Vertrouwen is een innerlijke kwaliteit

Zodra je de kwaliteit van vertrouwen kent, vertrouw je gewoon.


Het gaat er niet om of je op God vertrouwt, of op Jezus, of op Boeddha – onthoud dat goed. Als je vertrouwt, vertrouw je gewoon. Als een christen zegt, ‘vertrouw alleen op Jezus, niet op Boeddha’, dan heeft hij niet begrepen wat vertrouwen is, want vertrouwen kent geen onderscheid. Als je op Christus hebt vertrouwd, zul je ook op Boeddha vertrouwen, omdat je geen enkel verschil zult zien. Misschien zijn de talen verschillend, misschien zijn hun manieren van uitdrukken verschillend, maar vertrouwen zal rechtstreeks tot de kern van de zaak kunnen doordringen, tot de kern zelf, en zal zien dat Christus en Boeddha op hetzelfde vlak bestaan. Het is hetzelfde bewustzijn, hetzelfde inzicht, dezelfde verlichting. Als je Boeddha vertrouwt, zul je Krishna en Mohammed vertrouwen. Als je mij vertrouwt, zul je Christus vertrouwen, zul je Zarathustra vertrouwen.

Vertrouwen kent geen adres. Het is niet gericht. Vertrouwen is een innerlijke eigenschap. Als het er is, is het er. Het is alsof je licht brengt, alsof je een lamp de kamer binnenbrengt. Nu valt het licht niet alleen op de tafel, maar ook op de stoel. En het valt niet alleen op de stoel, maar ook op de muren en op de schilderijen die aan de muren hangen. Het valt niet alleen op de muren, maar ook op de vloer en op het plafond. Wanneer je licht in de kamer brengt, valt het licht simpelweg op alles wat er is. Zo is het ook met vertrouwen. Het is een licht. Als er vertrouwen in je hart ontvlamt, maakt het geen verschil. Je vertrouwt God, je vertrouwt Christus, je vertrouwt je vrouw, je vertrouwt je man, je vertrouwt je zoon, je vertrouwt je vriend. Je vertrouwt je vijand. Je vertrouwt de natuur, je vertrouwt de dood, je vertrouwt onzekerheid. Kortom, je vertrouwt gewoon.

Osho: I Say Unto You, Vol. 2 #9.

Image by Myriams-Fotos from Pixabay.