Ben je er nog?

Zenmeester Obaku had er een gewoonte van gemaakt ‘s morgens vroeg als eerste te vragen: ‘Obaku, ben je er nog?’ Zijn volgelingen zeiden dan: ‘Als buitenstaanders u zo horen zullen ze wel denken dat u niet goed snik bent! Waarom doet u dat toch?’


De Buddha Hall van Fukuju-ji, een Obaku tempel.
Kokurakita-ku, Kitakyushu, Fukuoka, Japan.

En dan zei hij: ‘Omdat ik ’s nachts alles vergeet… Een hoofd vol stilte, geen dromen en geen gedachten… Als ik wakker word, moet ik mezelf er steeds aan herinneren dat Obaku er nog steeds is. Aan wie kan ik het anders vragen? Ik kan het alleen aan mezelf vragen: “Obaku ben je er nog steeds?”’
En hijzelf was dan gewend te zeggen: ‘Ja, mijnheer!’

Een mens moet diep respect hebben voor zichzelf. Het is voor jou een geweldige discipline, liever dan de naam van Rama en Krishna te herhalen, jezelf te vragen – roep je eigen naam en vraag ‘Ben je er nog steeds?’ – trek je er niets van aan dat er misschien iemand anders is die dat hoort – en zeg: ‘Ja, mijnheer!’

Als je alleen dit nu maar doet, zul je eens zien wat voor geweldige stilte er volgt. Wanneer je zegt: ‘Ben je er nog steeds?’ en jijzelf antwoordt: ‘Ja, mijnheer!’ volgt er een grote stilte. Het is tevens een herinneren van je eigen wezen – en eerbied, een vorm van dankbaarheid dat jou weer een dag gegeven is, dat de zon weer opkomt, dat je weer minstens een dag in staat bent om de rozen te zien bloeien.

Niemand die het verdient, maar het leven houdt niet op vanuit zijn overvloed in jou te schenken.

Osho: Apotheek voor de ziel, p. 96-97.

Afbeelding: Wikimedia Commons.