Liefde is niet iets wat je doet; het is geen handeling. Als je het doet, is het geen liefde. Bij liefde komt geen handelen kijken; het is een staat van zijn, geen handeling. Niemand kan vierentwintig uur lang onafgebroken iets doen. Als je liefde doet, kun je dat uiteraard geen vierentwintig uur volhouden. Bij elke handeling word je moe; bij elke handeling raak je verveeld. En bovendien moet je na elke handeling tot rust komen. Dus als je liefde ‘doet’, zul je moeten ontspannen in haat, want je kunt alleen ontspannen in het tegenovergestelde.
Daarom is onze liefde altijd vermengd met haat. Het ene moment houd je van iemand, en het volgende moment haat je diezelfde persoon. Dezelfde persoon wordt het voorwerp van zowel liefde als haat; dat is het conflict van geliefden. Omdat jouw liefde een handeling is, heb je die ellende.
Het eerste wat je dus moet begrijpen, is dat liefde geen handeling is; je kunt het niet ‘doen’. Je kunt verliefd zijn, maar je kunt liefde niet ‘doen’. Doen is absurd. Maar er zijn ook andere dingen die hiermee samenhangen. Het is geen inspanning, want als het een inspanning was, zou je moe worden. Het is een staat van zijn.
En denk niet in termen van relaties, maar in termen van staat van zijn. Als je verliefd bent, is dat een staat van zijn. Deze staat van zijn kan gericht zijn op één persoon of juist ongericht – op het geheel. Wanneer het gericht is op één persoon, staat het bekend als liefde. Wanneer het ongericht wordt, wordt het gebed. Dan ben je gewoon verliefd – niet op iemand, maar gewoon verliefd, net zoals je ademt. Als ademen een inspanning was, zou je er moe van worden, en zou je moeten ontspannen, en dan zou je sterven. Als het een inspanning was, zou je op een gegeven moment misschien vergeten het te doen, en dan zou je sterven.
Liefde is net als ademen: het is een hoger niveau van ademen. Als je niet ademt, zal je lichaam sterven. Als je niet liefhebt, kan je ziel niet geboren worden. Beschouw liefde dus als een ademhaling van de ziel. Wanneer je liefhebt, wordt je ziel vitaal, levend, net zoals ze ademt. Maar kijk er eens op deze manier naar.
Als ik tegen je zeg: ‘Adem alleen als je bij mij bent en adem nergens anders’, dan ga je dood. En de volgende keer dat je bij mij bent, ben je gewoon dood en kun je niet eens meer bij mij ademen.
Dat is er met liefde gebeurd. We bezitten – het liefdesobject wordt bezeten en de minnaar zegt: ‘Houd niet van iemand anders. Houd alleen van mij.’
Dan raakt de liefde uitgedroogd en kan de minnaar niet meer liefhebben; dat wordt onmogelijk. Het betekent niet dat je van iedereen moet houden, maar je moet wel in een liefdevolle gemoedstoestand verkeren. Het is net als ademen: zelfs als je vijand er is, blijf je ademen.
Dat is de betekenis van Jezus’ uitspraak: ‘Heb je vijand lief.’ Het is voor het christendom een probleem geweest hoe deze uitspraak, ‘Heb je vijand lief’, moet worden begrepen. Het lijkt tegenstrijdig. Maar als liefhebben geen handeling is, als het slechts een gemoedstoestand is, dan is er geen sprake van vijand of vriend. Je hebt lief.
Osho: The Book of Secrets, Vol.1 #20
Image by PublicDomainPictures from Pixabay.



