Tante Aal bij de Goeroe

Een bijdrage van Coutier Rademaker, een column geschreven voor ouders van de Vrije School waar zijn oudste zoon op zat. 


Wisten jullie dat ik ook wel eens in India geweest ben? Tis echt waar, om m’n nichtje Els (die van de goeroe en de commune) op te zoeken. Dat was wat, helemaal met het vliegtuig, het was midden in de winter hier, jeuk-aan-m’n-wintertenen-weer. En dáár was het dertig graden. Mijn man zaliger was dan wel een echte communist maar toch niet zó echt dat het hem ervan weerhield om stiekem achter m’n rug om een heleboel spaarcentjes opzij te leggen. Ik wist daar niets van, echt niet, ik dacht wel eens dattie soms een pikketanissie teveel dronk, maar hij rook altijd lekker naar parelwitte tanden en zo en sunlichtzeep. En toen ging hij dood en vlak ervoor zei hij: “Hier Aal, wat op deze rekening staat is allemaal voor jou lieverd, ga jíj́ nou maar eens lol maken, want daar ben je het beste in en je hebt nog wat in te halen want zo’n bellefleur was ik nou ook weer niet voor je.”

Ik heb gejánkt, dat begrijp je. Ik heb hem lang over z’n grijze bol gestreeld en kon steeds maar niks zeggen door die tranen. En hij heeft het begrepen, dat alles vergeven en vergeten was. En zo is hij dood gegaan, heel zacht en tevreden. Ik had natuurlijk een hele tijd niet aan dat geld gedacht, maar toen ging mijn lievelingsnichtje naar India en na een jaar begon ik haar vreselijk te missen en toen dacht ik:”Aal meid, dit is het moment, hij heeft gezegd dat je lol moest maken en nou gá je lol maken want dat kun je met niemand beter dan met Els”. De straat was in rep en roer natuurlijk. Anaconda, de benedenbuurvrouw, was hélemaal tegen: “Aal, je gaat je dood tegemoet, het krioelt daar van de slangen en schorrepioene en duizendpoten en iedereen  is er aan de dunne en ze beroven je of je wordt ontvoerd.”

En ze meende het echt, ze had tranen in d’r ogen en dat is uniek voor Anaconda, want die moet je goed en lang kennen voordat je weet dat ze überhaupt zachte gevoelens heeft. Die naam van haar was een ongelukje trouwens. Haar vader vond hem zo mooi maar omdat hij niet zo geletterd was wist hij natuurlijk niet dat een Anaconda de grootste wurgslang van Zuid Amerika is en daar kwamen ze pas achter toen ze al lang en breed ingeschreven stond in het bevolkingsregister als Anaconda Johanna Maria en toen was het te laat. “Wat zit er in een naam?” zeggen de Engelsen geloof ik, het schijnt dat je ernaar gaat leven en bij Anaconda is dat eigenlijk ook wel een beetje zo; die loopt met een tas met van die lange hengsels en met een gezicht erboven alsof ze er bakstenen ingestopt heeft om af en toe haar gevoel mee te kunnen uiten.

Maar als je haar goed en lang kent zoals ik, dan weet je dat het een scheetje is en dat ze geen vlieg kwaad doet, echt niet! Ik heb nog wel even omgekeken hoor toen ik dat vliegtuig instapte, want ik dééd wel luchtig tegen Anaconda maar zo voelde ik me helemaal niet. Voor ontvoering ben ik niet zo bang, daar klets ik me wel uit, ik heet niet voor niks Aal, als ze maar gewoon Amsterdams praten. Maar voor de rest……

Nou ik heb om precies te zijn één slang gezien, en die zat in een mandje en kwam af en toe een beetje suffig naar buiten wiebelen als de meneer van wie hij was op een fluitje blies, net zoals de Indiërs met hun hoofd doen als ze “ja” zeggen. Ik mocht hem even aanraken, en dat heb ik gedaan. Voor Anaconda. Els vond me zo dapper, snap je dat nou?

Het was een heerlijke tijd, veel gelachen met Els, geen buikkrampje gehad, schatten van mensen ontmoet waar ik meestal niks van verstond, maar je vóélt dat ze lief zijn. En natuurlijk naar de Ashram van Els d’r Goeroe, want daarvoor zat ze in India natuurlijk. Wat ik daar allemaal heb meegemaakt, daar kan ik een boek over volschrijven en dat komt nog wel eens, maar ik kan nou maar een paar dingen vertellen want m’n stukje ís al te lang.

De goeroe heb ik ontmoet. Ik vond hem zo aardig en het eerste wat in me opkwam was om hem een vette knipoog te geven toen hij langs me liep. En weet je wat ie deed? Hij gaf me er een terug, minstens even vet. “Wij begrijpen elkaar jochie” dacht ik tevreden en daar had ik gelijk in: dat zat wel goed met Els. En ik heb gemediteerd, echt waar. En dat valt niet mee als je in de krakkemikkige jaren bent. Op de grond, in de kleermakerszit, en dan maar op je ademhaling letten, als je daar nog tijd voor hebt. lk wist niet dat ik zoveel spieren had en ze deden allemaal pijn. Els heeft me moeten helpen om m’n benen weer normaal te krijgen, we kwamen niet meer bij van het lachen en dat paste niet zo goed in de wat heilige sfeer. Voor een paar mensen niet tenminste maar dat waren saggerijne, want de meeste anderen gierden even hard mee.

Waar ik eigenlijk over wil vertellen, en daar gaat dit stukje dus over, zijn drie soorten mensen die ik daar ontmoet heb. En nou wordt het serieus. De goeroe sprak vaak over liefde en over meditatie en bedoelde dat die twee eigenlijk samen zouden moeten gaan. Maar nou zag je mensen daar die of het een óf het ander kozen. Doorgewinterde mediteerders die zes uur per dag met kaarsrechte rug op hun krent zaten en erna even ongelukkig en boos keken als ervoor. En ver-wáánd! En dan had je mensen die de hele dag achter van dattum aanzaten alsof alleen van dattum liefde zou zijn. En verwaand dat ze waren!

En dus klopte er iets niet aan die mensen. De mediteerders hielden hun ogen dicht omdat ze bang waren voor liefde en die mensen die achter van dattum aanliepen deden dat omdat ze bang waren om zichzelf te zien want van dattum deden ze steeds weer met andere partners. En zo veranderde er niets aan ze, de mediteerders kregen geen hart, de vandattummers geen stilte. Ze zaten gewoon vast in hun eigen truukjes. En gevoel van humor hadden ze al helemaal niet en dat is een veeg teken, als je het mij vraagt.

Dat geldt ook voor een derde soort, de mensen die onder liefde “lief doen” verstonden en alle levens-peper die ze in hun achterwerk hadden weg probeerden te persen. En alles wat je met je achterwerk doet of nalaat dat niet met overgave aan Gods werk te maken heeft, daar ga je last van krijgen, neem dat maar van deze middelbare dame aan. “Sjoeker kootet sjit” werden die karakters door een Amerikaanse swami genoemd. Ik weet niet wat het betekent, maar het klonk zo krachtig dat het vast wel klopt.

En allemaal citeerden ze de Meester: “Hij heeft gezegd dat….”en dan met van die opgeheven vingertjes die ik zovaak op de kansel heb gezien. De mediteerders over meditatie, de van datummers over van dattum, de zoetekes over zoetheid. En bij allemaal dacht ik: “Je staat op eén been kindje, en dat is niet genoeg.” En het wás niet genoeg, hoor, want ze zagen alleen hun eigen navel en nooit die van de anderen want die waren “onrein”. Ook als je leest wat de goeroe allemaal heeft geschreven, hoe meer je leest hoe vaker hij zich tegenspreekt, net zolang totdat er geen dogma meer overeind blijft, en geen goeroe. Het enige wat overblijft is iets dat je woordeloos begrijpt, dat was heel verstandig van hem.

Er was een oude man, zeker twintig jaar ouder dan ik, en die gaf me zo’n stralende, onschuldige glimlach dat ik wel naast hem moest gaan zitten. En terugstralen! Een man was het die praat alsof hij je een sprookje voorleest, net zoals je vader vroeger, heerlijk om naar te luisteren, warm, veilig en bekend. En het gekke was, ik begon ook zo tegen hem te praten. Het kostte me geen enkele moeite, het gebeurde. vanzelf. En we hebben zoveel gelachen, over de gekste dingen, over onze ouwe ouwe botten, over heiligheid, de goeroe, over Els en vooral over onszelf. En het was geen moment uitlachen want je kunt alleen echt lachen over iets of iemand waarvan je houdt, dan heb je een lach die meetrilt in je borst, niet zoëentje die alleen maar uit je strot komt. En wat nog veel raarder was was dat het bij ieder lachsalvo stiller werd in me. Zo stil dat we na een tijdje niets meer zeiden, alleen af en toe een beetje nagrinnikten.

Het was een soort verliefdheid, maar niet speciaal op hem gericht, hooguit op het soort mens dat hij was: de vierde groep, de echte mensen die houden van beweging en verandering verwelkomen, die leven in liefde, plezier en stilte. Ik zag de wereld anders, schoongewassen en stralend en zelfs de zuurpruimende mediteerders mochten zijn wie ze waren. Ik had niet langer zin om een punaise in hun geheiligde billen te steken maar wel ineens de behoefte om al dat verdriet uit die strakke ruggen te masseren.
En als je je zo voelt dan herken je in een oogopslag de andere mensen die dat “geheim” ook kennen. Els had het ook en een heleboel van haar vrienden en vriendinnen. En daar zat ik dan, Tante Aal uit Amsterdam, mèt moeilijke knieën en pijn in m’n rug, midden in een ver, tropisch land, en ik heb me nog nooit ergens zo thuis gevoeld.

Ik snapte ook dat die mensen hun eigen commune wilden waar ze vanuit dat “geheime” gevoel samen konden leven en ook dat ze die manier van leven zelf wilden bepalen, zonder inmenging van anderen die dat gevoel ten slotte niet hadden. Maar toen ik keek naar de mensen rond de goeroe trof ik daar een paar mediteerders, een paar van dattummers en een paar zoetekes aan. Ze stonden nog onder zijn leiding en hij stuurde ze in mildheid. Maar onder de oppervlakte zag ik hun onbuigzaamheid, de behoefte aan regels en ik zag een toekomst vol met nieuwe “kerken” en dominees: ge-goeroe-formeerd, her-goeroe-vormd, goeroe-vrijgemaakt, children of goeroe, goeroe-getuigen, goeroe-jihad.

Ik vroeg het aan m’n nieuwgevonden vriend, het moole gevoel was even weg. Hij lachte in zijn baardje: “Weet je nog, lieve Aal, hoe belangrijk verandering en beweging voor je is. Natuurlijk gaat dit stuk, iedere bloem gaat dood en zo hoort het ook. Als je je als drenkeling vastklampt aan het anker dan verdrink je, maar je kunt ook zelf zwemmen en wie weet kom je een dolfijn tegen. Je leert hier wat je leert, maar het is niet meer dan een hulpmiddel. Het gaat om jou, om dat begrip zonder woorden, dat is de enige echte taal.”

Twee dagen later was hij dood. “In z’n slaap” hoorde ik, “heel rustig”. Ik ben meteen met Els naar hem toe gegaan en toen ik hem daar heel klein zag liggen tussen de bloemen op z’n slaapmatje, toen zag ik datzelfde glimlachje weer en toen wist ik het: hij was met de dolfijnen mee.

Tante Aal

Image by Eva Michálková from Pixabay.