Een man van wijsheid en geduld

Shailendra herinnert zich zijn vader, die we allemaal Dadaji noemden.

Een vriend heeft me gevraagd of ik wat herinneringen wil delen.

Aan de rivier
Een van mijn vroegste herinneringen is hoe Dadaji ‘s morgens vroeg opstond om in de rivier te gaan baden. Hij moedigde ons allemaal aan om vroeg op te staan en met hem mee te gaan. Ik was erg enthousiast en nam al snel de gewoonte over om ook vroeg op te staan. We vertrokken van huis terwijl het nog donker was. De plek in de rivier waar hij het liefst baadde, lag ongeveer twee kilometer van ons dorp.
Hoewel er veel dichterbij, op slechts een furlong afstand (ongeveer 200 meter), een rivierghat was waar de meeste dorpsbewoners baadden, gaf Dadaji de voorkeur aan Ramghat, een afgelegen plek omringd door kleine heuvels. Alleen een paar ouderen, voornamelijk zijn vrienden en andere mensen van zijn leeftijd, gingen met hem mee.
Van de kinderen waren alleen mijn jongere broer en ik er, en af en toe nog een of twee anderen.

Zodra we daar aankwamen, groef Dadaji een speciaal soort klei uit de heuvel, wat we na verloop van tijd zelf ook leerden doen. Deze klei had een zeepachtige werking en werd gebruikt om ons te wassen, ons haar te wassen, onze tanden te poetsen en zelfs onze kleren te wassen. We weekten de klei eerst in water, gingen dan een wandeling maken en tegen de tijd dat we terugkwamen, was de klei klaar. We smeerden het over ons hele lichaam en lieten het in de zon drogen, genietend van het strakke gevoel op onze huid, voordat we het afspoelden tijdens het baden in de rivier.

Dadaji leerde me zwemmen. Hij nam iedereen die wilde leren zwemmen mee naar Ramghat. Het water was diep en hoewel ik bang was, voelde ik altijd een gevoel van vertrouwen en veiligheid, gewoon omdat ik wist dat hij er was om op ons te letten.
Deze ochtendroutine duurde ongeveer anderhalf tot twee uur: erheen lopen, de klei weken, het aanbrengen, baden en weer naar huis. In de zomer waren we vaak doorweekt van het zweet als we terugkwamen en moesten we weer in bad…

Tot mijn achttiende had ik nog nooit tandpasta of een tandenborstel gebruikt. Toen ik op mijn achttiende in een hostel ging wonen, moest ik ze uit noodzaak gaan gebruiken, omdat die klei daar niet verkrijgbaar was. Het was ook mijn eerste ervaring met zeep. Die klei maakte ons haar ongelooflijk zacht, beter dan alle shampoo en conditioner die ik sindsdien heb gebruikt.

Huishoudelijke taken
Een andere herinnering die ik aan Dadaji heb, is dat hij zoveel mogelijk kleine huishoudelijke taken zelf deed. Dit heeft ons kinderen diep beïnvloed en ons de waarde geleerd van zelfredzaamheid en niet voor elk klein karweitje afhankelijk zijn van anderen.

Eén ding waar hij echter altijd bang voor was, was elektriciteit. Hij maakte zich vooral zorgen om mijn oudere broer, Swami Niklank Bharti, die een wetenschappelijke inslag had en vaak experimenten deed. Er was altijd de angst dat hij een elektrische schok zou krijgen. Daarom hebben mijn ouders jarenlang gewacht met het aansluiten van elektriciteit in ons huis, zelfs nadat dat in het dorp mogelijk was geworden.

Ondanks dat we met zo veel waren, hebben Osho, die de oudste was, en onze vader ons nooit verteld wat we moesten studeren of leren. Onze vader wist zelfs niet in welke klas we zaten, of we geslaagd of gezakt waren, of hoeveel punten we hadden gehaald. Hij vond dat kinderen moesten spelen en dat studeren later wel kon. Osho zelf ging pas op zijn tiende naar school.

Dadaji had nooit haast. Ik herinner me een keer dat hij de trein van vijf uur ‘s ochtends moest halen. De avond ervoor had hij na het eten zijn tas gepakt, een tonga gebeld en was hij om 8 uur ‘s avonds naar het station vertrokken. Hij legde zijn beddengoed op het perron en slaagde erin te slapen ondanks de drukte en het lawaai van de voorbijrijdende treinen. Zijn kalmte en geduld in elke situatie waren opmerkelijk.

Het ingestorte huis
Een andere gebeurtenis die me bijgebleven is, is toen ons nieuw gebouwde huis instortte – 15 dagen voordat we er zouden intrekken! Toen het gebeurde, was Dadaji voor zaken in Mumbai. Osho stuurde hem onmiddellijk een telegram met het verzoek om snel terug te komen. Maar hij haastte zich niet. Hij keerde rustig terug volgens zijn oorspronkelijke planning, met het argument dat hij toch niets had kunnen doen als hij eerder was gekomen. Hij ging zelfs zo ver dat hij de aannemer bedankte en zei dat de instorting ons leven had gered, omdat het huis ook had kunnen instorten nadat we er al waren ingetrokken.

Dadaji leefde met een diep gevoel van acceptatie en concentreerde zich altijd op wat hij moest doen in plaats van te treuren over het verleden. Deze houding van kalme acceptatie en onbaatzuchtig handelen heeft ons diep beïnvloed.

Dit zijn slechts enkele herinneringen aan Dadaji die een blijvende indruk op mij hebben gemaakt. Hij had zo’n diep vertrouwen en geloof in iedereen. Een gevoel van toewijding, een houding van tathata (zodanigheid). Hij was altijd vol vreugde.
In situaties waarin anderen zouden hebben geaarzeld, geïrriteerd of gestrest zouden zijn geraakt, zo hebben we hem nooit gezien. Hij bleef kalm en zorgeloos.
Wat er ook gebeurde, het gebeurde ten goede – dat was zijn mantra. Hij paste deze filosofie op alles toe. Soms zei hij: ‘We begrijpen het nu misschien niet, maar later zullen we beseffen dat het het beste was.’

Er was niemand om de schuld te geven, niemand om met de vinger naar te wijzen.
Wat er ook gebeurde, het was voor het beste. Wij kinderen hadden het geluk om in zo’n omgeving op te groeien.

Meer: Een man van wijsheid en geduld


Shailendra
Dr. Swami Shailendra Saraswati is de jongere broer van Osho.
Samen met Ma Amrit Priya runt hij Osho Fragrance in Murshidpur, Haryana.
oshofragrance.org

Bron: Osho News.