APOTHEEK VOOR DE ZIEL

De buik ontspannen

Wanneer je ’s morgens stoelgang hebt gehad, neem dan daarna een droge ruwe handdoek en wrijf daar- mee over je buik. Trek de buik in en wrijf stevig. Begin in de rechter hoek en maak een ronddraaiende beweging – ga precies om de navel heen, maar raak de navel niet aan – flink wrijven zodat het je een goede massage geeft. Trek de buik in zodat alle darmen gemasseerd worden. Doe het steeds wanneer je stoelgang hebt – tot twee of drie keer per dag.

Ten tweede: overdag tussen zonsopgang en zonsondergang – nooit ’s nachts – haal je zo diep adem als je maar kunt, zo vaak als mogelijk is. Hoe vaker je ademhaalt hoe beter, en hoe dieper je ademhaalt hoe beter. Knoop een ding goed in je oren: het moet buikademhaling zijn en geen borstademhaling, zodat bij het inademen de buik omhoog gaat – niet de borst. Als je inademt zet de buik uit, en als je uitademt trekt de buik in. Laat de borst erbuiten alsof hij er niets mee te
maken heeft. Haal alleen maar adem vanuit de buik, zodat dat de hele dag een subtiele massage is.

Kijk hoe een klein kind ademt… dat is de juiste en natuurlijke manier van ademen. De buik gaat op en neer en de borst blijft volkomen onaangedaan door de luchtcirculatie. Zijn hele energie is geconcentreerd in de buurt van zijn navel.
Langzaam maar zeker verliezen wij het contact met de navel. We raken steeds meer vast in het hoofd en de ademhaling wordt oppervlakkig. Dus steeds wanneer je er overdag aan denkt, adem dan zo diep als mogelijk is in – maar maak gebruik van je buik.

Iedereen haalt tijdens de slaap op de juiste manier adem, omdat dan de mind die altijd tussenbeide komt er niet is. De buik gaat op en neer en de ademhaling wordt automatisch diep; je hoeft hem niet te dwingen om diep te gaan. Blijf gewoon natuurlijk en de ademhaling wordt diep. De diepte is het gevolg van het feit dat hij natuurlijk is.

Osho: Apotheek voor de ziel p. 21-22.

Alleen je romp

Ga elke avond in een stoel zitten en laat je hoofd achterover vallen, ontspannen en in rust. Je kunt een kussen gebruiken zodat je in een toestand van rust zit en er geen spanning op je nek staat. Laat dan je onderkaak los – gewoon je kaak ontspannen zodat je mond een beetje opengaat – en begin door de mond adem te halen, niet door de neus. Maar je moet geen verandering in je ademhaling brengen, het moet de gewone ademhaling zijn – natuurlijk. De eerste ademhalingen zullen een beetje hectisch zijn. Langzaamaan komt de ademhaling tot rust en het ademhalen zal heel ondiep worden. De adem gaat heel luchtigjes in en uit; zo moet het ook. Houd de mond open, ogen dicht en rust.

   Romeinse torso

Begin dan te voelen dat je benen losraken, alsof ze bij je worden weggehaald, losgebroken bij de gewrichten. Voel alsof ze bij je worden weggehaald – ze zijn los gesneden – en stel je dan voor dat je alleen maar het bovenlichaam bent. De benen zijn er niet meer. Dan de handen: denk je in dat beide handen losra- ken en van je worden weggehaald. Het kan zelfs zo zijn dat je binnenin iets als een ‘klik’ hoort als ze afbreken. Je bent niet langer in het bezit van je handen; ze zijn dood, weggenomen. Dan blijft alleen maar de romp over.
Richt dan je aandacht op het hoofd – denk dat het wordt weggenomen, dat je onthoofd wordt, dat het weggebroken is… Laat het dan los: waarheen het zich ook keert – rechts of links – je kunt niets doen. Laat het gewoon los; het is weg. Dan heb je niet meer dan je romp. Voel dat je alleen dit nog maar bent – deze borst en buik, dat is alles.

Doe dit minstens twintig minuten en ga dan slapen. Je moet dit vlak voor het slapengaan doen, doe het minstens drie weken. Je rusteloosheid komt tot bedaren. Door deze delen af te zonderen, blijft alleen het wezenlijke over zodat je hele energie zich in het wezenlijke deel begeeft. Dat wezenlijke deel ontspant zich en de energie begint weer in je benen, je handen en in je hoofd te vloeien, dit maal meer in een onder ling goede verhouding.

Osho: Apotheek voor de ziel p. 17-19.

Het pantser afleggen

Je draagt een pantser om je heen. Het is alleen maar een pantser en dat klampt zich niet aan jou vast, jij bent het die je daaraan vastklampt. Dus wanneer je je daarvan bewust wordt, kun je het simpelweg laten vallen. Dit pantser is een dood ding, als je het niet draagt verdwijnt het. Het is niet alleen dat je het draagt, je onderhoudt en voedt het ook aan één stuk door.


Ieder kind is één en al beweging. Hij heeft geen geblokkeerde delen in zich; het hele lijfje is één organisch geheel. Het hoofd is niet belangrijk en daar staat tegenover dat de voeten niet onbelangrijk zijn. In feite bestaat er geen verdeling; er zijn geen grenzen. Maar langzamerhand beginnen er begrenzingen te komen. Dan wordt het hoofd de meester, de baas, en het hele lichaam wordt in parten opgedeeld. Enkele delen worden door de gemeenschap geaccepteerd en andere delen niet. Enkele delen zijn voor de gemeenschap gevaarlijk en moeten zo goed als vernietigd worden. Dat schept het hele probleem. Je moet in de gaten houden waar je in het lichaam beperkingen voelt.

Nu kun je drie dingen doen. Eén: als je loopt of zit, of ook wanneer je niets doet, adem diep uit. De nadruk moet op uitademing liggen, niet op inademen. Dus adem goed uit – zoveel lucht als je maar kunt, gooi het eruit. Adem uit door de mond, maar doe het langzaam zodat het tijd kost. Hoe meer tijd het neemt hoe beter, omdat het dan dieper gaat. Als alle lucht binnenin je lichaam eruit gegooid is, ademt het lichaam in; jij hoeft dat niet te doen. De uitademing moet langzaam en diep zijn en de inademing snel. Dit zal een verandering teweeg brengen in het pantser rond je borst.

Het tweede: als je een beetje kunt gaan hardlopen, kan dat nuttig zijn. Geen kilometers, eentje is wel genoeg. Houd alleen maar voor ogen dat er een last van je benen verdwijnt, alsof hij ervan afvalt. Benen dragen het pantser wanneer je vrijheid te veel is ingeperkt; als er tegen je gezegd is, doe dit wel en doe dat niet; wees wel zus en wees niet zo; ga hier wel en daar niet heen. Dus ga hollen, en al hollende moet je ook meer aandacht aan het uitademen besteden. Als je eenmaal de macht over je benen en hun beweeglijkheid hebt teruggekregen, komt er een geweldige energiestroom op gang.

Het derde is: als je je ’s avonds bij het naar bed gaan uitkleedt, stel je dan tijdens dat uitkleden voor dat je niet alleen je kleding aflegt, maar ook je pantser. Doe het echt! Leg het af, haal goed diep adem en ga dan helemaal ontwapend slapen, met niets aan je lijf en geen enkele beperking.

Osho: Apotheek voor de ziel p.15-17.

Image: Japanese beetle by rfotostock from Pixabay.

Energiestroom

Energie stroomt altijd in de richting van een voorwerp van liefde. Dus wanneer je voelt dat de energie ergens stokt, is dit het geheim dat kan maken dat ze weer gaat stromen. Zorg dat je een voorwerp van liefde vindt. Het doet er niet toe wat het is; dat is alleen maar een uitvlucht. Als je een boom heel liefdevol kunt aanraken, begint de energie te stromen, omdat energie zich daar- heen uitstort waar liefde te vinden is. Het is net zoals met water dat naar beneden stroomt, zodat – waar de zee ook is – het water het zeeniveau zoekt en daarheen blijft gaan. Daar waar liefde is, zoekt energie het ‘liefdesniveau’ – ze blijft in beweging.


Massage kan nuttig zijn; als je een massage vol liefde geeft, kan het helpen. Maar van alles kan helpen. Neem een steen met intense liefde in je hand en voel je daar diep mee verbonden. Sluit je ogen en voel intense liefde voor de steen – dankbaar voor het bestaan van de steen en dankbaar dat hij je liefde aanvaardt. Plotseling merk je dat er een trilling is en de energie beweegt. En op de lange duur is er helemaal geen voorwerp meer nodig, echt niet – het idee alleen al dat je van iemand houdt, brengt de energie op gang. Dan kun je zelfs dat idee laten vallen; alleen al doordat je liefdevol bent stroomt de energie. Liefde is stroming, en als we bevroren zijn, komt dat doordat we gebrek aan liefde hebben. Liefde is warmte, en bevriezing is niet mogelijk als er warmte is. Als er geen liefde is, is alles koud. Je zakt af tot onder het nulpunt.

Heel belangrijk om te onthouden is dit: liefde is warm, maar haat is dat ook. Onverschilligheid is kil. Zelfs wanneer je haat, komt er soms een energiestroom op gang. Natuurlijk is dat een destructieve stroming. Bij woede begint er energie te stromen – daardoor komt het dat mensen zich hoe dan ook na woede goed voelen. Ze hadden een uitlaatklep. Het is heel destructief – en het had creatief kunnen zijn als het er door liefde was uitgelaten, maar het is beter dan wanneer de energie niet zou zijn vrijgekomen.
Als je onverschillig bent, is er geen stroming in je. Daarom is iets dat je doet smelten en waarvan je warm loopt, goed. Het is niet de massage die werkt, het is je betrokkenheid, je liefde. Probeer nu hetzelfde met een steen: masseer de steen alleen maar en kijk wat er gebeurt. En wees een en al liefde – probeer het bij een boom. Als je voelt dat het gebeurt, zit je enkel stil en probeer het. Denk aan iemand van wie je houdt – een man, een vrouw, een kind of een bloem. Stel je die bloem voor – alleen het idee al – en ineens zie je dat er energie stroomt.

Laat dan ook dat denkbeeld vallen. Op een dag ga je heel stil zitten, alleen maar in een staat van liefde – niet gericht, tot niemand in het bijzonder. Zit gewoon stil in een liefdevolle stemming, een en al liefde en dan zul je zien dat zij stroomt. Dan ken je de sleutel. Liefde is de sleutel. Liefde is de stroom.

Osho: Apotheek voor de ziel p. 26-28.

Image by Abel Escobar from Pixabay