Miten: Op zoek naar mijn ziel

Je zou kunnen zeggen dat ik de droom leefde – en het was een heerlijke droom. Ik had het best goed voor elkaar: een liefhebbende partner/vrouw, een pasgeboren zoon, een succesvolle carrière als beroepsmuzikant, een gelukkig gezinsleven – goede vrienden… en muziek, muziek, muziek, om te verkennen en te ontdekken… Een tuin vol culturele heerlijkheden, dat was Londen in de jaren ’70.


Elke avond kon je eropuit gaan en geweldige muziek horen… dat was waar de meeste van mijn vrienden voor leefden: goede muziek! Ik zag Stevie Wonder op het hoogtepunt van zijn carrière… zag The Byrds hun prachtige harmonieën zingen met de geweldige Clarence White op gitaar, vlak voor zijn vroegtijdige dood… Ik zag Bob Dylan toen hij zijn ‘Born Again’-gospelband mee naar de stad bracht… waardoor mijn kijk op wat het leven zou kunnen zijn opnieuw veranderde… via de muziek hoorde ik hem roepen – naar mij roepen: ‘Desmond – wanneer sta je op?’ (hij zong eigenlijk ‘deadman’ – maar ik vatte het op als een teken)… Ik zag het allereerste concert van Bruce Springsteen in Londen… We were born to run, baby – let’s go!… Het was een kantelpunt in mijn leven… en soms werkten de drugs en openden ze de deur naar de vragen waarop ik geen antwoorden had.

Wie ben ik nu?
Joni Mitchell opende mijn ogen en oren, maar ze kon die vragen niet voor mij beantwoorden – ook zij was op zoek… Leonard Cohen betoverde ons… maar hij dronk zich als een zen monnik de toekomst in… De Beatles waren gekomen en weer verdwenen en we rouwden allemaal op de een of andere manier, omdat we zo veel van ze hielden… En toen kwam ‘My Sweet Lord’ en George Harrison stroopte zijn mouwen op en stortte zich in de strijd om ons allemaal te redden. ‘All Things Must Pass’… Het was darshan op de radio… meditatie en mantra’s via de ether… Ravi Shankar, The Grateful Dead, The Rolling Stones en Van Morrison, Eric Clapton, Pink Floyd… Ondertussen bleef George’s gitaar zachtjes wenen en begon ik mijn rol te spelen, als ‘voorprogramma’ voor Fleetwood Mac, de grote Ry Cooder, The Kinks en een van mijn helden op het gebied van songwriting in die tijd, Randy Newman.

En toch raakte ik steeds meer vervreemd van alles… De levensstijl van seks, drugs en rock-’n-roll voelde hol aan en mijn hoofd zat vol diepgaande verwarring. Al mijn mentoren waren onbegrijpelijk geworden… wie waren de nieuwe en waar waren ze? Ik had niets meer te geven – ik was alleen maar een verkoopartikel – een pion van de muziekindustrie die geld genereerde voor de directeuren van de platenmaatschappijen, terwijl de muziek in mij stierf.

De existentiële vragen kwamen in rap tempo op me af en ik wist niet waar ik terecht kon… hoe was ik hier terechtgekomen? Was dit waar mijn liedjes en mijn muziek me naartoe hadden geleid? Gefrustreerd, eenzaam en smachtend naar iets wat ik niet kon benoemen, stond ik op de rand van de afgrond.

Na door deze verduisterde wereld te hebben gedoold, steeds meer vervreemd, kwam ik uiteindelijk oog in oog te staan met een onvermijdelijke spirituele crisis en toen de instorting me trof, lieve hemel! – werd het een doorbraak! Mijn toekomst lag verborgen in een klein boekje dat mijn ogen opende voor een andere wereld. Een wereld waarvan ik niet wist dat die bestond, maar die ik wel aanvoelde. Ik was 29 jaar oud toen mijn spirituele reis echt begon.

Dat kleine boekje heette *No Water No Moon*. Het was een uitgave van verzamelde lezingen over Zen, gegeven door Bhagwan Shree Rajneesh. Na het lezen van de overpeinzingen en begeleiding van de Goeroe op elke pagina, wist ik dat ik alles achter moest laten als ik mijn zoektocht tot een goed einde wilde brengen.

Ik wilde wanhopig graag meer leren en stortte me met heel mijn hart op de zoektocht – uiteindelijk kwam ik terecht bij zijn gemeenschap in een loft in Chalk Farm in Londen, waar ik voor het eerst kennismaakte met zijn Kundalini-meditatie. Toen wist ik dat ik mijn thuis had gevonden en in zijn ashram in India en Oregon begon ik de ‘echte ik’ te zien…

Eindelijk had ik vaste grond onder de voeten. Osho gaf me een nieuwe naam: Prabhu Miten (Vriend van God), zonder te weten dat ik mijn leven achter me had gelaten en op dat moment geen enkele vriend meer had in de wereld! Ik droeg dag en nacht de verplichte rode kleding en een mala en deed die nooit af… dagelijkse Dynamische en Kundalini-meditaties vormden mijn spirituele voeding… en ik omarmde mijn tweede kans in het leven.

Het gemeenschapsleven paste perfect bij mij (trouwens, even ter verduidelijking van de vele misvattingen: er is mij nooit om geld of enige vorm van donatie gevraagd toen ik me bij de gemeenschap aansloot). Ik stortte me er hoofd vooruit in – ik hield van dat leven. Ik werd een neo-sannyasin – traditioneel gezien een zoeker die zijn gehechtheid aan wereldse waarden opgeeft op zoek naar de Waarheid. Alleen was dit verre van een traditionele ashram. Hier leerden we, onder begeleiding van de Meester, alles wat we nodig hadden om onszelf te ondersteunen op onze pelgrimstocht naar innerlijke vrede.

In de grote Zen traditie omvatte mijn werk in de gemeenschap alles, van het schoonmaken van het huis tot het wassen van de rijst, het snijden van groenten en wat er verder nog nodig was. En elke activiteit was gebaseerd op meditatie, wat zin en doel aan ons leven gaf. Ik vond de moed om mijn demonen onder ogen te zien en leerde hoe ik mijn gevoel van schaamte kon overwinnen omdat ik mijn zoon en zijn gezin had verlaten (ik reken mijn zoon nu tot mijn beste vrienden)… en hoe ik het leven kon vieren en al zijn vele uitdagingen en zegeningen kon omarmen….

Overal in de ashram klonk muziek – elke meditatietechniek van Osho werd begeleid door muziek die door mede-ashrambewoners was gecomponeerd – en ik kon alleen maar verwonderd zijn over de transcendente kwaliteit ervan. Ik begon vergeving en dankbaarheid te ervaren voor de lessen die het leven me had gegeven en ik keerde me naar binnen, op weg naar een dieper gevoel van mededogen – voor mezelf en voor anderen.

Ik had een doel dat niets te maken had met ambitie of financieel gewin, en ik had niet langer de behoefte om mijn bestaan te rechtvaardigen door liedjes te schrijven. Die dagen waren voorbij. Wat ik toen nog niet wist, was dat de muziek zou terugkeren, en dat ik vijftien jaar later de liefde van mijn leven zou ontmoeten, terwijl zij tussen de bloemen in de tuin van de mysticus aan het werk was…

Miten en Deva Premal komen weer naar Europa.
18 en 19 september zijn ze in de Schouwburg in Almere.
Voor kaarten, zie: Events in Europe.