De kunst om een meester te kiezen

Het was bekend dat Junayd bij bijna alle grote meesters uit zijn tijd had geleefd, terwijl hij in de leer was en overal op zoek was. Het gebeurde eens dat iemand vroeg aan Junayd hoe hij erachter was gekomen dat dit de ware meesters waren, want voor elke ware meester had je er duizenden die deden alsof. Hij bezat het vermogen om onmiddellijk te beoordelen wie er echt was en hij vermeed de zogenaamde en ging altijd voor de ware.

Toen hij zelf verlicht werd vroeg iemand aan hem: ‘Er is één ding dat altijd een raadsel voor ons is gebleven. Hoe kon u dat weten toen u zelf nog niet verlicht was? Wat was uw criterium? U had bijna altijd gelijk. Wat is de kunst die u heeft? Is het gewoon een vermoeden dat u het op een of andere manier weet of heeft u daar een methode voor?
Junayd zei: ‘Ik had er een methode voor. Ik ging altijd naar iemand toe die bekend stond als een meester en dan deed ik altijd heel nederig, cijferde mezelf helemaal weg. Dan raakte ik zijn voeten aan terwijl de tranen over mijn wangen stroomden, dan viel ik op de grond neer, dan cijferde ik mezelf helemaal weg en dan lette ik op. Als iemand dan arrogant, bazig, werd als hij mijn nederigheid zag, dan vluchtte ik zo snel mogelijk weg van hem, als iemand die van een pestepidemie wegvlucht. Dan vluchtte ik snel van hem weg, zo snel als ik maar kon.’

De vragensteller zei: ‘En als de man niet bazig en bezitterig en dominant en arrogant werd, wat dan?’
Junayd zei: ‘Als ik mezelf wegcijferde en ik zag dat de ander, de meester, zichzelf ook weg begon te cijferen, nederig werd -dat hij mijn voeten aanraakte als ik zijn voeten aanraakte- dan vluchtte ik ook zo snel als ik maar kon van hem weg.’

De vragensteller vond het nog meer een raadsel. Hij zei: ‘Ik kwam om dit raadsel op te lossen. U hebt het nog moeilijker gemaakt. U zou in beide gevallen wegvluchten? Wanneer zou u daar dan gebleven zijn? Hoe had de meester dan moeten reageren?’
Junayd zei: ‘Hij had helemaal niet moeten reageren. Of ik mezelf nou wegcijfer of niet, hij had zichzelf moeten blijven. Als hij arrogant zou worden, was dat een reactie geweest – bij het zien van een nederig iemand wilde hij hem domineren.
Als hij zelf nederig werd, zou dat betekenen dat hij bij het zien van een nederig iemand gaat concurreren – hij wilde bewijzen dat hij nederiger was dan ik. Ook dat is arrogantie, heel subtiel, maar ook dat is ego. Daarmee wil je zeggen: je kunt niet bewijzen dat je nederiger bent dan ik. Dus zou hij beginnen met zichzelf weg te cijferen.
 
Van beide types vluchtte ik altijd weg en ik bleef altijd bij degene die me simpelweg aankeek en zichzelf bleef, die niet reageerde. Hij had een evenwicht bereikt, een balans, wat Hindoes stith-pragya noemen: iemand van wie de innerlijke vlam van bewustzijn nu niet beweegt, er is van binnen geen flakkeren. Hij reageert niet, hij heeft geen mind om te reageren, wat je ook doet is hem om het even. Je kunt hem op geen enkele manier verstoren. Bij zo iemand zou ik blijven.’
 
Osho: Tao, The Three Treasures – Talks on fragments from Tao Te Ching by Lao Tzu, Volume 2, pp. 265 – 267.
 
Afbeeldingen:
http://3.bp.blogspot.com/-cyDCYVhFIQY/UVA32nLcXiI/AAAAAAAABDI/TDAA6nYTWO8/s1600/Universal+Sufi+Festival+Multimedia+aa.jpg
http://www.countercurrents.org/sufi-art.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.

Vorige verhalen


Een bed voor de gasten


Alexander gaat met lege handen heen


Salomon en de koningin van Ethiopië


De mens is alleen maar een brug


Míjn Boeddha!