Nieuw

Prati prasav – het licht van bewustzijn geneest

De hele filosofie van karma is dat jij verantwoordelijk bent. Wat je in het verleden hebt gezaaid, oogst je nu. Je kunt misschien het verband tussen oorzaak en gevolg niet zien, maar als het gevolg aanwezig is, moet de oorzaak ergens in jou aanwezig zijn.


Dat is de hele methode van prati-prasav: hoe je van het gevolg naar de oorzaak gaat, hoe je teruggaat en de oorzaak vindt, waar die vandaan komt. Wat er ook met je gebeurt – je voelt je verdrietig, sluit gewoon je ogen en kijk naar je verdriet. Volg waar het naartoe leidt, ga er dieper in. Al snel kom je bij de oorzaak.
Misschien moet je een lange reis maken, omdat je hele leven erbij betrokken is; en niet alleen dit leven, maar ook vele andere levens. Je zult veel wonden in jezelf vinden die pijn doen, en vanwege die wonden voel je je verdrietig; ze zijn verdrietig. Die wonden zijn nog niet opgedroogd; ze leven nog. De methode van prati-prasav, de methode om terug te gaan naar de bron, van het gevolg naar de oorzaak, zal ze genezen.

Hoe geneest het? Waarom geneest het? Wat is het fenomeen dat hierin besloten ligt? Wanneer je teruggaat, is het eerste wat je laat vallen het afschuiven van de verantwoordelijkheid op anderen, want als je de verantwoordelijkheid op een ander afschuift, ga je naar buiten. Dan is het hele proces verkeerd: je probeert de oorzaak in de ander te vinden: ‘Waarom is mijn vrouw zo gemeen?’ Dan dringt het ‘waarom’ steeds dieper door in het gedrag van je vrouw.

Je hebt de eerste stap gemist en dan zal het hele proces verkeerd zijn. Waarom ben ik ongelukkig? Waarom ben ik boos? Sluit je ogen en laat het een diepe meditatie zijn. Ga op de grond liggen, sluit je ogen, ontspan je lichaam en voel waarom je boos bent. Vergeet je vrouw gewoon; dat is een excuus – A, B, C, D, wat dan ook, vergeet het excuus. Ga gewoon dieper in jezelf, dring door in de woede.  Gebruik de woede zelf als een rivier; je stroomt in de woede en de woede neemt je mee naar binnen. Je zult subtiele wonden in jezelf vinden.

Je vrouw leek gemeen omdat ze een subtiele wond in je raakte, iets wat pijn doet. Je hebt altijd gedacht dat je niet mooi was, dat je gezicht lelijk was, en dat er een wond van binnen zat. Als je vrouw gemeen is, maakt ze je bewust van je gezicht. Ze zal zeggen: ‘Ga in de spiegel kijken!’
Iets doet pijn. Je bent je vrouw ontrouw geweest en als ze gemeen wil zijn, zal ze het weer ter sprake brengen: ‘Waarom zat je zo vrolijk met die vrouw te lachen? Waarom zat je zo vrolijk met die vrouw te praten?’

Er wordt een wond geraakt. Je bent ontrouw geweest, je voelt je schuldig; de wond leeft. Je sluit je ogen, voelt de woede, laat die in zijn totaliteit opkomen, zodat je volledig kunt zien wat het is. Laat die energie je dan helpen om naar het verleden te gaan, want de woede komt uit het verleden. Het kan natuurlijk niet uit de toekomst komen. De toekomst is nog niet ontstaan. Het komt niet uit het heden.

Dit is het hele uitgangspunt van karma: het kan niet uit de toekomst komen omdat de toekomst er nog niet is; het kan niet uit het heden komen omdat je helemaal niet weet wat het is. Het heden is alleen bekend bij de ontwaakten.  Je leeft alleen in het verleden, dus het moet van ergens anders in je verleden komen. De wond moet ergens in je herinneringen liggen. Ga terug. Er is misschien niet één wond, er kunnen er meerdere zijn: kleine, grote. Ga dieper en vind de eerste wond, de oorspronkelijke bron van alle woede. Je zult het kunnen vinden als je het probeert, want het is er allang. Het is er; je hele verleden is er nog steeds.

Het is als een film, die is opgerold en binnenin ligt te wachten. Je rolt hem uit en begint naar de film te kijken. Dit is het proces van prati-prasav. Het betekent teruggaan naar de oorzaak zelf. En dit is het mooie van het proces: als je bewust terug kunt gaan, als je bewust een wond kunt voelen, wordt de wond onmiddellijk genezen.

Waarom wordt het genezen? Omdat een wond wordt veroorzaakt door onbewustzijn, onwetendheid. Een wond is onderdeel van onwetendheid, slaap. Wanneer je bewust teruggaat en naar de wond kijkt, is bewustzijn een genezende kracht. In het verleden, toen de wond ontstond, gebeurde dat in onbewustheid. Je was boos, je was bezeten door woede, je deed iets: je doodde een man en je hebt dat feit voor de wereld verborgen gehouden.

Je kunt het verbergen voor de politie, je kunt het verbergen voor de rechtbank en de wet, maar hoe kun je het voor jezelf verbergen? Je weet dat het pijn doet. En telkens wanneer iemand je een reden geeft om boos te worden, word je bang omdat het weer zou kunnen gebeuren, je zou je vrouw kunnen vermoorden. Ga terug, want op het moment dat je een man vermoordde of je je op een hele boze en uitzinnige manier gedroeg, was je onbewust. In het onbewuste zijn die wonden bewaard gebleven. Ga nu bewust.

Prati-prasav, teruggaan, betekent bewust teruggaan naar dingen die je in onbewustheid hebt gedaan. Ga terug – alleen het licht van bewustzijn geneest. Het is een helende kracht. Alles wat je bewust kunt maken, zal genezen worden en dan zal het geen pijn meer doen. Een man die teruggaat, laat het verleden los. Dan functioneert het verleden niet meer, dan heeft het verleden geen greep meer op hem en is het verleden voorbij. Het verleden heeft geen plaats in zijn wezen. En wanneer het verleden geen plaats heeft in je wezen, ben je beschikbaar voor het heden, nooit eerder. Je hebt ruimte nodig; het verleden is zo aanwezig – een schroothoop van dode dingen. Er is geen ruimte voor het heden om binnen te komen.

Die schroothoop blijft dromen over de toekomst, dus de helft van de ruimte is gevuld met datgene wat niet meer is en de helft van de ruimte is gevuld met datgene wat nog niet is. En het heden? Dat wacht gewoon buiten de deur. Daarom is het heden niets anders dan een doorgang, een doorgang van het verleden naar de toekomst, slechts een kortstondige doorgang.

Reken af met het verleden!

Osho: Yoga, The Alpha and the Omega, Vol. 4 #7

Image by Th G from Pixabay.

Darsana, the Beloved

Darsana is de Sanskrietwortel van het woord ‘darshan’. Het betekent letterlijk ‘zien’ of ‘aanschouwen’. Het wordt vaak in wederzijdse zin gebruikt om het samensmelten van energieën te beschrijven dat plaatsvindt in de aanwezigheid van de meester.
Milarepa heeft deze video samengesteld over de laatste maanden van Osho:
‘Darsana, the Beloved’. (Mp4 16:04 min.)

 

‘Darsana, the Beloved’ is een herinnering om ten volle van het leven te genieten en geen enkel moment voor lief te nemen; om een leven te leiden vol vreugde, liefde, lachen en feestvieren. Het is een van de laatste darshans met Osho voordat hij zijn lichaam verliet, op 19 januari 1990. Osho was al op 10 april 1989 gestopt met spreken in het openbaar. Zijn laatste woorden waren: ‘Het laatste woord van Boeddha was ‘sammasati’. Onthoud dat je een boeddha bent – sammasati.’

De maanden daarna bestonden uit een reeks darshans waarin gevierd werd en in stilte gezeten werd. Osho woonde deze zo vaak bij als zijn gezondheid het toeliet. Als hij niet aanwezig kon zijn, stelde Osho voor om videobanden met zijn toespraken af te spelen, zodat zijn mensen contact met hem konden blijven houden. Naarmate de maanden verstreken, werd het steeds duidelijker dat hij ons voorbereidde op een tijd waarin hij niet langer fysiek bij ons zou zijn.

De vorm van de darshans evolueerde langzaam naar een meditatie in drie fasen, bekend als Evening Satsang With The Master, ook wel de Osho White Robe Brotherhood genoemd. Avond aan avond scherpte Osho de fasen aan, met name de tweede fase. In het begin zat Osho ongeveer tien minuten in stilte, waarna hij zijn ogen open deed, opstond en ging dansen. Aanvankelijk speelde de muziek terwijl hij in zijn stoel zat. Op een bepaalde avond begonnen Osho’s handen plotseling te bewegen, zachtjes op het ritme van de muziek, en voordat de muzikanten het doorhadden, had hij zijn armen ten hemel geheven alsof hij de collectieve energie wilde verhogen, terwijl hij het ritme van de muziek bleef volgen.

Op zekere avond klapte hij plotseling hoog boven zijn hoofd in zijn handen, wat betekende dat we moesten stoppen. Omdat we niet zeker wisten wat er aan de hand was, speelden wij (de muzikanten) gewoon door. Achteraf voelden we ons daar rot over, omdat we zijn aanwijzing niet hadden opgevolgd. We besloten dat als hij het de volgende avond weer zou doen, we samen met hem zouden stoppen. Helaas gebeurde het weer! Deze keer liet Osho na het stoppen zijn armen zakken en legde hij zijn handpalmen op zijn schoot.
En zie, na een paar minuten begon hij weer met zijn handen te bewegen, en daarna met zijn armen! Ze gingen omhoog, samen met de muziek, tot een climax, en weer hield hij op.

   Nivedano

Deze volgorde herhaalde zich een derde keer. Na een paar minuten deed hij zijn ogen open, stond op en begon samen met de zaal feest te vieren. Deze opzet kreeg steeds meer vorm en werd uiteindelijk het ‘muziek/stilte’-stadium dat we vandaag de dag kennen. Osho vroeg Nivedano om de tijd bij te houden en na tien minuten drie keer op zijn trommel te slaan. De muzikanten vroegen Nishkriya om een videoverbinding en een monitor. Omdat we ver achter in de zaal zaten, konden we zo Osho’s bewegingen (en zijn dans!) beter zien en volgen.


Deze muziek/stilte-sessie werd elke avond steeds wilder.  Osho bewoog zijn armen en handen op de meest verbazingwekkende manieren – altijd energetisch en opzwepend, waardoor de stiltes nog dieper en intenser werden. Omdat iedereen in de Buddha Hall zijn ogen gesloten had, kon niemand behalve de muzikanten zien wat hij deed. Op een gegeven moment installeerde Nishkriya een videomonitor in de boekwinkel om de darshan van de vorige avond af te spelen, zodat mensen zelf getuige konden zijn van dit verbazingwekkende schouwspel.

Er ontstond nog iets moois: aan het einde van de darshan stapte Osho in zijn auto en mensen haastten zich naar de rand van de zaal. Osho liet Avesh langzaam rijden en er ontstond een mooie, liefdevolle uitwisseling van namastes. Ondertussen bleven de muzikanten spelen, grooven en jammen. Een van die nummers is te horen aan het einde van deze clip, begeleid door een paar iconische foto’s van Osho tijdens de darshan-avonden.

Waduda en Bhikkhu hebben deze beelden aan mij ter beschikking gesteld. Ze hebben het geformatteerd met een titel en citaten. Ik heb de soundtrack nog wat bewerkt en het einde toegevoegd. Het live nummer is te beluisteren op de cd Lion’s Roar. Het is een van de vier nummers uit deze unieke tijd, de laatste maanden dat Osho nog in leven was. Het is hier gratis te downloaden:  One Sky Music

Milarepa

   Milarepa

Sarita’s sannyas

Het spirituele pad betreden als sannyasin was geen bewuste keuze, maar een roeping, een mysterieuze aantrekkingskracht die ik zelfs als tiener niet kon weerstaan. Op vierjarige leeftijd voelde ik al de eerste tekenen van iets groters. Ik had geen idee dat die aantrekkingskracht me zou leiden naar een van de meest inzichtgevende spirituele meesters van onze tijd, Osho.

Toen ik Osho voor het eerst ontmoette, voelde ik alsof de lucht om me heen intenser was geworden door de aanwezigheid van het goddelijke. Zijn blik was doordringend en medelevend, en op dat moment wist ik dat mijn leven op een manier zou veranderen die ik nog niet kon bevatten. Ik stond op het punt om herboren te worden, niet in de wereld van vormen, maar in de uitgestrekte, grenzeloze oceaan van bewustzijn. En vanaf dat moment behoorde mijn hart aan hem toe, aan het pad van Sannyas en aan de reis van zelfontdekking.

Dit is een verhaal over transformatie, over het achterlaten van het oude en het betreden van het nieuwe, waar elk moment een overgave aan het onbekende is. Ik werd niet alleen een discipel van Osho, ik werd een Sannyasin en begon aan een levenslange zoektocht om de essentie van het leven zelf te begrijpen, waarbij ik afstand deed van materiële verlangens en bezittingen.


Inwijding in Sannyas

De toevallige reis die me naar Osho leidde, kende vele ‘toevalligheden’ als wegwijzers die me op weg hielpen. Op 13-jarige leeftijd ontmoette ik een wereldberoemde kunstenaar die zei: ‘Uit al mijn uiteenlopende levenservaringen kan ik je deze ene wijsheid meegeven: ga met de stroom mee. Stel geen vragen, volg het gewoon en ga met het mee.’

Ik volgde zijn advies op en liftte door heel Noord-Amerika, vervolgens door heel Europa en uiteindelijk over land naar India, waar ik me bij aankomst stortte op Vipassana-meditatie. De avond voor een Vipassana-retraite van een maand in Mumbai kwam ik een vriend tegen, Krishna Prem, die me uitnodigde voor een lezing die Osho die avond gaf over de Vigyan Bhairav Tantra. De volgende ochtend bevond ik me in een dynamische meditatie, gevolgd door Shaktipat met Osho.

Deze ontmoeting had zo’n diepe indruk op me gemaakt dat Osho’s aanwezigheid mijn hele innerlijke ruimte in beslag nam terwijl ik ijverig de maandlange Goenka Vipassana-retraite doorliep. Toen de retraite voorbij was, ging ik naar Mount Abu om deel te nemen aan Osho’s Samadhi Sadhana Shibeer, wat volgens zijn vertaling ‘Kamp voor innerlijke extase en verlichting’ betekende. De avond voordat het kamp begon, ontmoette ik Susheela, een dikke, vrolijke Amerikaanse vrouw met prachtige blauwe ogen.

Ze vroeg me of ik sannyas ging nemen. Ik antwoordde dat ik niet wist wat dat betekende. Ze was geschokt en antwoordde: ‘Heb je nog nooit een boek van Osho gelezen?’
‘Nee’, antwoordde ik. ‘Ik wist niet dat hij boeken had geschreven.’
Ze zei: ‘Nou, voordat je morgen naar hem toe gaat, kun je maar beter minstens één van zijn boeken lezen!’
Ze gaf me ‘I Am the Gate’, dat ik in één keer uitlas en uiteindelijk om twee uur ‘s nachts naar bed ging. Ik stond om half zes op voor Dynamic, een sessie onder leiding van Osho. Hij had een hele rij drummers die een absoluut wild ritme creëerden waarop we konden ademen, ons konden uitleven en konden springen.

Tijdens de lunchpauze konden mensen een afspraak maken om Osho privé te zien. Ik sloot me aan in de rij. Ik droeg mijn lange haar in vele kleine vlechtjes, wat het onderhoud tijdens het reizen gemakkelijk maakte. Mijn gedrag en kledingstijl verraadden de zware jaren die ik onderweg had doorgebracht, slapend in greppels, etend wat ik tegenkwam, levend in de wanhopige vastberadenheid om de ‘essentie van het leven’ te ontdekken. Toen ik de kamer binnenkwam, vroeg Osho heel streng: ‘Waar ben je geweest?’
‘Bij Goenka,’ antwoordde ik.
‘Ben je klaar voor Sannyas?’ vroeg hij, terwijl hij me met grote verbazing aankeek.
‘Ja’, antwoordde ik, terwijl ik voor zijn voeten neerknielde.
‘Kijk me in de ogen’, zei hij zachtjes.

Vervolgens raakte hij mijn derde oog aan en legde zijn mala om mijn nek. Plotseling opende zich de ruimte die ik als kind vaak bezocht. Ik breidde me uit tot ik zo groot was als de kosmos, en de hele schepping was in mij. Het was zo plotseling en zo totaal dat zowel de tijd als mijn mind verdwenen en er alleen nog maar eeuwigheid was. Van ver weg, en tegelijkertijd vanuit het diepst van mijn hart, hoorde ik hem zeggen: ‘Dit wordt je nieuwe naam, Ma Ananda Sarita. Ma betekent Moeder van de kosmos. Ananda betekent gelukzaligheid en Sarita betekent rivier, “Rivier van Gelukzaligheid”. Als je doorgaat met mediteren, zul je dit worden.’

Hij gaf me een briefpapier waarop hij mijn naam schreef en ondertekende. Toen vroeg hij: ‘En waar ga je heen?’
Ik antwoordde: ‘Naar de Himalaya.’
‘Kom naar Bombay’, zei hij. ‘Dat zal goed zijn.’
Ik dacht er even over na en zei hem toen dat ik naar Rajasthan moest om wat geld op te halen dat mijn ouders hadden gestuurd, en dat ik van daaruit naar Bombay kon terugkeren. Hij bevestigde dat dit een goed plan was. Toen voegde hij er heel ondeugend aan toe, terwijl hij mijn door het reizen versleten kleding van top tot teen bekeek: ‘En kleed je in het oranje!’.

Ik strompelde het felle licht van de Indiase middag in, als een pasgeborene, gedoopt door zijn ogen, zijn aanraking, zijn baard, zijn witte wapperende kleding, zijn geur en zijn betoverende aanwezigheid. Af en toe ga ik in mijn verbeelding vooruit naar het moment van mijn dood en kijk ik vanaf dat moment terug op mijn leven om te ontdekken wat de belangrijke, juweelachtige ervaringen zijn die de bloemenkrans van mijn leven hebben gevormd. Steevast springt het moment van mijn inwijding in Sannyas eruit als zijnde van het allerhoogste belang.

Die levensbepalende wedergeboorte veranderde mijn pad van onbewustzijn en ellende naar bewustzijn en gelukzaligheid. Men gelooft dat zulke momenten van spirituele inwijding kunnen leiden tot diepgaande transformatie en verlichting. Het zijn die paar kostbare momenten waar mijn dankbaarheid keer op keer naar terugkeert. Die momenten blijven ongerept, fris, tijdloos, eeuwig, onaangetast door tijd of dood. Ik ben voor altijd aan zijn voeten, in diepe overgave, klaar voor zijn leiding, open voor zijn liefde.

Ma Ananda Sarita heeft 17 jaar na haar inwijding dicht bij Osho geleefd
en is daarna begonnen haar inzichten te delen. 
Voor meer informatie hierover, zie: Tantra Essence.

Een ouder zijn

Op Osho TV een vraag over de teleurstelling van ouders in hun kinderen. 
‘Wat ben ik mijn ouders verschuldigd?’

Video: I Am That #6. 

De moeilijkheid met familie is dat kinderen hun kindertijd ontgroeien, maar ouders groeien nooit uit hun ouderschap! De mens heeft nog steeds niet geleerd dat ouderschap niet iets is waaraan je voor altijd moet vasthouden. Als het kind een volwassen persoon is dan is je ouderschap beëindigd. Het kind had het nodig – het was hulpeloos. Hij had de moeder nodig, de vader, hun bescherming; maar wanneer het kind zelfstandig is, moeten de ouders leren zich uit het leven van het kind terug te trekken. En omdat ouders zich nooit uit het leven van het kind terugtrekken blijven zij in een constante bezorgdheid voor zichzelf en voor de kinderen. Ze vernietigen, ze creëren schuld: voorbij een zekere grens helpen ze niet.


Een ouder zijn is een grote kunst. Kinderen geboren laten worden is niets – elk dier kan dat; het is een natuurlijk, biologisch, instinctief proces. Een kind baren is niets bijzonders, het is niet iets speciaals; het is erg gewoon. Maar een ouder zijn is iets buitengewoons; erg weinig mensen zijn werkelijk  in staat om ouders te zijn.
En het criterium is dat de echte ouders vrijheid zullen geven. Ze zullen zichzelf niet aan het kind opdringen, ze zullen geen beslag leggen op zijn ruimte. Vanaf het eerste begin zal hun pogen zijn om het kind te helpen zichzelf te zijn. Ze zijn er om te ondersteunen, ze zijn er om kracht te geven, ze zijn er om te voeden, maar niet om hun ideeën op te leggen, niet te zeggen hoe het wel of niet moet. Ze moeten er geen slaven van maken.

Maar dat is wat ouders op de hele wereld blijven doen: hun hele opzet is hun ambities te vervullen door het kind. Natuurlijk is niemand in staat geweest zijn ambities te vervullen, dus elke ouder voelt zich beroerd. Hij weet dat de dood elke dag dichterbij komt, hij kan voelen dat de dood steeds groter wordt en het leven inkrimpt, en zijn ambities zijn nog steeds onvervuld, zijn verlangens zijn nog niet gerealiseerd. Hij weet dat hij gefaald heeft. Hij is zich heel goed bewust dat hij zal sterven met lege handen – precies zoals hij gekomen is, met lege handen, zal hij gaan.

Nu is zijn hele inspanning gericht hoe zijn ambities in het kind te implanteren. Hij zal er niet meer zijn, maar het kind zal leven zoals hij het had gewild. Wat hij niet in staat was te doen, zal het kind in staat zijn te doen. Tenminste zal hij door het kind bepaalde dromen kunnen vervullen. Maar dat zal niet gebeuren. Alles wat er zal gebeuren is dat het kind onvervuld blijft net zoals de ouders en het kind zal hetzelfde gaan doen met zijn kinderen. Dit gaat zo door van de ene generatie naar de volgende generatie. We gaan door onze ziekten over te dragen;  We blijven kinderen met onze ideeën infecteren die in ons leven bewezen hebben niet redelijk te zijn.

Iemand heeft als een Christen geleefd, en zijn leven toont aan dat er geen gelukzaligheid door verkregen is. Iemand heeft als Hindoe geleefd en je kunt zien dat zijn leven een hel is maar hij wenst dat zijn kinderen Hindoes of Christenen of Mohammedanen zijn. Hoe onbewust is de mens! 

Ik heb eens gehoord:
Een erg verdrietige, trieste man bezocht een dokter in Londen. Hij nam een stoel in de wachtkamer en negeerde mistroostig de andere patiënten terwijl hij hij op zijn beurt wachtte. Eindelijk wenkte de dokter hem naar de spreekkamer te komen waar na een zorgvuldig onderzoek de man zelfs nog serieuzer, droeviger en ellendiger bleek dan ooit.
’Er is werkelijk niets met U aan de hand,’ legde de dokter uit ‘U bent gewoon wat terneergeslagen. Wat U nodig heeft is om Uw werk en Uw zorgen te vergeten. Ga eens naar een Charlie Chaplin film en ga eens goed lachen!’
Een droevige blik verspreidde zich over het gezicht van de kleine man. ‘Maar ik ben Charlie Chaplin!’ zei hij. 

Het is een erg vreemde wereld! Je kent de echte levens van de mensen niet; alles wat je kent zijn hun maskers. Je ziet hen in de kerken, je ziet hen in de clubs, in de hotels, in de danshal, en het schijnt dat iedereen zich amuseert, iedereen leeft een heerlijk leven, behalve jij – natuurlijk, want jij weet hoe ellendig je van binnen bent. En hetzelfde is het geval met ieder ander! Ze dragen maskers, ze bedriegen iedereen, maar hoe kun je jezelf bedriegen? Je weet dat het masker niet je originele gezicht is.

Maar ouders blijven maar doen alsof voor hun kinderen, blijven hun eigen kinderen maar bedriegen. Ze zijn zelfs niet echt tegen hun eigen kinderen. Ze zullen niet bekennen dat hun leven een mislukking is geweest; integendeel, ze zullen pretenderen dat ze erg succesvol waren. En ze zouden willen dat hun kinderen ook op dezelfde manier leefden als zij hebben geleefd. 

Meer: I Am That #6

Image by Antonio Cansino from Pixabay.

Als je van een bloem houdt


Als je van een bloem houdt, pluk haar dan niet.
Want als je haar plukt, sterft ze
en is ze niet meer wat je zo mooi vindt.

Dus als je van een bloem houdt, laat haar dan staan.
Liefde gaat niet over bezit.
Liefde gaat over waardering.

Osho

Image by Ralph from Pixabay.

Lach zoveel je kunt

Lach zoveel je kunt; laat geen enkele gelegenheid voorbijgaan.
Elk excuus is goed… zelfs geen excuus is goed!
En maak er een gewoonte van om elke avond voordat je gaat slapen,
minstens twee, drie minuten lang uitbundig te lachen
en dan te gaan slapen.
En ‘s morgens, zodra je voelt dat je niet meer slaapt,
zodra je wakker wordt, begin dan twee, drie minuten lang in bed te lachen.
Je zult zien dat de kwaliteit van je energie binnen drie weken verandert.
Je zult enorm gelukkig worden.
Je hebt een enorm vermogen om lief te hebben, om te lachen,
maar dat heb je nog niet gebruikt.
Het potentieel is er, maar het is nog onaangeroerd.
Als je er eenmaal in begint te graven,
zul je verbaasd staan hoeveel vreugde je in jezelf meedraagt.
Je bent er zwanger van!

Osho

Image by Suzanne Morris from Pixabay.

Wat is meditatie?

Osho beantwoordt de vraag ‘wat is meditatie?’ op Osho TV deze week:
From Misery to Enlightenment #2.

… meditatie moet je begrijpen in de zin van ‘dhyana’, want het Engelse woord meditatie wekt weer een verkeerde indruk. Probeer eerst eens te begrijpen wat het eigenlijk in het Engels betekent, want elke keer dat je `meditatie’ zegt, kan je worden gevraagd: ‘Waarover? Waarover mediteer je?’ Er moet een onderwerp zijn. Het woord op zich verwijst naar een onderwerp, bijvoorbeeld dat ik mediteer over schoonheid, over waarheid, over God. Maar je kunt niet zomaar zeggen: ‘Ik mediteer.’ Die zin is in het Engels onvolledig. Je moet zeggen waarover–waarover mediteer je? En dat is de moeilijkheid.


Dhyana betekent: ‘Ik ben in meditatie’–zelfs niet dat je mediteert. Als je het nog dichter benadert: ‘Ik ben meditatie’–dat is de betekenis van dhyana. Dus toen ze er in China geen woord voor konden vinden, leenden ze het woord, het boeddhistische woord jhana. Boeddha gebruikte jhana; dat is de Pali-versie van dhyana.

Boeddha gebruikte uit hoofde van zijn revolutie de taal van het volk, want, zei hij: `De religie moet zich van de alledaagse, gewone taal bedienen, zodat het priesterdom gewoon achterwege kan blijven; het is onnodig. De mensen begrijpen hun geschriften, de mensen begrijpen hun soetra’s, de mensen begrijpen waar ze mee bezig zijn. Een priester is nergens voor nodig.’

De priester is nodig omdat hij een andere taal gebruikt, die de mensen niet beheersen, en hij blijft maar hameren op de idee dat Sanskriet de goddelijke taal is en dat niet iedereen die mag lezen. Het is een speciale taal, net als die van de dokter. Heb je daar ooit bij stilgestaan?–waarom artsen hun recepten altijd in het Latijn en Grieks schrijven? Wat is dat voor dwaasheid? Ze kennen geen Grieks, ze kennen geen Latijn, maar hun medicijnen en de namen van hun medicijnen zijn altijd in het Grieks en Latijn. Dat is dezelfde truc als van het priesterdom.

Als ze in de gewone volkstaal schrijven, kunnen ze je niet zoveel berekenen als ze nu berekenen. Want dan zeg je: ‘Dit recept–rekent u me twintig dollar voor dit recept?’ En de drogist en de apotheker kunnen ook niet zoveel geld rekenen, want ze weten dat je hetzelfde voor maar één dollar op de markt kunt krijgen, en jij rekent vijftig dollar. Maar in het Latijn en Grieks weet je niet wat het is. Als ze ‘ui’ opschrijven, zeg je: ‘Bent u nou helemaal?’ Maar als het er in het Grieks en Latijn staat, weet je niet wat het is. Alleen hij weet het, of alleen de apotheker weet het.

Boeddha kwam in opstand tegen het Sanskriet en gebruikte het Pali. In het Pali is dhyana jhana. Jhana kwam mee naar China en werd daar chan. Ze hadden geen ander woord en daarom namen ze het woord over–maar in elke taal zal de uitspraak veranderen. Het werd chan. Toen het in Japan kwam werd het zen, maar het is hetzelfde woord, dhyana. En wij gebruiken het woord meditatie in de betekenis van dhyana, dus het is niet iets waarover je mediteert.

In het Engels ligt het ergens tussen concentratie en contemplatie. Concentratie is op één punt gericht, contemplatie heeft een breed terrein en meditatie is een fragment van dat terrein. Als je je op een bepaald onderwerp bezint, zijn er een paar dingen waar je extra aandacht aan moet besteden; dan mediteer je. Dat wordt er in het Engels met meditatie bedoeld: concentratie en contemplatie zijn twee polen en meditatie ligt precies in het midden. Maar we gebruiken het woord niet in de Engelse betekenis, we geven er een totaal nieuwe betekenis aan.

Meer: From Misery to Enlightenment #2

Afbeeldong Welcome garden, OSHO International Meditation Resort, Pune, India.

Seks, liefde, licht


Seks moet niet zomaar seks blijven;
dat is de leer van Tantra.
Het moet worden omgezet in liefde.

En liefde mag ook niet gewoon liefde blijven.
Het moet worden omgezet in licht,
in meditatieve ervaring,
in de laatste, ultieme mystieke piek.

Hoe transformeer je liefde?
Wees de daad en vergeet de doener.
Wees liefde terwijl je liefhebt – gewoon liefde.
Dan is het niet jouw liefde of mijn liefde
of die van iemand anders –
het is gewoon LIEFDE.

Als jij er niet bent, als je in de handen bent
van de ultieme stroom van de bron,
als je verliefd bent, ben jij het niet die verliefd is.
Als de liefde je heeft overspoeld, ben je verdwenen;
ben je gewoon een stromende energie geworden.

Osho

Image by Duncan Dao from Pixabay.

Ramakrishna gek op eten

Geliefde Osho,
Op een avond in darshan zag ik u plotseling zitten niet als een persoon. Het was meer alsof een deel van u tegen ons sprak en een ander deel iets deed met de hele atmosfeer en energie rondom ons en binnenin ons. Geliefde Osho, uit hoe velen bestaat u eigenlijk?

Deva Karunesh, ik ben zoveel als jullie er zijn; mijn hart klopt in jullie. Zonder jullie heb ik geen enkel doel om hier te zijn. Enkel een dunne draad van liefde houdt me hier te midden van jullie. Het hangt allemaal van jullie af – als jullie in aantal groeien, ben ik meer.

Ik moet denken aan Ramakrishna… hij was een vreemde mysticus. Het was moeilijk voor de Indiase geconditioneerde mind om hem te accepteren. Vele kwamen maar weinigen bleven bij hem. Na zijn overlijden gingen tien miljoen mensen hem volgen. Het was zoiets triviaals waarom mensen hem niet accepteerden, maar voor de geconditioneerde mind wordt zelfs iets triviaals immens belangrijk als het tegen zijn conditionering ingaat. En Ramakrishna was een absoluut vrij individu.

Een koningin had een mooie tempel laten bouwen in Dakshineshwar, vlakbij Calcutta. Maar de koningin behoorde tot de laagste kaste, de sudras – dat zijn de onaanraakbaren. Dus geen enkele brahmaan was bereid om priester in haar tempel te worden – alsof God in de tempel ook een sudra zou worden, onaanraakbaar. De koningin, Rani Rasmani, ging er erg voorzichtig mee om. Ze ging nooit de tempel binnen, ze stond altijd voor de deur en vanaf daar uitte ze haar dankbaarheid en dankte ze zo God.

Maar de brahmanen waren er allemaal absoluut op tegen om priester te worden in een sudra tempel. De tempel was ook sudra geworden. Ramakrishna, toen hij erover hoorde, accepteerde het ambt wel. Hij was een brahmaan van hoge kaste, en alle brahmanen veroordeelden hem, gingen hem boycotten. Maar hij lachte erom. Hij zei: ‘Wie de tempel ook maakt, kan niet de kwaliteit van God veranderen.’

Tegen de hele maatschappij in accepteerde hij de betrekking. En zijn eredienst was ook vreemd. Hij was een vreemde man … heel erg kleurrijk.
 Soms was hij de hele dag aan het bidden, van de ochtend tot de avond. Mensen waren verbaasd, soms was hij de hele dag van de ochtend tot de avond in verering en soms helemaal niet – hij deed dan zelfs de deuren van de tempel niet open, hij hield ze gesloten. Dat werd doorgegeven, en Rasmani kon het niet geloven. Ze vroeg aan Ramakrishna: ‘Wat is dit voor eredienst?’ 
Hij zei: ‘Ik ben geen man van rituelen; ik vertrouw op de liefde. Als God zich goed gedraagt jegens mij, dan dien ik de hele dag, en als hij onbuigzaam, koppig is, dan boycot ik hem compleet – dan geef ik hem zelfs geen eten. Dan is hij binnen twee, drie dagen weer bij zinnen.’ 

Rasmani moet een vrouw van groot inzicht geweest zijn. Ze kon de onschuld van Ramakrishna wel zien, dat hij geen priester was in de gewone zin van het woord.

Toen werd er gemeld dat hij, voordat hij God iets te eten aanbood, het zelf proefde en het dan pas aanbood. ‘Dit is heiligschennis, dit is te gek,’ zeiden de mensen.
Opnieuw werd hij geroepen: ‘Waar bent u nou mee bezig? Weet u niet dat u niet als eerste het eten mag proeven. Eerst moet God het nemen, het moet hem aangeboden worden; dan kunt u het uit gaan delen, en kunt u ervan nemen.’
Hij zei: ‘U kunt mijn ontslag accepteren, maar ik kan niet tegen mijn hart ingaan. Mijn moeder proefde altijd eerst, voordat ze het aan mij gaf. Als het echt heerlijk was gaf ze het aan mij; als het niet zo goed was dan ging ze het opnieuw maken. Ik kan niet wreed zijn tegen God. Ik houd van hem. Hoe kan ik hem iets aanbieden wat ik niet heb geproefd?’


Rasmani begreep dit ook. Ze was niet alleen wijs, ze was ook een vrouw. Maar het derde geval was erg moeilijk voor mensen, en dat was het volgende: als Ramakrishna bezig was een preek te houden, dan hield hij soms middenin de preek plotseling op — en zei dan: ‘Neem me niet kwalijk, ik kom zo weer terug.’
En dan ging hij naar de keuken om aan zijn vrouw Sharda te vragen: ‘Wat ben je vandaag aan het klaarmaken? Maak iets echt lekkers.’
Dit was te gek, zelfs Sharda was er op tegen, ze zei: ‘Dit kan niet – over God praten, en dan midden in het verhaal ineens aan eten denken, wat zullen de mensen wel niet denken – wat is dit voor man?’ 


De discipelen uit zijn naaste kring geloofden wel dat hij verlicht was, maar zelfs zij begonnen te twijfelen. Alles was oké, maar steeds die preek onderbreken, om bij zijn vrouw te gaan informeren… want de keuken was niet ver weg, dus iedereen kon horen wat hij allemaal vroeg. Als hij dan terugkwam, begon hij weer over God te preken. Ze zeiden: ‘Hier moet je mee stoppen. Het brengt je in opspraak.’
Hij moest er gewoon om lachen, en gaf verder geen antwoord.


Op een dag zei zijn vrouw: ‘Als je deze vraag niet beantwoordt, ga ik vandaag geen eten voor je maken; dan zullen we allemaal gaan vasten.’
Hij zei: ‘Als je dat persé wilt weten, kan ik het je wel vertellen. De dag dat ik geen interesse in eten heb, de dag dat ik niet meer geïnteresseerd ben in eten, onthoud dat, zijn er nog maar drie dagen over van mijn leven. Dit is de laatste draad, een erg dunne en fragiele, die me nog hier houdt.’ 


Zelfs als hij op bed lag te rusten, zodra zijn vrouw met het eten binnenkwam, sprong hij op – net als een klein kind – om gauw even naar het bord te kijken: ‘Wat heb je gemaakt?’ 

Zijn vrouw zei: ‘Gedraag je nou eens als een volwassene, je bent geen kind meer!’ 

Hij zei; ‘Wie kan dat hier nou zien? Maak je niet druk, zeg gewoon wat je klaargemaakt hebt. Je maakt zulke lekkere dingen dat ik daar het vaakst over mediteer. Maar onthoud het, de dag dat ik geen interesse meer heb zijn er nog maar drie dagen over.’


En op een dag gebeurde het, hij was aan het rusten, met zijn ogen naar de deur; zijn vrouw kwam binnen, en toen draaide hij zich naar de andere kant om. Normaal zou hij zijn opgesprongen, maar nu deed hij juist het tegenovergestelde. Het bord viel zijn vrouw uit haar handen. ‘Nog maar drie dagen?’ En precies op die dag werd ontdekt dat hij keelkanker had.


De volgende drie dagen was hij niet in staat om te eten of te drinken. Een van zijn naaste discipelen vroeg hem: ‘Jij bent zo dichtbij de bronnen van het leven, je kunt toch gewoon vragen om die kanker weg te halen? Als jij niet eet of drinkt, eet of drinkt niemand van jouw discipelen meer. Hoe zouden we dat kunnen?’ 

Toen ze er allemaal op stonden, zei hij: ‘Goed, ik zal het proberen. Maar het probleem is dat ik het vergeet zodra ik mijn ogen sluit, want de gedachten verdwijnen, en dan vergeet ik wat ik had moeten vragen. Maar ik zal mijn best doen.’


Het was de derde dag, de dag dat hij stierf. Hij sloot zijn ogen en zijn gezicht werd stralend. Hij glimlachte hoewel de pijn enorm was en hij deed zijn ogen open om zijn discipelen aan te kijken: ‘Ik heb het gevraagd, maar het antwoord wat ik kreeg was, “Nu, Ramakrishna, moet je eten met elke mond die van je houdt, je zou moeten drinken met elke mond die met jou verbonden is. Waarom dring je er op aan om maar één lichaam te hebben? Al deze lichamen van de mensen die van je houden zijn jouw lichamen.” Dus als je wilt dat enig voedsel mij zal bereiken, houd dan op met te vasten.’


Bedroefd zaten zijn discipelen die avond te eten, maar dat was de laatste. Ramakrishna kwam zijn kamer uit en het verheugde hem dat zijn discipelen zaten te eten. Maar hij zei: ‘Waarom zijn jullie verdrietig? Jullie kennen mij, ik houd van eten. Als jullie namens mij eten, gedraag je dan ook als mij.’

Hij maakte ze aan het lachen en liet ze blij zijn in een situatie dat ze vol tranen waren – omdat het de derde dag was, en in de avond zou Ramakrishna weg zijn, zou hij dood zijn.

Net voordat hij stierf zei hij tegen Sharda en zijn discipelen: ‘Ik verlaat slechts het lichaam, niemand zou moeten zeggen dat Ramakrishna dood is. Ik zal hier zijn, en jullie moeten je in deze kamer net zo gedragen als jullie dat in mijn bijzijn doen – met dezelfde liefde, met hetzelfde respect, met dezelfde dankbaarheid, met dezelfde vreugde.’
Hij zei tegen zijn vrouw: ‘Je hoeft geen weduwe te zijn, want ik ga niet dood, ik ga alleen maar over van lichaam naar lichaam-loosheid. Nu zal het makkelijker voor me zijn om in jullie allemaal te zijn, waar jullie ook zijn.’


Karunesh, jouw handen zijn mijn handen, en jouw ogen zijn mijn ogen, en alleen als dit gebeurt ga je van discipel zijn over naar de status van een toegewijde. Dus wat je voelt is helemaal juist. Ik praat tegen je alleen maar om je bezig te houden zodat ik op andere manieren op je kan werken, op je hart. Het is spirituele operatie. Als je niet stil bent, rustig, kalm, gewoon geabsorbeerd in het naar me luisteren, kan ik het subtiele werk niet doen. Mijn praten is niets anders dan anesthesie.

Video op Osho TV: The Razor’s Edge #24 vraag 1
Vertaling: The Razor’s Edge # 24

Afbeelding van Drishti IAS.

Liefde is de steen der wijzen


Als je eet, eet dan met liefde; want wat je eet is God.
Als je loopt, loop dan met liefde;
want je loopt op de aarde, op heilige grond.

Als je je wast, doe dat dan met diepe toewijding,
met liefde en respect voor je lichaam,
want dit is niet jouw lichaam, het is het lichaam van God;
het is Zijn tempel.

Zo zullen de kleine dingen in het leven die geen betekenis hadden,
enorm veel waarde krijgen.
En wanneer de kleine dingetjes betekenis krijgen,
zijn ze niet langer klein: je hebt ze in grote dingen veranderd. 

Het is aan jou om een klein en onbeduidend leven te leiden,
of een groots leven:
als je zonder liefde leeft, zul je een heel klein leven leiden.
Als je met liefde leeft, door liefde, zul je een groots leven hebben,
want liefde maakt alles groots.

Liefde is de steen der wijzen:
alles wat ze aanraakt, verandert in goud.

Osho

Image by Svetlana from Pixabay.