Het ego bestaat nergens anders dan bij de mens, en het ego begint te groeien naarmate het kind opgroeit. De ouders, de scholen, hogescholen en universiteiten dragen er allemaal toe bij het ego te versterken, om de eenvoudige reden dat de mens eeuwenlang moest vechten om te overleven en het idee is uitgegroeid tot een fixatie, een diepe onbewuste conditionering, dat alleen sterke ego’s kunnen overleven in de strijd om het bestaan. Het leven is alleen nog maar een strijd om te overleven geworden. En wetenschappers hebben dit nog overtuigender gemaakt met de theorie van ‘survival of the fittest’. Dus helpen we elk kind om steeds sterker te worden in het ego, en daar ontstaat het probleem.
Naarmate het ego sterker wordt, begint het de intelligentie te omringen als een dikke laag duisternis. Intelligentie is licht, het ego is duisternis. Intelligentie is heel delicaat, het ego is heel hard. Intelligentie is als een roos, het ego is als een rots. En als je wilt overleven, zeggen ze – de zo genaamde kenners – dan moet je rotsachtig worden, je moet sterk zijn, onkwetsbaar. Je moet een vesting worden, een gesloten vesting, zodat je niet van buitenaf aangevallen kunt worden. Je moet ondoordringbaar worden.
Maar dan sluit je je af. Dan begin je te sterven wat je intelligentie betreft, want intelligentie heeft de open lucht, de wind, de lucht en de zon nodig om te groeien, zich uit te breiden en te stromen. Om in leven te blijven heeft ze een constante stroom nodig; als ze stagneert, wordt ze langzaam maar zeker iets doods.
Osho: Tao, The Golden Gate, Vol. 1 #7
Image by Artur Skoniecki from Pixabay.



