1001 verhalen

Tot zover gaat het goed…

Ga centimeter voor centimeter vooruit, langzaamaan,
maar ga vooruit en word een ingewijde in dit geweldig mooie bestaan!


 Laat me je een verhaal vertellen, een prachtig verhaal: mediteer er eens op…
Er was eens een groot koning die aan zijn magiër vroeg om een dappere man voor hem te vinden om op een gevaarlijke missie te gaan. Na een lange zoektocht bracht de magiër vier mannen voor zijn meester mee. De koning wilde de dapperste van de vier uitkiezen en vroeg aan de magiër om ze op de proef te stellen.
De koning, de magiër en de vier mannen gingen naar de rand van een groot veld waar aan de overkant een grote schuur stond. De magiër gaf instructies: ‘Jullie krijgen allemaal een beurt. Je loopt naar de schuur en neemt mee wat daarbinnen is.’

De eerste man liep over het veld. Plotseling stak er een storm op: de bliksem flitste, de donder rolde, de grond schudde. De man aarzelde. Hij werd bang. Toen de storm in hevigheid toenam, viel hij angstig neer.
De tweede man liep over het veld. Het begon erger te stormen, het werd echt een zware storm. De tweede man kwam verder dan de eerste maar viel tenslotte ook op de grond.
De derde man begon heel snel en passeerde de eerste twee. Maar de hemel brak open, de grond spleet open en de schuur zelf zwaaide en kraakte. De derde man viel neer.

De vierde begon langzaam. Hij voelde zijn voeten op de grond. Zijn gezicht zag wit van angst. Maar hij was bovenal banger om bang gevonden te worden. Langzaam kwam hij voorbij de eerste man en hij zei tegen zichzelf: ‘Het gaat goed, tot zover.’
Voetje voor voetje ging hij verder totdat hij de tweede man voorbij was en weer zei hij tegen zichzelf: ‘Tot zover gaat het goed.’
Beetje bij beetje overbrugde hij de afstand tussen zichzelf en de derde man terwijl de storm in hevigheid toenam. Toen hij de derde man voorbij was zei hij tegen zichzelf: ‘Tot zover gaat het goed. Er is me nog niets overkomen. Ik kan nog een beetje verder.’

Zo ging hij, beetje bij beetje, centimeter voor centimeter nu, in de richting van de schuur. Eindelijk kwam hij daar aan en net voordat hij zijn hand op de klink legde zei hij: ‘Tot zover gaat het goed. Ik kan een klein beetje verdergaan.’
Toen legde hij zijn hand op de klink. Onmiddellijk hield het op met stormen, de grond was stabiel en de zon begon te schijnen. De man stond helemaal verbaasd. Van binnenin de schuur kwam er een geluid van kauwen. Heel even dacht hij dat het misschien een truc was. Toen bedacht hij: ‘Het gaat nog steeds goed.’
En hij deed de deur open.

Binnenin vond hij een wit paard dat haver stond te kauwen. Vlak daarnaast lag een witte wapenrusting. De man trok deze aan, zadelde het paard, reed naar de koning en de magiër toe en zei: ‘Ik ben er klaar voor, Sire.’
‘Hoe voel je je?’ vroeg de koning.
‘Tot zover gaat het goed,’ zei de man.
 
Ga centimeter voor centimeter vooruit, maar ga vooruit.
En je zult merken dat naarmate je vordert: ‘Tot zover gaat het goed.’
Je zult erachter blijven komen -tot het einde toe, beetje bij beetje-
je zult erachter komen dat je een ingewijde wordt in dit geweldig mooie bestaan.

 
 Osho: The Divine Melody – Discourses on Songs of Kabir, p.100-101.
 
Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.   
Image by Michael De Groot from Pixabay.

Vorige verhalen


Het geluid van stilte

 


De man die zijn vrouw projecteerde

 


Hak hun hoofden af…

 


Wat is hoofdpijn?

 


Dankbaarheid

Het geluid van stilte

De schoonheid, de muziek en de verfijnde gratie van het geluid van stilte.
 
Ik heb eens een antiek verhaal gehoord. Er was eens een groot keizer, een chakravartin, die over de gehele aarde regeerde. Hij bedacht dat als de hele wereld ook maar één enkele minuut zou ophouden met allerlei lawaai te produceren, dat die stilte een ongelooflijke ervaring zou zijn.

Een cakravartin (Sanskriet, Pali: चक्रवर्तिन्, samenstelling van चक्, cakra = wiel, cirkel; वर्तिन्, vartin = draaier; letterlijk: “draaier van het wiel” of “voor wie het wiel draait”) is in de geschiedenis en cultuur van Zuid-Azië een titel voor een wereldheerser (Wikipedia).
 
Maar hoe krijg je mensen zover dat ze een minuut lang helemaal ophouden – de wereld die één minuut lang ophoudt, zonder te praten? Ook al was hij nog zo’n grote keizer, het was ondoenlijk. Hij vroeg raad aan zijn wijze mannen. Ze zeiden: ‘Dat lijkt wel een onmogelijke taak. Hoe krijgen we dat voor elkaar? Hoe houden we het in de hand? Wie kan mensen beletten om te praten en lawaai te maken? Miljoenen mensen! U hebt een groot leger, maar vergeleken met de mensen stelt dat leger niets voor.’

Toen stond er een mysticus op en zei: ‘Ik krijg het wel voor elkaar. Ik ken het geheim.’
Hij fluisterde de koning het geheim in zijn oren en het geheim werkte. Het was een heel vreemd geheim, net zo vreemd als de wegen van de mystici altijd zijn. Oppervlakkig gezien lijkt het op iets, maar diep van binnen is het iets anders, misschien wel helemaal tegenovergesteld aan wat het aan de oppervlakte lijkt.

De mysticus zei tegen de koning: ‘U maakt een aankondiging dat de hele wereld op een bepaalde dag, om 12 uur ’s middags, tegelijkertijd een minuut lang het geluid ‘hoe’ moet roepen. De hele wereld moet het roepen! Niemand mag het niet roepen, iedereen moet meedoen.’
De koning zei: ‘Waar heb je het over? Ik wil dat de hele wereld een minuut lang in absolute stilte vervalt!’
De mysticus zei: ‘Ik ken die mensen! Doet u nu maar wat ik zeg, dan zal wat u wilt ook gebeuren.’

En zo gebeurde het ook echt. De koning liet het aankondigen, er werd een dag vastgesteld en mensen keken reikhalzend uit naar dat moment. De hele wereld die een minuut lang ‘hoe’ schreeuwt, dat zou iets heel bijzonders worden!
Iedereen dacht: ‘Ik ga niet schreeuwen, ik ga luisteren. Waarom zou je zo’n gelegenheid mislopen? De koning wil zelf luisteren, waarom zou ik die gelegenheid mislopen? En wie moet erachter komen? Als de hele wereld ‘hoe’ staat te schreeuwen, wie moet er dan achter komen dat ik niet mee heb gedaan?’

En zo dacht iedereen erover. Precies om twaalf uur was het één minuut lang volkomen stil. Geen enkel geluid zelfs. De mysticus had het voor elkaar gekregen. En de koning werd door de stilte getransformeerd. Ze was zo diep. De schoonheid ervan, de muziek, de verfijnde gratie.  Het werd het begin van zijn eigen meditatie. Het was een keerpunt in het leven van de keizer.
 
Als gewoon het geluid van buiten, dat één minuut lang ophoudt, je al zo stil maakt, zo’n zoete stilte geeft, wat gebeurt er dan als je in je hoofd ophoudt om lawaai te maken?
 
Osho: The Secret – Discourses on Sufism, p. 360- 361.
 
Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.   
Afbeelding: Raj Rajeshwar Chakravarti Samrat Kaartavirya Sahasrabahu Arjun Maharaj, Devanshu Kansara, Wikimedia Commons.

Vorige verhalen


De man die zijn vrouw projecteerde

 


Hak hun hoofden af…

 


Wat is hoofdpijn?

 


Dankbaarheid

 


Neem je paraplu mee!

De man die zijn vrouw projecteerde

We leggen iemand onze projecties op en dan beginnen we op onze eigen projecties te reageren.
 
Een zen verhaal gaat als volgt: iemands vrouw lag op sterven. De vrouw had haar man vreselijk zitten controleren. Hij was de ultieme pantoffelheld. Hij was wel een beetje blij dat zijn vrouw op sterven lag. De dag van zijn vrijheid zat eraan te komen. Maar zijn vrouw ging hem niet zomaar loslaten. Terwijl ze haar laatste adem uitblies zei ze: ‘Luister! Wees maar niet zo blij want ik ga een spook worden en ga erop letten dat je niets verkeerds doet. Geen grapjes, want ik zal je alle nachten te pakken krijgen!’

De vrouw overleed. Haar man was erg bang geworden maar na een paar dagen dacht hij: ‘Nou is ze dood. Wie zal het weten of ze wel of geen spook is geworden? Waarom zou ik nu niet helemaal vrij zijn? Ik heb altijd deze of die vrouw willen hebben. Ik heb naar de kroeg willen gaan. Nou is het tijd! Er zijn al zoveel dagen voorbijgegaan en ze is nog niet gekomen.’

Die nacht klopte er iemand aan de deur. Hij deed de deur open en daar stond zijn vrouw! En ze zei: ‘Dus je bent begonnen te dromen, je bent aan het denken geslagen en van alles zitten plannen! Pas maar op! Ik ben niet ver weg, ik ben altijd hier! Misschien zie je me, misschien ook niet. Denk maar niet aan je vrijheid, enzovoort, hou op met al die onzin!’ En ze noemde alles op waar hij aan had zitten denken, letterlijk alles waar hij aan had zitten denken: naar de kroeg gaan, aan de vrouw van de buurman denken – ze noemde alles op. Nu was het volkomen duidelijk dat ze het wel wist en dat maakte het erg moeilijk.

Zijn leven werd één grote ellende. Hij was vrij maar toch niet vrij. En van die dag af aan begon zijn vrouw hem bijna elke nacht op te zoeken en hem te vertellen waar hij op kantoor aan had zitten denken, wat hij over de typiste had zitten denken, werkelijk alles!
Hij werd er zo moe van, hij ging naar een zenmeester en vroeg hem: ‘Help me toch! Heel mijn leven lang heeft ze me gemarteld, nu is ze dood en ze vermoordt me! Ik heb geen enkele rust. Ik kan niet eens vrijuit dromen! Toen ze nog leefde kon ik tenminste nog vrij dromen, nu leest ze zelfs mijn dromen. ’s Ochtends schudt ze me wakker en zegt: ‘Zo, lag je weer over seks te dromen!’

De zenmeester moest lachen. Hij gaf hem een zakje mee en zei dat hij het niet open moest maken. ‘Er zitten een paar steentjes in. Neem dat mee naar huis en als je vrouw komt, vraag je aan haar hoeveel steentjes er in het zakje zitten. Als ze het goed heeft -je moet ze meteen tellen- als ze het juiste aantal weet, dan kom je naar mij toe. Als ze het niet goed heeft, dan is ze gewoon een fantasie in je hoofd, jouw projectie. Kom dan ook naar me toe, gewoon om het te vertellen.’

De man ging naar huis. De vrouw zat al te wachten. Toen hij de kamer binnenkwam zat ze op zijn stoel. Ze zei: ‘Dus je bent bij die bedrieger geweest, die zenmeester? Ik ken hem goed! En hij heeft jou een zak gegeven -er zitten steentjes in- en hij heeft tegen jou gezegd dat je aan mij moet vragen hoeveel steentjes erin zitten.’
De man werd zo bang omdat ze alles al wist! Maar toch, de meester had al gezegd dat ze dat zou weten. Dus herinnerde hij zich dat en zei: ‘Oké, jij weet alles. Vertel me dan maar hoeveel steentjes.’ Toen was de vrouw verdwenen! Omdat hij zelf niet wist hoeveel steentjes er waren kon hij dat ook niet projecteren. De stoel was leeg. Hij keek om zich heen, de vrouw was nergens. Sinds die dag is de vrouw niet meer teruggekomen.

Hij ging naar de zenmeester. Hij zei: ‘Wat voor een truc heeft u uitgehaald? Wat zit er voor tovenarij in dit zakje?’ De meester zei: ‘Het is geen tovenarij.’
Hij deed het zakje open, er zaten alleen maar een paar steentjes in.
Hij zei: ‘Het is geen tovenarij, niets. Het is een simpel proces. Je projecteerde haar. Omdat jij de projector was weerspiegelde jouw projectie je dromen, je ideeën, je gedachten. Omdat je nu niet wist hoeveel steentjes er in dit zakje zaten, hoe moest zij het dan weten? Zij was jouw projectie! Als je dat had geweten… Zij wist dat je naar de zenmeester was geweest omdat jij het wist. Zij wist wat ik tegen je gezegd had omdat jij het wist, maar ze kon je niet vertellen hoeveel steentjes. En nu zal ze nooit meer terugkomen. Maak nou maar korte metten met haar!’
 
Osho: The Secret – Discourses on Sufism, p. 312-314.
 
Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.   
Afbeeldingen:
Pantoffelheld, Parijs 17e eeuw (Abraham Bosse)

Vorige verhalen


Hak hun hoofden af…

 


Wat is hoofdpijn?

 


Dankbaarheid

 


Neem je paraplu mee!

 


Snoepjes en beledigingen

Hak hun hoofden af…

De dualiteit is tot eenheid versmolten.
 
Ik heb eens een prachtig verhaal gehoord. Het vond plaats in Lucknow (Uttar Pradesh, India), er kwam eens een groot musicus naar de stad.  Alleen, hij was een beetje excentriek, dat heb je wel met musici. De koning was erg geïnteresseerd, hij was een muziekliefhebber. Hij vroeg de musicus of hij naar zijn paleis wilde komen om voor hem op zijn sitar te spelen.

De musicus zei: ‘Onder één voorwaarde. Als ik zit te spelen moet iedereen als een marmeren standbeeld stilzitten. Niemand mag bewegen, ook niet als blijk van waardering. Niemand mag met zijn hoofd schudden – en als iemand toch zijn hoofd schudt, moet zijn hoofd afgehakt worden.’
De koning was verbaasd over deze voorwaarde. Maar hij was ook een beetje gek, dus zei hij: ‘Akkoord. De muziek gaat voor.’

Dus werden de mensen van de stad op de hoogte gesteld: ‘Als je komt, pas op, bereid je vast voor. Niemand mag bewegen.’
Maar natuurlijk gebeurt het, als je geweldig mooie muziek hoort, raak je in vervoering, raak je echt in vervoering. Je lichaam begint ermee te kloppen, je begint ermee te pulseren, de maat dringt door tot in je wezen.

Iedereen stond echt voor een raadsel, ze hadden nog nooit van zo’n voorwaarde gehoord. Eigenlijk houdt een musicus er juist van als hij ziet dat mensen in vervoering raken, dat er tranen vloeien en dat mensen heen en weer wiegen, dat de muziek tot hun hart is doorgedrongen en hen geraakt en bewogen heeft.
Duizenden mensen hadden belangstelling om naar hem te komen luisteren maar er kwamen maar een paar honderd opdagen. Allemaal zaten ze in yoga houdingen, onbeweeglijk, angstig, en de koning had om het publiek heen een paar mensen met getrokken zwaarden laten zetten. Het was een vreemd gezicht.


En de musicus begon te spelen…
En hij was een groot musicus, hij kende zijn gelijke niet. Na een uur of een, twee begonnen een paar hoofden, zo’n dozijn, heen en weer te zwaaien. De koning maakte zich zorgen. Die dozijn mensen werden gearresteerd. Toen de musicus stopte met spelen werden die dozijn mensen gearresteerd.

Toen vroeg de koning: ‘Was dat nou de bedoeling? Moeten we ze nu doodmaken?’
De musicus zei: ‘Nee. Dit zijn de mensen voor wie ik nu graag wilde spelen, voor hen zou ik willen spelen. Laat de rest maar gaan, daar hebben we niets aan. Ik wilde deze mensen vinden en dit was de enige manier. Daarom had ik die voorwaarde gesteld. Dit zijn de mensen die echt in vervoering zijn geraakt -zelfs de dood maakte niet uit- die er echt in verdronken, dronken werden, die de muziek werden.’
 
De dualiteit is tot eenheid versmolten.
De kenner en het gekende hebben zich opgelost. Er is alleen maar kennen.
De minnaar en de beminde hebben zich opgelost. Er is alleen maar minnen.   

 
Osho, The Revolution – Discourses on Kabir, pp. 250 – 252.
 
Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti. 
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.   
Afbeelding: https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/0/01/Partho_Sarody.jpg

Vorige verhalen


Wat is hoofdpijn?

 


Dankbaarheid

 


Neem je paraplu mee!

 


Snoepjes en beledigingen

 


De rivier en de landkaart

Wat is hoofdpijn?

Luister eens naar dit verhaaltje.
De Heer riep Adam uit het Aards Paradijs naar zich toe en sprak tot hem: ‘Ik ga je leren hoe je moet kussen.’
‘Wat is kussen?’ vroeg Adam.
‘Ga maar naar Eva toe en druk je lippen op de hare.’

Adam deed het en kwam spoedig weer terug.
‘Nu,’ zei de Heer, ‘ga ik je leren hoe je moet vrijen.’
‘Wat is vrijen?’

En de Almachtige legde het aan Adam uit en Adam ging op weg om uit te proberen wat hij had geleerd. Hij kwam al gauw weer terug.
‘Heer,’ zei Adam, ‘wat is hoofdpijn?’
 
Zo gaat dat nou.
Als je vrouw zegt dat ze hoofdpijn heeft, laat haar dan met rust.
Het is niet iets nieuws. Het is al bij Eva begonnen –
en de eerste dag dat Adam met haar gevreeën heeft.

 
Osho: Sufis, the People of the Path – Talks on Sufism, Vol. 1, p. 387-388.
 
Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.   
Afbeelding van William Blake Wikimedia Commons.

Vorige verhalen


Dankbaarheid

 


Neem je paraplu mee!

 


Snoepjes en beledigingen

 


De rivier en de landkaart

 


De trein naar de hemel en de trein naar de hel

Dankbaarheid

Kijk gewoon eens naar wat God je gegeven heeft en er rijst dankbaarheid in je op.
 
Op een goede dag… Er is een prachtige parabel… Een man bad jarenlang tot God en hij vroeg steeds: ‘Vervul slechts één van mijn verlangens.’


God was er zeker moe van geworden, hij had er genoeg van. Op een dag verscheen hij en zei: ‘Oké, jij gaat me niet met rust laten. ’s Ochtends, ’s avonds, je blijft maar doorzeuren over steeds hetzelfde: “Vervul één van mijn verlangens.” Oké, hier heb je me. Wat is dat verlangen?’

En de man zei: ‘Wat ik ook vraag, het moet onmiddellijk aan me gegeven worden, dat is wat ik verlang.’
Wat een geslepen man! God had -in zijn onschuld- zeker gedacht dat hij maar één ding zou vragen. Hij vroeg om alles! Hij zei dat hij maar één verlangen had: ‘Wat ik ook vraag, het moet onmiddellijk aan me gegeven worden.’

Maar je kunt God niet verslaan, want geslepenheid wint het nooit van onschuld. God zei: ‘Helemaal goed, zo zij het. Maar onthoud één ding: wat je ook vraagt, je buren krijgen het dubbele.’
Daarmee was het afgelopen voor die man. Er gingen maanden voorbij en God kwam steeds maar weer langs: ‘Je hebt helemaal niets gevraagd…?’
Hij hield op met bidden en God kwam iedere keer weer langs, ’s ochtends, ’s avonds, om te vragen: ‘Wat? Heb je nog steeds niets gevraagd?’

Toen kreeg die man helemaal genoeg van God. Hij zat maar te piekeren, maar alles wat hij zou krijgen zouden de buren dubbel krijgen. ‘Dit is zinloos.’ Hij wilde altijd een prachtig paleis hebben. ‘Maar wat heeft dat nou voor zin? De buren krijgen een twee keer zo groot paleis.’ Het idee alleen al drukte zwaar op hem, hij ging er kapot aan. Hij verloor alle plezier in het leven. Nu was het onmogelijk om ooit nog gelukkig te worden en deze God zou hem elke ochtend en avond komen martelen.

Dus zei hij op een goede dag: ‘Oké, geef me dan maar een prachtig gouden paleis.’
Onmiddellijk veranderde zijn hutje in een gouden paleis en hij zag dat de hele stad gouden paleizen had, grotere paleizen, twee keer zo groot, allemaal van goud. Alleen die van hem was de armzaligste.

Hij ging naar een advocaat, want waar moet je anders heen als je zulke legale problemen krijgt? De advocaat zei: ‘Maakt u zich maar geen zorgen.’ En God kan het zeker niet winnen van een advocaat. De advocaat zei: ‘Nu moet u vóór mijn huis een grote put maken zonder muur eromheen.’
Dus verscheen er een grote put voor zijn paleis en verschenen er twee putten voor die van alle anderen.

De advocaat zei: ‘Vraag nu: “Geef me één oog, laat het andere verdwijnen.”’ De man zei: ‘Wat zeg je me nou?’ En de advocaat zei: ‘Wacht maar af. Wet is wet.’ Zijn ene oog verdween en beide ogen van zijn buren verdwenen. Nu, de hele stad blind… twee putten in elke paleistuin… mensen begonnen in de putten te vallen, mensen gingen dood. En de man was zielsgelukkig.
Hij zei: ‘Nu zijn al mijn verlangens vervuld!’
 
Vergeet iedereen anders, kijk gewoon naar wat God je gegeven heeft en er rijst dankbaarheid in je op. Er bestaat in feite geen enkele reden waarom dit bestaan er is, geen reden voor de regen van vanochtend, voor deze melodie, dit prachtige lied dat de wolken om je heen zingen.

Als het er niet was geweest hadden we niet kunnen klagen. Als het er niet was geweest hadden we niet kunnen vragen dat het er zou moeten zijn. Het is er gewoon, zonder dat we erom gevraagd hebben. Het is er. We hebben niet eens op de deur geklopt en de deur staat open. En er regenen miljoenen geschenken op je neer. Kijk gewoon eens naar die geschenken en je zult versteld staan. Je zult ervan versteld staan hoe je ze misgelopen bent.

Alleen al de blijdschap van ademhalen is genoeg om dankbaar voor te zijn, alleen al de blijdschap van stil niets zitten doen… De blijdschap van een ochtend of een avond, de blijdschap van de nacht… Blijf gewoon zoeken naar wat blij maakt en je zult het vinden.  


Je vindt alleen dat wat je zoekt. Je hebt naar ellende gezocht, nou, dan kun je ellende creëren. Vandaag regent het en morgen zal het niet regenen, dan kun je je morgen dus ellendig voelen. ‘Waarom regent het vandaag niet?’ En als het regent ben je niet dankbaar.
Begin je dankbaar te voelen. Blijdschap komt dichterbij naarmate je meer dankbaar wordt. Dankbaarheid werkt als een magneet. Iemand die klaagt stoot blijdschap af, dat doet deuren dicht.

Het hangt allemaal van jou af. Ik kan je de weg wel wijzen maar je zult hem zelf moeten gaan. Boeddha heeft gezegd: ‘Boeddha’s kunnen alleen de weg wijzen, ze kunnen niet voor jou gaan lopen.’ Jij zult moeten lopen. Ik wijs je de weg, maar jij moet heel slim, efficiënt, worden om voor jezelf ellende te creëren.

Verander de richting van je energieën. Kanaliseer ze naar de vreugde, de schoonheid toe… die koekoek die in de verte roept. En beetje bij beetje zul je zoveel dingen gaan zien die er waren zonder dat jij ze zag. Je ogen zaten vol met ellende, daarom heb je het gemist. Je ogen waren bewolkt, ze waren wazig, mistig, daarom heb je het gemist. En je kunt het op een haar na missen, je kunt het door een kleine gedachte missen.


Himalaya herfst, Makalu, Tibet. Kharta, 8000 meter.
Foto van Marc Adamus.
 
Een kleine gedachte kan een hindernis worden en je loopt heel de schoonheid van de uitgestrekte Himalaya mis. Je kunt daar staan kijken naar de prachtige pieken van de Himalaya, met de zon die op de Himalayasneeuw valt, overal goud rondom strooit, dan komt er een gedachte in je op en de Himalaya is verdwenen, de gedachte vertroebelt je blik.

Je herinnert je iets, de vorige dag heeft iemand je beledigd en dat is genoeg. Of je begint plannen te maken voor de toekomst, ‘morgen moet ik vertrekken,’ en de Himalaya is verdwenen. Terwijl de gedachte nog zo klein is en de Himalaya zo groot…
Maar zelfs een kleine gedachte kan in de weg zitten. De gedachte zit zo dicht bij je en kan er tussenin komen. Er kan gewoon een klein stofdeeltje in je oog komen en gewoon zo’n klein deeltje, bijna onzichtbaar, kan je verblinden, zodat je je ogen niet open kunt doen om de zon te zien schijnen.
 
Osho: The Sun Rises in the Evening – Talks on Zen, p. 244-248.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.   
Afbeeldingen:
Image by Muzaffer Karademir from Pixabay.
http://zliving.azureedge.net/zliving/zliving/media/zliving/fitness/fit-fashion/articles/736×366/conscious-breathing-for-kids-1076×616.jpg?ext=.jpg
http://www.marcadamus.com/images/xl/Himalaya-Autumn.jpg

Vorige verhalen


Neem je paraplu mee!

 


Snoepjes en beledigingen

 


De rivier en de landkaart

 


De trein naar de hemel en de trein naar de hel

 


Diepte van begrip

 

Neem je paraplu mee!

Als je om regen bidt, kun je maar beter je paraplu meenemen!

Ik heb eens horen vertellen…
Op een dag gebeurde het in een stad: de regens bleven maar uit. Het begon al laat te worden in het seizoen, dus riep de priester van de stad op een ochtend alle mensen bijeen om naar de tempel te komen zodat ze konden bidden dat het zou gaan regenen.


 
De hele stad liep uit – en de hele stad moest lachen om een bepaald kind. Een klein kind was met een paraplu gekomen. Daar moesten ze allemaal om lachen en ze zeiden: ‘Jij dwaas, waarom loop je met je paraplu? Straks raak je hem nog kwijt. Er komt toch geen regen.’
Het kind zei: ‘Maar ik dacht dat als jullie om regen gingen bidden, dat de regens wel zouden komen.’
Er was alleen maar één kind met een paraplu gekomen. Hoe zouden er dan regens kunnen komen? Als dat kind had gebeden was er mogelijk wel regen geweest.
 
Geloof kan alleen maar totaal zijn, anders niet. En die mensen die dat kind uit stonden te lachen waren gewoon stom. Als je geloof niet totaal is, waarom ga je dan staan bidden? En als je gebed niet verhoord gaat worden, dan zeg je dat je altijd al geweten had dat het niet zou gebeuren.
 
Osho: The True Sage – Talks on Hassidism, p.148.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.   
Image by G Poulsen from Pixabay.

Vorige verhalen


Snoepjes en beledigingen

 


De rivier en de landkaart

 


De trein naar de hemel en de trein naar de hel

 


Diepte van begrip

 


De engel en de Baul

 

Snoepjes en beledigingen

‘Jullie kunnen je beledigingen mee terug naar huis nemen! Voor jullie dwaasheid hoef ik mezelf niet te straffen!’


Boeddha trok eens door een dorp. Een paar mensen die tegen hem waren kwamen bijeen om hem tot op het bot te beledigden. Hij luisterde er in stilte naar, met veel geduld. In feite begonnen de mensen onrustig te worden omdat hij zo geduldig was. Ze begonnen zich ongemakkelijk te voelen, want als je iemand beledigt en hij luistert ernaar alsof het muziek is, dan is er iets mis. Wat is er aan de hand? Ze begonnen elkaar aan te kijken. Toen vroeg iemand aan Boeddha: ‘Wat is er? Begrijp je niet wat we zeggen?’

Boeddha zei: ‘Omdát ik het kan begrijpen, daarom ben ik zo stil. Als jullie tien jaar eerder waren gekomen was ik bovenop jullie gesprongen. Toen was er geen begrip. Nu begrijp ik het wel. En voor jullie dwaasheid kan ik mezelf niet straffen. Het is aan jullie de keus om al dan niet te beledigen, maar het is mijn vrijheid om het al dan niet in te nemen. Jullie kunnen je beledigingen niet aan mij opdringen. Ik weiger ze gewoon, ze zijn het niet waard. Je kunt ze weer mee naar huis nemen, ik weiger om ze aan te nemen.’

De mensen stonden verwilderd te kijken. Ze begrepen maar niet wat er aan de hand was. Ze zeiden: ‘Leg ons dat alstublieft eens uit.’
Hij zei: ‘Ga zitten en luister naar me. In het vorige dorp waar ik doorheen kwam waren mensen met snoepjes en bloemenslingers aan komen zetten, maar omdat ik een volle maag had zei ik tegen ze: “Het gaat me niet lukken om iets te eten. Neem alsjeblieft jullie geschenken weer mee en geef ze aan de andere mensen in het dorp als prasad, mijn geschenk aan de mensen van het dorp.” Wat denken jullie dat ze deden?’
Iemand zei: ‘Ze zijn vast het dorp ingegaan om de snoepjes uit te delen.’
Boeddha zei: ‘Luister dan, wat gaan jullie doen? Jullie komen met beledigingen aanzetten en ik zeg dat mijn maag vol is en dat ik ze niet ga aannemen… Als ik jullie belediging eenmaal aanneem, begin ik mezelf te straffen.’
 
Osho: The True Sage – Talks on Hassidism, p. 88-89.
 
Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.   
Image by vramanbala from Pixabay.

Vorige verhalen


De rivier en de landkaart

 


De trein naar de hemel en de trein naar de hel

 


Diepte van begrip

 


De engel en de Baul

 


Het viooltje staat als nieuw fris te bloeien!

 

De rivier en de landkaart

Ga met de rivier mee, niet met de landkaart.
Drijf met het leven mee, niet met de geschriften!


 Laat me je een verhaal vertellen. Het gebeurde eens: er was eens een man die gefascineerd was door de rivier die langs zijn dorp stroomde. En hij wilde stroomaf gaan, helemaal naar het einde, om te zien waar de rivier in de oceaan terecht kwam. Hij begon natuurlijk de oude geschriften te raadplegen om erachter te komen of iemand ooit stroomafwaarts was gegaan. Velen hadden dat gedaan. Door de eeuwen heen waren er velen gefascineerd geraakt. Maar hij stond voor een raadsel omdat hun antwoorden zo verschillend waren.
Hij kon het maar niet geloven. De ene zei dat de rivier recht was. Maar iemand anders zei iets anders: dat de rivier na vijf mijl een bocht naar rechts maakt terwijl weer een ander zei dat de rivier precies na vijf mijl een bocht naar links maakt.

Toen hij zoveel verwarring in de geschriften tegenkwam ging hij mensen opzoeken. Misschien leefde iemand nog die stroomafwaarts was gegaan. Vele mensen deden maar alsof omdat het zo’n goed gevoel geeft om advies te geven. Er zit zo’n diep verlangen in iedereen om goeroe te worden want het voelt zo goed voor het ego. Iedereen wordt een wijze als het erom gaat iemand anders advies te geven. Ook al heeft hij zijn leven lang bewezen dat hij een een dwaas was, hij wordt een wijze, met heel wat adviezen, als iemand anders in de moeilijkheden zit. Niemand neemt dat aan natuurlijk en het is maar goed ook dat niemand het advies van een ander aanneemt.

Er waren in de stad dus velen die adviseerden of pretendeerden het te weten. Hij zocht ze op. Hij raakte nog meer in de war want iedereen hield er zijn eigen idee op na. Hij verzamelde veel materiaal. Hij maakte er een kaart van. Op papier zag alles er volkomen prachtig uit. Op papier is het dat altijd. Op die manier is elk geschrift prachtig – de gita, de koran, de talmoed – op papier. En hij liet alles vallen wat in tegenspraak was: hij maakte van alles een consistent geheel.  

Nou was deze consistente rivier gewoon een mentaal concept. Toen hij helemaal in zijn nopjes was met het plan, met de kaart, begon hij aan de reis stroomafwaarts. Onmiddellijk deden zich problemen voor want hij was na vijf mijl van plan geweest om naar links te gaan, maar de rivier wilde de kaart niet volgen. Hij raakte in verwarring en werd bang. Nu was alle moeite om wijsheid te vergaren voor niets geweest, want de rivier wilde niet naar hem luisteren. Geen enkele rivier luistert naar jouw kaarten.
Hij maakte zich grote zorgen om door onbekend terrein te reizen, misschien lag er wel gevaar op de loer. Maar hij moest wel met de rivier meegaan. Wat moet je nou als de rivier de kaart niet kan volgen? Dan moet je de rivier volgen. Hij kon er de hele nacht niet van slapen.

De volgende ochtend zat hij op een dorp te wachten aan de oever van de rivier. Deze kwam nooit tevoorschijn. Hij had honger. Hij was nu ten einde raad. Wat nu? Hadden al die geschriften nu ongelijk? Nee, ze hadden geen ongelijk. Maar de rivier is een rivier, ze verandert van koers. Misschien heeft er ooit een dorp gestaan, maar dorpen bestaan en verdwijnen. De rivier blijft van koers veranderen. Misschien was ze ooit naar links gegaan, nu gaat ze naar rechts. Rivieren zijn niet logisch, niet consistent. Ze leven simpelweg. Je weet het maar nooit.

Hij had honger, hij was verward. De kaart zag er volslagen absurd uit. Wat nu? De rivier bracht hem in de moeilijkheden. In stilte, alleen, drijvend op de rivier, begon hij te mediteren: wat nu? De geschriften hebben niets geholpen, advies is waardeloos geweest, wat moet hij nu doen? Hij begon te mediteren.
Plotseling begon hij zich te realiseren: ‘De rivier is niet de oorzaak van het probleem maar de kaart. De rivier veroorzaakt geen enkel probleem. De rivier beseft niet eens dat ik hier ben. En de rivier kan me niet vijandig gezind zijn.’ Hij gooide de kaarten in de rivier. Het was afgelopen met de moeilijkheden. Nu begon hij met de rivier mee te drijven, zonder enige verwachting. Hij raakte nooit meer gefrustreerd.
 
Osho: The True Sage – Talks on Hassidism, p. 53-56.
 
De rivier van het leven stroomt naar de oceaan.
Als je erop vertrouwt stroom je met de rivier mee.
Je ligt al in de rivier maar je klampt je nog vast aan een paar dode wortels aan de oever,
of je probeert tegen de stroom in te worstelen.

Door je vast te klampen aan geschriften, aan dogma’s, doctrines,
laat je de rivier niet toe om je door haar mee te laten voeren.
Laat al die doctrines, alle dogma’s, alle geschriften varen.
Het leven is het enige geschrift, de enige bijbel.
Vertrouw erop en laat je ermee naar de oceaan voeren, naar het Ultieme.

 
Osho, The Search – Talks on The Ten Bulls of Zen, p. 27.
 
Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.   
Image by André Santana Design André Santana from Pixabay.

Vorige verhalen


De trein naar de hemel en de trein naar de hel

 


Diepte van begrip

 


De engel en de Baul

 


Het viooltje staat als nieuw fris te bloeien!

 


De schaar en de naald

 

De trein naar de hemel en de trein naar de hel

Ik heb eens gehoord… er was eens een Engelse denker, Edmund Burke. Hij ging op zondag altijd naar de kerk – hij was geen gelovige, maar hij mocht de prediker wel en de manier waarop hij sprak.
Iemand vroeg aan hem: ‘U bent geen gelovige en u bent geen godsdienstig mens, waarom gaat u dan elke zondag en met zoveel regelmaat?’
Hij zei: ‘Zo af en toe zie ik graag iemand die echt gelooft. Het is op zichzelf al prachtig, gewoon om iemand te zien die een geloof heeft. Ik heb helemaal geen geloof maar deze prediker is een man van geloof. Misschien heeft hij het wel mis – ik weet dat hij het mis heeft, maar dat maakt niets uit. Hij is prachtig in zijn geloof. Het lijkt wel of hij het voor elkaar heeft. Misschien leeft hij wel in een illusie, maar dat is het punt niet. Ik ben voortdurend bezig om iets te bereiken en hij heeft het al voor elkaar. Daarom ga ik daarheen, gewoon om naar hem te kijken.’

   Edmund Burke

Op een dag vroeg hij aan de priester -want de priester had die avond gepreekt dat mensen die goed zijn en deugdzaam, en in God geloven, naar de hemel zullen gaan- Burke vroeg na de preek aan de priester: ‘Hoe zit het met mensen die goed en deugdzaam zijn, maar niet in God geloven? Waar gaan zij naar toe? Gaan zij naar de hemel? Als u ja zegt dan is het niet nodig om in God te geloven. Dan heeft het geloof, heel die hypothese, geen enkele zin! Als iemand alleen door deugdzaam te zijn naar de hemel kan gaan, wat heeft het geloof dan voor zin? En als u zegt dat mensen die deugdzaam en goed zijn en niet in God geloven naar de hel zullen moeten gaan, wat heeft het dan voor zin om deugdzaam en goed te zijn? Dan is het genoeg om alleen in God te geloven.’

Deze Burke was een logicus en de priester stond voor een raadsel. Hij zei: ‘Geef me een paar dagen, ik zal op onderzoek uit moeten gaan. Ik weet niet wat er precies gaat gebeuren.’ 
Zeven dagen lang probeerde hij vanuit alle hoeken en kanten iets te bedenken, maar hij kon het niet vatten, want de puzzel lag daar.  Als hij ja zegt dan is er een probleem. Als hij nee zegt dan is er ook een probleem.
Op de zevende dag ging hij naar de kerk, een uur voor zijn preek. Hij ging naar het terras, zat daar te piekeren, deed zijn ogen dicht. Hij had die hele nacht niet kunnen slapen want hij lag maar te denken en te denken en te denken. En toen viel hij in slaap en begon hij te dromen. In de droom zag hij zichzelf in een trein op weg ergens naar toe. ‘Waar gaat die trein heen?’

En de mensen zeiden: ‘We gaan naar de hemel.’
Hij zei: ‘Dat is goed. Dat is juist. Ik zal eens vragen waar die deugdzame mensen gebleven zijn, zoals bijvoorbeeld Socrates: goed, deugdzaam, maar hij geloofde nooit in God. Waar zijn ze?’
Zo ging hij dus de hemel binnen. Maar het stond hem niet aan zoals het eruit zag. Het zag er een beetje vervallen uit, geen blijdschap, een beetje saai, geen opwinding. Stil natuurlijk, maar het zag er doods uit. Hij kon maar niet geloven dat dit de hemel was.

Toen vroeg hij: ‘Wanneer vertrekt de trein naar de hel?’
De trein stond klaar, dus stapte hij in. De trein ging naar de hel. Weer kon hij zijn ogen niet geloven want het zag er allemaal echt prachtig uit. Prachtige bomen, bladgroen, bloemen, zingende vogels en iedereen was blij.
Hij zei: ‘Er is iets mis! Dit lijkt wel op de hemel.’

Hij ging de stad in. Hij vroeg aan de mensen: ‘Is Socrates hier?’
Ze zeiden: ‘Ja, hij werkt op het land.’
Dus ging hij naar Socrates toe en zei: ‘Bent u hier? U, goed en deugdzaam, maar u geloofde niet in God? Bent u daarom in de hel gegooid?’
Hij zei: ‘Ik weet helemaal niets over de hel, maar sinds we hier zijn aangekomen hebben we het in de hemel veranderd.’

Hij was in een shock, deed zijn ogen open. Edmund Burke stond beneden te wachten. Hij ging naar hem toe en zei: ‘Ik weet het niet precies, maar ik zal je vertellen wat voor een droom ik heb gehad. In die droom kwam ik tot het besef: mensen die goed en deugdzaam zijn, waar ze ook heengaan, die plek wordt de hemel. Zo is het mij in mijn droom geopenbaard.’

Osho: Tao, The Three Treasures –Talks on Fragments from Tao Te Ching by Lao Tzu, Vol. 4, p. 40-43.
 
Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.   
http://peter-moore.co.uk/wp-content/uploads/2013/08/edmund-burke.jpg
Image by Iryna Rodríguez from Pixabay.

Vorige verhalen


Diepte van begrip

 


De engel en de Baul

 


Het viooltje staat als nieuw fris te bloeien!

 


De schaar en de naald

 


Liefde is de essentie