Bodhiprem in Het Parool

Bodhiprem (Bo Baden) heeft in Het Parool van zaterdag 12 september een interview gegeven over zijn tijd bij Osho. Het interview is deel van een serie in Het Parool over ‘Sektes in de stad’. Hier volgt een deel daaruit.


 
Volgens schattingen waren er op het hoogtepunt wel 15.000 aanhangers. Deze sannyasins waren te herkennen aan hun rode kleding en een houten mala om hun nek met een afbeelding van goeroe Bhagwan Shree Rajneesh (later bekend als Osho). Van 1983 tot 1992 runden ze Zorba the Buddha, een drukbezochte discotheek op de Oudezijds Voorburgwal 216, waar iedereen welkom was. De club had een futuristische witte inrichting vol marmer en licht en er werd psy-trance gedraaid. Elke avond begon met een gebed van het voltallige personeel, zittend op de dansvloer.
 
Mysterieuze ervaring
         
‘Ik ben er eens naar toe gegaan met een mala om mijn nek en daarop mijn eigen foto,’ zegt Bo Baden, die de Bhagwan beweging leerde kennen toen hij 26 was. ‘Puur ter provocatie. Ik wilde ze een lesje leren: je moet vooral in jezelf geloven, niet in een goeroe. Het was een fijne plek die goed schoongehouden werd en met goede muziek, maar dat heilige gedoe van die mensen in rood vond ik helemaal niks.’

Baden was in die tijd een bekende linkse actievoerder, bijgenaamd Bingel, die de pers haalde nadat hij in 1984 tijdens een Kamerdebat over kruisraketten bij de minister-president op tafel was gesprongen. Hij woonde in een kraakpand op de Koninginneweg. Dat hij sannyasin zou worden, had hij zelf ook niet verwacht. Het kwam door een ‘mysterieuze ervaring’, op een moment dat hij zich minder verbonden voelde met de actiescene. Daardoor belandde Baden in een soort existentiële crisis en werd hij naar eigen zeggen ‘half-suïcidaal’.

Toen hij de documentaire De nieuwe mens (1984) zag, over de Nederlandse aanhangers van de Bhagwanbeweging, viel hem ‘de levenslust die uit hun ogen straalde’ op. Twee sannyasins die hij daarna sprak, raadden hem aan een boek van Bhagwan te lezen.
 
Intense meditatie
‘Iemand in mijn woongroep zei er een in haar boekenkast te hebben. Ik deed mijn ogen dicht, ging met mijn handen langs de ruggen en dacht: als ik echt opensta voor deze ervaring, zou ik het er zo blind uit moeten pakken. Tot mijn schrik gebeurde dat. In het boek vond ik antwoorden die ik onbewust zocht. Voordat ik het wist raakte ik in de ban. Het gaf een bijna verliefdachtig gevoel. Ik voelde me gezien en ik was niet stom of gek omdat ik was vastgelopen in mezelf.’

Baden ging zich rood kleden en deed elke maand lang elke ochtend The Dynamic, de intense meditatievorm van een uur die bestaat uit vijf fasen, zoals chaotisch ademen en uitbundig dansen. Zijn vijf jaar als sannyasin noemt Baden, die de naam Bodhiprem kreeg, een ‘oneindig boeiende tijd’. Hij bekeek video’s met lezingen, ging zes weken naar de hoofdcommune in Oregon in de VS om de goeroe Bhagwan live te zien, zette met vrienden een Bhagwanwoongroep op in Gein, at maaltijden in de commune op het Cornelis Troostplein, schreef voor de Rajneesh Times (het dagblad van de beweging) en kwam in een therapiegroep Ramses Shaffy tegen, die hem staande hield om te zeggen hoe mooi hij was. Er werd veel gefeest, seks werd aangemoedigd en ecstasy werd meditatief gebruikt.

Over het systematische kindermisbruik in de communes en de bizarre machtsstrijd in Oregon leerde hij later pas, zegt Baden, door documentaires als Wild Wild Country (2018) en Generatie Bhagwan (2026). ‘Het was één grote turbulente leerschool. Later hoorde ik pas over alle shockerende dingen die achter de schermen zijn gebeurd. Bij ons in de woongroep woonden ook kinderen, maar daar werd goed op gelet. Blijkbaar niet in de commune op het Cornelis Troostplein. Daar zijn jonge meisjes veel te vroeg benaderd voor seks. Ik heb dat niet geweten, ik liep daar als 28-jarige vrolijk tussen.

Binnen de Bhagwanbeweging werd seksualiteit bevrijd van alle beperkingen: Osho’s visie was dat als je je seksueel helemaal kunt uitleven, seks niet meer zo’n greep op je heeft en je het kunt overstijgen. Maar in sannyaskringen werd seks door sommigen genivelleerd tot een soort snack. Dat is niet goed geweest, zeg ik met de wijsheid achteraf.’

Voor Baden heeft het nooit als een sekte gevoeld omdat hij ‘vrij was om te gaan en staan waar hij wilde’. Er werd in de woongroep ook niet geworshipt (onbetaald werk als eredienst), zoals dat wel gebeurde in de discotheek Zorba en de commune. Toen Osho in 1990 overleed, was dat voor Baden een schok; hij sloeg andere spirituele paden in en verliet de woongroep. Zijn naam Bodhiprem kortte hij af tot Bo, ‘dat was sociaal gezien handiger’.