1001 verhalen

De olifant en de muis

Zelfs een muis heeft zijn eigen ego.

Ik heb eens gehoord: een olifant keek omlaag en zag een heel klein muisje bij zijn poot staan. 
‘Lieve help,’ zei de olifant, ‘wat ben jij klein.’


Met dank aan Jolanda Caspers

‘Ja,’ beaamde de muis, ‘ik ben de laatste tijd niet zo lekker geweest.’

Osho: Yoga, the Alpha and the Omega – Discourses on the Yoga Sutras of Patanjali, Vol. 10, p. 23.

Een olifant liep door de jungle toen ze plotseling een stem achter zich hoorde. Ze draaide zich om en zag een klein muisje op de grond zitten. Het muisje vroeg of ze hem een ritje op haar rug wilde geven en ze zei: ‘Natuurlijk, kruip maar omhoog!’
Even later hoorde de olifant plotseling de muis lachen. Ze draaide haar hoofd om en vroeg: ‘Hé, wat is er aan de hand? Waarom lach je?’
Maar de muis antwoordde: ‘Ach, maakt niet uit. Loop maar door.’
Toen liep ze verder, maar na een tijdje begon de muis weer te giechelen. Hij sprong op en neer op haar rug, stikkend van de lach.
Deze keer werd de olifant echt kwaad en zei: ‘Luister, als je me niet vertelt waarom je lacht, gooi ik je van mijn rug af!’
Toen zei de muis tenslotte: ‘Ha, ha, ha! Ik heb je twee keer verkracht en je hebt het niet eens gemerkt!’

Maar zo gaat het met iedereen. Je gaat door met grootse dingen doen in je slaap, in de veronderstelling dat de hele wereld het opmerkt, dat het hele universum er goede nota van neemt, dat je eeuwenlang herinnerd zult worden, dat je een plaats in de geschiedenis zult hebben, dat je naam in gouden letters geschreven zal worden. Als je slaapt leef je in het ego. Als je wakker wordt, zie je plotseling dat het ego verdwijnt. Zoals de zon opkomt en de mist van de vroege ochtend verdwijnt, zo verdwijnt het ego wanneer je wakker wordt.

Osho: The Secret – Discourses on Sufism, p. 18-19.

Afbeeldingen:
http://images.fineartamerica.com/images-medium-large-5/elephant-vs-mouse-jolanda-caspers.jpg
http://scitechdaily.com/images/elephant-mouse-trunk.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen

De schaduw van de verborgen schat

 

Kant komt er niet uit

 

Plato’s zuivere wiskunde

 

Waarom zoek je geen paard?

 

Michelangelo en de verborgen Jezus

 

De schaduw van de verborgen schat

‘Juiste herinnering’ of ‘de naam onthouden’, ‘het adres onthouden.’

Er is een Soefi verhaal: een man hoorde dat als hij bij zonsopgang naar een bepaalde plek in de woestijn ging… en tegenover een verre berg zou gaan staan, zijn schaduw naar een grote begraven schat zou wijzen.
De man verliet zijn hut vóór het eerste daglicht en stond bij dageraad op de aangewezen plek. Zijn schaduw strekte zich lang en dun uit over het zandoppervlak.

‘Wat een mazzel,’ dacht hij terwijl hij zich een grote rijkdom voorstelde. Hij begon te graven naar de schat. Hij ging zo in zijn werk op dat hij het niet merkte dat de zon aan de hemel klom en zijn schaduw korter werd, maar toen kreeg hij het in de gaten. Hij was nu bijna de helft kleiner dan eerst. Hij werd ongerust en begon opnieuw te graven op de nieuwe plek. 
Uren later, op het midden van de dag, stond de man weer op de aangewezen plek. Hij wierp geen schaduw. Hij werd erg ongerust. Hij begon te huilen en te wenen – alle moeite voor niets. Waar is de plek nou?
Toen kwam er een Soefimeester langs, die hem toe begon te lachen en zei: ‘Nu wijst de schaduw precies naar de schat. Hij zit in jou.’

Alle paden kunnen erheen leiden, want in zekere zin is het al bereikt. Het zit in je. Je zoekt niet naar iets nieuws. Je zoekt iets dat je vergeten bent. En hoe kun je het eigenlijk vergeten?
Daarom blijven we zoeken naar gelukzaligheid, omdat we het niet kunnen vergeten. 
Het blijft in ons doorklinken. Het zoeken naar gelukzaligheid, het zoeken naar vreugde, het zoeken naar geluk is niets anders dan het zoeken naar God. Misschien heb je het woord ‘God’ niet gebruikt, dat doet er niet toe, maar al het zoeken naar gelukzaligheid is het zoeken naar God – is het zoeken naar iets dat je wist, dat op een dag van jou was en dat je verloren bent.

Daarom hebben alle grote heiligen gezegd:  ‘Herinner je.’ 
Boeddha noemt het samyak smriti, ‘juiste herinnering’. 
Nanak noemt het nam smaran, ‘de naam herinneren’ – het onthouden van het adres. 

Heb je niet gezien hoe vaak dit gebeurt? Je weet iets, je zegt ‘het ligt precies op het puntje van mijn tong,’ maar toch komt het niet. God ligt op het puntje van je tong.
In een kleine school schreef de scheikundeleraar een formule op het bord, en hij vroeg een kleine jongen om op te staan en hem te vertellen wat die formule voorstelde. De jongen keek, en hij zei: ‘Meneer, het ligt op het puntje van mijn tong, maar ik weet het niet meer.’
De leraar zei: ‘Spuug het uit! Spuug het uit! Het is kaliumcyanide!’
God ligt ook op het puntje van de tong, en ik zeg: ‘Slik het in! Slik het door! Spuug het niet uit! Het is God!’

Laat hem in je bloed circuleren. 
Laat hem deel uitmaken van je diepste vibraties. 
Laat hem een lied worden in je wezen, een dans.

Osho: Yoga, the Alpha and the Omega – Discourses on the Yoga Sutras of Patanjali, Vol. 9, p. 276-278.

Afbeeldingen:
https://s-media-cache-ak0.pinimg.com/originals/fb/26/c9/fb26c9477e311e1b23b77983a1d2c615.jpg
http://il9.picdn.net/shutterstock/videos/5890940/thumb/1.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen

Kant komt er niet uit

 

Plato’s zuivere wiskunde

 

Waarom zoek je geen paard?

 

Michelangelo en de verborgen Jezus

 


De zoektocht van Socrates

Kant komt er niet uit

De mind is op een bepaalde manier erg machteloos, ze kan je existentieel geen jeu geven.

Ik moet denken aan een groot Duits filosoof, Immanuel Kant. Hij is een typisch voorbeeld van iemand die absoluut in zijn hoofd leeft. Hij leefde zo volledig volgens de mind, dat mensen hun horloge in gingen stellen wanneer ze Immanuel Kant naar de universiteit zagen gaan. 
Nooit – het kon regenen, het kon vuur regenen, het kon pijpenstelen regenen, het kon door en door koud zijn, er kon sneeuw vallen …. wat er ook gebeurde, Kant ging het hele jaar door op precies dezelfde tijd naar de universiteit, zelfs op feestdagen. Zo’n vaste, bijna mechanische … Hij ging op precies dezelfde tijd op vakantie, bleef in de universiteitsbibliotheek, die speciaal voor hem open werd gehouden, want wat zou hij daar anders de hele dag doen? En hij was een zeer vooraanstaand, bekend filosoof, en hij verliet de universiteit elke dag op precies dezelfde tijd.

   Immanuel Kant (1724-1804)

Op een dag gebeurde het… Het had geregend en er was te veel modder onderweg – een van zijn schoenen kwam vast te zitten in de modder. Hij stopte niet om de schoen eruit te halen, want dan zou hij een paar seconden later de universiteit bereiken, en dat was onmogelijk. Hij liet de schoen daar achter. Hij kwam gewoon aan met één schoen. De studenten konden het niet geloven.
Iemand vroeg: ‘Wat is er met die andere schoen gebeurd?’
Hij zei: ‘Die  kwam vast te zitten in de modder, dus heb ik hem daar achtergelaten, goed wetende dat niemand een schoen zal stelen. Als ik vanavond terugga, dan zal ik hem ophalen. Maar ik kon niet te laat komen.’

Een vrouw deed hem een aanzoek: ‘Ik wil met je trouwen.’
Een mooie jonge vrouw. Misschien heeft geen enkele vrouw ooit zo’n antwoord gekregen, voor of na Immanuel Kant. Of je zegt ‘ja’ of je zegt  ‘nee, excuseer me.’ 
Immanuel Kant zei: ‘Ik zal veel onderzoek moeten doen.’
De vrouw vroeg: ‘Waar naar?’
Hij zei: ‘Ik zal alle huwelijksboeken moeten raadplegen, alle boeken over het huwelijk, om alle voors en tegens uit te zoeken – of je wel of niet moet trouwen.’

De vrouw kon zich niet voorstellen dat zo’n antwoord ooit eerder aan een vrouw was gegeven. Zelfs nee was acceptabel geweest, zelfs ja, al zou je in een ellende terechtgekomen zijn, maar het was acceptabel geweest. Maar zo’n soort onverschillige houding tegenover de vrouw – hij had geen enkel lief woord voor haar. Hij zei niets over haar schoonheid, hij was alleen maar bezorgd over zijn mind. 
Hij moest zijn mind overtuigen of trouwen wel of niet logisch juist was. Het kostte hem drie jaar. Het werd echt een lange zoektocht. Dag en nacht was hij ermee bezig, en hij had driehonderd redenen tegen het huwelijk en driehonderd redenen voor het huwelijk gevonden. Het probleem bleef dus, zelfs na drie jaar, even groot.

Een vriend stelde voor, uit medeleven: ‘Je hebt drie jaar verspild aan dit stomme onderzoek. In drie jaar zou je al die zeshonderd hebben meegemaakt, zonder onderzoek. Je had gewoon “ja” moeten zeggen tegen die vrouw. Je had niet zoveel moeite hoeven doen. Drie jaar zouden je alle voors en tegens hebben gegeven – existentieel, ervaringsgericht.’


Maar Kant zei: ‘Ik kom er niet uit. Ze zijn allebei gelijk, parallel, in evenwicht. Er is geen manier om te kiezen.’
De vriend stelde voor: ‘Van de voors ben je één ding vergeten: dat wanneer er een kans is, het beter is om ja te zeggen en de ervaring door te maken. Dat is één voordeel wat de voors meer hebben. De tegens kunnen je geen ervaring geven, en het is alleen ervaring wat telt.’

Hij begreep het, het was intellectueel juist. Hij ging onmiddellijk naar het huis van de vrouw, klopte bij haar deur aan. Haar oude vader deed de deur open en zei: ‘Jongeman, u bent te laat. U heeft te lang over uw onderzoek gedaan. Mijn meisje is getrouwd en heeft twee kinderen.’ 
Dat was het laatste wat men ooit over zijn huwelijk gehoord heeft. Van toen af aan heeft geen enkele vrouw hem ooit gevraagd, en hij was er niet de man naar om iemand te vragen. Hij bleef ongetrouwd.

De mind is in zekere zin erg machteloos, ze kan je existentieel geen jeu geven, geen existentiële ervaring, en dat is het enige dat telt.

Osho: Sat Chit Anand, p. 242-243.

Afbeeldingen:
http://hplusmagazine.com/wp-content/uploads/kant1.jpg
http://cdn2.hubspot.net/hubfs/475314/assets/featured-image-imports/pros-cons-for-social-selling-cold-calling.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen

Plato’s zuivere wiskunde

 

Waarom zoek je geen paard?

 

Michelangelo en de verborgen Jezus

 


De zoektocht van Socrates

 


Zenmeester Eisai en de arme samoerai

 

Plato’s zuivere wiskunde

Het leven is genoeg op zichzelf. En als je probeert een of ander doel te bereiken, loop je het leven mis.

Het gebeurde eens… In de vierde eeuw voor Christus richtte de grote Atheense filosoof Plato een school op, de Academie, waar wiskunde een belangrijk onderdeel van het curriculum was.


De School van Athene, Rafaël, 1509-1511, Apostolisch Paleis, Vaticaan.

Plato hield enorm van wiskunde. Hij was een dichter van de wiskunde, een liefhebber. Op de deur van zijn Academie stond geschreven: ‘Als je geen wiskunde kent, kom dan niet binnen.’ 
Men moest wiskunde leren voordat men de Academie kon betreden. Het werd onderwezen met de grootste strengheid waartoe de tijd in staat was, en het ging over geïdealiseerde vormen waarop geïdealiseerde bewerkingen werden uitgevoerd.

Een student, die aan strenge mentale oefeningen werd onderworpen over de platonische opvatting van wiskunde, bleef tevergeefs zoeken naar een toepassing op de verschillende ambachtsvormen, waarvan hij wist dat wiskundige concepten nuttig waren.
Tenslotte zei hij tegen Plato: ‘Maar meester, waartoe kunnen deze stellingen in het bijzonder dienen? Ik zie geen enkel praktisch nut. De stellingen zijn mooi, het is zuivere wiskunde, maar wat is het nut ervan? Wat is het nut van deze stellingen? Wat valt er uit te halen?’
De oude filosoof keek de vragende student aan, wendde zich tot een slaaf en zei: ‘Geef deze jongeman een stuiver, zodat hij het gevoel heeft dat hij iets aan mijn lessen heeft gehad, en stuur hem dan weg.’


Een oudere Plato loopt naast Aristoteles.

Het is moeilijk te begrijpen, want voor Plato was wiskunde zijn liefde, zijn geliefde. Het ging niet om winst, het ging niets om iets te bereiken. Alleen het aanschouwen van die vormen, die pure vormen van wiskunde, was genoeg. Juist die contemplatie leidt naar het onbekende.
Het gaat helemaal niet om winst. Het leven zelf is genoeg van zichzelf. En als je probeert een of ander doel te bereiken, zul je het leven missen…

Waarvoor zingen deze vogels? Voor wat? Gewoon het genot van het zingen. Ze zingen niet om een prijs te winnen. Ze zingen niet voor een wedstrijd. Ze zingen niet eens voor jou om naar ze te luisteren. Ze zingen gewoon. Ze zitten vol energie en de energie stroomt over. De energie is te veel – wat doe je ermee? 
Ze delen met het bestaan. Het zijn verspillers, geen vrekken.

Als je zingt, ga je eerst iets zoeken. Gaan de mensen het waarderen? Ga je beloond worden op een of andere manier, grof of subtiel? Dan ben je geen zanger, maar een zakenman. 
Als je danst voor een publiek en je bent op zoek naar hun waardering, hun applaus, dan ben je geen danser. Een danser danst gewoon. Als mensen het zien en waarderen en ervan genieten, dat is iets anders. Dat is niet het doel. Een danser kan alleen dansen, met niemand erbij om te kijken. Een zanger kan alleen zingen. 

De activiteit op zich betaalt zo veel uit dat het niet nodig is een ander doel te hebben, een ander bedoeling… Dit moet je begrijpen. Alles wat mooi is in het leven is intrinsiek, het heeft intrinsieke waarde. En alles wat gewoon is, is doelgericht.
Ik zeg je het leven te leven als een intrinsieke waarde. Doe wat je wilt doen, maar doe het niet om te bewijzen dat je nuttig bent. Doe het omdat je ervan houdt. Doe het omdat je je er gelukkig bij voelt. Doe het omdat het je liefde is. En plotseling krijgt alles een andere kleur en wordt alles lichtgevend.

Osho: Nirvana, The Last Nightmare, p. 207-212.

Afbeeldingen:
https://classconnection.s3.amazonaws.com/663/flashcards/5058663/jpg/school-of-athens-detail-from-right-hand-side-showing-diogenes-on-the-steps-and-euclid-1511-144E06746857850A729.jpg
https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/9/98/Sanzio_01_Plato_Aristotle.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen

Waarom zoek je geen paard?

 

Michelangelo en de verborgen Jezus

 


De zoektocht van Socrates

 


Zenmeester Eisai en de arme samoerai

 


De nieuwe scooter

Waarom zoek je geen paard?

Waarom maak je je druk over boeddhaschap?

Een oud Zen verhaal vertelt over een pelgrim die te paard op zoek ging naar een beroemde wijze man om hem te vragen hoe hij de ware verlichting kon vinden. Na maanden zoeken vond de pelgrim de leraar in een grot. De meester luisterde naar de vraag en zei niets. De zoeker wachtte.

Uiteindelijk, na uren van stilte, keek de meester naar het paard waarop de pelgrim was aangekomen, en vroeg de pelgrim waarom hij niet op zoek was naar een paard in plaats van verlichting.
De pelgrim antwoordde dat hij blijkbaar al een paard had. 
De meester glimlachte, en trok zich terug in zijn grot.

Heel veelbetekenend! De meester zei: ‘Waarom zoek je geen paard? Waarom maak je je druk over boeddhaschap?’
En de man zei: ‘Waar heeft u het over? Het paard is al bij me. Ik heb een paard! Waarom zou ik ernaar zoeken?’ 
En de meester zei niets – hij glimlachte gewoon en trok zich terug in zijn grot. Klaar! Hij had het antwoord gegeven.

Je bent een boeddha. Je kunt er niet naar zoeken. Dat is de grote uitspraak van alle grote religies – dat jullie goden en godinnen in vermomming zijn, incognito. 
Je bent je eigen identiteit vergeten, je weet niet wie je bent. Vandaar al het zoeken. 
En soms begin je te zoeken naar dat wat je al bent. Dan is het onmogelijk om te vinden … dan  de frustratie.
Begin niet te zoeken, begin gewoon te kijken naar wat er is. 
Kijken naar de werkelijkheid zoals die is, is genoeg. 
Dat is de betekenis van Zen als ze zeggen: ‘Wees hier-nu.’
Kijk in de werkelijkheid. Er ontbreekt niets, alles is er al.

Osho: Zen, The Path of Paradox, Vol. 3, #10.

Afbeelding:
http://www.taylorweidman.com/wp-content/uploads/2016/10/016_Mustang-1024×683.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen

Michelangelo en de verborgen Jezus

 


De zoektocht van Socrates

 


Zenmeester Eisai en de arme samoerai

 


De nieuwe scooter

 


Iedereen is een boeddha

Michelangelo en de verborgen Jezus

Door alleen maar de niet-essentiële delen weg te beitelen, wordt het verborgen beeld ontdekt en verschijnt het in zijn volle glorie.

Iemand zei tegen Michelangelo – hij was een beeld van Jezus aan het maken:
‘Het is groots wat u creëert.’


De Christo della Minerva door Michelangelo, 1519-1521, Rome

Hij zei: ‘Ik heb niets gedaan. Jezus zat verstopt in dit marmeren blok en ik heb hem alleen maar geholpen om vrij te komen. Hij was er al, er was alleen wat meer marmer, meer dan er nodig was. Het onnodige was er – ik heb het onnodige weggehakt. Ik heb hem gewoon ontdekt, ik heb hem niet gecreëerd.’
In feite was het blok marmer door de bouwers weggegooid. Toen hij om de kerk heen liep, die gebouwd zou worden, vroeg Michelangelo aan de bouwers: ‘Waarom is dit marmeren blok weggegooid?’
Ze zeiden: ‘Het is waardeloos.’ 
Dus haalde hij het weg – en er kwam een van de mooiste afbeeldingen van Jezus uit.
Michelangelo zei altijd: ‘Jezus riep me toen ik langs dit blok liep. Verborgen in het blok zei hij: “Michelangelo, laat me eruit” en ik heb alleen maar negatief werk verricht.’

Het zoeken zal je niet helpen om het doel te bereiken, want het doel is nooit verloren gegaan. De zoektocht zal je alleen helpen om hebzucht, angst, bezitsdrang, jaloezie, haat en woede te laten vallen.
De zoektocht helpt je alleen om de hindernissen te laten vallen, en zodra de hindernissen er niet meer zijn, word je je zich plotseling bewust: ik ben altijd hier geweest, ik ben nooit ergens anders geweest.

Dus de hele zoektocht is in zekere zin negatief. Het is net als wanneer iemand een standbeeld maakt van een marmeren blok. Wat doet hij? Hij hakt gewoon onbelangrijke delen weg en… na verloop van tijd komt het beeld tevoorschijn.

Osho: The Search -Talks on the Ten Bulls of Zen, p. 24 – 25.


Elk stenen blok heeft een standbeeld van binnen
en het is de taak van de beeldhouwer om het te ontdekken.
Michelangelo

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen


De zoektocht van Socrates

 


Zenmeester Eisai en de arme samoerai

 


De nieuwe scooter

 


Iedereen is een boeddha

 


Amrapali verleidt de monnik

 

Afbeeldingen:
https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/4/4e/Michelangelo-Christ.jpg
http://quotes.lifehack.org/media/quotes/quote-Michelangelo-every-block-of-stone-has-a-statue-82140.png

De zoektocht van Socrates

Van de conceptie tot het einde… 
is de mens een zoektocht naar de waarheid.

Socrates was stervende. Zijn leerlingen begonnen te huilen en te wenen; dat was normaal, maar hij zei tegen hen: ‘Hou op! Stoor me niet – laat me onderzoek doen naar de dood. Leid me niet af! Jullie kunnen later huilen, straks als ik weg ben. Laat me nu onderzoeken wat de dood is. Ik heb mijn hele leven gewacht op dit moment om de realiteit van de dood binnen te gaan.’


Jacques-Louis David, De dood van Socrates, detail.

Hij was vergiftigd. Hij lag op zijn bed te kijken wat de dood was, te onderzoeken wat de dood was. En toen zei hij tegen zijn leerlingen: ‘Mijn voeten worden gevoelloos, maar ik ben nog net zo als vroeger. Niets is mij ontnomen. Mijn gevoel van mijn wezen is even totaal als voorheen. Mijn voeten zijn weg.’
Toen zei hij: ‘Mijn benen zijn weg, maar ik ben nog steeds dezelfde. Ik zie mezelf niet gereduceerd tot iets minder. Ik blijf het geheel.’

Toen zei hij: ‘Mijn maag is gevoelloos, mijn handen zijn gevoelloos.’
Maar hij was erg opgewonden, extatisch.
Hij zei: ‘Maar ik zeg jullie nog steeds: Ik ben dezelfde, er is niets van me afgenomen.’
En toen begon hij te glimlachen en zei: ‘Dit laat zien dat de dood vroeg of laat ook mijn hart zal nemen – maar het kan mij niet nemen.’
Toen zei hij: ‘Mijn handen zijn weg, nu zakt zelfs mijn hart, en dit zullen mijn laatste woorden zijn, want mijn tong wordt gevoelloos. Maar ik zeg jullie, onthoudt, dit zijn mijn laatste woorden: Ik ben nog steeds dezelfde, totaal.’

Dit is het onderzoek naar de dood. Vanaf de conceptie tot het einde is de mens een zoektocht naar de waarheid… 
Dat is het verschil tussen andere dieren en de mens. Zij leven, zij onderzoeken niet. Ze leven gewoon, ze doen geen onderzoek. Geen enkel dier heeft ooit gevraagd: Wat is de waarheid? Wat is het leven? Wat is de zin van het leven? Waarom zijn we hier? Waar komen we vandaan? Voor welk doel zijn we bestemd?
Geen boom, geen vogel, geen dier – deze grote aarde heeft dit nog nooit gevraagd. Deze enorme hemel heeft hier nooit naar gevraagd.
Daar is de glorie van de mens. Hij is heel klein, maar groter dan de hemel, omdat iets in hem uniek is – de zoektocht. 
Zelfs de enorme hemel is niet zo groot als de mens, omdat er misschien een einde komt aan de hemel, maar er komt geen einde aan de zoektocht van de mens. 
Het is een eeuwige pelgrimstocht, zonder begin, zonder einde.

Osho: The Search -Talks on the Ten Bulls of Zen, p. 9 – 10.

Afbeelding:
https://s-media-cache-ak0.pinimg.com/736x/d4/dc/4d/d4dc4d176dd4d43044c6b996cd6c4f82.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen


Zenmeester Eisai en de arme samoerai

 


De nieuwe scooter

 


Iedereen is een boeddha

 


Amrapali verleidt de monnik

 


Zusia en de gekooide vogels

 

Zenmeester Eisai en de arme samoerai

Mededogen kent geen regels, mededogen staat boven regels.
Het is wild. Het volgt geen formaliteiten.

Op een winterdag kwam een werkeloze samoerai naar Eisai’s tempel met een smeekbede. ‘Ik ben arm en ziek’, zei hij, ‘en mijn familie komt om van de honger.
Help ons alstublieft, meester.’
Afhankelijk als hij was van kleine contributies van armen, leefde Eisai heel sober en had hij niets te geven.


Zenmeester Eisai, 1141 – 1215

Hij stond op het punt de samoerai weg te sturen, toen hij zich het beeld van Yakushi-Boeddha in de hal herinnerde. Hij ging er naar toe, scheurde het aureool er vanaf en gaf het aan de samoerai.
‘Verkoop dit maar,’ zei Eisai, ‘dat zal je een eind op weg helpen.’
De verbijsterde maar wanhopige samoerai nam de aureool aan en vertrok.


Yakushi Nyorai of Boeddha van de Geneeskunde, nog steeds met aureool.
Eind 7e eeuw na Christus, Horyu-ji Tempel, Ikaruga, Nara, Japan.

‘Meester!’ riep een van Eisai’s discipelen uit, ‘dat is heiligschennis! 
Hoe kunt u zoiets doen?’
‘Heiligschennis? Bah! Ik heb alleen maar de geest van de Boeddha – die vol van liefde en barmhartigheid is – als het ware goed benut. Waarachtig, als hij zelf die arme samoerai had aangehoord, zou hij een ledemaat voor hem hebben afgehakt.’

Een heel eenvoudig verhaal, maar heel veelzeggend. 
Ten eerste, zelfs als je niets te geven hebt, kijk dan nog eens. Je zult altijd wel iets vinden om te geven. Zelfs als je niets hebt om te geven, kun je altijd wel iets vinden om te geven.
Het is een kwestie van instelling. Als je niets kunt geven, kun je tenminste glimlachen; als je niets kunt geven, kun je tenminste bij de persoon gaan zitten en zijn hand vasthouden. Het is geen kwestie van iets geven, het is een kwestie van geven.

Deze Eisai was een arme monnik, zoals boeddhistische monniken dat zijn.
Hij leefde heel sober en hij had niets te geven. 
Normaal gesproken is het absoluut heiligschennis om de aureool van Boeddha’s beeld eraf te halen en weg te geven. Dat zou in geen enkel zogenaamd religieus persoon opkomen. Alleen iemand die echt religieus is zou dat doen – daarom zeg ik dat mededogen geen regels kent, mededogen staat boven de regels. 
Het is wild. Het volgt geen formaliteiten.

Osho: Ancient Music in the Pines – Talks on Zen stories, p. 90 – 91.

Afbeeldingen:
https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/8/88/Eisai.jpg
http://www.onmarkproductions.com/html/slideshows/YN-yakushi-nyorai-db_img190-asuka-era-yakushi-painted-wood-hourinji3.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen


De nieuwe scooter

 


Iedereen is een boeddha

 


Amrapali verleidt de monnik

 


Zusia en de gekooide vogels

 


Rabia’s hemel en hel

 

De nieuwe scooter

Er is een diepgaand evenwicht nodig.

Laat me je een verhaal vertellen. Het is een hele mooie Joodse anekdote. 
De jonge Sammy Moskowitz had net een scooter gekocht, maar hij was orthodox opgevoed en wist niet zeker of het wel passend was voor een orthodoxe Jood om er op te rijden. Hij dacht dat de beste oplossing zou zijn zijn eerwaarde rabbijn te vragen hem een barucha te leren – een traditioneel gebed van zegening- dat hij over de scooter moest uitspreken voordat hij ermee ging rijden. Dan zou het toch zeker gepast zijn om hem te gebruiken.

Daarom ging hij naar zijn rabbijn toe en zei: ‘Rabbi, ik heb een scooter gekocht en ik zou graag willen weten of u mij een barucha kunt leren om er elke ochtend over uit te spreken.’
De rabbijn zei: ‘Wat is een scooter?’
Sammy legde het uit en de rabbijn schudde zijn hoofd. ‘Voor zover ik weet is er geen passende barucha voor de gelegenheid en ik heb het sterke vermoeden dat het rijden op een scooter een zonde is. Ik verbied je die te gebruiken.’

Sammy voelde zich heel erg terneergeslagen, want hij verlangde er met zijn hele ziel naar om op zijn scooter te rijden, die hem een aanzienlijke som geld had gekost.
Er kwam een gedachte bij hem op. Waarom niet een tweede en misschien meer liberale mening zoeken – bij een rabbijn die niet orthodox was, maar alleen maar conservatief?

Hij vond een conservatieve rabbijn, die in tegenstelling tot de eerder geraadpleegde orthodoxe rabbijn helemaal niet in de traditionele lange jas liep, maar een donker zakenpak droeg. De conservatieve rabbijn zei: ‘Wat is een scooter?’
Sammy legde het uit.
De rabbijn dacht even na en zei toen: ‘Ik neem aan dat er niets mis is met op een scooter rijden, maar toch ken ik geen geschikte barucha en als je geweten je pijn doet zonder, rijd er dan niet op.’

Hij reisde naar de buitenwijken en kwam daar rabbijn Richmond Ellis tegen, die op zijn scooter, in zijn knickerbockers, naar de golfbaan wilde vertrekken.
Sammy raakte vreselijk opgewonden: ‘Mag een jood op een scooter rijden?’ zei hij. ‘Ik heb er een, maar ik weet het niet of het mag’.
‘Natuurlijk, jongen,’ zei de rabbijn. ‘Er is helemaal niets mis met een scooter. Rijd er maar op in goede gezondheid.’
‘Geef me er dan een barucha voor.’
De gereformeerde rabbijn moest nadenken en zei toen: ‘Wat is een barucha?’


Joodse zegening voor algemeen gebruik.

De orthodoxe weet niet wat een scooter is en de progressieve weet niet wat een barucha is… Er is ergens een diepgaand evenwicht nodig.

Osho: Ancient Music in the Pines – Talks on Zen Stories, p. 64-65.

Afbeeldingen:
http://assets.messianicbible.com/wp-content/uploads/2015/06/1080-Orthodox-Jewish-Man-by-the-Western-Wall-in-Jerusalem-Israel-Copy-600×510.jpg?34f15c
https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/9/95/Heinkel_Tourist_175,_Bj._1956_1a.jpg
http://www.dummies.com/languages/hebrew/a-basic-blessing-in-hebrew/

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen


Iedereen is een boeddha

 


Amrapali verleidt de monnik

 


Zusia en de gekooide vogels

 


Rabia’s hemel en hel

 


Bereid zich te onthoofden

Iedereen is een boeddha

Iedereen is een boeddha, vanaf het allereerste begin… Dit is de basisboodschap van Zen – en de grootste boodschap die ooit aan de mens is gegeven.

Een oude parabel… Er was eens een land, dat alle landen van de wereld omvatte. En in dat land was er een stad, die alle steden van dat land omvatte; en in die stad was er een straat, waarin alle straten van de stad waren verzameld; en in die straat was er een huis, dat alle huizen van de straat beschutte; en in dat huis was er een kamer en in die kamer was er een man, en die man verpersoonlijkte alle mensen van alle landen … en die man lachte en lachte. 
Niemand had ooit eerder zo gelachen.


‘En in die straat was er een huis 
dat alle huizen van de straat beschutte.’
Met dank aan de Italiaanse kunstenaar Francesco Romoli.

Waarom lachte hij? Hij lachte omdat hij had begrepen dat hij alles is. Hij lachte omdat hij de domheid van het zoeken had begrepen. Zoeken was niet nodig; alles was vanaf het begin gegeven. Dit is een hardnekkige Zen-notitie: dat iedereen vanaf het begin een boeddha is, je hoeft alleen maar uit je dromen te komen en de werkelijkheid van je wezen te zien.

Lachende Boeddha bij Gokoku-ji Tempel, Tokio

Deze man lachte – deze man van de parabel. Dit is de heldere lach van verlichting die alle landen, steden, straten en wezens waarneemt als oorspronkelijke mind. 
Wanneer ‘velen’ verdwijnen en ‘één’ wordt gerealiseerd, heeft men gezien, is men thuisgekomen. En thuiskomen is het enige dat telt. 

En dan lacht men. Alle verlichte mensen hebben gelachen – gelachen om de hele absurditeit van dit alles, gelachen om de hele inspanning van zoveel levens voor iets dat al in hen zat, terwijl ze naar buiten keken en maar renden en renden, en jaagden, en zichzelf gek maakten.

Osho: The Sun Rises in the Evening – Talks on Zen, p. 233 – 234.

De spirituele zoektocht is even illusoir als elke andere zoektocht. Het zoeken zelf is illusoir omdat het één ding voor waar aanneemt: dat er iets ontbreekt. En er ontbreekt niets!
Als je eenmaal aanneemt dat er iets ontbreekt.. begin je het te zoeken; dan ga je verder zoeken in alle richtingen. En hoe meer je zoekt, hoe meer je het mist, want hoe meer je zoekt, hoe stoffiger de spiegel wordt. 
Hoe meer je gaat reizen om hem te zoeken, hoe verder en verder je gaat, hoe meer en meer gefrustreerd je raakt. Geleidelijk aan ga je  denken dat het te ver weg is… ‘Daarom bereik ik het niet.’

In werkelijkheid is precies het tegenovergestelde waar: je bereikt het niet omdat je het bent. Het is niet ver weg, het is zo dichtbij dat het zelfs niet juist is om het ‘dichtbij’ te noemen, want zelfs nabijheid is een soort afstand. 
Het is helemaal niet ver weg, het ademt in jou. 
Het is niet ‘daar’, het is hier. 
Het is niet ‘toen’, het is nu. 
Het is altijd bij je geweest.

Vanaf het allereerste begin is iedereen een Boeddha, iedereen is een spiegel die kan reflecteren. Dit is de basisboodschap van Zen – en de grootste boodschap die ooit aan de mens is gegeven.. en de grootste bevrijdende kracht die ooit op aarde is gebracht. 
Maar je zult op een totaal nieuwe manier moeten kijken. Alles wat nodig is, is niet zoeken, maar een nieuwe manier van kijken. De dagelijkse, het gewone, de gebruikelijke manier moet worden losgelaten. Daarom zeg ik dat de zon ‘s avonds opkomt. Hoe je het ook noemt, het doet er niet toe, want het is woordeloos, het is woordeloosheid, het is volkomen stilte. 
Het is onveranderlijk, onbeweeglijk; het is eeuwig, het is tijdloos.

Osho: The Sun Rises in the Evening, Talks on Zen, p. 6 – 7.

Probeer te vinden wie je oorspronkelijk was, voordat de maatschappij je corrumpeerde, besmette, voordat de maatschappij binnenkwam, jou plande.. en je wildheid vernietigde. In Zen noemen ze dat: het vinden van het oorspronkelijke gezicht dat je had voordat je geboren werd, en dat je zult hebben als je weer zult sterven; het oorspronkelijke gezicht, onaangetast door de maatschappij.
Dat is je natuur, je ziel, je wezen.

Osho: Yoga, the Alpha and the Omega – Talks on the Yoga Sutras of Patanjali, Vol. 10, p. 25.

Afbeeldingen:
https://s-media-cache-ak0.pinimg.com/736x/84/46/33/8446337fdd2d23e65bac2ca29198816b.jpg
https://c1.staticflickr.com/7/6172/6180248127_21c05c3133_b.jpg
https://s-media-cache-ak0.pinimg.com/736x/33/c8/a9/33c8a9ad9ad966b9ae894d262f6a9746.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen


Amrapali verleidt de monnik

 


Zusia en de gekooide vogels

 


Rabia’s hemel en hel

 


Bereid zich te onthoofden

 


Eén is meer dan genoeg