1001 verhalen

Een duif wurgen

Kun je in drie maanden een plek vinden waar niemand is? Of in drie levens?

Bayazid, een soefi mysticus, vertelde een verhaal dat zijn meester aan drie jonge mannen elk een duif had gegeven en hen gevraagd had om de duif te doden op een plek waar niemand hem kon zien.

Een van de jongeren kwam binnen vijf minuten na het doden van de duif terug. Hij was gewoon naar een straat in de buurt gelopen die leeg was, waar niemand was, had de duif bij zijn nek gewurgd en was teruggekomen.

De tweede jongen kwam na drie dagen terug. Hij had dieper gezocht naar een plek waar niemand hem kon zien terwijl hij de duif doodde. Hij had een diepe grot gevonden, was daar naar binnen gegaan en had de ingang achter zich gesloten met een rots. Nu kon er niemand binnenkomen, zelfs niet per ongeluk. Er was een diepe duisternis in de grot; zelfs als iemand toevallig binnen was gekomen, had hij niets kunnen zien. 
Daar wurgde hij de duif bij zijn nek. 

De derde jongeling kwam na drie maanden terug met een levende duif.
De meester vroeg hem: ‘Kon je zelfs in drie maanden geen plek vinden waar niemand was?’
De jongeling antwoordde: ‘Het is niet mogelijk om zo’n plek te vinden, zelfs niet in drie levens. Drie maanden lang heb ik van alles geprobeerd. Ik ben de diepste grotten ingegaan, het was donker – maar zelfs daar was ik aanwezig, de duif was aanwezig, en wij zouden allebei getuige zijn van het doden. 
Zelfs als ik de ogen van de duif dicht zou doen, zou ik, de moordenaar, het zien, hoe donker de plek ook was.’

Bayazid zei: ‘Van de drie zal alleen jij in staat zijn om jezelf te ontdekken. De andere twee hebben nog geen dorst naar de innerlijke zoektocht.’
Hij stuurde de twee jongemannen weg en zei tegen de derde: ‘Jij hebt in ieder geval zoveel bewustzijn – dat wanneer zelfs je zintuigen niet in staat zijn om te zien, wanneer er helemaal geen licht is, zelfs dan ben je een getuige.’

Osho: The Message Beyond Words – A Dialogue with the Lord of Death, p. 271-272.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen

Voormalig minister Chuang Tzu

 

De lijnen van je verlangens

 

De man die bang was voor zijn schaduw

 

Een vis zoekt de oceaan

 

De maan is de maan…

 

Voormalig minister Chuang Tzu

Hebzucht is de wortel van angst. 
Zolang je ergens naar verlangt,
zul je bang zijn het te verliezen.

Ik heb eens gehoord dat Chuang Tzu, een grote Chinese mysticus, ooit minister van de koning was geworden. Na enige tijd nam hij ontslag uit het ministerie en werd een sannyasin, ging in een bos onder een boom wonen.
Op een dag ging de koning naar het bos om te jagen en zijn vrienden zeiden tegen hem: ‘Chuang Tzu, uw voormalige minister, woont onder een boom in de buurt. Als u geïnteresseerd bent kunnen we hem gaan opzoeken.’
De koning antwoordde: ‘Zeker, het zou de moeite waard zijn om hem te zien. Wat is er met Chuang Tzu gebeurd? Hoe is hij veranderd nadat hij een sannyasin geworden is?’
Chuang Tzu was vele jaren minister van de koning geweest en de koning kende hem goed. Hij herinnerde zich ook hoe beschaafd hij was.

Dus ging de koning erheen. Hij stapte uit zijn wagen en ging bij Chuang Tzu staan. Chuang Tzu zat met gestrekte benen op zijn tamboerijn te spelen en hij bleef in dezelfde houding zitten met gestrekte benen. Dit was respectloos! De koning stond voor hem en hij zat met gestrekte benen.
De koning zei: ‘Chuang Tzu, het is goed dat je een sannyasin bent, maar vergeet je beschaving niet. Waarom blijf je in mijn aanwezigheid met je benen gestrekt zitten?’
Chuang Tzu zei: ‘De dag dat mijn hebzucht verdween, verdween ook mijn angst. Nu wil ik niets van u dus heb ik geen angst voor u. Vroeger sloeg ik mijn uitgestrekte benen over elkaar, niet omdat ik beschaafd was, maar vanwege mijn hebzucht. Ik was bang dat u mij uw gunsten zou ontzeggen. Nu ik zelf alles heb achtergelaten wat u me had kunnen ontnemen, ben ik niet meer bang voor u. 
U denkt dat u een keizer bent, maar voor mij bent u eender als iemand die op de weg voorbij komt. Ooit was u een keizer voor mij, maar dat kwam door mijn hebzucht: ik kon veel dingen van u krijgen die ik van niemand anders kon krijgen. Maar nu? Nu bent u gewoon een voorbijganger, net als ieder ander. Nu hoef ik mijn uitgestrekte benen niet over elkaar te slaan om u te behagen. Nu is er geen angst meer in mij.’

Zodra hebzucht verdwijnt, verdwijnt ook de angst.  

Osho: The Message Beyond Words – A Dialogue with the Lord of Death, p. 99-100.

Afbeelding:
https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/c/c1/Dschuang-Dsi-Schmetterlingstraum-Zhuangzi-Butterfly-Dream.jpg/1200px-Dschuang-Dsi-Schmetterlingstraum-Zhuangzi-Butterfly-Dream.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen

De lijnen van je verlangens

 

De man die bang was voor zijn schaduw

 

Een vis zoekt de oceaan

 

De maan is de maan…

 

God weet wel wat hij doet!

 

De lijnen van je verlangens

Het is belangrijker om de lijnen van iemands verlangens te kennen dan de lijnen van zijn handpalmen!

Ik heb eens gehoord dat een jonge man terug naar huis kwam nadat hij astrologie had gestudeerd. Zijn vader was een oude, ervaren astroloog. Hij zei tegen zijn zoon: ‘Wees nooit gehaast om te veel te onthullen, want astrologie is een diepgaande kunst. Het is niet nodig om altijd de waarheid te vertellen. Vaak zul je zelfs het moeten vermijden om de waarheid te vertellen. En zelfs als de waarheid verteld moet worden, dan moet dat op zo’n manier dat het vaag is. In deze business moet je zelfs leugens vertellen. Het is een hele delicate en subtiele kunst; boekenwijsheid is niet genoeg. Wacht dus, en ga niet je kennis van astrologie aan iedereen tentoonspreiden.’

Maar de jongeman zei: ‘Ik kom net terug uit Kashi, de grootste leerschool, en ik weet alles over astrologie. Ik kan nu niet wachten – ik ga naar de koning! Door wat ik heb gestudeerd kan ik de koning vertellen wat er gaat gebeuren.’
De vader zei: ‘Nou, dat is aan jou. Maar ik ga ook mee. Laat mij eerst de hand van de koning lezen. Ik zal hem eerst een paar dingen vertellen en dan kun je mij volgen.’


De vader keek naar de hand van de koning en zei tegen hem: ‘Uw koninkrijk zal zich uitbreiden! In uw leven is een zonsopgang zeer nabij.’
De zoon stond verbaasd dit te horen omdat de lijnen van de hand van de koning iets anders lieten zien: de lijnen gaven aan dat de koning op het punt stond te sterven.
De vader werd hogelijk vereerd met veel geld en waardevolle geschenken.
Toen keek de zoon naar de handpalm van de koning en zei: ‘Eén ding is zeker, en dat is dat u niet langer dan zeven dagen meer te leven hebt.’
En de koning gaf het bevel dat ze de zoon mee moesten nemen om gegeseld te worden! 
De vader stond daar alleen maar te lachen.

Later, toen hij zijn zoon mee naar huis nam, zei hij tegen hem: ‘Zie je nou wel? Wat in de boeken staat is voor intelligente mensen – maar waar vind je intelligente mensen? Ik kon ook wel zien dat de koning binnen zeven dagen zou sterven, maar als je dat zegt sterf je nog eerder dan de koning sterft! Het is niet genoeg om alleen de waarheid te vertellen: de astroloog moet weten wat zijn klant wil, wat zijn verlangens zijn. Het is belangrijker om de lijnen van zijn verlangens te kennen dan de lijnen van zijn handpalmen.’

Daarom kijkt een astroloog naar de lijnen van je verlangens. Hij probeert te begrijpen waar je verlangens naartoe leiden en ondersteunt ze dan zo ver als hij kan. 

Osho: The Message Beyond Words – A Dialogue with the Lord of Death, p. 96-97.

Afbeelding:
https://i.ytimg.com/vi/b4JCRaM2VVk/maxresdefault.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen

De man die bang was voor zijn schaduw

 

Een vis zoekt de oceaan

 

De maan is de maan…

 

God weet wel wat hij doet!

 

Gewoon sinaasappelsap

 

De man die bang was voor zijn schaduw

Laat alles verstrijken. Oordeel niet, veroordeel niet, evalueer niet.
Je bent alleen maar een spiegel.

Een Soefi verhaal zegt: Een man was bang voor zijn schaduw, omdat hij in een boek had gelezen dat de dood bijna zoals een schaduw was – dat hij als een schaduw komt, als hij komt. En het werd zo’n obsessie in zijn hoofd, dat hij zelfs bang werd voor gewone schaduwen. Hij rende weg en deed van alles … dan probeerde hij te vechten – en hij was een krijger! Maar zelfs je zwaard kan een schaduw geen kwaad doen – de schaduw bestaat niet.

Hij was zo moe dat hij aan een mysticus vroeg: ‘Wat moet ik met die schaduw? Ik heb alles gedaan wat ik kon doen, maar niets helpt. Ik heb mijn zwaard gebroken. Ik heb zoveel gerend om het te ontlopen dat het bloed uit mijn voeten sijpelt.’
De mysticus moest lachen, hij zei: ‘Doe jij maar één ding. Ga onder die boom zitten en vertel me dan waar je schaduw is.’
Er was niet veel schaduw onder die boom. Om een schaduw te krijgen heb je de zon nodig, het licht. Maar toen hij onder de boom ging zitten en om zich heen keek, was er geen schaduw. 
Hij zei: ‘Wat een wonder heeft u verricht! U heeft niet eens van uw plaats bewogen en mijn schaduw is weg.’
De mysticus zei: ‘Je hele aanpak was niet nodig. Vechten met het onechte is geloofwaardigheid geven aan het onechte. Door te vechten heb je geaccepteerd dat het onechte ook een zekere realiteit heeft.’

Het Oosten heeft nooit met de mind gevochten; het heeft een totaal andere methode gevonden. Zijn methode is om gewoon een toeschouwer op de heuvels te zijn.
Laat alles verstrijken. Oordeel niet, veroordeel niet, evalueer niet.
Je bent alleen maar een spiegel; dit zijn geen taken voor jou.
Je reflecteert gewoonweg – en ze zullen allemaal voorbijgaan. 
Als je er geen aandacht aan schenkt, als je ze kunt negeren, zullen ze ophouden naar je toe te komen; ze willen geen ongenode gasten zijn.
Misschien zullen ze vanwege de oude gewoonte nog een paar dagen doorgaan.
Maar je zult zien dat het verkeer steeds minder wordt; anders is het vierentwintig uur per dag spitsuur.
Als de mind eenmaal stil, leeg, ruim is, heb je de gouden sleutel gevonden, de meestersleutel, die alle mysteries van liefde, van waarheid, van het eeuwige leven opent.

Osho: The Rebellious Spirit, p. 298.

Afbeelding:
https://www.google.nl/searchq=shadow&client=safari&rls=en&source=lnms&tbm=isch&sa=X&ved=0ahUKEwjvzffCvb3TAhUoCsAKHQeADXkQ_AUICCgB&biw=1187&bih=752#imgrc=AXFnJp42fqWHxM:

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen

Een vis zoekt de oceaan

 

De maan is de maan…

 

God weet wel wat hij doet!

 

Gewoon sinaasappelsap

 

Haar wang was altijd nat van de tranen

Een vis zoekt de oceaan

De aanbidder staat niet los van het aangebedene.
Deze organische eenheid begrijpen is de ware religie.

‘Neem me niet kwalijk,’ zei de oceaanvis, ‘jij bent ouder dan ik, dus kun je me vertellen waar je dat ding vindt dat ze de oceaan noemen?’
‘De oceaan,’ zei de oudere vis, ‘is datgene waar je je nu in bevindt.’
‘Oh, dit? Maar dit is water. Wat ik zoek is de oceaan,’ zei de teleurgestelde vis terwijl hij wegzwom om ergens anders te gaan zoeken.

Dit is een oude parabel. Maar dit is een van de mooie kanten van parabels, dat ze nooit oud worden. Ze blijven altijd relevant… omdat de parabel over jou gaat – niet over de vis, niet over de oceaan.
Iedereen is op zoek naar de waarheid; iedereen is op zoek naar God; iedereen is op zoek naar het wonderbaarlijke, de mysterieuze bron van het leven.

En het is de zelfde situatie: de jongere vis vraagt aan de oudere vis: ‘Waar is dat ding dat ze de oceaan noemen? Ik hoor er zoveel over.’
En de oudere vis zei: ‘Je bent erin.’
En natuurlijk zei de jongere vis: ‘Maar dit is water en ik ben op zoek naar de oceaan.’
Hij was zo teleurgesteld dat hij zei: ‘Je kunt beter ergens anders heen gaan om de waarheid te vinden – wat de oceaan is.’

God is de oceaan waarin jij je bevindt, want God is een andere naam voor leven. Je ademt God elk moment in en uit. Het is God die in je hart klopt. Het is God die in je bloed stroomt. God is je merg, je botten, je intelligentie, je bewustzijn. 

Maar omdat de vis in de oceaan geboren is – het is zo dichtbij – denkt ze: dit is alleen maar water. Dit is alleen maar lucht die je in- en uitademt. 
En mensen zoeken net als de vis, en ze zullen nooit vinden – tenzij ze stoppen met zoeken en gewoon beginnen te kijken naar wat ze zijn, wat hun bewustzijn is, wat hun leven is. 
En ze zullen verrast zijn dat het niet nodig was om ergens naartoe te gaan. Alles waar ze naar zochten, omringde hen aan de buitenkant, en ze werden erdoor vervuld in hun diepste wezen.

Het hele bestaan is God. Het zijn de religies die de misvatting hebben gecreëerd dat God de wereld heeft geschapen – dus hebben ze je het idee gegeven dat de wereld en God twee zijn, zodat je op zoek moet gaan naar de schepper.
Ik wil dat je die dualiteit volledig vernietigt. God is niet de schepper, maar de schepping zelf. Hij is in de bomen en hij is in de rivieren en hij is in de maan en hij is in de zon en hij is in jou. Behalve God is er niets anders.
De zoeker is de gezochte, de jager is de opgejaagde, de waarnemer is het waargenomene. 

En zodra je je dit realiseert, komt er zo’n diepe ontspanning, zo’n vrede die diep op je neerdaalt waarvan je nooit eerder hebt gedroomd. Er komt zo’n helderheid in je ogen dat je overal immense schoonheid begint te zien, onmetelijke schoonheid, enorme goedheid. 
In de kleinste dingen van het leven begin je de hartslag van het universum te voelen.
Dit is onze tempel en dit is onze God en we maken er deel van uit. 
De aanbidder staat niet los van het aangebedene.
Deze organische eenheid begrijpen is de ware religie.

Osho: The Rebellious Spirit, p. 128.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen

De maan is de maan…

 

God weet wel wat hij doet!

 

Gewoon sinaasappelsap

 

Haar wang was altijd nat van de tranen

 

Sariputta moet lachen

De maan is de maan…

De maan is de maan, of je nu een hele mooie spiegel hebt of een hele gewone spiegel.

Rabindranath (Tagore) herinnerde zich een man van de leeftijd van zijn grootvader – heel oud. Hij kwam vaak bij Rabindranath thuis, en Rabindranath voelde zich nooit op zijn gemak bij die man omdat hij altijd vreemde vragen stelde. Als zulke vreemde vragen aan je gesteld worden, moet je ofwel antwoorden en je weet dat je het mis hebt, of je moet zwijgen, wat erg gênant voelt.
En die oude man moest lachen, of hij antwoordde of niet; dat maakte niets uit. Hij zei altijd tegen Rabindranath: ‘Je antwoord is verkeerd, je niet-antwoord is verkeerd. Je staat bekend als een groot dichter, je bent Nobelprijswinnaar – terwijl je helemaal niets weet. Je hebt zoveel mooie gedichten over God geschreven: Heb je hem wel ontmoet? Heb je hem wel gezien?’ 
En het was heel moeilijk om die man met die doordringende ogen te misleiden.

Op een dag was Rabindranath naar de oceaan gegaan, die vlakbij was. In de nacht met volle maan zag hij in de oceaan de weerspiegeling van de maan. De reflectie was nog mooier dan de maan zelf. 
Het komt vaak voor… je foto kan mooier zijn dan je in werkelijkheid bent. Je kunt fotogeniek zijn. Er zijn veel mensen die fotogeniek zijn – hun foto’s komen heel mooi uit, maar als je naar die mensen kijkt zijn ze in werkelijkheid niet zo mooi.

Op de weg terug, vol van de vreugde van het maanlicht en de oceaan, zag hij kleine plassen langs de kant van de weg. Het had net die ochtend geregend, en er waren kleine plassen water, vuil, maar de maan werd in die vuile waterplassen net zo mooi weerspiegeld als in die uitgestrekte oceaan.
Dat opende zijn ogen voor een nieuwe waarheid – dat de maan de maan is, of je nu een heel mooie spiegel hebt of een heel gewone spiegel. De realiteit van de maan blijft onaangetast. 


Voor het eerst voelde hij zich ontspannen over die oude man die hem dwars zat. En in plaats van naar zijn eigen huis te gaan, ging hij voor het eerst naar het huis van de oude man. Zijn ogen waren vol van de schoonheid van de maan, de oceaan, de kleine plassen water. En hij zei tegen de oude man: ‘Ik heb God gezien.’
De oude man omhelsde hem en zei: ‘Dat weet ik. Ik zie het aan je gezicht, aan je ogen. Ik zie het aan de manier waarop je voor het eerst naar me toe bent gekomen. Nu zal ik je niet meer lastigvallen, ik zal niet meer komen. Ik heb je steeds weer lastiggevallen, omdat ik je potentieel kende. De maan is de maan, of je nu een hele mooie spiegel hebt of een hele gewone. Het zou me heel blij maken als je me kunt vertellen hoe je God hebt gevonden.’

Rabindranath zei: ‘Ik keek naar de reflectie van de maan in de oceaan, en toen keek ik naar de vele reflecties langs de kant, in vuile plassen water. Maar de maan was niet vuil, de weerspiegeling was niet vuil; ze was net zo mooi als in de oceaan. Net op dat moment moest ik aan u denken – omdat ik me aan u geërgerd heb, ik was geïrriteerd door u. Ik was blind. Ik kon God niet in u zien.
Ik zag God alleen in mooie mensen, in bloemen, in de maan. Maar ik weet nu dat het niet uitmaakt wie je bent. Voor mij bent u nu ook een reflectie van God, en ik ben u dankbaar dat u me bleef porren, me naar dit besef toe duwde.’

Osho: The Rebellious Spirit, p. 13-14.

Afbeeldingen:
https://s-media-cache-ak0.pinimg.com/736x/22/23/c0/2223c06dec9a097a62bded27c4fc352c.jpg
http://setandflowyoga.com/wp-content/uploads/2016/05/moon-copy11.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen

God weet wel wat hij doet!

 

Gewoon sinaasappelsap

 

Haar wang was altijd nat van de tranen

 

Sariputta moet lachen

 

De olifant en de muis

 

 

God weet wel wat hij doet!

Ik heb eens gehoord… Op een dag kreeg Frederik van Pruisen een ongewoon idee. Hij was op het platteland toen hij een paar mussen een paar tarwekorrels zag eten. Hij begon na te denken en kwam tot de conclusie dat deze kleine vogels in zijn koninkrijk een miljoen pikjes tarwe per jaar verorberden. Dit mocht niet toegestaan worden. Ze moesten worden overwonnen of vernietigd.
Omdat het niet mee viel om ze uit te roeien, gaf hij een beloning uit voor elke dode mus. Alle Pruisen gingen op jacht en al snel waren er geen mussen meer in het land. Wat een grote overwinning.

Frederik van Pruisen was heel erg blij. Hij vierde de gebeurtenis als een grote overwinning op de natuur. De koning voelde zich erg gelukkig, tot het volgende jaar toen hij te horen kreeg dat rupsen en sprinkhanen de gewassen hadden opgegeten, want zonder mussen was het hele levensritme vernietigd. Mussen blijven rupsen en sprinkhanen eten. Omdat er geen mussen waren, werd de hele oogst vernietigd door rupsen. Toen moesten ze mussen uit het buitenland gaan halen. 
En de koning zei: ‘Ik heb me zeker vergist. God weet wel wat hij doet.’

Osho: The Discipline of Transcendence – Discourses on the Forty-two Sutras of Buddha, Vol. 2, p. 130.

P.S. Het mussen horrorverhaal speelde zich opnieuw af op 13 december 1958 in Shanghai en elders in China. De communistische partijleider Mao Zedong had de ongevaarlijke graanetende vogel bestempeld tot een van de Vier Plagen, tot ongedierte. Zogenaamde staatswetenschappers hadden berekend dat één enkele mus jaarlijks 4,5 kilogram graan at. Dus voor elk miljoen gedode mussen konden 60.000 monden worden gevoed. 
De bevolking trok er massaal op uit om de dieren met een hels kabaal te verjagen en af te schieten. Vermoeide mussen die nergens konden schuilen op de grond werden vertrapt. Miljoenen mensen namen deel aan de massamoord, met als gevolg dat de oogst van het volgende jaar mislukte: de boommus pikte niet alleen graan, maar vooral schadelijke insecten. En die kregen vrij spel. 
Zo bracht Mao eigenhandig de Grote Chinese Hongersnood van 1959 en 1961 over zijn volk.

Afbeeldingen:
http://www.thehindu.com/multimedia/dynamic/00503/15_YT_SPARROW8_503288g.jpg
http://kingofwallpapers.com/caterpillar/caterpillar-007.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen

Gewoon sinaasappelsap

 

Haar wang was altijd nat van de tranen

 

Sariputta moet lachen

 

De olifant en de muis

 

De schaduw van de verborgen schat

Gewoon sinaasappelsap

Wat je gelooft wordt ook daadwerkelijk waar.

Ik heb eens gehoord… het gebeurde in een ziekenhuis. Een verpleegster zette een scherm om het bed heen van een mannelijke patiënt, gaf hem een flesje voor een urinemonster en zei: ‘Ik kom over tien minuten terug voor uw monster.’ 
Toen kwam er een andere verpleegster die de man een glas sinaasappelsap gaf.
De man, die nogal een grapjas was, goot het sinaasappelsap in het flesje. 

Toen de eerste verpleegster terugkwam, keek ze even en zei: ‘Dit monster lijkt wel een beetje erg troebel.’
‘Dat is zo,’ beaamde de patiënt. ‘Ik zal het nog een keer doornemen om te zien of ik het kan schoonmaken.’ 
En toen hij het flesje aan zijn lippen zette, viel de verpleegster flauw.

Alleen je geloof, alleen al het idee – wat doet deze man? Hij dronk gewoon sinaasappelsap. Maar als je eenmaal iets gelooft, wordt het ook daadwerkelijk waar. 
Nu denkt de verpleegster dat hij zijn urine opdrinkt. 
Het zit alleen in haar idee – maar ideeën worden heel erg de werkelijkheid, ze veranderen je zienswijze.

Osho: The Discipline of Transcendence – Discourses on the Forty-two Sutras of Buddha, Vol. 1, p. 199-200.

Afbeelding:
http://img.aws.livestrongcdn.com/ls-article-image-640/ds-photo/getty/article/64/171/179694821_XS.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen

Haar wang was altijd nat van de tranen

 

Sariputta moet lachen

 

De olifant en de muis

 

De schaduw van de verborgen schat

 

Kant komt er niet uit

Haar wang was altijd nat van de tranen

Seks is slechts het alfabet van de liefde, stenen waarvan je een Taj Mahal kunt maken.

Het is echt een mooi verhaal. Een heel klein verhaaltje, er staat niet veel in, maar toch geweldig van inhoud.
Een vrouw bedreef de liefde met elke man die bij haar kwam voor seks, maar haar wang was altijd nat van de tranen.

Gewoon een verhaaltje van één zin, maar het verhaal kan het verhaal van de hele mensheid zijn. Dit is wat er gebeurt.
Liefde is mogelijk, maar ze stijgt nooit uit boven seks. Daarom zijn alle wangen vol tranen… nat. Ik zie je wangen vol tranen, tranen die naar beneden rollen. Een van de grootste misères in het menselijk leven is dat men bij seksualiteit blijft en nooit verder komt en nooit een moment bereikt van liefde…
Seks is alleen maar het alfabet van de liefde, stenen waaruit je een Taj Mahal kan maken. Maar Taj Mahal bestaat niet alleen uit stenen. Je kunt stenen opstapelen, het zal geen Taj Mahal worden. Taj Mahal is een compositie van oneindige liefde, van oneindige creativiteit.

Bakstenen zijn slechts het zichtbare deel ervan. Taj Mahal is iets onzichtbaars. Bakstenen hebben dat onzichtbare op een bepaalde manier zichtbaar gemaakt en je kunt het voelen. Bakstenen helpen het onzichtbare te voelen, maar de bakstenen zijn niet het onzichtbare.
Seks is net als bakstenen. En als je doorgaat met het opstapelen van seks, zul je je zeker in tranen voelen. Die vrouw moet een vrouw van diep begrip zijn geweest.

Osho: The Discipline of Transcendence – Discourses on the Forty-two Sutras of Buddha, Vol. 1, p. 108-110.

Afbeeldingen:
http://i1.wp.com/www.deepdivingmen.com/wp-content/uploads/2014/06/crying_lady.jpg
http://static.thousandwonders.net/Taj.Mahal.original.14870.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen

Sariputta moet lachen

 

De olifant en de muis

 

De schaduw van de verborgen schat

 

Kant komt er niet uit

 

Plato’s zuivere wiskunde

Sariputta moet lachen

Eerst moet je een ontvanger worden, eerst moet je tot stilte komen, dan is verbondenheid mogelijk, eerder niet.

Er kwam eens een man bij Boeddha. Hij was een groot geleerde, een soort professor, had veel boeken geschreven, was bekend in het hele land. Maulingaputta was zijn naam.
Hij zei tegen Boeddha: ‘Ik ben met tientallen vragen gekomen en u moet ze beantwoorden.’
Boeddha zei: ‘Ik zal ze wel beantwoorden, maar u moet aan één voorwaarde voldoen. Gedurende een jaar moet u in totale stilte bij mij zijn, daarna zal ik antwoorden – niet eerder. Op dit moment kan ik wel antwoorden, maar u zult de antwoorden niet ontvangen, omdat u er niet klaar voor bent, en wat ik ook zeg, u zult het verkeerd interpreteren, omdat u te veel interpretaties in uw mind heeft. Alles wat ik zeg moet door uw mind gaan. Wees een jaar lang stil, zodat u de kennis kunt laten vallen. Wanneer u leeg bent, zal ik alles wat u wilt vragen beantwoorden, dat beloof ik u.’

Terwijl hij dit zei, begon een andere discipel van Boeddha, Sariputta, die onder een boom zat, te lachen – onbedaarlijk te lachen.
Maulingaputta voelde zich vast in verlegenheid gebracht. 
Hij zei: ‘Wat is er aan de hand? Waarom lacht u?’
Hij zei: ‘Ik lach niet om u, maar om mezelf. Er is een jaar voorbijgegaan. Deze man heeft mij ook bedrogen. Ik was met veel vragen gekomen en hij zei “wacht maar een jaar,” en ik heb gewacht. Nu moet ik lachen, want nu zijn die vragen verdwenen. Hij blijft maar vragen, “kom nou met die vragen!” maar ik kan niet op die vragen komen. Ze zijn verdwenen.’ 
Dus, Maulingaputta, als u echt wilt dat uw vragen worden beantwoord, stel ze dan nu, wacht niet een jaar. Deze man misleidt u.’

Osho: The Discipline of Transcendence – Discourses on the Forty-two Sutras of Buddha, Vol. 1, p. 10-11.

Afbeelding:
http://postsfromthepath.com/wordpress/media/happy-monk.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen

De olifant en de muis

 

De schaduw van de verborgen schat

 

Kant komt er niet uit

 

Plato’s zuivere wiskunde

 

Waarom zoek je geen paard?