In de toespraak op Osho TV antwoordt Osho op een intellectuele vraag over Dionysius:
Theologia Mystica #3.
Mijn interesse is niet geschiedenis, mijn interesse is niet de wereld van feiten, mijn interesse is de openbaring van de waarheid. Wie deze man ook was, hij was een boeddha. Het bewijs is intrinsiek, het zit in de woorden. Deze woorden kunnen niet gesproken zijn door enige ander dan iemand die gerealiseerd is. Dit is de Oosterse benadering. Het Westen denkt te veel aan geschiedenis. Geschiedenis betekent bewustzijn van tijd: of deze man bestond of niet, wanneer dan, wie zijn vader en moeder waren, op welke datum werd hij geboren en wanneer hij stierf, en waar de bewijzen zijn voor dit alles.
Je zult verbaasd zijn te weten dat het Oosten nooit enige interesse in geschiedenis heeft gehad om de eenvoudige reden dat geschiedenis tijd betekent. Tijd betekent mind. Wanneer de mind stopt, stopt de tijd. Je kunt het soms gevoeld hebben. Als er geen gedachte in jouw mind is, is er dan enige tijd over? De voortgang van gedachten creëert tijd.
Dit is het meest fundamentele inzicht van Albert Einstein’s Relativiteitstheorie: dat tijd een flexibel verschijnsel is, het hangt van jouw stemmingen af. Als je gelukkig bent gaat tijd snel, als je ellendig bent gaat tijd langzamer. Als je naast een stervende mens zit lijkt de nacht bijna oneindig – het lijkt alsof de morgen helemaal niet gaat komen. En als je naast een vrouw of man zit waar je van houdt, dan lijkt het of de tijd vleugels heeft; hij vliegt. Uren gaan voorbij als minuten, dagen gaan voorbij als uren, maanden gaan voorbij als dagen.
Wat de klok betreft maakt het niet uit of je vreugdevol, droevig, gelukkig of ellendig bent. De klok tikt verder zonder interesse in jou. Dus zijn er twee dingen om te onthouden: kloktijd is een ding, totaal gescheiden van de psychologische tijd; psychologische tijd zit binnenin jou.
Einstein was geen mediterende, anders zou zijn Relativiteitstheorie een hogere piek hebben bereikt. Hij zegt alleen maar: als je vreugdevol bent gaat tijd snel, als je ellendig bent gaat tijd langzamer. Een groot inzicht, maar als hij een mediterende was geweest zou de wereld enorm verrijkt geweest zijn omdat hij dan nog iets zou hebben gezegd: als je absoluut zonder mind bent, gewoon zuiver bewustzijn stopt de tijd compleet, verdwijnt hij, zonder een spoor achter te laten.
Bertrand Russell heeft een boek geschreven, ‘Waarom ik geen Christen ben’, en hij heeft veel dingen gezegd, veelbetekenende dingen. Hij heeft heel goed tegen het Christendom geargumenteerd. Een van zijn argumenten is dat Christenen zeggen dat je vanwege je zonden voor eeuwig in de hel moet lijden. Wel dat is absurd! Hoeveel zonden kun je in een enkel leven begaan? En Christenen geloven in een enkel leven, een vijfenzeventig jaar leven. Hoeveel zonden kun je doen? Kun je zoveel zonden begaan dat het gerechtvaardigd kan lijken, de eeuwige straf? Voor eeuwig en eeuwig zul je in de hel zijn? Er moet een limiet zijn omdat jouw zonden niet ongelimiteerd kunnen zijn.
Russell zegt: ‘Ik heb al mijn zonden geteld. Als ik aan een van de meest hardvochtige rechters zou opbiechten, kan hij me niet meer dan vierenhalf jaar gevangenis geven. Als hij ook mijn gedachten over het begaan van zonden zou meetellen die ik niet begaan heb, gewoon over gedacht heb, als mijn dromen en gedachten er ook bij genomen werden alsof ze daden waren, dan kan op zijn hoogst het vonnis verdubbeld zijn – negen jaar. Maar meer dan dat is absoluut absurd.’
En ik ben het met hem eens, maar toch zal ik zeggen dat hij er naast zat, het totaal niet inzag. Logisch gezien is hij juist, maar hij mist het punt van Jezus’ inzicht. Als Jezus zegt dat hel eeuwig is, zegt hij in werkelijkheid wat Albert Einstein twintig eeuwen later zegt, dat hel zo pijnlijk is, het is zo’n ellende, dat het lijkt alsof het eeuwig is. Het is niet eeuwig, maar het lijkt eeuwig.
Osho: Theologia Mystica #3
Image: Wikimedia Commons Albert Einstein 1947.



