1001 verhalen

‘Mag ik erbij komen zitten?’

Niets pretenderen, kinderlijk, geen moeite doen om je achter een façade te verstoppen, geen moeite doen om je als meer dan levensgroot te tonen.

Hakuju, een groot zen meester, diende als vooraanstaand lector aan het Tendai Sekte College. Toen hij op een warme zomermiddag met zijn gebruikelijke ijver een lezing gaf over de Chinese Klassieken, merkte hij dat een paar studenten aan het indommelen waren.

Hij hield midden in een zin op met zijn lezing en zei: ‘Het is een warme namiddag, toch? Ik kan het jullie niet kwalijk nemen dat jullie gaan liggen dutten. Vinden jullie het erg als ik erbij kom?’
Hakuju sloeg zijn boek dicht en viel, achterover geleund in zijn stoel, in slaap. De klas was stomverbaasd en degenen die hadden liggen dommelen werden wakker van zijn gesnurk. Ze gingen allemaal rechtop zitten wachten tot de meester wakker zou worden.

Dit vind je alleen in de zen literatuur, deze mogelijkheid om zo menselijk te zijn, om zo onvolmaakt te zijn en je er toch niet druk om te maken. Een enorme acceptatie van alles wat is, van slaap, van snurken.

Osho, The First Principle – Talks on Zen, p. 142 en 175.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.

Vorige verhalen


De koning en de zenmeester

 

Een echt schilderij

 


Over water lopen

 


Zen horen, Zen lezen

 


Meditatie is stilte

De koning en de zenmeester

Meditatie: van hebben naar doen naar zijn.

Het gebeurde eens: een koning kwam op bezoek in het klooster van een zenmeester. De meester leidde hem rond; hij was heel erg geïnteresseerd om alles over het klooster te weten te komen. Hij nam de koning mee naar elke plek… behalve naar één – de centrale tempel. En dat was het meest imposante gebouw, en toch, wanneer de koning vroeg, ‘Waarom breng je me niet naar de tempel?’, deed de meester alsof hij het niet gehoord had.


Truc Lam zenklooster

Uiteindelijk werd de koning erg boos, want hij werd zelfs meegenomen naar badkamers en toiletten. Hij zei: ‘Bent u soms gek? Waarom brengt u me niet naar de tempel?’
En de meester zei: ‘Om een bepaalde reden – omdat u voortdurend vraagt: “Wat doet u hier?” In de bibliotheek lezen we. Ik kan u naar de bibliotheek brengen. In de badkamers nemen we een bad. Ik kan u naar de badkamers brengen. In de keuken maken we eten klaar. 
Maar naar die tempel kan ik u niet brengen, want daar doen we helemaal niets! Dat is de plaats waar we overgaan in niet-doen, in niet-handelen. En het zal onmogelijk zijn om u dat uit te leggen, daarom. 
U bent een grote koning, u bent een grote doener, en u bent zo in beslag genomen door het hebben van meer en meer. U begrijpt de weg van de mind, maar u zult niet de wegen begrijpen die niet van de mind zijn.’

De mind is de zondeval – de val uit de staat van zijn. De mind is de erfzonde…
De zondeval moet begrepen worden. Mediteer over drie woorden: zijn, doen, hebben. Van zijn naar hebben is de zondeval, en doen is het proces om van zijn naar hebben te komen… Vandaar dat de mind een doener is. 
De mind wil voortdurend bezig zijn. Een grote hunkering om bezig te blijven; dat is de mind. Men kan niet alleen zitten; men kan niet in passieve ontvankelijkheid zitten, zelfs niet voor een paar ogenblikken. Het is zo’n marteling voor de mind, want zodra je stopt met doen, begint de mind te verdwijnen.

Als je naar een zenmeester gaat en vraagt, ‘Wat doet u hier? Wat doen deze mensen, uw volgelingen?’ zal hij zeggen, ‘Ze zitten gewoon. Ze doen helemaal niets.’
De mind is een doener. Kijk naar je eigen mind en je zult het begrijpen. Wat ik zeg is geen filosofische uitspraak, het is gewoon een feit. Ik stel je geen theorie voor om te geloven of te verwerpen, maar iets dat je in je eigen wezen kunt zien. 
En je zult het zien – telkens als je alleen bent, begin je onmiddellijk te zoeken: er moet iets gebeuren, je moet ergens heen, je moet iemand zien. Je kunt niet alleen zijn. Je kunt geen niet-doener zijn.

Doen is het proces waardoor de mind geschapen wordt; het is gecondenseerd doen. Vandaar dat meditatie een toestand van niet-doen betekent. Als je in stilte kunt zitten en niets doet, ben je plotseling weer thuis. Opeens zie je je oorspronkelijke gezicht, opeens zie je de bron. En die bron is satchitanand: het is waarheid, het is bewustzijn, het is gelukzaligheid – noem het God, of nirvana, of wat je maar wilt.
Van zijn naar doen naar hebben – dit is hoe Adam-bewustzijn in de wereld komt. Om achteruit te gaan, van hebben naar doen, van doen naar zijn – dit is wat Christus-bewustzijn betekent. 

Maar Soefi’s hebben een hele belangrijke boodschap voor de wereld. Zij zeggen dat de volmaakte mens iemand is die in staat is te bewegen van zijn naar doen naar hebben naar doen naar zijn, enzovoort, enzovoort. Als de cirkel perfect is, dan is de man perfect.
Men moet in staat zijn om te doen. Ik zeg niet dat je niet in staat moet zijn om te doen; dat zou van geen enkele waarde zijn, dat zou gewoon onmacht zijn. Je moet in staat zijn om te doen, maar je moet er niet in opgaan. Je moet er niet in verwikkeld raken, je moet er niet door bezeten raken, je moet de meester blijven.

En ik zeg niet dat je alles wat je hebt moet laten vallen, ik zeg niet dat je afstand moet doen van alles wat je hebt. Gebruik het, maar laat je er niet door gebruiken, dat is alles. Dan is de perfecte man geboren.
Ik noem die volmaakte mens een sannyasin: hij zal zowel Adam als Christus zijn. De wereldse mens is Adam, en tot nu toe is de bovenwereldse mens betrokken geweest bij het Christus-bewustzijn. Maar beiden zijn half-half. De mens moet een totaliteit worden, een heelheid.
En mijn definitie van ‘heilig zijn’ is niets anders dan heel zijn – het vermogen om in de wereld te komen en er toch boven te blijven staan, erboven; het vermogen om de mind te gebruiken maar toch gecentreerd te blijven in je wezen.

Dan is de mind een mechanisme van immense waarde; dan is het geen zonde om een mooie mind te hebben. Je hebt een prachtig instrument van immense complexiteit, en het is heerlijk om het te gebruiken, net zoals het heerlijk is om in een mooie auto te rijden die een perfect mechanisme is.
Er is niets zoals de mind, als je hem kunt gebruiken; dan is de mind ook goddelijk. Maar als je er gebruik van maakt, en je hemel gaat verloren in de wolken van de mind, dan blijf je in de ellende zitten, in onwetendheid.

De komst van de mind gebeurt door je te identificeren met de inhoud van het bewustzijn. Slechts een kleine verandering, een enkele stap is nodig, en die stap overbrugt dit naar dat. Die ene stap overbrugt de wereld naar God, het uiterlijke naar het innerlijke, het alledaagse naar het heilige. 
Wat is die ene stap? Niet-identificatie. Blijf een getuige. Onthoud altijd dat je getuige moet blijven: wat er ook in de mind gebeurt, weet heel goed dat jij het niet bent. Je bent niet het spul dat de mind wordt genoemd. Zodra je je vereenzelvigt met wat dan ook van de mind, zit je gevangen in een gevangenis. Dan kun je het blijven veranderen en de dingen steeds weer opnieuw rangschikken, maar er zal niets gebeuren.

Dat is wat mensen blijven doen – zichzelf verbeteren, een mooi karakter creëren, heilig worden, religieus, maar het fundamentele is nog niet gedaan. Ze zijn gewoon de spullen van de mind aan het herschikken.
Je kunt de meubels van je huis blijven rangschikken; je kunt ze op betere manieren rangschikken, veel esthetischer, maar het blijft hetzelfde spul. De zondaar en de zogenaamde heilige verschillen niet zoveel; beide zijn verschillende arrangementen van dezelfde mind.

De echte wijze is iemand die zich ervan bewust is geworden dat hij helemaal niet de mind is. Het idee van zonde komt in hem op, en hij blijft er ver van weg; en het idee een heilige te zijn komt in hem op, en hij blijft er ver van weg. Hij vereenzelvigt zich met niets – woede of medelijden, haat of liefde, goed of slecht. 
Hij blijft niet-oordelen, hij veroordeelt niets in de mind. Als je slechts een getuige bent, wat heeft het dan voor zin om iets te veroordelen? 
En hij prijst niets in de mind – als je slechts een getuige bent, is lofprijzing alweer zinloos. Hij blijft koel en beheerst en gecentreerd. De mind blijft om hem heen razen, gewoon vanuit het verleden.

Duizenden levens lang ben je geïdentificeerd gebleven met de mind, je hebt er zoveel energie in gestoken. Het blijft maar ronddraaien en ronddraaien voor een paar maanden, zelfs voor een paar jaar. Maar als je een stille toeschouwer kunt blijven, een toeschouwer op de heuvel, dan gaat langzaam de energie, het momentum, verloren en komt de mind tot stilstand.
De dag dat de mind stopt, ben je aangekomen. Het eerste visioen van wat God is en wat jij bent, gebeurt onmiddellijk – want zodra de mind stopt, komt je hele energie vrij die daar bezig mee is gebleven. En die energie is enorm, ze is oneindig: ze begint op je neer te vallen. Het is een grote zegening, het is genade.

Osho, Unio Mystica – Talks on Hakim Sanai’s “The Hadiqa”, Volume 2, page 74 – 78.

Afbeelding:
https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/e/e1/Truc_Lam_Zen_Monastery_23.JPG

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.

Vorige verhalen

Een echt schilderij

 


Over water lopen

 


Zen horen, Zen lezen

 


Meditatie is stilte

 


Verdwaald in de jungle

Een echt schilderij

Een echt schilderij is niet alleen de optelsom van kleuren, het is meer.
Dat ‘meer’ is de betekenis.

Naar verluidt vroeg ooit een hele rijke man aan Pablo Picasso om een portret van hem te maken. Picasso zei: ‘Dat gaat heel duur worden.’ 
De man was zo rijk, dat hij zei: ‘Geen zorgen. U hoeft niet eens over de kosten te praten, geld speelt geen rol. Maak mijn portret en wat u ook vraagt, ik zal het geven.’


Pablo Picasso, Hoofd van een man, 1907. Barnes Foundation.

Na zes maanden was het portret klaar. De rijke man kwam, maar de prijs die gevraagd werd was fantastisch: een miljoen dollar, alleen voor een klein doek en een paar kleuren! 
De rijke man zei: ‘Is dat een grap? Voor een paar kleuren en een doek?’
Picasso zei: ‘Goed dan, neem dan een leeg doek en een paar tubes vol met kleur en u kunt betalen zoveel u wilt.’


Leeg doek met een paar tubes vol met kleur.
Tibor de Nagy Gallery, New York.

De rijke man zei: ‘Maar dat is niet hetzelfde.’
Picasso zei: ‘Dat is waar ik u op probeer te wijzen. Ik heb een context geschapen, ik heb een gestalt geschapen, een patroon. En niemand anders kan dat creëren, vandaar de prijs. Het is een schilderij van Picasso: niemand anders kan het doen zoals ik het heb gedaan, het heeft mijn handtekening erop. 
De harmonie van de kleuren, de muziek van de kleuren, de poëzie van de kleuren – dat is waar het om gaat. Ik vraag de prijs niet voor de kleuren, maar voor iets dat door de kleuren tot uitdrukking is gekomen.’

Een echt schilderij is niet alleen de som van de kleuren, het is meer – en dat ‘meer’ is de betekenis. Een echt leven is niet de optelsom van wat je doet; tenzij er iets meer is, leef je een niet-authentiek leven. Dat ‘meer’ is God. Die poëzie is God, die muziek is God, die je omringt en je overspoelt.
Mensen komen naar me toe en vragen: ‘Waar is God?’ Het is niet een kwestie van ‘waar’ vragen; God is een betekenis, geen persoon. Ik kan niet zeggen: ‘Daar – ga daarheen, en je zult hem vinden.’ 
God heeft geen adres, God kan niet gelokaliseerd worden, het is een betekenis. Je moet betekenis in je leven scheppen, dan is God. God moet geschapen worden.
En het begin van het scheppen van God is om meer en meer gevoelig te worden voor het bestaan dat je omringt. De bomen, de rotsen, de sterren, de aarde – je bent omgeven door grote poëzie. 

Maar je blijft afgescheiden, daarom blijf je het missen. Als je als afgescheiden leeft, als je denkt: ‘Ik ben afgescheiden’, als je leeft als een ego, dan is je bestaan een schijnbestaan. Dan zal je bestaan betekenisloos blijven. Dan zul je nooit de glorie en de grootsheid van het leven kennen; je zult nooit de pracht kennen die altijd al voor je beschikbaar was, maar die je bent blijven missen.
Als je als een afzonderlijk individu bestaat, heb je een muur om jezelf heen gecreëerd, je bent een eiland geworden. En geen mens is een eiland, we zijn delen van een oneindig continent: dat continent is God. We zijn delen van een oceaan. Zodra je erkent dat we delen zijn van een oceaan, begint je leven een context te krijgen die groter is dan jij, hoger dan jij. In die context ligt het begin van betekenis – en betekenis is God.

Eén enkele stap is voldoende: verlies jezelf. Besta niet als een ‘ik’, ga niet door met jezelf als een ego te verkondigen. Laat het ego vallen, en plotseling, onmiddellijk, ogenblikkelijk, verandert de hel van je leven in een hemel. Ellende verdwijnt.
Ellende is een bijproduct van je afscheiding. Gelukzaligheid is de schaduw van het terugvallen in de eenheid: Unio Mystica. 

Wanneer je je weer gaat voelen als een golf in de oceaan, kan ellende niet bestaan. Wat is ellende? De angst voor de dood. Maar je kunt alleen sterven als je afgescheiden bent, je kunt niet sterven als je niet afgescheiden bent.
Als de golf denkt, ‘Ik ben gescheiden van de oceaan,’ zal hij sterven. Ze zal bang blijven, beven. Als hij weet dat hij deel uitmaakt van de oceaan, zal hij niet sterven.
Het zal terugvallen in de bron, het zal weer terugkomen; het zal gaan, het zal komen, het zal verschijnen en verdwijnen, maar het kan niet sterven.

Geboorte is verschijnen, dood is verdwijnen. Maar noch is geboorte het begin, noch is dood het einde: de oceaan gaat door. Dit oceaangevoel te hebben is meditatie, is bidden.

Osho, Unio Mystica – Talks on Hakim Sanai’s “The Hadiqa”, Volume 2, pp. 17–19.

Afbeeldingen:
http://www.barnesfoundation.org/assets/collectionImgResize/b/bf/529_600_bf419_i2r.jpg
https://s-media-cache-ak0.pinimg.com/236x/40/19/f0/4019f03a37072731692bb9a70ca65fdc.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.

Vorige verhalen


Over water lopen

 


Zen horen, Zen lezen

 


Meditatie is stilte

 


Verdwaald in de jungle

 

Op zoek naar God

Over water lopen

Als je echt een leraar wilt zijn, word dan een discipel. Maar discipelschap is moeilijk, omdat het ego – het ‘Ik! Ik! Ik!’ – moet worden losgelaten.

Er was een meester, zijn naam was Tapobana, en Tapobana had een discipel die hem met onberispelijke ijver diende. Het was alleen vanwege deze ijver en de diensten die hij verleende dat Tapobana hem hield, want hij vond de discipel nogal dom.
Op een dag deed het gerucht de ronde dat Tapobana’s discipel over water had gelopen, dat men hem de rivier had zien oversteken zoals men de straat oversteekt.
Tapobana riep zijn leerling en vroeg hem:
‘Is het mogelijk wat de mensen over je zeggen? Is het echt waar dat je de rivier bent overgestoken, lopend over het water?’
‘Wat kan er natuurlijker zijn?’ antwoordde zijn volgeling. ‘Het is aan U te danken, Gezegende, dat ik over het water ben gelopen. Bij elke stap herhaalde ik uw heilige naam, en dat heeft mij overeind gehouden.’

En Tapobana dacht bij zichzelf: ‘Als de discipel over water kan lopen, wat kan de meester dan niet doen? Als het in mijn naam is dat het wonder geschiedt, moet ik krachten bezitten die ik niet vermoedde en heiligheid waarvan ik mij niet voldoende bewust van ben geweest. Ik heb immers nooit geprobeerd de rivier over te steken alsof ik de straat overstak.’
En zonder verder omhaal liep hij naar de oever van de rivier. Zonder te aarzelen zette hij zijn voet op het water en herhaalde met onwankelbaar vertrouwen: ‘Ik!, Ik!, Ik! …’ 
… en zonk.

Osho, The First Principle – Talks on Zen, p. 120.

Afbeelding:
https://img.rt.com/files/2015.09/original/55e80747c36188f1258b45f5.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.

Vorige verhalen


Zen horen, Zen lezen

 


Meditatie is stilte

 


Verdwaald in de jungle

 

Op zoek naar God

 


Ze weten het wel!

Zen horen, Zen lezen

Zen horen, Zen lezen zal je geen Zen geven. Zen is niet intellectueel, het is existentieel. Je moet er mee kloppen, je hart moet er mee kloppen, je moet het in- en uitademen.

Volgens traditie laten Zen kloosters alleen zwervende Zen monniken toe als ze kunnen bewijzen dat ze een koan hebben opgelost.


Truc Lam Tay Thien Zen Klooster, Vietnam

Het schijnt dat een monnik eens aan de poort van een klooster klopte. De monnik die de poort opende, zei niet ‘Hallo’ of ‘Goedemorgen’, maar ‘Laat me je oorspronkelijke gezicht zien, het gezicht dat je had voordat je vader en moeder werden geboren…’
Dit is een koan. En de gastheer vraagt de gast een teken te geven dat hij een koan kan oplossen, anders is hij het niet waard om in het klooster te verblijven, dan moet hij weggaan.

De monnik, die een kamer voor de nacht wilde, glimlachte, trok een sandaal van zijn voet en sloeg zijn vraagsteller daarmee in het gezicht. De andere monnik stapte achteruit, boog eerbiedig en heette de bezoeker welkom.

Na het diner knoopten gastheer en gast een gesprek aan, en de gastheer complimenteerde zijn gast met zijn voortreffelijke antwoord.
‘Weet u zelf het antwoord op de koan die u me gaf?’ vroeg de gast.
‘Nee,’ antwoordde de gastheer, ‘maar ik wist dat uw antwoord juist was. U aarzelde geen moment. Het kwam er heel spontaan uit. Het kwam precies overeen met alles wat ik over Zen heb gehoord of gelezen.’


De gast zei niets en nipte van zijn thee. 
Plotseling werd de gastheer achterdochtig. Er was iets in het gezicht van zijn gast dat hem niet beviel.
‘U weet het antwoord toch wel, nietwaar?’ vroeg hij.
De gast begon te lachen en rolde tenslotte over de mat van vrolijkheid.
‘Nee, eerwaarde broeder,” zei hij, ‘maar ook ik heb veel gelezen en veel gehoord over Zen.’

Osho, The First Principle – Talks on Zen, pp. 108 – 109

Afbeelding:
http://www.indochinatravelpackages.com/wp-content/uploads/2015/12/Truc-Lam-Tay-Thien-2.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.

Vorige verhalen


Meditatie is stilte

 


Verdwaald in de jungle

 

Op zoek naar God

 


Ze weten het wel!

 


De wens-vervullende boom

Meditatie is stilte

Meditatie is stilte, een staat van bewustzijn waar geen gedachte tussenkomt.
Stilte is de deur.


Dengyō Daishi (Saichō) (766 of 767-822), stichter van het Japanse Tendai Boeddhisme, een boeddhistische school officieel erkend door het Japanse keizerlijke hof op 26 januari 806 n.Chr.

De leerlingen van de Tendai-school studeerden meditatie voordat Zen zijn intrede deed in Japan.


Enryaku-ji Tempel, oorspronkelijk de kluizenaarshut van Saichõ

Vier van hen, die intieme vrienden waren, beloofden elkaar om zeven dagen stilte in acht te nemen. Op de eerste dag waren ze allemaal stil, maar toen het nacht werd en de olielampen begonnen te flakkeren, kon een van de leerlingen het niet nalaten om tegen een bediende uit te roepen: ‘Doe iets aan die lampen!’
De tweede leerling stond verbaasd toen hij de eerste hoorde praten.
‘Wij worden verondersteld niets te zeggen,’ merkte hij op.
‘Jullie zijn allebei dom! Waarom hebben jullie gepraat?’ vroeg de derde.
‘God zij dank ben ik de enige die niet heeft gepraat !’ besloot de vierde.

Osho, The First Principle – Talks on Zen, p. 70.

Afbeeldingen:
https://en.wikipedia.org/wiki/Saichō#/media/File:最澄像_一乗寺蔵_平安時代.jpg
http://cdn.wa-pedia.com/images/content/enryakuji-2.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.

Vorige verhalen


Verdwaald in de jungle

 

Op zoek naar God

 


Ze weten het wel!

 


De wens-vervullende boom

 


Het busstation, de eindhalte

Verdwaald in de jungle

Twee eenzamen samen, twee wonden samen kunnen elkaar niet helpen genezen. Twee blinden die elkaar leiden – Kabir zegt, dat beiden vroeg of laat in een put zullen vallen.

Ik heb eens gehoord over een jager die verdwaald was in de jungle. Drie dagen lang kon hij niemand vinden om de uitweg te vragen, en hij raakte steeds meer in paniek – drie dagen lang geen voedsel en drie dagen lang voortdurend bang voor wilde dieren. Drie dagen lang kon hij niet slapen; hij zat wakker in een boom, bang dat hij aangevallen zou worden. Er waren slangen, er waren leeuwen, er waren wilde dieren.

Na de derde dag, de vierde dag, vroeg in de morgen, zag hij een man onder een boom zitten. Je kunt je zijn vreugde voorstellen. 
Hij rende, omhelsde de man en zei: ‘Wat ben ik blij!’
En de andere man omhelsde hem en allebei waren ze ontzettend gelukkig. 
Toen vroegen ze aan elkaar: ‘Waarom ben je zo uitgelaten?’ 
De eerste zei: ‘Ik was verdwaald en ik zat op iemand te wachten.’ 
En de ander zei: ‘Ik ben ook verdwaald en ik zit te wachten om iemand tegen te komen. Maar als we allebei verdwaald zijn, dan is het gewoon dwaas om uitgelaten te zijn. Dan zijn we nu samen verdwaald!’

Osho, Guida Spirituale – Discourses on the Desiderata, pp. 216 – 217

Twee ongelukkige personen die elkaar ontmoeten kunnen elkaar niet gelukkig maken. Ze zullen dubbel ongelukkig worden, dat is alles. Het is een eenvoudige rekensom. Ze zullen heel erg ongelukkig worden. Niet alleen verdubbeld, in feite zal hun ongelukkig zijn vermenigvuldigd worden omdat hun ongelukkig zijn zal botsen. Ze zullen boos zijn op elkaar. Ze zullen wraak nemen op elkaar. Ze zullen denken dat de ander een bedrieger is, omdat ‘de ander mij een tuin vol rozen heeft beloofd, en het ziet er niet naar uit dat er iets geleverd kan worden.’

Alle beloften blijken vals – want hoe kun je iets beloven als je ongelukkig bent? Hoe kun je vanuit ongeluk geven? Je hebt het om te beginnen niet, hoe kun je delen? Je deelt alleen dat wat je hebt. Als je gelukkig bent, deel je geluk. Als je ongelukkig bent, deel je ongelukkig zijn. Als je verdrietig bent, deel je verdriet.

Osho, The Discipline of Transcendence – Discourses on the forty-two sutras of Buddha, Volume 3, page 53.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.

Vorige verhalen

Op zoek naar God

 


Ze weten het wel!

 


De wens-vervullende boom

 


Het busstation, de eindhalte

 


Angulimala, de waanzinnige moordenaar

 

Op zoek naar God

Dit is de enige ultieme grap in het bestaan – Jullie zijn verlicht! Jullie zijn Boeddha’s, doen alsof jullie het niet zijn, doen alsof jullie iemand anders zijn. En mijn hele werk hier is om jullie te ontmaskeren!

Er is een mooi verhaal van Rabindranath Tagore. Hij zegt: Duizenden levens lang was ik op zoek naar God. Ik zag hem… soms ver weg, dicht bij een verre ster. Ik haastte me… tegen de tijd dat ik daar aankwam, was hij al verder gegaan. Het ging steeds maar door. Eindelijk kwam ik bij een deur en op die deur stond een bordje: ‘Dit is het huis waar God woont – Lao Tzu Huis.’

   Rabindranath Tagore

Rabindranath zegt: ‘Ik werd voor het eerst erg ongerust. Ik werd erg ongerust. Bevend ging ik de trap op. Ik wilde net op de deur kloppen en plotseling, in een flits, zag ik het hele punt. Als ik aanklop en God opent de deur, wat dan? Dan is alles voorbij, mijn reizen, mijn pelgrimstochten, mijn grote avonturen, mijn filosofie, mijn poëzie – al het verlangen van mijn hart – alles is afgelopen! Het zal zelfmoord zijn.’

Rabindranath ziet het punt zo glashelder en zegt: ‘Ik heb mijn schoenen uitgedaan, want als ik weer naar beneden ga… zou wel eens lawaai kunnen maken – hij zou de deur wel eens open kunnen doen! Wat dan? En vanaf het moment dat ik de bodem van de trap bereikte, heb ik niet meer omgekeken. Sindsdien ren en ren ik al duizenden jaren. Ik ben nog steeds op zoek naar God, hoewel ik nu weet waar hij woont. Ik hoef alleen maar dat Lao Tzu-huis te vermijden en ik kan overal naar hem op zoek gaan. Er is geen angst … Maar ik moet dat huis vermijden – dat huis achtervolgt me; ik herinner het me heel goed. Als ik per ongeluk in dat huis kom, dan is alles voorbij.’

Osho, The Goose Is Out, pp. 283 – 284.

Afbeeldingen:
http://www.allindiaradionews.nic.in/feature-image/Tagore.jpg
https://s-media-cache-ak0.pinimg.com/736x/e1/cb/07/e1cb0743aa3b1de6272ecee07f6ac858.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.

Vorige verhalen


Ze weten het wel!

 


De wens-vervullende boom

 


Het busstation, de eindhalte

 


Angulimala, de waanzinnige moordenaar

 


Hakuin en de baby

Ze weten het wel!

Alle wezens bezitten de boeddha-natuur, maar ze vinden manieren om het te vermijden.

Ik heb eens gehoord: een Zen Meester, Shou-shan, kreeg van een discipel de vraag: ‘Volgens de geschriften bezitten alle wezens de boeddha-natuur;
hoe komt het dat ze het niet weten?’
Shou-shan antwoordde: ‘Ze weten het wel!’ 


Iedereen kent de weg, maar weinigen begaan hem eigenlijk.

Dit is een zeldzaam antwoord, zeer zeldzaam, een geweldig antwoord.
Shou-shan zei: ‘Ze weten het wel! Maar ze ontwijken het.’
Het gaat er niet om hoe je de waarheid kunt kennen. De waarheid is hier, je maakt er deel van uit. De waarheid is nu, het is niet nodig om ergens heen te gaan. 
En ze is er al sinds het begin, als er al een begin was, en ze zal er zijn tot het einde, als er al een einde zal zijn.
En je hebt het ontweken. Je vindt manieren om het te vermijden.
Wanneer iemand vraagt: ‘Wat is de weg naar de waarheid?’ vraagt hij in feite: ‘Wat is de weg om de waarheid te vermijden?’
Hij vraagt: ‘Hoe kan ik ontsnappen?’

  Bodhidharma
Misschien heb je het niet gehoord… Zegt die oude schavuit Bodhidharma: ‘Allen kennen de weg, weinigen bewandelen hem, en zij die hem niet bewandelen roepen regelmatig: “Wijs me de weg!  Waar is de weg? Geef me een kaart! Welke weg is het?”‘
En allen kennen de weg, want leven is de weg, ervaring is de weg.
Leven is de weg, bewust zijn is de weg.
Je leeft, je bent bewust.

Osho, The First Principle – Talks on Zen, p. 6.

Afbeeldingen:
http://67.media.tumblr.com/74bd90c51c0c4ea71e694274acf8d538/tumblr_mogkhmXDxQ1rek3nco1_1280.jpg
http://www.cultural-china.com/chinaWH/upload/bodhidharma1.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.

Vorige verhalen


De wens-vervullende boom

 


Het busstation, de eindhalte

 


Angulimala, de waanzinnige moordenaar

 


Hakuin en de baby

 


Wat nooit sterft

De wens-vervullende boom

Jouw mind is een wens-vervullende boom…  een ‘kalpataru’ –
maakt van iedereen hier een tovenaar!

Er is een beroemde parabel: Er was eens een man op reis; per ongeluk kwam hij in het paradijs terecht. In het Indiase concept van het paradijs heb je daar wens-vervullende bomen, kalpataru’s. Je hoeft er alleen maar onder te gaan zitten, iets te wensen en onmiddellijk wordt het vervuld – er is geen kloof tussen de wens en de vervulling ervan. Er is geen kloof tussen een gedachte en een ding. Je denkt iets en onmiddellijk wordt het een ding; de gedachte verwezenlijkt zich automatisch.


Kalpataru boom, 8ste eeuw Pawon tempel, Java, Indonesië

Deze kalpataru’s zijn niets anders dan symbolisch voor de mind. De mind is creatief, creatief met zijn gedachten.
De man was moe, dus viel hij in slaap onder een kalpataru, een wens-vervullende boom. Toen hij wakker werd voelde hij zich erg hongerig, dus zei hij simpelweg: ‘Ik heb zo’n honger, ik wou dat ik ergens wat te eten vandaan kon halen.’
En meteen verscheen er eten uit het niets – gewoon zwevend in de lucht, heerlijk eten. Hij was zo hongerig dat hij er niet veel aandacht aan besteedde waar het vandaan kwam – als je honger hebt ben je niet filosofisch. 

Hij begon onmiddellijk te eten en het eten was zo heerlijk dat hij er helemaal in opging. Toen zijn honger was gestild, keek hij om zich heen. Nu hij zich zeer voldaan voelde, kwam er een andere gedachte in hem op: ‘Kon ik maar iets te drinken krijgen …’ 
En in het paradijs is er nog steeds niets verboden; onmiddellijk verscheen er kostbare wijn.

Terwijl hij ontspannen van de wijn zat te drinken in de koele bries van het paradijs onder de schaduw van de boom, begon hij zich af te vragen: ‘Wat is er aan de hand? Wat gebeurt hier? Ben ik in een droom terechtgekomen of zijn er geesten in de buurt die mij voor de gek houden?’
En er verschenen geesten. En ze waren woest, afschuwelijk, misselijkmakend. Hij begon te beven en er kwam een gedachte in hem op: ‘Nu zal ik zeker gedood worden. Deze mensen gaan me vermoorden.’
En hij werd gedood.


Kalpataru boom

Deze parabel is een eeuwenoude parabel, met immens veel betekenis. 
Ze beeldt je hele leven uit. Je mind is de wens-vervullende boom, kalpataru – wat je ook denkt, vroeg of laat wordt het vervuld.

Osho, Take it easy – Talks on Zen Buddhism, Vol. 2, pp. 176 – 178

Afbeeldingen:
https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/5/5d/Kalpataru,_Kinnara-Kinnari,_Apsara-Devata,_Pawon_Temple.jpg
http://splendidbeats.com/wp-content/uploads/2009/08/kalpatarutree-500×331.jpg

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.

Vorige verhalen


Het busstation, de eindhalte

 


Angulimala, de waanzinnige moordenaar

 


Hakuin en de baby

 


Wat nooit sterft

 


Joshu en de gouverneur