en gokken – heel zijn leven stond op zijn kop.

Hij had een prachtig paleis. Op de treden had hij helemaal geen reling laten maken. Op elke trede stond er een naakte jonge vrouw dienst te doen als reling, zodat hij zijn hand van de ene naar de andere naakte jonge vrouw kon leggen.

  Shravasti

Deze man kwam over Boeddha te horen omdat zoveel mensen tegen hem zeiden: ‘U zou eens naar deze man moeten luisteren, al is het maar voor één keer. Er zit iets van schoonheid, er zit iets van waarheid en er zit iets van een magneetkracht in die man. Wat hij zegt is niet theoretisch, wat hij zegt lijkt wel vanuit het diepste wezen te komen, zijn eigen ervaring. Hij haalt geen autoriteiten aan, hij is geen geleerde. Hij zegt wat hij heeft gekend en hij zegt het met zoveel autoriteit dat het onmogelijk is om er niet door geraakt te worden.’

Zoveel mensen hadden dit tegen hem gezegd dat het hem uiteindelijk lukte om ’s morgens vroeg op te staan om naar Gautama Boeddha te gaan luisteren.
Er was niets overdreven aan alles wat ze hem verteld hadden. In werkelijkheid was de man nog veel meer dan wat ze over hem verteld hadden. Hij had een bepaalde zwaartekracht die je naar hem toe trok.

Shron stond op -zo heette de koning van Shravasti- raakte de voeten van Boeddha aan en zei: ‘Initieer me alstublieft, ik wil monnik worden.’
Het kwam als een verrassing. Niemand had ooit gedacht dat deze man monnik zou worden. Zelfs Gautama Boeddha zei tegen hem: ‘U heeft pas één keer naar me geluisterd, neem nog wat tijd om erover na te denken. Het heeft geen haast.’
Maar zo zat Shron niet in elkaar. Hij zei: ‘Toen ik zei dat ik monnik wilde worden wilde ik ook monnik worden – en wel meteen!’
Hij was buitensporig. Hij werd monnik. Hij deed afstand van het koningschap.

Boeddhistische monniken lopen niet naakt rond, maar Shron begon naakt rond te lopen. Mensen rapporteerden aan Boeddha dat het leek alsof hij echt een groot asceet geworden was. Boeddha zei: ‘Je hebt die man niet echt begrepen. Hij is gewoon buitensporig.’

Boeddhistische monniken eten één maaltijd per dag. Shron at maar één maaltijd in twee dagen. Hij overtrof alle monniken. Hij overtrof zelfs Gautama Boeddha. Als ze op reis waren liepen alle monniken over de weg, maar Shron liep altijd naast de weg. Door de doorns, de ruwe stenen gingen zijn voeten bloeden. En men begon hem enorm te respecteren. Zelfs de andere monniken vonden dat ze tegenover Shron tekortschoten in verloochening. Sommigen begonnen zelfs te denken dat ze beter Shron dan Boeddha konden volgen.

Na zes maanden werd Shron zwart -hij was een mooie man geweest- omdat hij altijd naakt in de hete zon stond. Hij verwoestte zijn lichaam door niet te eten, hij verwoestte zijn voeten door over ruwe stenen, doorns, struiken te lopen in plaats van over de weg. Binnen zes maanden was hij ernstig ziek en Gautama Boeddha ging hem zelf opzoeken.
Dat was iets zeldzaams want het was nooit eerder vermeld dat Boeddha een of andere zieke monnik ging opzoeken, daarvoor of daarna. Als een lopend vuurtje ging het nieuws rond bij alle monniken dat Shron wel degelijk een groot asceet was, anders was Boeddha hem nooit gaan opzoeken alleen omdat hij ziek was.

Maar Boeddha was er om een andere reden heen gegaan. Hij vroeg Shron niet naar zijn ziekte. Hij zei tegen hem: ‘Ik heb gehoord dat u op de sitar speelde toen u koning was en dat u een meester musicus was. Er was niemand in het hele land die eraan kon tippen, klopt dat?’
Shron zei: ‘Ja. Ik vind het heerlijk om op de sitar te spelen en ik had heel mijn leven gewijd aan de sitar. Ik had zo’n staat van beheersing bereikt dat niemand zich met mijn kon meten.’

   Sitar

Boeddha zei: ‘Ik kom een paar vragen stellen. Ten eerste: als de snaren van de sitar te strak staan, krijg je dan mooie muziek?’
Shron zei: ‘Mooie muziek? Dan krijg je helemaal geen muziek. Te strakke snaren breken gewoon.’
Boeddha zei: ‘En als de snaren te los staan, krijg je dan mooie muziek?’
Shron zei: ‘Wat een vreemde vragen stelt u. Als de snaren te los staan hebben ze niet genoeg spanning om muziek te maken.’
Toen zei Boeddha: ‘Hoe moeten de snaren dan afgesteld staan om mooie muziek te maken?’
En Shron zei: ‘Ze moeten precies in het midden zijn afgesteld, waar je kunt zeggen dat ze niet te los en niet te strak staan. Dat is nou een van de geheimen van de kunst om de snaren precies in het midden af te stellen.’

Boeddha zei: ‘Verder heb ik u niets te vragen. Ik ben alleen gekomen om u eraan te herinneren dat het leven net zoals het spelen op de sitar is: als je te los bent ben je verloren, als je te strak bent ben je verloren. Elk uiterste is een dood en het is de hele kunst om precies het midden te vinden. U was te los toen u ontzettend luxe leefde. Nu bent u te strak bezig om op een onnodig ascetische manier te leven. Kom naar het midden, luister naar me, want de wijzen hebben altijd de middenweg gevolgd, ze gaan nooit naar de uitersten. Alleen dwazen gaan naar de uitersten.’

Osho: The Sword and the Lotus – Talks in the Himalayas, p. 138 -139.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com. 
Afbeeldingen: wikipedia/commons.

Vorige verhalen


Als één schaap…

 


Wie van de drie?

 


Sodom en Gomorra, een Chassidisch verhaal

 

Ga niet interpreteren!

 


De hangbrug over de Rode Zee

Als één schaap…

In de massa is er een neiging om anderen te volgen.
Iemand steekt zijn hand op, de rest volgt.
De massa is net een stelletje schapen.


De leraar vroeg aan de kleine jongen, omdat die jongen de zoon van een herder was: ‘Je hebt tien schapen. Vijf springen er over het hek, hoeveel blijven er over?’
De jongen zei: ‘Geen één.’
De leraar zei: ‘Wat? Kom je daar nou niet uit? Vijf zijn er over het hek gesprongen, en eerst had je er tien, hoeveel blijven er dan over?’
De jongen zei weer: ‘Geen één.’
De leraar was ten einde raad. Hij zei: ‘Je komt er dus niet uit?’
Het kind zei: ‘U weet misschien wel wat van cijfers, maar ik weet wat van schapen. Er blijft er geen één over. Ook al springt eentje er overheen, dat is al genoeg, dan zullen de andere negen wel volgen.’

Osho: Just Like That, Talks on Sufi Stories, p. 190-191.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com. 
Image by Ben from Pixabay.

Vorige verhalen


Wie van de drie?

 


Sodom en Gomorra, een Chassidisch verhaal

 

Ga niet interpreteren!

 


De hangbrug over de Rode Zee

 


Vader, wie ben ik?

Wie van de drie?

Je moet gewoon een kaarsje van bewustzijn opsteken
en je leegte zal zich vullen met licht.


Er is een verhaal… Een koning wilde zijn opvolger kiezen. Normaal is dat niet zo moeilijk, de oudste zoon volgt de troon op. Maar hij had drie zoons die tegelijk geboren waren. Ze waren even oud, ze waren even dapper, ze waren even slim -dat heb je wel eens met tweelingen, drielingen- in alles waren ze gelijk. Het was al moeilijk om erachter te komen wie wie was. Zelfs de vader en de moeder raakten van deze drie broers in de war.

De koning begon op leeftijd te komen. Voordat hij komt te overlijden moet iemand gekroond worden, de verantwoording krijgen.  Hij kon er maar niet achter komen wat hij moest doen, hoe hij erop moest komen. Ze waren alle drie prachtig, ze waren alle drie dapper, ze waren alle drie intelligent. Ze waren kopieën van elkaar.

Hij zocht een wijze oude man op en vroeg: ‘Hoe moet ik nou mijn opvolger vinden?’
De man zei: ‘Dat is niet zo moeilijk. Je drie zoons hebben allemaal een prachtig paleis, ieder afzonderlijk. Ga ze maar vertellen… geef ze alle drie wat geld, evenveel geld, en zeg tegen ze: “Je moet je huis helemaal vullen met iets wat je met dit geld kunt kopen.”’

Het was zo weinig geld… Ze bedachten van alles -rozen halen en het hele huis met rozen vullen- maar daar was niet genoeg geld voor. Dus ging de eerste naar de gemeentelijke afvaldienst, want het goedkoopste wat hij kon kopen was het afval dat opgehaald werd door de vuilniswagens van de ophaaldienst. Hij zei tegen ze: ‘Dump het maar in mijn paleis in plaats van alles weg te gooien. Vul het tot de nok, onder die voorwaarde.’
En voor dat geld wilden ze het wel doen, dat leed geen twijfel. Ze gingen het toch weggooien, buiten de stad. ‘Dit bespaart tijd, en hij geeft er nog geld voor ook.’
Ze konden maar niet geloven wat hij van plan was! Hij zei: ‘Maak je er maar niet druk over. Het is iets wat mijn leven heel erg gaat bepalen.’

De tweede zoon zat in zak en as. Wat moest hij nou doen? En het raadsel werd nog groter, want de eerste had zijn paleis al gevuld. Hij moest iets goedkoops vinden. Hij moest zijn huis met modder vullen. Het was regentijd en overal lag er veel modder voor het oprapen. Hij hoefde alleen maar vrachtwagens te halen om de modder te vervoeren om het huis mee te vullen. Daar was genoeg geld voor.

Ze waren allebei tevreden en allebei keken ze naar de derde, wat hij deed, want hij deed helemaal niets.
De avond viel en de koning kwam op bezoek. Hij ging naar het eerste huis. Het stonk, hij kon er niet naar binnen. Maar de zoon zei: ‘Het huis zit helemaal vol, er is geen centimeter wat niet gevuld is.’
De koning zei: ‘Ik neem je op je woord. Ik ga daar niet naar binnen.’
De tweede zoon zei dat hij naar binnen kon gaan, maar wat zag hij daar? Een marmeren paleis vol modder!

Beide zoons gingen met hun vader mee naar de derde zoon en ze stonden verbaasd – het huis was helemaal leeg. De zoon had zelfs het meubilair en al het andere weggehaald. Het was helemaal leeg. Ze konden maar niet bedenken wat hier voor idee achter stak.

Ze zeiden tegen hem: ‘Het huis is leeg maar je hebt geld gekregen om het helemaal te vullen?’
Hij zei: ‘Kijk nog eens goed.’ Ze keken nog eens. Het was leeg.
Ze zeiden: ‘Hou ons niet voor de gek. Het is helemaal leeg. Zelfs het meubilair, de piano -de dingen waar je altijd zo van hield- is weggehaald. Het is nog leger dan ooit!’ 
De zoon zei: ‘Nee. Kijk maar eens naar de kaarsen die het met licht vullen. Het is leeg, maar vol licht. En hier hebt u het geld wat over is, want de kaarsen waren niet zo duur en zoveel geld was niet nodig.’

Het spreekt vanzelf dat hij tot opvolger werd gekozen.
 
Jouw leegte is niet iets om je zorgen over te maken.
Je moet er gewoon een kaars in aansteken
en het vult zich met licht, tot overvloeden toe.
En dan word je de schoonheid gewaar van het totaal leeg zijn ervan.
Er is niets wat het licht in de weg zit,
er is niets om ook maar een schaduw te geven.

Osho: From Death to Deathlessness – Answers to the Seekers of the Path, p. 475-476.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com. 
Image by Pete Linforth from Pixabay.

Vorige verhalen


Sodom en Gomorra, een Chassidisch verhaal

 

Ga niet interpreteren!

 


De hangbrug over de Rode Zee

 


Vader, wie ben ik?

 


De priester en de heks