1001 verhalen

Laat vallen!

Een grote koning, Prasenjita, tijdgenoot van Gautama Boeddha, was gekomen om Gautama Boeddha voor het eerst te zien. Zijn vrouw was al lange tijd een leken-leerling van Gautama Boeddha sinds ze getrouwd was met Prasenjita. Ze was een dochter van een grotere koning.
Dus toen Gautama Boeddha naar de hoofdstad van Prasenjita kwam, zei de vrouw tegen de echtgenoot: ‘Het is niet gepast dat, wanneer een man als Gautama Boeddha naar je hoofdstad komt, je er niet heen gaat om hem te verwelkomen. Ik ga. Hij zal zeker naar jou vragen. Wat moet ik zeggen?’
De echtgenoot dacht even na en zei: ‘Dat is goed, ik ga ook wel. Maar omdat ik voor het eerst ga, wil ik hem graag een cadeau geven. Ik heb een hele grote diamant, zelfs keizers zijn jaloers op die diamant.  Boeddha zal het vast wel waarderen, dus ik neem de diamant mee.’
Zijn vrouw begon te lachen. Ze zei: ‘In plaats van de diamant kun je beter een lotusbloem uit onze grote vijver meenemen. Voor de Boeddha is de lotusbloem mooier. Wat moet hij met die diamant? Die zal een onnodige last zijn.’
Hij zei: ‘Ik zal ze allebei meenemen en dan zullen we zien wie er gelijk heeft.’

Toen kwam hij op zijn gouden wagen naar de gemeenschap van Boeddha, waar tienduizend monniken om hem heen zaten. Vlak voordat hij aan zijn ochtendlezing zou beginnen, stopte de gouden wagen van de koning, dus wachtte hij tot de koning binnen kon komen.
De koning kwam voor hem staan en bood Boeddha eerst de diamant aan.
Boeddha zei: ‘Laat vallen!’
Het was heel moeilijk voor Prasenjita om zijn diamant te laten vallen – dat was zijn leven! – maar het was ook moeilijk om hem niet te laten vallen. Boeddha had het ten overstaan van tienduizend mensen gezegd: ‘U heeft de diamant aangeboden, dus is hij niet langer van u.’
Hij aarzelde. 
Boeddha zei: ‘Laat vallen!’ 
Dus liet hij de diamant met tegenzin vallen en bood met de andere hand de lotusbloem aan.
Boeddha zei: ‘Laat vallen!’
Prasenjita dacht: ‘Is die man gek soms?’
Hij liet de lotusbloem vallen en Boeddha zei: ‘Heeft u het niet gehoord? Laat vallen!’
Hij zei: ‘Mijn beide handen zijn leeg. Wat wilt u nu dat ik laat vallen?’

Op dat moment zei een van de oudste discipelen van Boeddha, Sariputra: ‘U begrijpt het niet. Boeddha zegt niet dat u de diamant of de bloem moet laten vallen. Hij zegt: “Laat uw persoonlijkheid vallen. Laat vallen dat u een koning bent. Laat dit masker vallen, wees gewoon menselijk, want door het masker is het onmogelijk voor mij om u te benaderen.”‘
Hij had er nooit over nagedacht. Maar zo’n diepe stilte en tienduizend mensen … en hij viel spontaan aan de voeten van Boeddha neer.
Boeddha zei: ‘Dat is wat ik u gezegd heb: laat vallen. Ga nu zitten. Wees gewoon mens. Hier is niemand keizer en niemand bedelaar. Hier is iedereen zichzelf. Wees gewoon jezelf. Dit keizer zijn kan u afgenomen worden. Op een dag zal iemand uw koninkrijk veroveren en zult u een bedelaar zijn. Dit keizerschap is niet uw essentiële deel. Het kan gestolen worden, het kan veroverd worden, het kan vernietigd worden. Het is beter dat u het zelf laat vallen – dat is mannelijker – en gewoon uw authentieke wezen blijft. En blijf gewoon uw authentieke wezen.’

Je bent je er misschien niet van bewust dat het woord ‘persoonlijkheid’ uit het Grieks komt. Het betekent masker. In het Griekse toneel had iedere acteur vroeger een masker. Persona betekent masker en van persona komt het woord persoonlijkheid. Als je je persoonlijkheid niet laat vallen, kun je je individualiteit niet vinden. Individualiteit wordt gegeven door het bestaan; persoonlijkheid wordt opgelegd door de maatschappij.

Osho: One Seed Makes the Whole Earth Green, p.156-159.

Afbeeldingen:
Buddha and Sangha in a Cave at Siripada, Kelaniya Raja Maha Vihara, Photo Dharma from Sadao, Thailand.
Tragikomische maskers, Romeinse mozaïek, Wikimedia Commons.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen


Confucius ontmoet Lao Tse

 

De chassidische mysticus en de paleiswachter

 

Gertrude Stein op haar sterfbed

 

Een glas water, de prijs van een keizerrijk

 

Bindis, bindis, bindis!

 

Confucius ontmoet Lao Tse

‘Hier leren we hoe je moet sterven en herrijzen. Bent u er klaar voor?’

Ik moet denken aan een leerling van Confucius. Hij vroeg aan Confucius: ‘Ik heb zoveel gehoord over Lao Tse…’
Het waren tijdgenoten. Soms komt het voor, bijna als een kettingreactie… In China had je Confucius, een groot denker maar een materialist, Lao Tse, een grote boeddha, Chuang Tzu, Lieh Tzu. In India had je Gautama Boeddha, Mahavira en zes anderen wiens geschriften zijn verbrand door de Hindoes, wiens standbeelden zijn vernietigd. Alleen hun namen zijn overgebleven in de woorden van Boeddha, of in de woorden van Mahavira. Tegelijkertijd had je in Griekenland Socrates, Heraclitus, Dionysius, Diogenes. Plotseling stond de hele wereld in vuur en vlam door een nieuw inzicht.


Confucius’ leerling vroeg aan hem: ‘U heeft vast wel gehoord over Lao Tse. Hij heeft het over een ruimte binnenin waar alleen vrede is en niets anders, volstrekte stilte en geen verstoring. Wilt u me leren hoe ik daar in kan komen?’
Confucius was erg boos. Hij zei: ‘Hou op met al deze onzin. Leer de moraal, de deugd, vermijd de zonden, gedraag je als een heer. Leer de omgangsvormen van de maatschappij. Wat je innerlijke wereld betreft, wanneer je sterft zul je daar de eeuwigheid voor hebben in het graf. Dan kun je op zoek gaan en mediteren en vinden wat er van binnen is. Maar zit nu mijn tijd niet te verdoen.’
Dat was zijn houding.

Maar geleidelijk aan gingen veel mensen over Lao Tse spreken. Tenslotte raapte Confucius zijn moed bijeen. Hij was erg bang, omdat de verhalen die hij over Lao Tse had gehoord heel vreemd waren: ‘Die man kan alles. Hij rijdt op een buffel, met zijn gezicht naar achteren – een gevaarlijke kerel.’
Maar hoe meer hij hem wilde ontlopen, hoe meer hij geïnteresseerd raakte. Zo werkt de menselijke mind. Wat je wilt ontlopen, zul je steeds weer tegenkomen. Je raakt betoverd. Uiteindelijk besloot hij hem te op te gaan zoeken.

Lao Tse was niet ver weg, net buiten de hoofdstad in de bergen in een grot. Confucius ging erheen. Hij hield zijn discipelen tegen die hem gevolgd waren, buiten de grot, omdat hij bang was: ‘Die man is tot alles in staat. Misschien slaat hij me wel, en ik wil niet dat mijn leerlingen zien wat er met mij gebeurt.’ 
Hij zei: ‘Ik zal het jullie wel vertellen. Laat me eerst die man ontmoeten.’

Lao Tse zat in de diepe grot in het donker, heel stil. Hij vond het helemaal niet erg dat Confucius was gekomen. Hij zei geen hallo tegen hem, hij zei niet: ‘Ga zitten, alstublieft.’ Hij trok er zich niets van aan.
Confucius zei; ‘Dat is vreemd. U zou zich tenminste als een heer kunnen gedragen.’
Lao Tse zei: ‘Ik dacht niet dat u het lef zou hebben om mijn grot binnen te gaan. Hier onderwijzen we geen moraal of hoffelijkheid. Hier leren we hoe te sterven en te herrijzen. Bent u er klaar voor?’
En Lao Tse trok zijn zwaard.
Confucius zei: ‘Vergeef me alstublieft. Ik zal nooit meer in uw grot komen!’ 

Hij zweette terwijl het in de grot erg koel was. Hij kwam naar buiten en zei tegen zijn leerlingen: ‘Die man is gevaarlijk. Hij is een draak. Hij zou me gedood hebben.’
Hij begreep Lao Tse helemaal niet. Hij had het niet over de gewone dood, maar over de dood van het ego. En tenzij het ego sterft, ben je niet je authentieke zelf, ben je niet je oorspronkelijke gezicht. Confucius is het misgelopen.

Osho: One Seed Makes the Whole Earth Green, p.117-118.

Afbeelding: Confucius ontmoet Lao Tse. Rotsschildering uit de Han-dynastie. Wikimedia Commons.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen

De chassidische mysticus en de paleiswachter

 

Gertrude Stein op haar sterfbed

 

Een glas water, de prijs van een keizerrijk

 

Bindis, bindis, bindis!

 


Nooit geboren, nooit gestorven

 

De chassidische mysticus en de paleiswachter

De toeschouwer is gewoon een spiegel. 
Meditatie is getuige zijn.

Ik heb eens gehoord over een chassidische rabbi…
Het chassidisme komt het dichtst bij zen. Het is een kleine tak van rebelse joden. Ze worden niet geaccepteerd door de orthodoxen, door de georganiseerde religie, maar ze hebben een kleine lijn van heel mooie mensen. Als het jodendom iets heeft bijgedragen aan de mensheid, dan is het wel het chassidisme – hoewel ze het niet willen accepteren. Ze veroordelen de chassiden omdat ze alles doen wat onorthodox, ontraditioneel is: zich niet conformeren aan de georganiseerde religie, onafhankelijk en rebels zijn.

   
Sculptuur van de chassidische beweging op de Knesset Menorah.

De chassidische mysticus liep midden in de nacht naar de rivier, gewoon om daar in stilte te zitten. Een bewaker van een groot paleis zag hem elke nacht om middernacht komen. Uiteindelijk werd het onmogelijk om weerstand te bieden en de wachter hield de chassid aan en vroeg hem: ‘Maandenlang heb ik toegekeken. U heeft zelfs geen enkele nacht gemist: u gaat elke nacht om middernacht naar de rivier. Wat bent u aan het doen? Ik heb u gezien, ik ben u gevolgd omdat het mijn werk is om de wacht te houden rond het paleis en eerst was ik achterdochtig. Die man komt elke nacht langs het paleis … dus ik ben u gevolgd, maar u heeft gewoon geen oog voor het paleis of voor iemand die u volgt. U gaat gewoon naar de rivier en zit urenlang langs de oever. Wat doet u daar?’
De chassid zei: ‘Ik ben ook een wachter. Net zoals jij op het paleis let, let ik op mijn eigen mind.’

Je kunt alleen in meditatie komen door onverschillig te zijn, gewoon een wachter. Of het nu wel of niet komt maakt niets uit; laat de gedachten gewoon vanzelf stromen en je houd je afzijdig, kijkt alleen maar toe.
Het woord ‘kijken’ betekent gewoon een spiegel zijn die reflecteert en geen commentaar geeft. Geen enkele spiegel geeft commentaar. Geen enkele spiegel zegt tegen jou: ‘Aha, wat mooi!’ Het interesseert hem niet of je mooi bent of vreemd, gezond of gek, of je op je voeten staat of op je hoofd. Het maakt voor de spiegel niets uit, de spiegel reflecteert gewoon.
De toeschouwer is een spiegel. Hij kijkt alleen maar en blijft leeg. De spiegel vangt geen inhoud op. Dingen komen en gaan, de spiegel klampt zich nergens aan vast. De spiegel is nergens voor of tegen. Hij heeft geen noties over wat er voor hem voorbij komt…

Osho: The Buddha – The Emptiness of the Heart. Talks on Zen p. 75-76.

Afbeelding: Wikimedia Commons.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen

Gertrude Stein op haar sterfbed

 

Een glas water, de prijs van een keizerrijk

 

Bindis, bindis, bindis!

 


Nooit geboren, nooit gestorven

 

‘Ah, deze taart is heerlijk!’

Gertrude Stein op haar sterfbed

Het leven kan gezongen worden, het leven kan gedanst worden, het leven kan worden liefgehad; maar er is geen vraag en er is geen antwoord.

Gertrude Stein, een van de belangrijkste vrouwelijke dichters, lag op haar sterfbed.
Haar vrienden waren bijeengekomen, wetend dat haar dood nabij was.

   Gertrude Stein

Plotseling deed ze haar ogen open en vroeg: ‘Wat is het antwoord?’ 
Iedereen keek elkaar aan en dacht: ‘Het lijkt wel of ze seniel is geworden … We weten de vraag niet, hoe kunnen we dan zeggen wat het antwoord is?’
Iemand verzamelde moed en vroeg: ‘Je bent erg onlogisch. Je vraagt ons wat het antwoord is, maar we weten de vraag niet.’
Gertrude Stein lachte en zei: ‘Oké, vertel me dan wat de vraag is!’
En ze stierf met een glimlach.

Voor mij hebben in het Westen maar heel weinig mensen de staat bereikt die Gertrude Stein heeft bereikt. In haar laatste ogenblik is ze zeker een boeddha geworden. 
Ze zegt: er is geen vraag en er is geen antwoord. 
Het leven is zo eenvoudig, zo mooi, zo eerlijk. 
Er is geen plek voor vragen of antwoorden. 
Het leven kan worden bezongen, het leven kan worden gedanst, het leven kan worden liefgehad; maar er is geen vraag en er is geen antwoord.

Osho: The Language of Existence – Talks on Zen, p. 185.

Afbeelding:
https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Stein,_Gertrude_1934.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen

Een glas water, de prijs van een keizerrijk

 

Bindis, bindis, bindis!

 


Nooit geboren, nooit gestorven

 

‘Ah, deze taart is heerlijk!’

 

Een mooi huis staat in brand

 

Een glas water, de prijs van een keizerrijk

Toen Alexander de Grote naar India kwam, stelde een sannyasin hem de vraag: ‘Waarom martelt u zichzelf, rent u de hele wereld over, verspilt u uw leven? Wat is het doel?’
Alexander zei: ‘Mijn doel? Mijn doel is om de hele wereld te veroveren.’
De sannyasin zei: ‘Kunt  het geduld opbrengen om mijn ene vraag te beantwoorden? Als u in een woestijn dagenlang verdwaald, dorstig en hongerig bent, en ik kom met een glas water, hoeveel van uw rijk bent u dan bereid te geven in ruil voor een glas water?’
Niemand had Alexander ooit zo’n vraag gesteld. 
Hij zei: ‘Hoeveel? Als ik stervende ben, kan ik u de helft van mijn rijk geven.’

De sannyasin zei: ‘Maar ik ben niet bereid om het voor een half rijk te verkopen. Dat kan uw dood worden. Ik heb uw volledige rijk nodig, het hele rijk, omdat ik u het hele glas water geef.’
Alexander zei: ‘Misschien ben ik in zo’n situatie bereid om u het hele rijk te geven voor één glas water.’
De sannyasin begon te lachen. Hij zei: ‘Dan is het beter dat u naar huis gaat. Maak u niet zo druk over dat rijk; de waarde ervan is niet meer dan één glas water.’

Osho: The Messiah, Commentaries on Kahlil Gibran’s “The Prophet”, Vol. II, page 211.

Afbeelding:
Mia Gaitanidis  https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=87827468

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen

Bindis, bindis, bindis!

 


Nooit geboren, nooit gestorven

 

‘Ah, deze taart is heerlijk!’

 

Een mooi huis staat in brand

 


De kikker en de duizendpoot

Bindis, bindis, bindis!

Mulla Nasruddin werd benoemd tot adviseur van een koning. De adviseur moest bij de koning blijven, want elk moment kon er een probleem ontstaan en kon zijn advies nodig zijn. Dus hij was bijna vierentwintig uur bij de koning … hij sliep in het paleis van de koning en hij ging de hele dag met de koning mee.
De eerste dag zaten ze aan de eettafel te eten. De kok had prachtige gevulde bindis gemaakt. De koning vond ze lekker en hij vroeg aan Nasruddin: ‘Mulla, wat is jouw mening?’

Hij zei: ‘Mijn heer, bindis zijn de beste groente voor de gezondheid, voor een lang leven, voor een betere intelligentie … een bescherming tegen allerlei ziekten. In de oude geschriften worden ze beschreven als het beste preventieve medicijn, en uw kok is geweldig.’
De kok hoorde dat, dus begon hij elke dag bindis te maken. De tweede dag tolereerde de koning het. De derde dag werd het hem teveel. De vierde dag begon hij zich te ergeren.
Op de vijfde dag gooide hij het hele bord op de grond en riep de kok: ‘Ben je gek geworden? Elke dag bindi, bindi, bindi – ben ik een mens of een buffel?’
De kok zei: ‘Ik ben maar een onwetende. Ik hoorde uw grote adviseur zeggen dat bindi nectar is, preventief tegen ziekte, preventief tegen ouderdom, een lang leven geeft, intelligentie … en ik dacht dat als bindi zoveel kwaliteiten heeft, mijn heer zoveel mogelijk bindi’s zou moeten krijgen.’

De koning zei: ‘Mulla, wat zeg jij ervan?’
Mulla zei: ‘Bindis? Die zijn vergif! Raak ze nooit aan.’
De koning zei: ‘Je lijkt me een rare snuiter. Vijf dagen geleden prees je ze nog.’
Hij zei: ‘Luister, mijn heer, ik ben uw dienaar, niet de dienaar van de bindis. Wat u maar wilt, zal ik prijzen – zelfs als het vergif is, zal ik het nectar noemen. En als u iets niet mooi vindt, zelfs als het nectar is, zal ik het vergif noemen. Ik ben uw dienaar.’

Je wilt iets anders proeven, je wilt andere kleren dragen. Je wilt nieuwe plaatsen bezoeken, je wilt nieuwe vrienden maken. Wat is er mis mee als je een nieuwe geliefde vindt? Wie zegt dat het ontrouw is? Het hele idee van ontrouw is fascistisch, omdat het veeleisend is: ‘Ga door met het eten van bindis, bindis, bindis …’
Omdat bindi’s niet kunnen praten… anders hadden ze allemaal vanaf de grond geschreeuwd: ‘Je bent ons ontrouw! Vijf dagen lang zijn we getrouwd gebleven en nu smijt je ons op de grond – is dit je dankbaarheid?’

Wat mij betreft moet je alleen trouw zijn aan de liefde, niet aan de geliefde. Beiden moeten trouw zijn aan de liefde, zolang het duurt.
Als het je hele leven duurt, prima. Als het niet je hele leven duurt, is dat nog beter! Het is geen misdaad.

Osho: The Messiah, Commentaries on Kahlil Gibran’s ‘The Prophet’, Vol. I, p. 437-438.

Afbeeldingen
http://www.naivecookcooks.com/wp-content/uploads/2013/07/stuffed-okra-1-600×828.jpg
https://pbs.twimg.com/media/C1qp1_nXAAECy-J.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen


Nooit geboren, nooit gestorven

 

‘Ah, deze taart is heerlijk!’

 

Een mooi huis staat in brand

 


De kikker en de duizendpoot

 

Een duif wurgen

 

Nooit geboren, nooit gestorven

Nooit geboren, nooit op deze aarde gelopen, nooit gestorven – met uitzondering van onze weerspiegeling.

Een Zen monnik, Rinzai, placht te zeggen: ‘Deze man, Boeddha, is nooit geboren, heeft nooit op aarde gewandeld, is nooit gestorven – hij is slechts een droom.’ 
En elke dag ging hij naar de tempel en boog voor het Boeddhabeeld!
Toen zei iemand: ‘Rinzai, je bent gewoon gek! Elke dag blijf je volhouden dat deze man nooit geboren is, nooit gestorven is, nooit op aarde heeft rondgelopen, en toch ga je naar de tempel en buig je je neer.’
Rinzai zei: ‘Omdat deze man nooit geboren is, nooit op aarde heeft gelopen, nooit gestorven is, daarom ga ik buigen.’

De vragensteller hield vol en zei: ‘We kunnen u niet volgen. Of u bent gek of wij zijn gek, maar we kunnen u niet volgen – wat bedoelt u?’
En Rinzai zei: ‘De geboorte van deze man was slechts een droom voor hem. Lopen op deze aarde was slechts een droom voor hem. De dood was niet echt voor hem – slechts het einde van een lange droom. En deze man, het centrum van zijn wezen, bleef voorbij de geboorte, voorbij de dood.’

Er wordt gezegd dat Boeddha altijd in de zevende hemel is gebleven. Hij is nooit naar beneden gekomen – alleen zijn weerspiegeling was hier. En dit is waar!
Dit is ook waar voor jou. Je bent nooit naar beneden gekomen – alleen de weerspiegeling. Maar je bent zo vereenzelvigd geraakt met de weerspiegeling dat je het vergeten bent. Je denkt dat je naar beneden bent gekomen. Je kunt niet naar beneden komen – vanuit je wezen kun je op geen enkele manier naar beneden vallen.
Je kunt in een rivier kijken en de weerspiegeling zien, en je kunt je er zo mee vereenzelvigen dat je denkt dat je onder water bent. Je kunt eronder lijden; je kunt je verstikt voelen, en je kunt voelen dat je nu gaat sterven. En je staat altijd op de kant, je bent nog nooit in het water geweest – je kunt niet in het water komen!

Dus zeg ik tegen jou: Niet alleen Boeddha, niemand is ooit uit de zevende hemel naar beneden gekomen. Maar sommige mensen raken geobsedeerd, geïdentificeerd met hun weerspiegelingen. Dit is wat Hindoes de wereld van maya noemen, de wereld van weerspiegelingen. We blijven in de Brahma – we blijven in de ultieme realiteit – voor eeuwig daar geworteld. Niemand komt ooit naar beneden. Maar we kunnen wel geïdentificeerd raken met de weerspiegeling, met de droom.

Osho: My Way, the Way of the White Clouds, p. 450-453.

Afbeeldingen:
http://1.bp.blogspot.com/-ypBqF3ccWo0/ToFXU9O5tDI/AAAAAAAAAz4/VGECPtuGZTE/s1600/Zen+Monk+and+Tiger.jpg
https://s-media-cache-ak0.pinimg.com/736x/31/32/66/313266dca63fc692edcc5af199f60373.jpg
https://skashliwal.files.wordpress.com/2008/09/never_born_never_died.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen

‘Ah, deze taart is heerlijk!’

 

Een mooi huis staat in brand

 


De kikker en de duizendpoot

 

Een duif wurgen

 

Voormalig minister Chuang Tzu

 

‘Ah, deze taart is heerlijk!’

Ik heb eens gehoord over een oude Zen monnik. Hij lag op zijn sterfbed. Zijn laatste dag was aangebroken en hij kondigde aan dat hij er die avond niet meer zou zijn.
Dus begonnen volgelingen, discipelen, vrienden te komen. Hij had veel geliefden.
Ze kwamen er allemaal aan. Van heinde en verre kwamen mensen bijeen.

Een van zijn oude discipelen rende naar de markt toen hij hoorde dat de meester op sterven lag.
Iemand vroeg: ‘De meester ligt op sterven in zijn hut, waarom ga je naar de markt?’
De oude leerling zei: ‘Ik weet dat mijn meester van een bepaald soort taart houdt, daarom ik ga die taart kopen.’
Het was moeilijk om de taart te vinden, want ze was nu uit de mode geraakt, maar tegen de avond lukte het hem op de een of andere manier toch.
Hij kwam aanrennen met de taart.

En iedereen zat zich druk te maken – het was alsof de meester op iemand lag te wachten. Hij deed zijn ogen open om te kijken, maar deed zijn ogen weer dicht. 
En toen deze discipel kwam, zei hij: ‘Oké, daar ben je dan. Waar is de taart?’
De leerling haalde de taart tevoorschijn – en hij was erg blij dat de meester naar de taart vroeg.
Stervend nam de meester de taart in zijn hand, maar zijn hand trilde niet. Hij was erg oud, maar zijn hand trilde niet. 
Toen vroeg iemand: ‘U bent zo oud en staat op het punt om te gaan sterven. De laatste adem zal u spoedig verlaten, maar uw hand beeft niet.’
De meester zei: ‘Ik beef nooit, want er is geen angst. Mijn lichaam is oud geworden, maar ik ben nog jong, en ik zal jong blijven zelfs als het lichaam weg is.’

Toen nam hij een hap, begon van de taart te kauwen. 
En iemand vroeg: ‘Wat is uw laatste boodschap, meester? U zult ons spoedig verlaten. Wat wilt u dat we ons herinneren?’
De meester glimlachte en zei: ‘Ah, deze taart is heerlijk.’

Dit is een man die in het hier en nu leeft: ‘Deze taart is heerlijk.’
Zelfs de dood doet er niet toe. Het volgende moment is zinloos.
Dit moment, deze taart is heerlijk.

Osho: My Way, the Way of the White Clouds, p. 232-234.

Photo by RAPHAEL MAKSIAN on Unsplash.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen

Een mooi huis staat in brand

 


De kikker en de duizendpoot

 

Een duif wurgen

 

Voormalig minister Chuang Tzu

 

De lijnen van je verlangens

 

Een mooi huis staat in brand

De mind opzij zetten is iets heel eenvoudigs.
Je hoeft alleen maar te kijken.

Er is een oud verhaal … Een man die de stad uit is, komt terug en ontdekt dat zijn huis in brand staat. Het was een van de mooiste huizen in de stad en de man hield van het huis. Veel mensen waren bereid om een dubbele prijs te geven voor het huis, maar hij was nooit akkoord gegaan met welke prijs dan ook, en nu brandt het gewoon voor zijn ogen af. Duizenden mensen hebben zich verzameld, maar er is niets aan te doen. Het vuur heeft zich zo ver verspreid dat zelfs als je het probeert te blussen, er niets meer te redden valt. Hij wordt er heel verdrietig van. 

Zijn zoon komt aangerend en fluistert iets in zijn oor: ‘Wees niet ongerust. Ik heb het gisteren verkocht, en voor een heel goede prijs – drie keer … Het aanbod was zo goed dat ik niet op u kon wachten. Vergeef me.’
Maar de vader zei: ‘Goed dat je het verkocht hebt voor drie keer meer dan de oorspronkelijke prijs van het huis.’
Dan is de vader ook een toeschouwer, met andere toeschouwers. Even daarvoor was hij geen toeschouwer, hij was geïdentificeerd. Het is hetzelfde huis, hetzelfde vuur, alles is hetzelfde – maar nu maakt hij zich geen zorgen. Hij geniet ervan zoals iedereen geniet.

Dan komt de tweede zoon aangerend en hij zegt tegen de vader: ‘Wat doet u nou? U staat te lachen – terwijl het huis in brand staat?’
De vader zei: ‘Weet je het niet? Je broer heeft het verkocht.’
Hij zei: ‘Hij had het erover gehad om het te verkopen, maar er is nog niets geregeld, en die man gaat het nu niet kopen.’
Opnieuw verandert alles. Tranen die verdwenen waren zijn teruggekomen in de ogen van de vader, zijn glimlach is er niet meer, zijn hart klopt snel. Maar de toeschouwer is weg. Hij is opnieuw geïdentificeerd.

En dan komt de derde zoon, en die zegt: ‘Die man is een man van zijn woord. Ik kom net bij hem vandaan. Hij zei: “Het maakt niet uit of het huis brandt of niet, het is van mij. En ik ga de prijs betalen die ik heb vastgesteld. Noch jij, noch ik wist dat het huis in brand zou vliegen.”‘
Opnieuw is de vader een toeschouwer. De identificatie is er niet meer. Eigenlijk verandert er niets; alleen het idee dat ‘ik de eigenaar ben, ík ben op de een of andere manier geïdentificeerd met het huis,’ maakt het grote verschil. Het volgende moment voelt hij: ‘Ik ben niet geïdentificeerd. Iemand anders heeft het gekocht, ik heb er niets mee te maken; laat het huis maar branden.’

Deze eenvoudige methode om naar de mind te kijken, dat je er niets mee te maken hebt … De meeste gedachten zijn niet van jou maar van je ouders, je leraren, je vrienden, de boeken, de films, de televisie, de kranten. Tel maar eens hoeveel gedachten van jezelf zijn, en je zult verbaasd zijn dat geen enkele gedachte van jou is. Ze zijn allemaal afkomstig van andere bronnen, ze zijn allemaal geleend – ofwel door anderen op jou gedumpt, ofwel dwaas genoeg door jezelf op jezelf gedumpt, maar niets is van jou.
De mind is er, functioneert als een computer; letterlijk is het een biocomputer. Je raakt niet geïdentificeerd met een computer. Als de computer heet wordt, word jij niet heet. Als de computer boos wordt en signalen begint te geven met vieze woorden, zul jij je geen zorgen maken. Je zult zien wat er mis is, waar er iets mis is. Maar je blijft afstandelijk.

Gewoon een handigheidje … Ik kan het niet eens een methode noemen, want dat maakt het zwaar; ik noem het een handigheidje. Gewoon door het te doen, op een dag ben je er plots toe in staat. Vaak zul je falen; het is niets om je zorgen over te maken… niets verloren, het is iets natuurlijks. Maar op een dag gebeurt het, gewoon door het te doen.
Als het eenmaal gebeurd is, als je zelfs maar voor één moment de toeschouwer geworden bent, dan weet je nu hoe je de toeschouwer kunt worden – de toeschouwer op de heuvels, ver weg. En de hele mind is daar diep in de donkere vallei, en je hoeft er niets aan te doen.
Het meest vreemde aan de mind is dat hij begint te verdwijnen als je een toeschouwer wordt. Net zoals het licht de duisternis uiteen drijft, drijft waakzaamheid de mind uiteen, zijn gedachten, met heel zijn toebehoren.

Meditatie is dus gewoon waakzaamheid, opmerkzaamheid. En dat onthult – het heeft niets te maken met uitvinden. Het vindt niets uit; het ontdekt eenvoudig dat wat er is… Wat er ook in je mind omgaat, bemoei je er niet mee, probeer het niet tegen te houden. Doe niets, want wat je ook doet, het zal een discipline worden.
Dus doe helemaal niets. Kijk alleen maar. Kijken is geen doen. Net zoals je kijkt naar de zonsondergang of de wolken in de lucht of de mensen die op straat voorbij komen, kijk je naar het verkeer van gedachten en dromen, nachtmerries – relevant, irrelevant, consistent, inconsistent, alles wat er gaande is. En het is altijd spitsuur. 
Je kijkt gewoon toe; je staat onbekommerd langs de kant.

De pseudo-religies staan je niet toe om onbezorgd te blijven, want, zeggen ze, hebzucht is slecht. Dus als er een gedachte van hebzucht opkomt, spring je op om het te voorkomen; anders word je hebzuchtig. Boosheid is slecht; als er een boze gedachte voorbij komt, spring je onmiddellijk op – je moet het veranderen. Je moet het veranderen, je moet vriendelijk en mededogend zijn, en je moet van je vijand houden zoals van jezelf. Als er iets tegen je naaste opkomt… nee, je moet je naaste liefhebben zoals jezelf. 
Dus alle oude religies hebben je ideeën gegeven over wat goed en wat slecht is – en als het verkeerde voorbij komt, moet je het zeker stoppen. Je moet ingrijpen, je moet erin springen en dat ding eruit trekken. 
Je mist het punt. Daarom zeg ik je niet wat goed en wat fout is. Alles wat ik zeg is: kijken is goed; niet kijken is fout. Ik maak het absoluut eenvoudig: Wees waakzaam.

Het gaat je niets aan – als er hebzucht voorbijkomt, laat het dan gaan; als er woede voorbij komt, laat het dan passeren. 
Wie ben jij om je ermee te bemoeien? Waarom ben je zo vereenzelvigd met je mind? Waarom begin je te denken: ‘Ik ben hebzuchtig … Ik ben boos’? 
Er komt alleen een gedachte van woede voorbij. Laat het passeren; je kijkt alleen maar.

Osho: From Unconsciousness to Consciousness, p. 226-228.

Afbeelding:
http://www.azquotes.com/picture-quotes/quote-meditation-witnessing-silently-sitting-and-looking-at-the-mind-will-be-of-much-help-rajneesh-57-89-65.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen


De kikker en de duizendpoot

 

Een duif wurgen

 

Voormalig minister Chuang Tzu

 

De lijnen van je verlangens

 

De man die bang was voor zijn schaduw

De kikker en de duizendpoot

Een meester is geen leraar. 
Een meester deelt zijn wezen met jou, niet zijn filosofie.

Een duizendpoot maakt gewoon een ochtendwandelingetje. Nou heeft een duizendpoot honderd poten. Een kikker kijkt naar hem, kan zijn ogen niet geloven, knippert met zijn ogen, kijkt nog eens … honderd poten! Hoe krijgt hij dat voor elkaar?  Welke moet je eerst optillen, dan de tweede, dan de derde, dan de vierde? Honderd poten! Als je de tel kwijtraakt, raak je verstrikt in je eigen poten en val je om. 

Hij snelt naar hem toe, springt, houdt de duizendpoot aan en vraagt hem: ‘Oom, ik zou u niet moeten tegenhouden op uw ochtendwandeling, maar er is een heel filosofische vraag in mij opgekomen, waar ik niet uitkom. Ik ben maar een kikker, weet u. Alleen u kunt helpen.’
De duizendpoot zegt: ‘Wat is het probleem?’
De kikker legt hem uit: ‘Dit is het probleem. Ik keek naar uw honderd poten, ik heb ze geteld. En het probleem is, hoe krijgt u dat voor elkaar?’
De duizendpoot zei: ‘Daar heb ik nog nooit over nagedacht. Ik zal eens proberen te kijken hoe ik dat heb gedaan. Ik heb er nooit over nagedacht. Ik heb echt nooit omlaag gekeken om die poten te tellen. Jij bent geweldig, je bent een wiskundige en een filosoof!’

De duizendpoot probeerde het en je kunt je voorstellen wat er gebeurd moet zijn. Hij viel meteen om, al zijn honderd poten verstrikt in elkaar. Hij was erg boos op de kikker en zei: ‘Stel nooit meer zulke vragen aan iemand. Hou je filosofie voor jezelf! Jij idioot, ik heb me mijn hele leven gered, en niet alleen ik, miljoenen duizendpoten redden het prima. Niemand is omgevallen zoals ik. Maar nu ben ik bang: je hebt zo’n vraag in mijn mind gecreëerd dat ik misschien helemaal niet meer kan lopen als ik die vraag niet kwijtraak. Vertel me nu hoe ik van deze vraag af kom.’
De kikker zei: ‘Ik weet het niet. Ik ben zelf ook verbaasd. Ik vroeg het u omdat u een ervaren persoon bent, een oude duizendpoot, en u gaat elke dag een ochtendwandeling maken; als u het niet kunt oplossen, hoe moet ik dat dan? Ik ben maar een arme kikker.’

Ik weet niet wat er daarna met die duizendpoot is gebeurd, maar ik kan me voorstellen dat zijn hele leven een puinhoop moet zijn geworden. Steeds weer zal de vraag bij hem opgekomen zijn: ‘Honderd poten! Zet ik de juiste poot wel op de juiste plaats?’
Het leven heeft zo zijn eigen manieren. Zodra je alles gaat beheren, verpest je het. Laat het leven zijn vrijheid.
Over liefde, laat vrijheid toe en laat je niet leiden door vaste ideeën. Ervaar het! Ga niet uit van het idee dat liefde blijvend of niet blijvend is. Ervaar het en je zult weten wat het is.
Neem niet het criterium van anderen over wat waar is en wat niet waar is. Dit zijn de leraren die de hele mensheid hebben bedorven. Ze vertellen je hoe je moet lopen, welk been eerst en welk been daarna, en als je ze in een andere volgorde zet ben je een zondaar, zul je in de hel vallen. De hel is ver weg, je zult hier vallen! Misschien ben je niet eens in staat om de hel te bereiken, want je hebt benen nodig. Het is een lange reis. Alleen hele deskundige leraren, professoren, filosofen, zijn in staat geweest om daar te komen. Het is geen zaak voor gewone mensen om de hel te bereiken. Het is een lange, lange reis, en heel ingewikkeld.

De functie van de meester is niet om je in een bepaald idee te kneden, maar om alle krukken, alle steun die de maatschappij je gegeven heeft, weg te nemen. Natuurlijk zul je je in het begin heel erg bang voelen – alle steun weg, alle krukken weg, de grond waar je op stond is er niet meer. Er zal grote angst zijn, maar die moet je onder ogen zien.  Alleen door het onder ogen te zien, er doorheen te gaan, zul je in staat zijn het te overwinnen…

Ik ben geen leraar. Ik leer je helemaal niets. Ik ben geen brug tussen jou en de Bijbel, tussen jou en de Gita, tussen jou en de Koran. Ik ben zelfs geen brug tussen jou en God – nee. 
Ik geef je geen leer, geen dogma, geen geloofsbelijdenis, geen filosofie, geen theologie. Begrijp dus het verschil tussen een leraar en een meester.
In de oude religies worden leraren meesters genoemd. Het zijn gewoon leraren, ze kennen de leer. Ze hebben die leer van andere leraren gekregen; ze zullen hem aan jou overdragen. Zij hebben niets ervaren en door hun onderricht zul jij ook niets ervaren. Dat zijn gewoon mooie woorden, en ze kunnen je troost geven – alsof je het weet.

Een meester is in de eerste plaats geen leraar. 
Een meester deelt zijn wezen met jou, niet zijn filosofie.
Een meester stelt zichzelf aan je bloot, staat je nabijheid toe zodat je jouw gezicht in zijn spiegel kunt zien.
Een meester is precies een spiegel.

Hij doet nooit iets met de discipel. Laat me het benadrukken. Een meester is geen doener… want als ik iets met je begin te doen, kan ik je wezen bederven. Ik kan je misschien een masker geven, een discipline, en ik kan je in iets anders veranderen dat je niet bent. De meester kan dat niet doen. De leraar doet dat wel. Hij geeft je een onderricht; hij leert je discipline en dan dwingt hij het af door hebzucht, overreding, angst, op elke mogelijke manier. Hij probeert je in een mal te passen: hoe een christen zou moeten zijn, hoe een boeddhist zou moeten zijn. 
Er zijn drieëndertigduizend regels voor een boeddhistische monnik. Ik denk niet dat ik drieëndertigduizend regels kan onthouden – laat staan ze te volgen, ik kan ze niet onthouden! 
En iedereen die dat doet, komt in dezelfde situatie terecht als in (deze) een van Aesop’s fabels.

Osho: From Unconsciousness to Consciousness, p. 212-213.

Afbeeldingen:
https://s-media-cache-ak0.pinimg.com/originals/80/f1/c2/80f1c270a0552221b89760839b3970ca.jpg
https://i.pinimg.com/736x/79/8e/9e/798e9ec8ed5184ac2a4b6b3c7c996d43–meditation-indian-idol.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen

Een duif wurgen

 

Voormalig minister Chuang Tzu

 

De lijnen van je verlangens

 

De man die bang was voor zijn schaduw

 

Een vis zoekt de oceaan