OSHO OVER…

Ramakrishna gek op eten

Geliefde Osho,
Op een avond in darshan zag ik u plotseling zitten niet als een persoon. Het was meer alsof een deel van u tegen ons sprak en een ander deel iets deed met de hele atmosfeer en energie rondom ons en binnenin ons. Geliefde Osho, uit hoe velen bestaat u eigenlijk?

Deva Karunesh, ik ben zoveel als jullie er zijn; mijn hart klopt in jullie. Zonder jullie heb ik geen enkel doel om hier te zijn. Enkel een dunne draad van liefde houdt me hier te midden van jullie. Het hangt allemaal van jullie af – als jullie in aantal groeien, ben ik meer.

Ik moet denken aan Ramakrishna… hij was een vreemde mysticus. Het was moeilijk voor de Indiase geconditioneerde mind om hem te accepteren. Vele kwamen maar weinigen bleven bij hem. Na zijn overlijden gingen tien miljoen mensen hem volgen. Het was zoiets triviaals waarom mensen hem niet accepteerden, maar voor de geconditioneerde mind wordt zelfs iets triviaals immens belangrijk als het tegen zijn conditionering ingaat. En Ramakrishna was een absoluut vrij individu.

Een koningin had een mooie tempel laten bouwen in Dakshineshwar, vlakbij Calcutta. Maar de koningin behoorde tot de laagste kaste, de sudras – dat zijn de onaanraakbaren. Dus geen enkele brahmaan was bereid om priester in haar tempel te worden – alsof God in de tempel ook een sudra zou worden, onaanraakbaar. De koningin, Rani Rasmani, ging er erg voorzichtig mee om. Ze ging nooit de tempel binnen, ze stond altijd voor de deur en vanaf daar uitte ze haar dankbaarheid en dankte ze zo God.

Maar de brahmanen waren er allemaal absoluut op tegen om priester te worden in een sudra tempel. De tempel was ook sudra geworden. Ramakrishna, toen hij erover hoorde, accepteerde het ambt wel. Hij was een brahmaan van hoge kaste, en alle brahmanen veroordeelden hem, gingen hem boycotten. Maar hij lachte erom. Hij zei: ‘Wie de tempel ook maakt, kan niet de kwaliteit van God veranderen.’

Tegen de hele maatschappij in accepteerde hij de betrekking. En zijn eredienst was ook vreemd. Hij was een vreemde man … heel erg kleurrijk.
 Soms was hij de hele dag aan het bidden, van de ochtend tot de avond. Mensen waren verbaasd, soms was hij de hele dag van de ochtend tot de avond in verering en soms helemaal niet – hij deed dan zelfs de deuren van de tempel niet open, hij hield ze gesloten. Dat werd doorgegeven, en Rasmani kon het niet geloven. Ze vroeg aan Ramakrishna: ‘Wat is dit voor eredienst?’ 
Hij zei: ‘Ik ben geen man van rituelen; ik vertrouw op de liefde. Als God zich goed gedraagt jegens mij, dan dien ik de hele dag, en als hij onbuigzaam, koppig is, dan boycot ik hem compleet – dan geef ik hem zelfs geen eten. Dan is hij binnen twee, drie dagen weer bij zinnen.’ 

Rasmani moet een vrouw van groot inzicht geweest zijn. Ze kon de onschuld van Ramakrishna wel zien, dat hij geen priester was in de gewone zin van het woord.

Toen werd er gemeld dat hij, voordat hij God iets te eten aanbood, het zelf proefde en het dan pas aanbood. ‘Dit is heiligschennis, dit is te gek,’ zeiden de mensen.
Opnieuw werd hij geroepen: ‘Waar bent u nou mee bezig? Weet u niet dat u niet als eerste het eten mag proeven. Eerst moet God het nemen, het moet hem aangeboden worden; dan kunt u het uit gaan delen, en kunt u ervan nemen.’
Hij zei: ‘U kunt mijn ontslag accepteren, maar ik kan niet tegen mijn hart ingaan. Mijn moeder proefde altijd eerst, voordat ze het aan mij gaf. Als het echt heerlijk was gaf ze het aan mij; als het niet zo goed was dan ging ze het opnieuw maken. Ik kan niet wreed zijn tegen God. Ik houd van hem. Hoe kan ik hem iets aanbieden wat ik niet heb geproefd?’


Rasmani begreep dit ook. Ze was niet alleen wijs, ze was ook een vrouw. Maar het derde geval was erg moeilijk voor mensen, en dat was het volgende: als Ramakrishna bezig was een preek te houden, dan hield hij soms middenin de preek plotseling op — en zei dan: ‘Neem me niet kwalijk, ik kom zo weer terug.’
En dan ging hij naar de keuken om aan zijn vrouw Sharda te vragen: ‘Wat ben je vandaag aan het klaarmaken? Maak iets echt lekkers.’
Dit was te gek, zelfs Sharda was er op tegen, ze zei: ‘Dit kan niet – over God praten, en dan midden in het verhaal ineens aan eten denken, wat zullen de mensen wel niet denken – wat is dit voor man?’ 


De discipelen uit zijn naaste kring geloofden wel dat hij verlicht was, maar zelfs zij begonnen te twijfelen. Alles was oké, maar steeds die preek onderbreken, om bij zijn vrouw te gaan informeren… want de keuken was niet ver weg, dus iedereen kon horen wat hij allemaal vroeg. Als hij dan terugkwam, begon hij weer over God te preken. Ze zeiden: ‘Hier moet je mee stoppen. Het brengt je in opspraak.’
Hij moest er gewoon om lachen, en gaf verder geen antwoord.


Op een dag zei zijn vrouw: ‘Als je deze vraag niet beantwoordt, ga ik vandaag geen eten voor je maken; dan zullen we allemaal gaan vasten.’
Hij zei: ‘Als je dat persé wilt weten, kan ik het je wel vertellen. De dag dat ik geen interesse in eten heb, de dag dat ik niet meer geïnteresseerd ben in eten, onthoud dat, zijn er nog maar drie dagen over van mijn leven. Dit is de laatste draad, een erg dunne en fragiele, die me nog hier houdt.’ 


Zelfs als hij op bed lag te rusten, zodra zijn vrouw met het eten binnenkwam, sprong hij op – net als een klein kind – om gauw even naar het bord te kijken: ‘Wat heb je gemaakt?’ 

Zijn vrouw zei: ‘Gedraag je nou eens als een volwassene, je bent geen kind meer!’ 

Hij zei; ‘Wie kan dat hier nou zien? Maak je niet druk, zeg gewoon wat je klaargemaakt hebt. Je maakt zulke lekkere dingen dat ik daar het vaakst over mediteer. Maar onthoud het, de dag dat ik geen interesse meer heb zijn er nog maar drie dagen over.’


En op een dag gebeurde het, hij was aan het rusten, met zijn ogen naar de deur; zijn vrouw kwam binnen, en toen draaide hij zich naar de andere kant om. Normaal zou hij zijn opgesprongen, maar nu deed hij juist het tegenovergestelde. Het bord viel zijn vrouw uit haar handen. ‘Nog maar drie dagen?’ En precies op die dag werd ontdekt dat hij keelkanker had.


De volgende drie dagen was hij niet in staat om te eten of te drinken. Een van zijn naaste discipelen vroeg hem: ‘Jij bent zo dichtbij de bronnen van het leven, je kunt toch gewoon vragen om die kanker weg te halen? Als jij niet eet of drinkt, eet of drinkt niemand van jouw discipelen meer. Hoe zouden we dat kunnen?’ 

Toen ze er allemaal op stonden, zei hij: ‘Goed, ik zal het proberen. Maar het probleem is dat ik het vergeet zodra ik mijn ogen sluit, want de gedachten verdwijnen, en dan vergeet ik wat ik had moeten vragen. Maar ik zal mijn best doen.’


Het was de derde dag, de dag dat hij stierf. Hij sloot zijn ogen en zijn gezicht werd stralend. Hij glimlachte hoewel de pijn enorm was en hij deed zijn ogen open om zijn discipelen aan te kijken: ‘Ik heb het gevraagd, maar het antwoord wat ik kreeg was, “Nu, Ramakrishna, moet je eten met elke mond die van je houdt, je zou moeten drinken met elke mond die met jou verbonden is. Waarom dring je er op aan om maar één lichaam te hebben? Al deze lichamen van de mensen die van je houden zijn jouw lichamen.” Dus als je wilt dat enig voedsel mij zal bereiken, houd dan op met te vasten.’


Bedroefd zaten zijn discipelen die avond te eten, maar dat was de laatste. Ramakrishna kwam zijn kamer uit en het verheugde hem dat zijn discipelen zaten te eten. Maar hij zei: ‘Waarom zijn jullie verdrietig? Jullie kennen mij, ik houd van eten. Als jullie namens mij eten, gedraag je dan ook als mij.’

Hij maakte ze aan het lachen en liet ze blij zijn in een situatie dat ze vol tranen waren – omdat het de derde dag was, en in de avond zou Ramakrishna weg zijn, zou hij dood zijn.

Net voordat hij stierf zei hij tegen Sharda en zijn discipelen: ‘Ik verlaat slechts het lichaam, niemand zou moeten zeggen dat Ramakrishna dood is. Ik zal hier zijn, en jullie moeten je in deze kamer net zo gedragen als jullie dat in mijn bijzijn doen – met dezelfde liefde, met hetzelfde respect, met dezelfde dankbaarheid, met dezelfde vreugde.’
Hij zei tegen zijn vrouw: ‘Je hoeft geen weduwe te zijn, want ik ga niet dood, ik ga alleen maar over van lichaam naar lichaam-loosheid. Nu zal het makkelijker voor me zijn om in jullie allemaal te zijn, waar jullie ook zijn.’


Karunesh, jouw handen zijn mijn handen, en jouw ogen zijn mijn ogen, en alleen als dit gebeurt ga je van discipel zijn over naar de status van een toegewijde. Dus wat je voelt is helemaal juist. Ik praat tegen je alleen maar om je bezig te houden zodat ik op andere manieren op je kan werken, op je hart. Het is spirituele operatie. Als je niet stil bent, rustig, kalm, gewoon geabsorbeerd in het naar me luisteren, kan ik het subtiele werk niet doen. Mijn praten is niets anders dan anesthesie.

Video op Osho TV: The Razor’s Edge #24 vraag 1
Vertaling: The Razor’s Edge # 24

Afbeelding van Drishti IAS.

Zenmeesters en J. Krishnamurti

Op Osho Tv gaat het over zenmeesters en J. Krishnamurti: I Am That #10.

   J.Krishnamurti

Zen betekent zeker helemaal geen leer, geen leerstelling. Dat is wat J. Krishnamurti gedurende meer dan vijftig jaar heeft gezegd. Hij noemt nooit de naam Zen, maar dat maakt geen enkel verschil, wat hij zegt is precies, in essentie, hetzelfde. Maar op een punt is er een groot verschil. Zen zegt dat er geen leer is, de waarheid kan niet onderwezen worden. Niemand kan je de waarheid geven; waarheid moet ontdekt worden binnen in je eigen ziel. Het kan niet geleend worden uit de geschriften. Het is zelfs niet mogelijk om het over te brengen, het is niet uit te drukken; vanuit het eigen wezen zelf is het intrinsiek ondefinieerbaar.

Waarheid overkomt je in een woordloze stilte, in diepe, intense meditatie. Wanneer er geen gedachte is, geen verlangen, geen ambitie, in die staat van geen mind daalt waarheid in je neer – of het stijgt in je op. Wat de dimensie van waarheid betreft zijn beiden hetzelfde, want in de wereld van de meest innerlijke subjectiviteit betekenen hoogte en diepte hetzelfde. Het is één dimensie: de verticale dimensie. Mind beweegt horizontaal, mind-loos bestaat verticaal. Op het moment dat de mind ophoudt te functioneren – dat is waar het in meditatie om gaat: het stoppen van de mind, het totale ophouden van de mind – wordt je bewustzijn verticaal; diepte en hoogte zijn van jou.

   Patanjali

Dus of je kunt zeggen dat de waarheid neerdaalt, zoals vele mystici als Patanjali, Badnarayana, Kapil en Kanad hebben gezegd. Het is avataran – komend vanuit de hoogte naar jou. Vandaar dat als een persoon zich realiseert hij een avatara genoemd wordt. Avatara betekent dat waarheid in hem is  neergedaald; het  woord avatara betekent eenvoudig neerdalend van boven, vanuit het onbekende.

   Adinatha

Maar de andere uitdrukking is net zo gegrond. Adinatha, Neminatha, Mahavira, Gautama Boeddha, deze mystici hebben gezegd dat waarheid niet uit het onbekende komt, het ontstaat in de diepste bron van je wezen. Het is niet iets wat neerkomt maar iets wat opstijgt, opwelt.
Beide uitdrukkingen zijn geldig volgens mij, twee manieren om hetzelfde te zeggen: dat de dimensie verticaal is. Of je kunt spreken in termen van hoogte of in termen van diepte. Maar waarheid komt nooit van buiten, dus niemand kan het je leren.

Wat dit punt betreft is Krishnamurti absoluut Zen. Waarheid kan niet worden onderwezen, kan niet worden overgedragen. Zen meesters – Bodhidharma, Lin Chi, Bokuju, Basho – ze hebben allen één punt benadrukt: dat Zen een overbrenging is voorbij geschriften, voorbij woorden. Op dit punt is J. Krishnamurti absoluut in overeenstemming met Zen.

Maar er is nog iets in Zen wat in J. Krishnamurti wordt gemist, en waardoor hij volslagen heeft gefaald. Hij kon van grote hulp en verheffing voor de mensheid zijn geweest, maar hij heeft volkomen gefaald. Ik ken geen andere naam in de hele geschiedenis van de mensheid die zo volkomen gefaald heeft als J. Krishnamurti. Geen ander verlicht mens is zo’n mislukking geweest. Het andere wat wordt gemist is de oorzaak; het is een beetje delicaat en je moet er heel attent op zijn.

Zen zegt dat waarheid niet overgebracht kan worden, vandaar dat het slechts kan plaats vinden in een meester-leerling relatie. Het kan niet geleerd worden dus is er geen kwestie van een relatie tussen een leraar en een leerling – want er is geen onderricht dus is er geen leraar en niets te leren. Maar het is een transmissie. Transmissie betekent van hart tot hart: leren betekent van hoofd naar hoofd.

Wanneer de leerling en de meester elkaar ontmoeten, in elkaar opgaan en versmelten, is het een liefdesrelatie, het is een intense, orgastische ervaring, veel intensere dan enig andere liefde, want zelfs  geliefden blijven hun ego’s houden en moeten wel botsen en in conflict raken. De meester en de discipel bestaan zonder ego’s. De meester’s ego is opgelost – daarom is hij een meester – en de discipel geeft zijn ego aan de meester. 

En onthoudt, door het ego over te geven geeft de discipel niet iets in het bijzonder weg, want het ego is enkel een idee en niets anders. Het heeft geen substantie; het is gemaakt van het zelfde spul als waar dromen van gemaakt zijn. Als je jouw dromen opgeeft, wat geef je dan op?

Meer: I Am That #10

Afbeeldingen: Wikimedia Commons.

Zonder een spoor na te laten

Een passage uit de toespraak op Osho TV: 
Isan, No Footprints in the Blue Sky # 1.

Isan Reiyu, ook bekend onder de naam Kuei-shan Ling-yu, leefde van 771 tot 853. Hij ging van huis weg om monnik te worden toen hij vijftien was en studeerde bij de plaatselijke Vinaya meester in wat tegenwoordig de Fukien provincie heet.


Er zijn dingen die misschien onbelangrijk lijken, maar die ik voor het inzicht van grote betekenis ervaar. Hij ging weg van huis toen hij vijftien was… er was toen een totaal andere wereld, een totaal andere drang in de mensheid. Wat is nou een vijftien jaar oude jongen…? Maar de drang was vast zo wijdverbreid en zo zwaar aanwezig in de atmosfeer dat zelfs een vijftien jaar oude jongen er de juiste intelligentie voor had; hij vat dan vlam.
Men zegt dat er mensen zijn die dezelfde dwaasheid steeds maar blijven herhalen, maar nooit iets leren. Daarom herhaalt de geschiedenis zich. Dat komt door de deze idioten; anders is er geen reden dat de geschiedenis zich herhaalt. Ze brengt altijd een nieuwe dageraad – niet oud, bedorven, afgeleefd, totaal uitgeput. Maar de geschiedenis moet zich wel herhalen omdat idioten zichzelf lijven herhalen en zij zijn de makers van de geschiedenis. Het is een gebrek aan intelligentie dat het mogelijk maakt dat de geschiedenis zich herhaalt.

Het gezegde luidt dat de onintelligente mensen niet leren van hun eigen fouten, maar dat de intelligente mensen zelfs kunnen leren van de fouten van een ander. En de mens die van de fouten van een ander kan leren heeft een geweldig vermogen. Op de leeftijd van vijftien zal Isan zeker van de fouten van anderen hebben geleerd. Hij zal vast en zeker zijn ouders, zijn buren, zijn leraren nauwkeurig hebben gadegeslagen – hun levenloze levens, hun onbetekenende levensgang, geen gevoel voor richting behalve beproevingen en lijden. Alles wat ze bezitten is een veelbelovende verwachting die misschien in de toekomst wordt vervuld, misschien in het volgende leven of misschien in het paradijs. Maar dit leven wordt lijden, dat kan niet anders. Het is de aard van het leven en ze hebben het geaccepteerd. Op de leeftijd van vijftien ging van huis weg. Hij zou niet dezelfde fouten maken die ieder ander maakte.

Hij ging van huis weg om monnik te worden toen hij vijftien was en studeerde bij de plaatselijke Vinaya meester. Een Vinaya meester is alleen maar een rabbi, een pundit, een geleerde. Vinaya is de titel van de Boeddhistische geschriften. Het woord ‘vinaya’ als zodanig betekent nederigheid en Boeddha leert dat nederig zijn is dicht bij de natuur zijn. Al zijn geschriften – en er zijn vele – zijn de Vinaya geschriften genoemd omdat de fundamentele lering ervan, vanuit verschillende gezichtshoeken, dezelfde is: gewoon niemand zijn, gewoon bereid zijn te verdwijnen in het blauw van de hemel zonder een spoor na te laten.
Hij was kennelijk op zoektocht; hij ging studeren bij de plaatselijke Vinaya meester. Een jongen van vijftien jaar weet niet waar hij naar toe moet gaan. Wie er ook in die plaats waren, hij ging dus naar de beroemdste en meest ontwikkelde geleerde.

Meer: Isan, No Footprints In The Blue Sky #1 deel 1.

Image by KANHA TOR from Pixabay.

Machiavelli en de wreedheid van de mens

Een passage uit een onlangs verschenen toespraak van Osho op Osho TV:
The Path of the Mystic #38 vraag 2

Niccoló Machiavelli (1469-1527)

Wreedheid is een onbegrip. Het ontstaat in ons vanwege de angst voor de dood. We willen niet doodgaan, dus voordat iemand jou doodt, zou jij hem willen doden – want aanval is de beste verdediging. Ik citeer Machiavelli, wiens achterkleindochter een sannyasin is.

Machiavelli beïnvloedde de politieke mind in het Westen enorm. Dezelfde soort man, werd vijfduizend jaar geleden in India geboren; zijn naam was Chanakya. Hij heeft de oosterse politieke mind op dezelfde manier beïnvloed. Je zult verbaasd zijn te weten dat zelfs na India’s bevrijding en al het praten over geweldloosheid en de grote macht van het geweldloos zijn -wat India de vrijheid heeft gegeven… terwijl Gandhi nog steeds leefde- ze het diplomatieke deel van New Dehli ‘Chanakyapuri’ hebben genoemd naar die man van vijfduizend jaar geleden, Chanakya. Chanakyapuri betekent de stad van Chanakya.

En hij zei precies wat Machiavelli zei net twee, drie eeuwen geleden: ‘De beste manier van verdedigen is de aanval.’ Je weet niet wie jou gaat aanvallen. In het dierenrijk, in de menselijke wereld is er een enorme competitie. Dus mensen vallen simpelweg aan, zich niet druk makend wie ze aanvallen en of hij hen werkelijk ging aanvallen. Maar er is geen manier om dat uit te vinden – het is beter geen risico te nemen. En als je iemand aanvalt, wordt langzaamaan jouw hart harder en harder en begin je van het aanvallen te genieten.

Het verschijnsel kan bij de dieren gezien worden omdat het dezelfde competitie is – voor voedsel, voor macht. De laatste ontdekkingen hebben gevonden dat bijna al de dieren een zekere hiërarchie hebben. Als je twintig apen in een boom ziet zitten, zal de hoogste tak bezet worden door de president. Hij is de meest machtige aap, hij heeft iedereen verslagen. En natuurlijk, omdat hij de machtigste is, heeft hij de beste vrouwen om zich heen. Niemand kan deze vrouwen aanraken. De arme apen op de laagste takken hebben geen enkele vrouw, want het aantal van beide sekse is gelijk. 


Onder de president is er de eerste minister; hij heeft zijn eigen groep vrouwen. Dan is er het kabinet. En als je steeds lager in de boom gaat zijn er de gewone apen – zakenlui, soldaten. En als je de bodem bereikt zul je de armste apen vinden – de bedelaars, de lanterfanters, de criminelen. Zij hebben niets. En vaak is er chaos. Als de oude aap sterft dan is er opnieuw groot conflict: Wie moet het hoofd worden? Of zelfs als de oude aap nog leeft maar te oud geworden is, kunnen de jongere apen hem niet tolereren; ze gooien hem eruit. Een beetje jongere aap wordt het hoofd van de groep, en hij neemt bezit van de vrouwen van de oude aap die nu op de laagste tak zit.


Wreedheid is niets anders dan een competitieve energie om de eerste te zijn. Als het geweld vraagt, dan geweld – maar men moet de eerste zijn. Het bestaat in de dieren; het is in de mens.

Meer: The Path of the Mystic #38 vraag 2

De nieuwe mens, niet de supermens

Een passage uit een onlangs verschenen toespraak van Osho op Osho TV:
Zarathustra: a God that Can Dance #3

Adolf Hitler kreeg het idee van de supermens, de Übermensch, van Friedrich Nietzsche, van Zarathustra. Adolf Hitler bezat geen grote intelligentie of inzicht. Hij was bijna achterlijk, krankzinnig. Maar het woord superman in de handen van Adolf Hitler werd de tweede wereldoorlog – het doodde zes miljoen mensen.
Zarathustra zou nooit hebben kunnen denken, noch zou Nietzsche ooit hebben kunnen bedenken dat hun filosofie in de handen van een gek zou belanden; en natuurlijk ook niet dat hij het naar zijn eigen inzicht zou interpreteren.
Voor hem is de superman een super–krijgsman, een super–soldaat, een man van staal. Hij verklaarde dat de Duitsers het ras ging worden van de toekomstige supermens; dat zij over de wereld gingen regeren. Het is in feite het voorrecht van de supermens te regeren over al degenen die minderwaardig zijn.
Een vreemd lot van het woord supermens! In de handen van een gek werd het iets dat Zarathustra nooit had kunnen dromen. Het Duitse ras was bevoorrecht om over de hele wereld te regeren om de eenvoudige reden dat het superieur was; het zou de baarmoeder worden van de supermens. De supermens was het zout van de aarde, de supermens was de bedoeling van de aarde.


Het zelfde woord, supermens, werd gebruikt door Sri Aurobindo in India, en de betekenis verandert totaal. In handen van Sri Aurobindo wordt de supermens de onsterfelijke mens, lichamelijk onsterfelijk. Spiritueel is de mens altijd verteld dat hij onsterfelijk is. Sri Aurobindo geeft zijn eigen interpretatie: ‘Ik werk om de juiste discipline te vinden, de juiste methode om je tot lichamelijke onsterfelijkheid te transformeren.’ En de mensen die het meest bang voor de dood waren, werden zijn discipelen.
Net zoals een boom te herkennen is aan zijn vruchten, kan een meester gekend worden aan zijn discipelen. Ik heb met veel volgelingen van Sri Aurobindo contact gehad, en een van mijn vrienden was in Sri Aurobindo’s ashram toen hij stierf. Ik had met hem besproken dat dit gewoon nonsens was, dat lichamelijke onsterfelijkheid niet mogelijk was. Om fysiek onsterfelijk te zijn, zou je het hele programma van de lichaamscellen moeten veranderen en er zijn zeven miljoen cellen in het lichaam die het hele programma hebben. Zelfs wetenschappers zijn niet in staat om een manier te vinden om het programma daarvan te veranderen.
Als we het programma daarvan kunnen veranderen, dan kunnen de dingen misschien anders liggen. Als je bijvoorbeeld onsterfelijkheid wenst, dan zou de mens op een zekere leeftijd moeten stoppen en niet verder door groeien – hij zou altijd jong blijven en nooit oud worden. Als hij oud wordt is de volgende stap het graf.

Ik vertelde mijn vriend: ‘Je kunt zien dat Sri Aurobindo oud is en spoedig zal sterven. Maar dit is een mooi argument, omdat als hij niet sterft, hij gaat tenminste nu nog door te leven, blijft zijn idee niet te weerleggen. Maar als hij doodgaat, met wie kun je dan argumenteren?  Met het dode lichaam waarvan altijd gezegd werd dat het onsterfelijk was? Maar de persoon die dood is maakt dat niets uit, hij is er niet meer.’ 
Op een dag stierf Sri Aurobindo, en mijn vriend stuurde me een telegram waarin hij zei: ‘Laat je niet door de krantenartikelen bedriegen. Hij is niet gestorven. Hij is diep in samadhi gegaan. Hij is zo diep in zichzelf gegaan dat er nu geen reden is om te ademen, geen reden voor het hart om te kloppen. Hij is gegaan om de laatste kneepjes van zijn methode te zoeken die de mens onsterfelijk zal maken.’
Zij bewaarden zijn lichaam gedurende drie dagen – wachtend, zingend, biddend en hopend dat hij niet dood zou zijn, maar na drie dagen begon het lichaam te stinken. Toen werden zij bang want om nu het lichaam te bewaren was gevaarlijk. Mensen zouden het nieuws verspreiden dat het lichaam was gaan stinken, dat de man dood was.
De gelovigen waren zo blind dat zij zijn lichaam onmiddellijk in een marmeren graf legden, en zij gingen door te geloven dat hij in het graf hard aan het werk was om de geheime formule te vinden.

De Moeder, die de leiding van de ashram had, leefde echt bijna een eeuw. Dat was het bewijs. Zelfs op die leeftijd speelde ze tennis, ging ze zwemmen, maar op een dag ging ook zij dood. Mijn vriend kwam, erg gefrustreerd. Ik zei: ‘Wat is het probleem? Je geloof is niet absoluut; want in plaats van een man, zijn nu een man en een vrouw beiden in hun graf om het geheim van de lichamelijke onsterfelijkheid te vinden. En natuurlijk moet ook een vrouw het weten omdat, wie zal het zeggen, er verschillende geheimen kunnen zijn voor mannen en vrouwen. Het is niet nodig om gefrustreerd te zijn.’
Hij zei: ‘Je bent me belachelijk aan het maken. Je bent altijd tegen geweest en nu vertel je me dat ik terug zou moeten gaan, dat deze twee personen ons hebben bedrogen.’
Ik zei: ‘Zij hebben je niet bedrogen, jij bent bedrogen, dat is waar, maar jij werd bedrogen vanwege je angst voor de dood.’

Ik ken vele volgelingen die nu gefrustreerd zijn omdat zij daarheen gingen om supermens te worden; en supermens in Sri Aurobindo’s filosofie betekent ‘lichamelijk onsterfelijk’ een god in het lichaam. Woorden kunnen allerlei soorten betekenis gegeven worden. Ik heb dat woord compleet laten vallen omdat zowel Adolf Hitler als Sri Aurobindo het compleet hebben besmet.
Ik gebruik een erg neutrale term: de nieuwe mens. Dat was oorspronkelijk de bedoeling van Zarathustra, dat de mens niet zou stoppen waar hij is. Hij heeft veel meer mogelijkheden om te groeien, hij is nog niet aan het einde van de weg gekomen – er ligt nog een lange reis voor hem. Ik zou het als volgt willen veranderen: de nieuwe mens is de zin van de aarde. Laat je wil zeggen: de nieuwe mens zal de wil van de aarde zijn. Wat is de nieuwe mens?  Een mens die alle conditioneringen naast zich neer heeft gelegd die hem in het verleden zijn opgedrongen; die alle geleende kennis heeft laten vallen; die op zoek is naar zijn eigen waarheid, van zijn eigen wezen. Zijn religie is individueel, niet meer een organisatie, niet meer een menigte, niet meer een collectiviteit. Zijn religie is niet synoniem met sociale moraliteit. Zijn religie kan teruggebracht worden tot een enkel woord, meditatie – een staat van no-mind, waarin hij de essentiële kern van zijn wezen kan ervaren, die onsterfelijk is, die eeuwig is.

Meer: Zarathustra, a God that Can Dance #3

Image by ErikaWittlieb from Pixabay

Deugd is een beloning op zichzelf

Een passage uit een onlangs verschenen toespraak van Osho op Osho TV:
Zarathustra a God that Can Dance #8.

Ik wens het niet als een wet van God, ik wil het niet als een menselijk statuut:
laat het geen wegwijzer zijn naar super aardrijken en paradijzen.
Zarathustra is een rebel, en alleen een rebel kan een waarachtig religieus persoon zijn. Hij zegt ‘Ik wens het niet als een wet van God…’ want het volgen van wetten betekent je vrijheid verliezen. Het moet mijn wet zijn, het moet in mijn bewustzijn zijn ontstaan. Het moet een bloem zijn van mijn eigen wezen. Dan alleen heeft het schoonheid, en vrijheid.
Hij wil zijn deugd niet omdat ze hem in het paradijs zullen brengen – deugd in zichzelf is paradijs. Zij die deugdzaam zijn omdat ze verlangen naar de geneugten van het paradijs zijn gewoon hebzuchtig. Ze zijn niet deugdzaam – ze weten niet wat deugd is. Deugd is op zichzelf een beloning.

Als je lief hebt, wil je dan ook een beloning? Liefde is een beloning op zichzelf. Als je eerlijk bent, wil je dan een beloning? Oprecht te zijn – welke beloning kan groter zijn dan dit? Maar alle religies hebben de mensen valse ideeën gegeven: wees eerlijk, wees goed, wees deugdzaam, en je zult enorm beloond worden in de andere wereld. Deze hebzuchtige mensen proberen deugdzaam te zijn, proberen goed te zijn, proberen oprecht te zijn – niet omdat ze van de waarheid houden, niet dat ze van de deugd genieten. Ze gebruiken deze als opstapjes naar de geneugten van het paradijs.
Mijn eigen opvatting is precies dezelfde: dat iets echts dat in jou ontstaat een beloning op zich is. Je wenst niets anders meer. Het is meer dan genoeg. Het is zo’n vreugde, zo’n zegening om goed te zijn, behulpzaam te zijn, vol compassie te zijn, vriendelijk te zijn. Het is zo’n vreugde om te delen, niet om aalmoezen te geven.

Zarathustra heeft gelijk als hij zegt: ‘Ik zal geen aalmoezen geven, ik ben niet zo arm. Ik zal delen, want ik ben rijk genoeg.’ Alleen bedelaars geven aalmoezen aan andere bedelaars. Grotere bedelaars geven aalmoezen aan kleinere bedelaars. Deze grotere bedelaars hebben hun ogen gericht op het plezier van het paradijs. Het is gewoon zakelijk, het is geen onvoorwaardelijk geven, en het onvoorwaardelijk geven en je erin te verheugen is een paradijs op zich.

Het is een aardse deugd die ik bemin:
er zit weinig voorzichtigheid in,
en al helemaal geen gewone wijsheid.

Het is je steeds weer gezegd door opvoeders, door priesters dat liefde niet iets van de aarde is, maar Zarathustra houdt daarvoor te veel van de aarde. Hij heeft geen verlangen en geen hebzucht voor enige andere wereld, en hij heeft geen angst voor enige hel. Hij wenst dat deze aarde zo mooi, zo liefdevol, zo goddelijk als maar mogelijk zal zijn, want voor hem staan materie en geest niet los van elkaar. Materie is alleen gecondenseerde energie. Het is een vorm van energie, maar niet iets anders.

Het is een aardse deugd die ik bemin…

Denk niet aan liefde, of aan waarheid alsof deze bloemen niet op de aarde kunnen bloeien. Ze kunnen op aarde bloeien. Ze hebben op aarde gebloeid. Hun leven is juist in deze aarde geworteld. Het is de aarde die hen al hun sap, al hun kleur, al hun geur verschaft. Zarathustra is een heiden.

Maar deze vogel heeft haar nest gebouwd onder mijn dak:
daarom heb ik het lief en koester het – nu zit zij daar op haar gouden eieren.’

Zo zou je moeten stamelen om jouw deugd te prijzen….
Het is erg moeilijk om precies, in woorden, de onmetelijke en enorme ervaring van liefde, of goedheid, of schoonheid te zeggen. Maar wees niet bezorgd dat je simpelweg zult stamelen. Stamel!

Maar deze vogel heeft haar nest gebouwd onder mijn dak.
Het kan liefde zijn, het kan goedheid zijn, het kan de ervaring van het goddelijke zijn… maar het goddelijke is niet tegen de aarde. Het goddelijke is eveneens een groei van de aarde. 
Omdat de vogel haar nest onder mijn dak heeft gebouwd: daarom heb ik haar lief en koester haar. 
Ik houd me niet bezig met verafgelegen werelden – ze zijn enkel ijdele dromen van sluwe mensen om de mensheid uit te buiten.
Nu zit zij daar op haar gouden eieren.
 Als liefde in je ontstaat, is het precies alsof een vogel op zijn gouden eieren zit. Alles is binnenin jou, en alles behoort de aarde toe. De aarde is de tempel. Niet alleen groeien er mooie bloemen op, niet alleen grote bomen groeien er op, maar een man als Zarathustra of Gautama Boeddha, of Jezus, groeit ook op dezelfde aarde. Ze zijn de trots van de aarde.

Zo zou je moeten stamelen om jouw deugd te prijzen.
Hij is onmetelijk uniek in het niet veroordelen van de aarde. Integendeel, hij prijst haar. Ze is de moeder van alles. Als we de aarde als de moeder van alles hadden begrepen, zelfs van de grote waarden, zouden we de aarde op een andere manier hebben behandeld. We hebben haar vernietigd. We hebben haar bijna vergiftigd. We hebben de ecologische eenheid verbroken. We hebben haar milieu verstoord. En nu staan we met de nucleaire wapens klaar om haar te vernietigen. En ze is de bron van alles wat mooi is, en van alles wat groots is. De aarde is heilig.

Niemand is zo moedig geweest om de waarheid te zeggen. Zarathustra’s moed is groot, en hij spreekt alsof hij van onze tijd is. Vijf en twintig eeuwen hebben niets uit gemaakt – want die aarde-verachters zijn er nog steeds. De religies die tegen het lichaam zijn, ze zijn er nog steeds. Als Zarathustra wordt begrepen zou er geen enkele veroordeling van de aarde moeten zijn, maar een intense eerbied voor de aarde, en voor alles wat op de aarde groeit.
Aldus sprak Zarathustra.

Meer: Zarathustra a God that Can Dance #8

Image by Joshua Woroniecki from Pixabay

De Übermensch

  Friedrich Nietzsche (1844-1900)

Een übermensch is een type mens dat hoger wordt aangeschreven dan de gewone mens. Het begrip wordt veelal toegeschreven aan Friedrich Nietzsche, die er de huidige betekenis aan gaf.

Wanneer het nationaalsocialisme in de twintigste eeuw gebruikmaakt van de term, wordt het begrip ‘übermensch’ via het sociaal darwinisme aan ras gekoppeld. Dit had weinig te maken met Nietzsche’s oorspronkelijke interpretatie.
Wikipedia, de vrije encyclopedie.

Een passage uit een onlangs verschenen toespraak van Osho op Osho TV:
Zarathustra en de supermens.

Zarathustra sprak tot de mensen als volgt…
….zonder zich druk te maken of zij het verdienden, of zelfs wel in staat waren om te begrijpen wat hij tegen hen zegt. Hij is als een regenwolk, zo volgeladen met wijsheid dat hij het op elke plek wil regenen. Hij wil zich ledigen. De rijkdom van zijn vreugde, zijn stilte, zijn gelukzaligheid is zo zwaar geworden dat hij iemand nodig heeft om aan uit te delen. De kwestie is niet of zij het waard zijn of niet. Dit was zeker niet de groep mensen om naar hem te luisteren; maar een regenwolk regent zelfs op stenen, rotsen, op onvruchtbaar land. De regenwolk kan niet discrimineren; zijn enige probleem is hoe zich re ontladen.

De eerste zin die hij uitte bevat zijn hele filosofie, zijn hele religie:
Ik leer jullie de supermens (de Übermensch).
De mens is iets dat overwonnen moet worden. Wat heb je gedaan om hem te overwinnen? Niemand heeft het zo raak uitgedrukt, zo duidelijk dat de mens zichzelf moet overstijgen; dat hij voorbij zichzelf moet gaan; dat de mens iets is dat overwonnen moet worden. Je moet niet tevreden zijn met enkel mens te blijven. Je moet voorbij gaan aan al wat menselijk is. Alles wat in je is behoort aan de mens. Een supermens zijn betekent het afzien van de mind, afzien van je ideologieën, afzien van je instincten, afzien van je intelligentie, voorbijgaan aan al je opvattingen over de mens. De supermens is zijn leer; en zijn inzicht komt voort uit een erg natuurlijk verschijnsel.

Alle schepselen hebben tot nu toe iets voorbij zichzelf gecreëerd…
Dat is de hele theorie van de evolutie: elk schepsel heeft iets voorbij zichzelf geproduceerd. De apen hebben de mens gecreëerd. Je kunt je zelfs niet voorstellen dat zij je voorouders zijn. De afstand is zo groot; de transcendentie is zo groot.
Wetenschappers zeggen dat het leven begon in de zee, met een vis. Van vis naar mens heeft elk schepsel het leven geschonken aan iets dat hem overstijgt. Maar plotseling, bij de mens is de hele evolutie gestopt. De mens geeft enkel het leven aan een ander mens.

En wil jij de eb zijn van dit grote getij, en eerder terugkeren tot de dieren dan de mens te overwinnen? Wat is de aap voor de mens ? Een mikpunt of een pijnlijke verlegenheid. En net zo zal de mens zijn voor de supermens: een mikpunt of een pijnlijke verlegenheid. Je hebt je weg afgelegd van worm naar mens, maar veel in je is nog steeds worm.
In feite is de hele evolutie van vis naar mens nog steeds in je. Het heeft zijn afdrukken achtergelaten in je bewustzijn. Elk kind gaat tijdens negen maanden in de buik van de moeder door alle stadia die de mensheid heeft gepasseerd van vis naar mens. We hebben alle neigingen die bewijzen dat, zelfs als Darwin biologisch onjuist wordt gevonden, hij psychologisch niet weerlegd kan worden. Je mind bevat nog steeds de aap; je gedrag is nog steeds beneden de mens; je menselijkheid is zo oppervlakkig – enkel een klein krasje en je zult de gorilla tevoorschijn zien komen. Enkel een kleine vernedering, en je bent klaar om te doden of gedood te worden. Je draagt al het geweld van alle dieren in je; je hebt het instinct van alle dieren bij je.

Eens waren jullie apen, en zelfs nu is de mens meer een aap dan menige aap.
Want apen hebben geen wereldoorlogen gecreëerd – zij zijn eenvoudige wezens. Zij stapelen geen atoomwapens op om globaal zelfmoord te begaan. Het geweld van de mens lijkt onbegrensd te zijn.

Maar hij die van jullie het wijste is, hij is ook slechts een disharmonie en een kruising van een plant en een geestverschijning, maar vraag ik je om geestverschijningen of planten te worden?
Zelfs de wijste van jullie gedragen zich in zwakke momenten als dwazen, idioten. De idioot is niet erg ver weg; hij verbergt zich vlak achter je; een kleine uitdaging en hij komt naar voren en neemt je over. Je meesterschap is zo oppervlakkig; het kan zo makkelijk vernietigd worden.
Zelfs de wijste van jullie is een disharmonie; niet een organische geheel; niet een orkest. Er zijn zo veel stemmen, een grote menigte die iedereen in zichzelf draagt. Heb je de menigte binnenin je niet opgemerkt? Hoeveel mensen leven er binnenin je? Hoeveel gezichten heb je? Misschien heb je zelfs niet eens geteld; misschien zijn er te veel om te tellen.

Meer: Osho: Zarathustra, a God that Can Dance #3

Evolutie in de Dashavatara

De Hindoeïstische traditie beschouwt de tien avatars (incarnaties van Vishnu) als symbolen van zowel biologische als spirituele ontwikkeling. Deze interpretatie wordt al beschreven in de oudheid, maar vooral sinds de 19e eeuw door de Gaudiya Vaishnava‑denkers en tegenwoordig wordt de vergelijking gemaakt met met Darwin’s evolutietheorie.


Dashavatara – de tien avatars:
• Matsya (vis) – staat voor het eerste leven in water.
• Kurma (schildpad) – symboliseert de overgang naar land als amfibiën.
• Varaha (everzwijn) – vertegenwoordigt zoogdieren op het land.
• Narasimha (halve mens‑leeuw) – laat de overgang zien naar primaten die gedeeltelijk mens worden.
• Vamana (dwerg) – symboliseert vroege hominiden, de eerste echte mensachtige wezens.
• Parashurama – belichaamt vroeg gebruik van gereedschap door prehistorische mensen.
• Rama – beeldt de opkomst van georganiseerde beschaving en sociaal‑ethisch bewustzijn uit.
• Krishna – symboliseert intellectuele verfijning, kunst, spiritualiteit en politieke wijsheid.
• Buddha (in sommige tradities de 9e) – vertegenwoordigt verlichting en mededogen.
• Kalki – de toekomstige mens of technomensch, een fase van voltooiing die nog moet komen.

Context & betekenis
Deze volgorde weerspiegelt een oude notie van evolutionaire fasen, met spirituele lagen erbovenop. Het idee dat de avatars de menselijke ontwikkeling symboliseren werd expliciet geformuleerd door Bhaktivinoda Thakura in de late 19e eeuw. Wetenschappers zoals J.B.S. Haldane zagen opvallende overeenkomsten tussen dit patroon en de moderne evolutietheorie.

Samenvatting
De evolutie van vis → schildpad → aap/half‑mens → mens met gereedschap → beschaafde koning en spirituele mens van tegenwoordig (Rama/Krishna/Buddha) in de Dashavatara biedt een krachtige metafoor die natuurlijke groei en innerlijke ontwikkeling combineert.

Bron: ChatGPT.

Zarathoestra en de wijsheid van het lichaam

Een passage uit een onlangs verschenen toespraak op Osho TV: Zarathustra.


Zarathustra staat alleen te midden van de grote leermeesters van de wereld die niet tegen het lichaam is, maar voor het lichaam. Al de andere leraren zijn tegen het lichaam, en hun redenering is dat het lichaam een hindernis is voor de groei van de ziel, het lichaam is een barrière tussen jou en het goddelijke. Dit is absolute nonsens.
Zarathustra is misschien de gezondste leraar die we gekend hebben. Hij wil niets te maken hebben met enig soort nonsens. Zijn benadering is pragmatisch en wetenschappelijk. En hij is de eerste die over het lichaam onderricht, de mensheid leert dat tenzij je van het lichaam houdt en tenzij je het lichaam begrijpt, je spiritueel niet kunt groeien. Het lichaam is de tempel van je ziel.

Het dient jou je hele leven zonder er iets voor terug te vragen. En het is lelijk om het te veroordelen, want al die mensen die het lichaam veroordelen zijn wel uit het lichaam geboren. Ze veroordelen het lichaam door het lichaam. Ze hebben het leven door het lichaam, en toch heeft de mensheid een erg gevaarlijke ideologie geaccepteerd: de splitsing tussen het lichaam en de ziel – niet alleen een splitsing, maar hen lijnrecht tegenover elkaar gesteld, zodat je zult moeten kiezen, of het lichaam of de ziel. Het is deel van een grotere filosofie: materie en geest. Het lichaam is materie en de ziel is geest. En al deze die het lichaam veroordelen, die lichaam verachters, zijn op een ideaal gefocust: dat de wereld uit twee dingen bestaat, materie en geest.

Maar nu weten we niet alleen als logica, niet slechts door ervaring, maar ook door wetenschappelijk bewijs, dat er maar één entiteit is. Of je het materie noemt of je noemt het geest, maakt niet uit. Lichaam en geest, materie en energie, zijn een en hetzelfde. Het bestaan is geen dualiteit, het is een organisch geheel.

Maar er was een grondige reden om het lichaam te veroordelen: dat was hun manier om de ziel te prijzen, dat was hun manier om de immateriële energie te prijzen. Zonder het lichaam en de materie te veroordelen zou het wat moeilijker geweest zijn. Veroordeel het lichaam – het geeft je een goede achtergrond om de ziel te prijzen. Veroordeel de wereld en je kunt God prijzen. Maar ze zagen nooit een erg duidelijk feit, dat zij zelf altijd predikten dat God de wereld schiep. Als God de wereld had geschapen, dan was de wereld niets dan een verlenging van God. Zijn creativiteit. Het kan zijn vijand niet zijn.

Zarathustra heeft een erg helder inzicht en niemand was zolang geleden, twintig eeuwen geleden, in staat om te zien dat het lichaam een wijsheid van zichzelf heeft. Je merkt het elk moment, maar toch is de oude conditionering zo sterk dat het je niet toestaat de wijsheid van het lichaam te erkennen.

Meer: Zarathustra a God that Can Dance #8

Zarathustra, Zarathoestra of Zoroaster (Perzisch: زرتش Zartosht) was een Iraanse profeet en de grondlegger van het zoroastrisme, een godsdienst die tegenwoordig haar aanhangers vooral vindt onder de Parsi’s in India.
Volgens de legenden was de profeet een herder en leefde hij op het platteland. Rond zijn twintigste levensjaar ervoer Zarathustra een crisis en ging hij ronddwalen. Na tien jaar kreeg hij, gezeten aan de oevers van de Oxus (de Amu Darja) een visioen van God (“Ahura Mazda”).

Wikipedia.

Ik ben gewoon een verhalenverteller

Een fragment uit een toespraak op Osho TV: The Rebel #2 vraag 2 en 3.

Geliefde meester,
Voorbij de capaciteit van de mind worden de stilten tussen uw woorden steeds meer een voeding voor me. Vaak als een woord komt na een ruimte van stilte, ben ik verbaasd en vraag me af hoe het mogelijk is dat, terwijl u zo in stilte bent, u in staat bent zo gearticuleerd te spreken – het lijkt wel een enorme inspanning te moeten vergen.
Zou u alstublieft iets willen zeggen over de relatie tussen verlichting en taal?

Puja Melissa, ik ben gewoon een verhalenverteller. Vanaf mijn vroege jeugd hield ik ervan verhalen te vertellen, waar of niet waar. Ik was me er in het geheel niet bewust van dat dit verhalen vertellen me goed zou leren articuleren en dat het een enorme hulp zou zijn na de verlichting. Veel mensen worden verlicht, maar niet iedereen wordt een meester – om de eenvoudige reden dat ze zich niet goed kunnen uitdrukken, ze kunnen niet meedelen wat ze voelen, ze kunnen niet overbrengen wat zij ervaren hebben. Nu is het bij mij gewoon toevallig, en ik denk dat het toeval moet zijn geweest met die paar mensen die meesters geworden zijn, want er is geen trainingscursus voor. En ik kan het alleen met zekerheid over mijzelf zeggen.


Toen de verlichting kwam, kon ik zeven dagen niet spreken; de stilte was zo diep dat zelfs het idee om er iets over te zeggen niet opkwam. Maar na zeven dagen, toen ik langzaamaan gewend raakte aan de stilte, aan de gelukzaligheid, aan de verrukking, het verlangen om te delen — een groot verlangen om het te delen met hen waar ik van hield was erg natuurlijk. Ik begon te spreken met de mensen om wie ik me op enigerlei manier bekommerde, vrienden. Ik had tegen deze mensen al jarenlang gesproken over allerlei soorten dingen. Ik hield slechts van één bezigheid en dat was het spreken, dus het was niet erg moeilijk om te beginnen over verlichting te spreken – ofschoon het jaren duurde om het te verfijnen en iets van mijn stilte, iets van mijn vreugde in woorden te brengen.

Je vraagt wat de relatie is tussen verlichting en taal. Helemaal geen relatie, want verlichting gebeurt in stilte. Er is geen taal, geen gebabbel van de mind, zelfs geen enkel woord. En de meeste verlichte mensen zijn hun leven lang stil gebleven. Precies hier in deze stad was er een paar jaar geleden een man, Meher Baba. Hij leefde meer dan dertig jaar in stilte. Hij kondigde ieder jaar aan dat hij zou gaan spreken.
De datum kwam dan, zijn discipelen verzamelden zich, ze kwamen van ver afgelegen landen – en opnieuw sprak hij niet. Hij kon geen verbinding tussen stilte en taal voor elkaar krijgen. Als je geen dichter geweest bent voordat je verlicht werd, kun je na verlichting je niet in poëzie uitdrukken.


Meher Baba (1894-1969) in Poona

Maar als je een dichter ervoor was dan heb je een mind die getraind is voor poëzie. Nu kan deze mind worden gebruikt als een instrument om uit te drukken wat jou is overkomen, het mysterieuze. Als je voorheen een schilder was, kun je jouw verlichting schilderen. Jouw schilderijen zullen vrede aan de ogen brengen en degene die bij jouw schilderijen zit – en ze gewoon bekijkt – zullen in meditatie gaan.
Dus het hangt allemaal af van wat voor soort mind je had ten tijde van de verlichting. Als je een architect was, kun je na verlichting een Taj Mahal creëren, of de tempels van Khajuraho, of de grotten van Ajanta en Ellora. Maar jouw mind moet klaar zijn voor de verlichting. Na de verlichting kun je niets doen met de ongetrainde mind.

Ik heb ervan gehouden om over alle soorten onderwerpen te spreken. Ik was moeilijk op school; de meeste tijd stond ik buiten de klas, want de onderwijzer stuurde me eruit. Hij gaf me dan het alternatief, “Of je bent stil of je gaat eruit.” Ik dacht dat ik er maar beter uit kon gaan. Maar voor het raam ging ik door met vragen.
Mijn onderwijzers sloegen zich voor het hoofd, “Wat ben jij voor iemand? Je begrijpt niet eens dat je gestraft bent! Ga gewoon zeven rondjes om de hele campus rennen.” Ik zei dan, “Als ik tien rondjes doe, heeft u dan enig bezwaar?” Hij zei, “Mijn God, ik ben je niet aan het belonen.” En ik zei dan, “Omdat ik mijn training van de dag nog niet heb gedaan – het is een mooie oefening…”

Meer, zie de pdf: The Rebel #2 vraag 2 en 3

Evolutie of schepping? Wetenschap of godsdienst?

Sinds Galileo en Darwin voert de godsdienst strijd tegen de wetenschap. De strijd leek beslecht ten gunste van de wetenschap maar de VS nam een andere afslag onder Reagan. Een fragment uit een toespraak op Osho TV: Om Mani Padme Hum #21.

Lang voor Charles Darwin, heel lang, duizenden jaren eerder, had het Oosten al begrepen dat het bestaan een evolutie is zonder begin of einde. En je kunt niet geloven dat Ronald Reagan probeert om Charles Darwin in Amerika te verbieden – hij heeft hem al verboden. Boeken over evolutie zijn verbrand, universiteiten worden gedwongen om het idee van de schepping te doceren, niet van de evolutie. De naam van Charles Darwin wordt niet langer genoemd in Amerikaanse universiteiten, in Amerikaanse hogescholen. Vreemd! En de hele wereld blijft gewoon zwijgen; niemand zegt iets. We zijn gewend om te denken dat we reeds ontwikkeld en beschaafd zijn. Wat Ronald Reagan nu doet is zo onopgevoed en onbeschaafd dat zelfs een primitieve samenleving zich er over zou schamen.


De jonge, avontuurlijke Charles Darwin

We hebben verhalen gehoord dat Mohammedanen in de middeleeuwen bibliotheken verbrand hebben, de grote bibliotheek van Alexandrië. Die bibliotheek was zo groot dat het zes maande duurde voordat het vuur gedoofd was. Het bevatte al de oude geschriften van Atlantis, het continent dat verdronken is. En wij waren van mening dat dit gedrag absoluut primitief was, maar het wordt nu gedaan in het meest pretentieuze land van de wereld – dat denkt dat het democratisch is, dat denkt dat het vrijheid van meningsuiting toestaat. Maar voor Charles Darwin is er geen vrijheid. Dit jaar zijn er nog boeken verbrand! En het hele onderwijssysteem heeft zich helemaal ontdaan van het idee van evolutie: de schepping moet onderwezen worden.
Waarom? Omdat de schepping het christelijke denkbeeld is.

Er is geen wetenschappelijk bewijs voor de schepping. Er is alle bewijs voor evolutie. Het christelijke idee van schepping is zo dwaas dat je er niet boos maar juist vrolijk van wordt: God schiep de wereld vierduizend en vier jaar voordat Jezus Christus geboren werd. Dat betekent dat de wereld pas zesduizend jaar bestaat. Het is zo’n dwaasheid.

Voor de pdf, zie: Om Mani Padme Hum # 21

Wat wij democratie noemen heeft nog niet het punt van democratie bereikt.
Het is overal nog steeds alleen maar een massacratie  (Eng.  mobocracy) 
omdat de menigte die de mensen kiest een massa is.
Ze is nog niet alert of bewust.

Osho: De Stilte van Woorden.