1001 verhalen

Vijf idioten en een boot

Laat de boot vallen, de boot is niet het doel!

Boeddha heeft eens verteld…
Vijf idioten waren op reis. Ze kwamen bij een grote rivier. Ze kochten een kleine boot. Ze staken de rivier over. Toen dachten ze, ‘deze boot is geweldig. Hij heeft ons geholpen om de rivier over te steken, anders hadden we hem niet kunnen oversteken. We moeten hem dankbaar zijn.’ 
Dus droegen ze de boot op hun hoofd de markt op. 


Niet vijf, maar vier idioten. Het is niet één keer gebeurd: het gebeurt nog steeds!

De mensen vroegen zich af: ‘Wat is er aan de hand? Waarom dragen jullie die boot?’
Ze zeiden: ‘We zijn erg dankbaar. Deze boot heeft ons geholpen om de rivier over te steken, anders hadden we nog steeds aan de overkant gestaan. Nu kunnen we hem nooit meer achterlaten!’

Boeddha zei: ‘Onthoud altijd dat de meester een boot is.
Steek de rivier over, maar draag de boot niet op het hoofd, anders wordt degene die je zou bevrijden je slavernij…
Als je de boot van Christus laat vallen, word je een Christus,
als je de boot draagt, word je een christen.
Als je de boot van Boeddha laat vallen, word je zelf een Boeddha;
als je de boot draagt, word je een boeddhist. 
Wat dwaasheid is…

Osho: Tao, The Three Treasures – Talks on Fragments from Tao Te Ching by Lao Tzu, Vol. 4, p.102-103.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen


Waar moet ik je zoeken?

 


Bodhidharma naar China

 


De Nobelprijs voor de No Mind? 

 


‘Wat nu?’

 


De monnik en de rivier

Waar moet ik je zoeken?

Om een licht voor jezelf te zijn, 
nergens heen dan naar binnen!

Er wordt verteld: Boeddha lag op sterven en Ananda begon te huilen –
zijn oudste leerling die het meest aan hem verknocht was. Veertig jaar lang was hij bij Boeddha geweest en hij had het niet bereikt, hij had zichzelf nog niet gerealiseerd;
hij hield teveel van Boeddha.


Boeddha stervende

Als je te veel liefhebt … onthoud altijd, alles wat te veel is wordt deel van de mind; alleen in evenwicht wordt de mind overstegen. Alles wat te veel is, wordt deel van de mind.
Hij hield te veel van Boeddha, de liefde was geen vrijheid, ze was een slavernij geworden – alles wat te veel is, is een slavernij – en nu Boeddha doodgaat, is zijn hele leven voor niets geweest. 

Ananda zit als een klein kind, wiens moeder op sterven ligt, te huilen en te wenen.
En Boeddha houdt hem tegen en zegt: ‘Wat doe je, Ananda?’ 
Hij kijkt Boeddha met betraande ogen aan en zegt: ‘Waar moet ik je nu zien?
Waar moet ik je zoeken?’ 
En Boeddha lachte en zei: ‘Dat is mijn hele leer geweest! Dat is wat ik je al veertig jaar vertel, dat wanneer je me wilt zien, kijk dan naar binnen!’ 


Sammasati, denk eraan dat je een Boeddha bent

Appa deepo bhava; Wees een licht voor jezelf.
Daar, binnenin je, zul je mij vinden.

Osho: Tao, The Three Treasures – Talks on fragments from Tao Te Ching by Lao Tzu, Vol. 4, p. 57-58.

Afbeeldingen:
http://industrialtour.com/wp-content/themes/directorypress/thumbs//Mahaparinirvana-Temple.jpg
http://image.slidesharecdn.com/buddha100-150813161652-lva1-app6892/95/buddha-says-wake-up-1-638.jpg?cb=1439483810

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen


Bodhidharma naar China

 


De Nobelprijs voor de No Mind? 

 


‘Wat nu?’

 


De monnik en de rivier

 


De druiven zijn zuur

Bodhidharma naar China

Eén schoen aan z’n voet, één schoen op z’n hoofd. Wat is dit voor man? 

Bodhidharma kwam aan in China. Het hele land zat op hem te wachten. De koning zelf was naar de grens van het land gekomen om hem te verwelkomen. Een miljoen mensen hadden zich verzameld, omdat er een grote meester zou komen. 
Maar toen de meester verscheen, begonnen de mensen te giechelen.

Ze konden hun eigen ogen onmogelijk geloven. Zelfs de keizer voelde zich heel slecht op zijn gemak, want deze man, Bodhidharma, had één schoen aan één voet en de andere droeg hij op zijn hoofd. Wat was dit voor man? 

De koning zei: ‘Neem me niet kwalijk, meneer, maar wat doet u nu? 
Wij zijn gekomen om een gezond man te ontvangen; bent u krankzinnig soms?’
Bodhidharma lachte en zei: ‘U bent dus gezakt voor het examen. Alleen als u dit kunt begrijpen, dan kunt u andere dingen begrijpen die ik te zeggen heb. Als u zo’n kleine tegenstrijdigheid niet kunt verdragen…  zoiets kleins, gewoon een schoen op je hoofd dragen, als u dit niet eens kunt verdragen en begrijpen, heeft het voor mij geen enkele zin om hier te blijven.’ 

Hij keerde zich om. Hij verliet de stad, ging het bos in, hij zei: ‘Het is niet nodig om te blijven, niemand zal mij kunnen begrijpen; nu zal ik wachten. Zij die mij kunnen begrijpen, moeten naar mij toe komen.’
Hij kwam nooit meer in de hoofdstad.

De schoen moet aan de voet, dat is wat geaccepteerd is. 
Het moet niet op het hoofd gedragen worden. Zoiets onschuldigs! 
De mind is middelmatig, de mind leeft in een routine.

Osho: Tao, The Three Treasures – 
Talks on Fragments from Tao Te Ching by Lao Tzu, Vol. 4, p. 22-23.

Afbeelding:
https://s-media-cache-ak0.pinimg.com/236x/81/52/d9/8152d9f3a0aa5c9b93e9fa653d6b0596.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen


De Nobelprijs voor de No Mind? 

 


‘Wat nu?’

 


De monnik en de rivier

 


De druiven zijn zuur

 


Wees nu hier!

De Nobelprijs voor de No Mind? 

Vraag het Madame Curie – alle grootsheid komt van buiten de mind.

Vraag eens aan Madame Curie hoe zij haar probleem oploste en een Nobelprijs won. Jarenlang, bijna drie jaar lang, probeerde ze een wiskundig probleem op te lossen waarvan haar hele onderzoek afhing… ze bleef maar falen. Gefrustreerd liet ze op een nacht het hele project varen, ging slapen; en ‘s nachts, in een droom, werd het probleem opgelost. 
Ze stond op, schreef het op het bureau op, ging weer slapen. ‘s Morgens was ze het helemaal vergeten. Toen ze aan haar bureau kwam werken stond ze verbaasd – daar stond het antwoord, wonderbaarlijk genoeg! 


Maria Sklodowska-Curie 
(Warschau, 7 november 1867 – Passy, 4 juli 1934).

Drie jaar lang had ze eraan gewerkt – waar kwam het vandaan? En er was niemand anders, ze was alleen in de kamer en niemand anders had het kunnen oplossen, zelfs als er iemand was geweest. Niemand, geen bediende, had dat kunstje kunnen flikken, zijzelf had er drie jaar aan gewerkt. 
Toen herinnerde ze zich een droom. In de droom had ze het hele antwoord geschreven zien staan. Toen herinnerde ze zich dat ze ‘s nachts was opgestaan; en toen keek ze naar het handschrift – het was haar eigen handschrift.

   Oorkonde Nobelprijs

Nu zou de Nobelprijs niet naar de mind moeten gaan – maar hij is wel naar de mind gegaan. Nou is Madame Curie een grote mind – terwijl het antwoord van buiten de mind kwam.

Osho: Tao, The Three Treasures – Talks on fragments from Tao Te Ching by Lao Tzu, Vol. 4, pp. 20 – 21.

Afbeeldingen:
https://www.nobelprize.org/nobel_prizes/chemistry/laureates/1911/marie-curie.jpg
http://www.learnersonline.com/wp-content/uploads/2014/03/curie5.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen


‘Wat nu?’

 


De monnik en de rivier

 


De druiven zijn zuur

 


Wees nu hier!

 


Het geheimzinnige geschrift van de meester

‘Wat nu?’

 ‘Wat nu?’ of het verschil tussen reactie en respons.
Een reactie komt uit het verleden, een respons komt uit het heden.

Het gebeurde eens, Boeddha zat onder een boom met zijn discipelen te praten. 
Er kwam een man die op zijn gezicht spuugde. Hij veegde het af en vroeg aan de man: ‘Wat nu? Wat wil je nu zeggen?’
De man stond een beetje verbaasd, want hij had zelf nooit verwacht dat iemand, wanneer je op gezicht spuugt, zal vragen: ‘Wat nu?’ Zo’n ervaring had hij in het verleden niet gehad. Hij had mensen beledigd en zij waren boos geworden en hadden gereageerd; of, als zij lafaards en zwakkelingen waren, hadden zij geglimlacht en geprobeerd om hem om te kopen.
Maar Boeddha was geen van beide; hij was niet boos, noch op enigerlei wijze beledigd, noch op enigerlei wijze laf, maar gewoon zakelijk.
Hij zei: ‘Wat nu?’ Hij gaf geen reactie.


Zijn discipelen werden boos, ze reageerden. Boeddha’s naaste leerling, Ananda, zei: ‘Dit gaat te ver en dat kunnen we niet over ons kant laten gaan. U houdt uw leer maar voor u en wij zullen deze man gewoon laten zien dat hij dit niet kan doen. Hij moet daarvoor gestraft worden. Anders gaat iedereen dit soort dingen doen.’
Boeddha zei: ‘Zwijg. Hij heeft mij niet beledigd, maar jij beledigt mij. Hij is nieuw, een vreemdeling, en misschien heeft hij iets over mij gehoord van iemand, hij heeft zich een idee, een beeld van mij gevormd. Hij heeft niet op mij gespuugd, maar op zijn idee, zijn voorstelling van mij, want hij kent mij helemaal niet, hoe kan hij dan op mij spugen? Hij moet van anderen iets over mij gehoord hebben – dat deze man een atheïst is, een gevaarlijke man die mensen van hun pad afbrengt, een revolutionair, een verrader – hij moet iets over mij gehoord hebben, hij heeft zich een beeld gevormd, een idee; hij heeft op zijn eigen idee gespuugd.’

‘Als je er goed over nadenkt,’ zei Boeddha, ‘heeft hij op zijn eigen idee gespuugd. Ik maak er geen deel van uit en ik zie dat deze arme man iets anders te zeggen moet hebben – want dit is een manier om iets te zeggen; spugen is een manier om iets te zeggen.
Er zijn momenten waarop je voelt dat taal onmachtig is: in diepe liefde, in intense woede, in haat, in gebed; er zijn intense momenten waarop taal onmachtig is. Dan moet je iets doen – als je in diepe liefde bent, kus je de persoon of omhels je de persoon. Wat doe je dan? Je zegt iets. Wanneer je boos bent, intens boos, sla je de persoon, spuug je op hem – je zegt iets.
Ik kan hem wel begrijpen. Hij moet nog iets te zeggen hebben, daarom vraag ik:
“Wat nu?”‘

De man stond nog meer verbaasd.
En Boeddha zei tegen zijn leerlingen: ‘Ik voel me door jullie erger beledigd, want jullie kennen mij en jullie leven al jaren met mij en toch hebben jullie gereageerd.’

Verwonderd, in verwarring, keerde de man terug naar huis. Hij kon de hele nacht niet slapen. Als je een Boeddha ziet is het moeilijk om weer te slapen zoals je vroeger sliep. Onmogelijk. Steeds weer werd hij achtervolgd door de ervaring, hij kon geen verklaring vinden voor wat er gebeurd was. Hij beefde helemaal en zweette, hij was nog nooit zo iemand tegengekomen; hij had zijn hele denken en zijn hele patroon, zijn hele verleden, verbrijzeld.


De volgende ochtend was hij er weer. Hij wierp zich voor Boeddha’s voeten neer. Boeddha vroeg hem opnieuw: ‘Wat nu?’
Ook dit is een manier om iets te zeggen dat niet in taal gezegd kan worden. Als je mijn voeten aanraakt zeg je iets… wat je normaal niet kunt zeggen, waarvoor alle woorden tekort schieten, ze kunnen er geen uitdrukking aan geven.
Boeddha zei: ‘Kijk nou, Ananda. Hier is deze man weer, hij heeft iets te zeggen. Deze man is iemand met diepe emoties.’

De man keek Boeddha aan en zei: ‘Vergeef me voor wat ik gisteren heb gedaan.’
Boeddha zei: ‘Vergeven? Maar ik ben niet dezelfde man die je het hebt aangedaan. De Ganges blijft stromen. Het is nooit meer dezelfde Ganges. Elke man is een rivier. De man op wie je gespuugd hebt is er niet meer. Ik lijk op hem, maar ik ben niet dezelfde. Er is de afgelopen vierentwintig uur veel gebeurd! De rivier heeft zoveel gestroomd. Alleen qua uiterlijk zie ik er hetzelfde uit. Dus ik kan je niet vergeven omdat ik geen wrok tegen je koester.
En jij bent ook nieuw. Ik kan zien dat je niet dezelfde man bent die hier gisteren was, want die man was boos. Hij was boos, hij spuugde – en jij buigt voor mijn voeten neer, raakt mijn voeten aan, hoe kun je dezelfde man zijn? Je bent diezelfde man niet! Dus laten we het maar vergeten; die twee – de man die spuugde en de man op wie hij spuugde – zijn er allebei niet meer. Kom dichterbij, laten we het ergens anders over hebben.’

Osho: Tao,The Three Treasures -Talks on fragments from Tao Te Ching by Lao Tzu, Vol. 3, p. 359 – 363.

Afbeeldingen:
http://www.wisdompills.com/wp-content/uploads/2014/10/spit-in-buddhas-face.jpg
http://1.bp.blogspot.com/-BO_h-o2PAgc/UZWqb-CYSbI/AAAAAAAABvY/Fib6-Z1hGLo/s1600/1.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen


De monnik en de rivier

 


De druiven zijn zuur

 


Wees nu hier!

 


Het geheimzinnige geschrift van de meester

 


Shit! Alweer pindakaas!

 

De monnik en de rivier

Het pad zonder wegen naar Boeddha-land, naar Tao.

Een Chinese allegorie vertelt over een monnik die op zoek was naar Boeddha. Hij was jaren en jaren op reis en kwam uiteindelijk aan in het land waar Boeddha woonde. Hij hoefde maar een rivier over te steken en hij stond oog in oog met Boeddha. Hij was extatisch.
Hij vroeg of er een veerboot of boot was om naar de overkant te gaan, want de rivier was erg breed. Maar de mensen aan de oever zeiden tegen hem: ‘Niemand zal je erheen kunnen brengen, want er is een legende dat wie naar de andere oever gaat, nooit meer terugkomt.’ 
Dus niemand durft je daarheen te brengen. Je zult moeten zwemmen.

Bang natuurlijk, want de rivier was erg breed, maar hij kon toch geen andere manier vinden, begon de monnik te zwemmen. Net in het midden van de rivier zag hij een lijk drijven, dat steeds dichterbij kwam. 
Hij werd bang; hij wilde het lijk ontwijken. Hij probeerde het op allerlei manieren te ontwijken, maar dat lukte niet, het lijk bleek erg lastig; hoe hij ook probeerde, het lijk kwam steeds dichterbij.
Toen hij geen manier kon vinden om eraan te ontsnappen – en bovendien werd hij ook nieuwsgierig, want het lijk leek wel op het lijk van een boeddhistische monnik te zijn: het okergele gewaad, het gladgeschoren hoofd – vatte hij de moed, liet hij het lijk naderbij komen; in feite, integendeel, zwom hij zelf naar het lijk toe.

Hij keek naar het gezicht en begon als waanzinnig te lachen, want het was zijn eigen lijk; hij kon zijn ogen niet geloven, maar het was zo. Hij keek nog eens en nog eens, maar het was zijn eigen lijk.
En toen dreef het lijk de rivier af.. en hij zag zijn hele verleden met zich meegaan: alles wat hij had geleerd, alles wat hij bezat, alles wat hij was geweest, het ego, het centrum van zijn mind, het zelf – alles dreef met het lijk weg. Hij was helemaal leeg. 
Nu hoefde hij niet meer naar de andere oever, want toen zijn verleden eenmaal door de rivier was meegenomen, was hij zelf Boeddha.

Hij begon te lachen, want hij had gezocht naar de Boeddha buiten, en de Boeddha was binnen. 
Lachend keerde hij terug naar dezelfde oever die hij een paar minuten eerder had verlaten, maar niemand herkende hem. Hij zei zelfs tegen de mensen: ‘Ik ben dezelfde man!’
Maar ze moesten lachen. Hij was niet dezelfde man. Hij was het niet echt.
En dat was de betekenis van de legende: dat niemand die naar de andere oever gaat terugkomt. 

Osho, Tao, The Three Treasures -Talks on fragments from Tao Te Ching by Lao Tzu, Volume 3, pp. 311 – 313.

Afbeelding:
http://lifepart2.com/wp-content/uploads/2013/06/Monk-About-to-Swim-0441.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen


De druiven zijn zuur

 


Wees nu hier!

 


Het geheimzinnige geschrift van de meester

 


Shit! Alweer pindakaas!

 


Nooit geboren, nooit gestorven

De druiven zijn zuur

Als je er niet bij kunt, probeer jezelf dan niet te troosten!

Je hebt het vast wel eens gehoord, ik heb het zelf vaak verteld, het beroemde verhaal van de vos en de druiven. Een van de zeer bijzondere mensen, Aesopus, heeft het geschreven. 
Een vos komt bij een boom die vol druivenranken zit, druiventrossen. Ze springt, ze doet echt haar best, maar ze kan niet bij de druiven, die zijn te ver weg, ze springt niet hoog genoeg.


Dan kijkt ze om zich heen – zit er iemand te kijken?
Een klein haasje kijkt toe vanuit een struik en vraagt: ‘Tante, wat is er aan de hand? Kunt u niet bij de druiven?’
Zij zegt: ‘Nee zoon, dat is het niet. De druiven zijn zuur.’

Osho: Tao, The Three Treasures – Talks on fragments from Tao Te Ching by Lao Tzu, Volume 3, 273 – 274.

Afbeelding:
Robert Bateman, 1997.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen


Wees nu hier!

 


Het geheimzinnige geschrift van de meester

 


Shit! Alweer pindakaas!

 


Nooit geboren, nooit gestorven

 


Door mij komt de zon op!

Wees nu hier!

Een belofte is alleen mogelijk als morgen zeker is. Maar wie weet iets over morgen? Wie kan de tijd overwinnen? Wees nu hier!

In de Mahabharata staat een prachtige anekdote. 
De Pandavas, de vijf broers, hebben zich in het bos verstopt. Op een dag komt er een bedelaar. Udhishthir zit buiten de hut en de bedelaar vraagt niet veel, alleen wat brood, een paar chapattis.
Udhishthir zit te piekeren – en zoals altijd met een bedelaar gebeurt, je wilt het uitstellen. Je zegt ‘kom morgen maar’, gewoon om het uit de weg te gaan. 
Misschien komt hij morgen niet meer. Je wil niet zo onbeleefd zijn om te zeggen ‘ik zal niets geven’. Ook wil je je imago van grote gever ophouden. Dus zeg je ‘kom morgen maar, stoor me nu niet’.
Udhishthir deed dat ook; hij zei: ‘Kom morgen maar.’

Bhima, een andere broer – die niet erg bekend stond om zijn wijsheid of intelligentie, maar soms gebeurt wel het dat mensen die niet erg intelligent zijn opvlammen – hij begon plotseling te lachen en hij rende lachend het huis uit, in de richting van de stad. 
Udhishthir vroeg: ‘Waar ga je heen?’
Hij zei: Ik ga de mensen in de stad vertellen dat mijn broer de tijd heeft overwonnen! Hij heeft een bedelaar iets beloofd, als hij morgen komt!’


Neem Karoli Baba, die Ram Dass leest: ‘Denk eraan, wees nu hier.’

Plotseling werd Udhishthir zich bewust. Want hoe kun je zeggen: ‘Kom morgen maar?’ Misschien ben je er morgen niet. Misschien is de bedelaar hier morgen niet.
Udhishthir rende weg, haalde de bedelaar in, gaf hem alles wat hij hem kon geven en liet de gewoonte om te beloven varen.

Osho: The Three Treasures – Talks on fragments from Tao Te Ching by Lao Tzu, Volume 3, pp. 260 – 261.

Afbeeldingen:
http://www.icytales.com/wp-content/uploads/2015/10/Begagr.jpg
http://www.maharajji.com/images/stories/Articles-Maharajji/maharajji_reading_beherenow1.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen


Het geheimzinnige geschrift van de meester

 


Shit! Alweer pindakaas!

 


Nooit geboren, nooit gestorven

 


Door mij komt de zon op!

 


Een levende meester

Het geheimzinnige geschrift van de meester

Alle filosofieën, alles wat gezegd kan worden, zijn net als het voorportaal van een paleis. Ze leiden je naar de innerlijke tempel. Maar als je je eraan vastklampt, blijf je in het voorportaal en het voorportaal is niet het paleis.

Het gebeurde eens met een Zenmeester die stervende was. 
Hij riep zijn meest geliefde leerling en zei: ‘Nu is het moment gekomen dat ik je het geschrift moet geven dat ik al lang bij me draag; het werd mij gegeven door mijn meester toen hij stervende was; nu ben ik stervende.’
Hij haalde een boek tevoorschijn, een boek dat hij onder zijn kussen had verstopt. Iedereen wist ervan, maar niemand mocht er ooit naar kijken. Hij deed er heel geheimzinnig over. Als hij naar het toilet ging had hij het boek bij zich, niemand mocht ooit zien wat erin stond; en iedereen was natuurlijk nieuwsgierig, enorm nieuwsgierig. 

Nu had hij deze leerling geroepen en gezegd: ‘Mijn laatste uur is geslagen en ik moet je het geschrift geven dat mij door mijn meester is gegeven. Bewaar het! Bewaar het zo zorgvuldig mogelijk – bescherm het zodat het niet vernietigd wordt. Het is een waardevolle schat. Eenmaal verloren – voor eeuwen verloren.’
De leerling lachte en zei: ‘Maar wat er ook moet worden bereikt, heb ik bereikt zonder dit geschrift, dus wat is de noodzaak? U kunt het meenemen.’ 
De meester stond erop. 
De leerling zei: ‘Goed, als u erop staat, dan is het goed.’ 


Hij kreeg het boek – het was een winteravond, erg koud, en het haardvuur brandde in de kamer – de leerling nam het boek en, zonder er zelfs maar in te kijken, gooide hij het in het vuur.
De meester sprong op en zei: ‘Wat doe je nou!’
En de leerling schreeuwde nog harder: ‘Wat zegt u! Om een geschrift te bewaren?’
De meester begon te lachen, hij zei: ‘Je bent geslaagd voor het examen. Had je het bewaard, dan was je gezakt! Want er stond niets in; om je de waarheid te vertellen, het is helemaal leeg. Het was alleen maar om te zien of het je gelukt is om de stilte te begrijpen, of dat je je nog steeds, diep van binnen, vastklampt aan woorden, concepten, theorieën, filosofieën.’

Alle filosofieën, alles wat gezegd kan worden, zijn net als het voorportaal van een paleis… Alle woorden kunnen hooguit portieken worden; ze leiden je naar de innerlijke tempel. Maar als je je eraan vastklampt, dan blijf je in het voorportaal – het voorportaal is niet het paleis. 
Lao Tzu zegt iets dat net als een portiek is, een deur. Als je het begrijpt zul je alle woorden, taal – in feite de hele mind – laten vallen. Waar je je schoenen achterlaat in het portaal, moet je ook je mind achterlaten. Dan pas betreed je het binnenste heiligdom van het zijn.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen


Shit! Alweer pindakaas!

 


Nooit geboren, nooit gestorven

 


Door mij komt de zon op!

 


Een levende meester

 


Vermijd hebzucht!

 

Shit! Alweer pindakaas!

Of je nu in de hemel of in de hel leeft, je leeft in je eigen schepping. 
Niemand anders is verantwoordelijk. Gooi de verantwoordelijkheid niet op God, het lot, ‘kismet’, de maatschappij, de economische structuur. Gooi de verantwoordelijkheid niet op je vorige levens, op anderen. Neem zelf de hele verantwoordelijkheid, want dat is de enige manier om in beweging te komen, om te veranderen, om verder te gaan.

De enige oorzaak van de hel, de enige oorzaak van ellende ben je zelf en niets anders. Behalve jijzelf, kan niemand het veroorzaken. En het is niet het verleden; jij creëert het elk moment.

Een bouwvakker zit op een balk op de vijfentwintigste verdieping van een wolkenkrabber in New York in aanbouw. De lunchbel gaat en hij haalt een zak met boterhammen uit zijn lunchpakket. Hij bijt in de eerste boterham en trekt dan een grimas.
‘Shit! Alweer pindakaas!’ En hij gooit hem weg. 
Hij neemt een tweede boterham, neemt een hap en spuugt hem uit.
‘Shit! Nog meer pindakaas!’
Hij neemt een derde boterham, en deze keer eet hij hem met plezier op. 
Dan graaft hij weer in zijn doos en haalt er een vierde boterham uit. 
‘Shit! Pindakaas!’ roept hij uit.

Een van zijn collega’s zit hem in de gaten te houden en zegt uiteindelijk: ‘Hoe lang ben je nu getrouwd, Mike?’
‘Tien jaar,’ zegt Mike, terwijl hij opkijkt.
‘En je vrouw weet nog steeds niet dat je niet van pindakaas houdt?’
‘Laat haar hier nou buiten. Ik heb deze boterhammen zelf gesmeerd.’

Je blijft de hel creëren, en dan haat je het, en dan wil je er vanaf. En zelfs als je probeert om er vanaf te komen, creëer je het nog steeds…
Neem de hele verantwoordelijkheid van wat je ook bent, en waar je ook bent. Dit is het eerste principe van mijn sannyas: heel de verantwoordelijkheid ligt bij jou, geef niemand de schuld en probeer de oorzaken niet ergens anders te zoeken.

Het is gemakkelijk, en het is de strategie van het ego, om oorzaken altijd ergens anders te zoeken, want dan hoef je niet te veranderen. 
Wat kun je doen? De maatschappij is fout, de sociale structuur is fout, de politieke ideologie is fout, de regering is fout, de economische structuur is fout – alles is fout behalve jij. Jij bent een prachtig persoon die in al het verkeerde is gevallen. Wat kun je doen? Dan moet je lijden, en dan moet je leren verdragen.
Dat is wat mensen al eeuwen doen – tolerantie leren. Ik leer je geen tolerantie, ik leer je transformatie. Genoeg met die tolerantie! Tolerantie betekent dat je alles verkeerd begrepen hebt. Transformatie betekent dat je een begin gemaakt hebt – ten minste het eerste straaltje begrip is in je opgekomen. 

Wat het ook is, kijk bij elke stap hoe het komt. Als het woede is, kijk dan; als het seksualiteit is, kijk dan; als het hebzucht is, kijk dan – de drie vergiften van Ko Hsuan. 
En door waakzaamheid zul je in staat zijn om ze kwijt te raken. In feite beginnen ze door waakzaamheid gewoon te verdwijnen.

Osho: Tao, The Golden Gate, Discourses on Ko Hsuan’s Classic of Purity # 5 Q 3.

Afbeeldingen:
http://wp.tipsenweetjes.nl/wp-content/uploads/2016/08/pindakaas-brood.jpg
https://static1.squarespace.com/static/542d5464e4b0b8e6564c9982/t/58f5ec0f17bffc9d07c0fb52/1492511764825/

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 

Vorige verhalen


Nooit geboren, nooit gestorven

 


Door mij komt de zon op!

 


Een levende meester

 


Vermijd hebzucht!

 


De schilder die in zijn schilderij verdwijnt