1001 verhalen

Snoepjes en beledigingen

‘Jullie kunnen je beledigingen mee terug naar huis nemen! Voor jullie dwaasheid hoef ik mezelf niet te straffen!’


Boeddha trok eens door een dorp. Een paar mensen die tegen hem waren kwamen bijeen om hem tot op het bot te beledigden. Hij luisterde er in stilte naar, met veel geduld. In feite begonnen de mensen onrustig te worden omdat hij zo geduldig was. Ze begonnen zich ongemakkelijk te voelen, want als je iemand beledigt en hij luistert ernaar alsof het muziek is, dan is er iets mis. Wat is er aan de hand? Ze begonnen elkaar aan te kijken. Toen vroeg iemand aan Boeddha: ‘Wat is er? Begrijp je niet wat we zeggen?’

Boeddha zei: ‘Omdát ik het kan begrijpen, daarom ben ik zo stil. Als jullie tien jaar eerder waren gekomen was ik bovenop jullie gesprongen. Toen was er geen begrip. Nu begrijp ik het wel. En voor jullie dwaasheid kan ik mezelf niet straffen. Het is aan jullie de keus om al dan niet te beledigen, maar het is mijn vrijheid om het al dan niet in te nemen. Jullie kunnen je beledigingen niet aan mij opdringen. Ik weiger ze gewoon, ze zijn het niet waard. Je kunt ze weer mee naar huis nemen, ik weiger om ze aan te nemen.’

De mensen stonden verwilderd te kijken. Ze begrepen maar niet wat er aan de hand was. Ze zeiden: ‘Leg ons dat alstublieft eens uit.’
Hij zei: ‘Ga zitten en luister naar me. In het vorige dorp waar ik doorheen kwam waren mensen met snoepjes en bloemenslingers aan komen zetten, maar omdat ik een volle maag had zei ik tegen ze: “Het gaat me niet lukken om iets te eten. Neem alsjeblieft jullie geschenken weer mee en geef ze aan de andere mensen in het dorp als prasad, mijn geschenk aan de mensen van het dorp.” Wat denken jullie dat ze deden?’
Iemand zei: ‘Ze zijn vast het dorp ingegaan om de snoepjes uit te delen.’
Boeddha zei: ‘Luister dan, wat gaan jullie doen? Jullie komen met beledigingen aanzetten en ik zeg dat mijn maag vol is en dat ik ze niet ga aannemen… Als ik jullie belediging eenmaal aanneem, begin ik mezelf te straffen.’
 
Osho: The True Sage – Talks on Hassidism, p. 88-89.
 
Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.   
Image by vramanbala from Pixabay.

Vorige verhalen


De rivier en de landkaart

 


De trein naar de hemel en de trein naar de hel

 


Diepte van begrip

 


De engel en de Baul

 


Het viooltje staat als nieuw fris te bloeien!

 

De rivier en de landkaart

Ga met de rivier mee, niet met de landkaart.
Drijf met het leven mee, niet met de geschriften!


 Laat me je een verhaal vertellen. Het gebeurde eens: er was eens een man die gefascineerd was door de rivier die langs zijn dorp stroomde. En hij wilde stroomaf gaan, helemaal naar het einde, om te zien waar de rivier in de oceaan terecht kwam. Hij begon natuurlijk de oude geschriften te raadplegen om erachter te komen of iemand ooit stroomafwaarts was gegaan. Velen hadden dat gedaan. Door de eeuwen heen waren er velen gefascineerd geraakt. Maar hij stond voor een raadsel omdat hun antwoorden zo verschillend waren.
Hij kon het maar niet geloven. De ene zei dat de rivier recht was. Maar iemand anders zei iets anders: dat de rivier na vijf mijl een bocht naar rechts maakt terwijl weer een ander zei dat de rivier precies na vijf mijl een bocht naar links maakt.

Toen hij zoveel verwarring in de geschriften tegenkwam ging hij mensen opzoeken. Misschien leefde iemand nog die stroomafwaarts was gegaan. Vele mensen deden maar alsof omdat het zo’n goed gevoel geeft om advies te geven. Er zit zo’n diep verlangen in iedereen om goeroe te worden want het voelt zo goed voor het ego. Iedereen wordt een wijze als het erom gaat iemand anders advies te geven. Ook al heeft hij zijn leven lang bewezen dat hij een een dwaas was, hij wordt een wijze, met heel wat adviezen, als iemand anders in de moeilijkheden zit. Niemand neemt dat aan natuurlijk en het is maar goed ook dat niemand het advies van een ander aanneemt.

Er waren in de stad dus velen die adviseerden of pretendeerden het te weten. Hij zocht ze op. Hij raakte nog meer in de war want iedereen hield er zijn eigen idee op na. Hij verzamelde veel materiaal. Hij maakte er een kaart van. Op papier zag alles er volkomen prachtig uit. Op papier is het dat altijd. Op die manier is elk geschrift prachtig – de gita, de koran, de talmoed – op papier. En hij liet alles vallen wat in tegenspraak was: hij maakte van alles een consistent geheel.  

Nou was deze consistente rivier gewoon een mentaal concept. Toen hij helemaal in zijn nopjes was met het plan, met de kaart, begon hij aan de reis stroomafwaarts. Onmiddellijk deden zich problemen voor want hij was na vijf mijl van plan geweest om naar links te gaan, maar de rivier wilde de kaart niet volgen. Hij raakte in verwarring en werd bang. Nu was alle moeite om wijsheid te vergaren voor niets geweest, want de rivier wilde niet naar hem luisteren. Geen enkele rivier luistert naar jouw kaarten.
Hij maakte zich grote zorgen om door onbekend terrein te reizen, misschien lag er wel gevaar op de loer. Maar hij moest wel met de rivier meegaan. Wat moet je nou als de rivier de kaart niet kan volgen? Dan moet je de rivier volgen. Hij kon er de hele nacht niet van slapen.

De volgende ochtend zat hij op een dorp te wachten aan de oever van de rivier. Deze kwam nooit tevoorschijn. Hij had honger. Hij was nu ten einde raad. Wat nu? Hadden al die geschriften nu ongelijk? Nee, ze hadden geen ongelijk. Maar de rivier is een rivier, ze verandert van koers. Misschien heeft er ooit een dorp gestaan, maar dorpen bestaan en verdwijnen. De rivier blijft van koers veranderen. Misschien was ze ooit naar links gegaan, nu gaat ze naar rechts. Rivieren zijn niet logisch, niet consistent. Ze leven simpelweg. Je weet het maar nooit.

Hij had honger, hij was verward. De kaart zag er volslagen absurd uit. Wat nu? De rivier bracht hem in de moeilijkheden. In stilte, alleen, drijvend op de rivier, begon hij te mediteren: wat nu? De geschriften hebben niets geholpen, advies is waardeloos geweest, wat moet hij nu doen? Hij begon te mediteren.
Plotseling begon hij zich te realiseren: ‘De rivier is niet de oorzaak van het probleem maar de kaart. De rivier veroorzaakt geen enkel probleem. De rivier beseft niet eens dat ik hier ben. En de rivier kan me niet vijandig gezind zijn.’ Hij gooide de kaarten in de rivier. Het was afgelopen met de moeilijkheden. Nu begon hij met de rivier mee te drijven, zonder enige verwachting. Hij raakte nooit meer gefrustreerd.
 
Osho: The True Sage – Talks on Hassidism, p. 53-56.
 
De rivier van het leven stroomt naar de oceaan.
Als je erop vertrouwt stroom je met de rivier mee.
Je ligt al in de rivier maar je klampt je nog vast aan een paar dode wortels aan de oever,
of je probeert tegen de stroom in te worstelen.

Door je vast te klampen aan geschriften, aan dogma’s, doctrines,
laat je de rivier niet toe om je door haar mee te laten voeren.
Laat al die doctrines, alle dogma’s, alle geschriften varen.
Het leven is het enige geschrift, de enige bijbel.
Vertrouw erop en laat je ermee naar de oceaan voeren, naar het Ultieme.

 
Osho, The Search – Talks on The Ten Bulls of Zen, p. 27.
 
Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.   
Image by André Santana Design André Santana from Pixabay.

Vorige verhalen


De trein naar de hemel en de trein naar de hel

 


Diepte van begrip

 


De engel en de Baul

 


Het viooltje staat als nieuw fris te bloeien!

 


De schaar en de naald

 

De trein naar de hemel en de trein naar de hel

Ik heb eens gehoord… er was eens een Engelse denker, Edmund Burke. Hij ging op zondag altijd naar de kerk – hij was geen gelovige, maar hij mocht de prediker wel en de manier waarop hij sprak.
Iemand vroeg aan hem: ‘U bent geen gelovige en u bent geen godsdienstig mens, waarom gaat u dan elke zondag en met zoveel regelmaat?’
Hij zei: ‘Zo af en toe zie ik graag iemand die echt gelooft. Het is op zichzelf al prachtig, gewoon om iemand te zien die een geloof heeft. Ik heb helemaal geen geloof maar deze prediker is een man van geloof. Misschien heeft hij het wel mis – ik weet dat hij het mis heeft, maar dat maakt niets uit. Hij is prachtig in zijn geloof. Het lijkt wel of hij het voor elkaar heeft. Misschien leeft hij wel in een illusie, maar dat is het punt niet. Ik ben voortdurend bezig om iets te bereiken en hij heeft het al voor elkaar. Daarom ga ik daarheen, gewoon om naar hem te kijken.’

   Edmund Burke

Op een dag vroeg hij aan de priester -want de priester had die avond gepreekt dat mensen die goed zijn en deugdzaam, en in God geloven, naar de hemel zullen gaan- Burke vroeg na de preek aan de priester: ‘Hoe zit het met mensen die goed en deugdzaam zijn, maar niet in God geloven? Waar gaan zij naar toe? Gaan zij naar de hemel? Als u ja zegt dan is het niet nodig om in God te geloven. Dan heeft het geloof, heel die hypothese, geen enkele zin! Als iemand alleen door deugdzaam te zijn naar de hemel kan gaan, wat heeft het geloof dan voor zin? En als u zegt dat mensen die deugdzaam en goed zijn en niet in God geloven naar de hel zullen moeten gaan, wat heeft het dan voor zin om deugdzaam en goed te zijn? Dan is het genoeg om alleen in God te geloven.’

Deze Burke was een logicus en de priester stond voor een raadsel. Hij zei: ‘Geef me een paar dagen, ik zal op onderzoek uit moeten gaan. Ik weet niet wat er precies gaat gebeuren.’ 
Zeven dagen lang probeerde hij vanuit alle hoeken en kanten iets te bedenken, maar hij kon het niet vatten, want de puzzel lag daar.  Als hij ja zegt dan is er een probleem. Als hij nee zegt dan is er ook een probleem.
Op de zevende dag ging hij naar de kerk, een uur voor zijn preek. Hij ging naar het terras, zat daar te piekeren, deed zijn ogen dicht. Hij had die hele nacht niet kunnen slapen want hij lag maar te denken en te denken en te denken. En toen viel hij in slaap en begon hij te dromen. In de droom zag hij zichzelf in een trein op weg ergens naar toe. ‘Waar gaat die trein heen?’

En de mensen zeiden: ‘We gaan naar de hemel.’
Hij zei: ‘Dat is goed. Dat is juist. Ik zal eens vragen waar die deugdzame mensen gebleven zijn, zoals bijvoorbeeld Socrates: goed, deugdzaam, maar hij geloofde nooit in God. Waar zijn ze?’
Zo ging hij dus de hemel binnen. Maar het stond hem niet aan zoals het eruit zag. Het zag er een beetje vervallen uit, geen blijdschap, een beetje saai, geen opwinding. Stil natuurlijk, maar het zag er doods uit. Hij kon maar niet geloven dat dit de hemel was.

Toen vroeg hij: ‘Wanneer vertrekt de trein naar de hel?’
De trein stond klaar, dus stapte hij in. De trein ging naar de hel. Weer kon hij zijn ogen niet geloven want het zag er allemaal echt prachtig uit. Prachtige bomen, bladgroen, bloemen, zingende vogels en iedereen was blij.
Hij zei: ‘Er is iets mis! Dit lijkt wel op de hemel.’

Hij ging de stad in. Hij vroeg aan de mensen: ‘Is Socrates hier?’
Ze zeiden: ‘Ja, hij werkt op het land.’
Dus ging hij naar Socrates toe en zei: ‘Bent u hier? U, goed en deugdzaam, maar u geloofde niet in God? Bent u daarom in de hel gegooid?’
Hij zei: ‘Ik weet helemaal niets over de hel, maar sinds we hier zijn aangekomen hebben we het in de hemel veranderd.’

Hij was in een shock, deed zijn ogen open. Edmund Burke stond beneden te wachten. Hij ging naar hem toe en zei: ‘Ik weet het niet precies, maar ik zal je vertellen wat voor een droom ik heb gehad. In die droom kwam ik tot het besef: mensen die goed en deugdzaam zijn, waar ze ook heengaan, die plek wordt de hemel. Zo is het mij in mijn droom geopenbaard.’

Osho: Tao, The Three Treasures –Talks on Fragments from Tao Te Ching by Lao Tzu, Vol. 4, p. 40-43.
 
Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.   
http://peter-moore.co.uk/wp-content/uploads/2013/08/edmund-burke.jpg
Image by Iryna Rodríguez from Pixabay.

Vorige verhalen


Diepte van begrip

 


De engel en de Baul

 


Het viooltje staat als nieuw fris te bloeien!

 


De schaar en de naald

 


Liefde is de essentie

Diepte van begrip

Wat is diepte van begrip? Diepte van begrip is als je in andermans schoenen kunt staan, als je door de ogen van een ander kunt kijken, als je met de handen van een ander kunt voelen, als je in het wezen van de ander kunt staan, in het centrum van de ander en van hem uit kunt kijken – hoe hij voelt, wat hij voelt, wat hij zegt.

Een weetal is altijd blind, zit altijd te argumenteren. Hij heeft altijd gelijk en de ander heeft altijd ongelijk. Hij discussieert altijd, je gaat walgen van zijn discussies. Hij is altijd arrogant en altijd in de verdediging. Hij kan nergens begrip voor opbrengen. Hij zal wat je ook zegt ontkennen, hij zal nee zeggen omdat hij weet dat er macht schuilt in nee.

Onthoud dit: iemand die de kracht van ja zeggen niet geleerd heeft is nog niet wijs. Hij blijft nee zeggen omdat hij zich machtig voelt altijd als hij nee zegt. Heb je het al eens gevoeld? Je voelt je je machtig als je gewoon nee zegt. Als je ja zegt voelt dat als een overgave.  ‘Ja’ wordt moeilijk en daarom blijf je maar iedereen tegenspreken die iets zegt. Je hebt altijd gelijk. Hoe is dat nou mogelijk?

Heel deze wereld, zoveel vormen van bewustzijn, zoveel manieren om tegen het leven aan te kijken… iedereen zou ongelijk hebben, alleen jíj hebt gelijk? Dat lijkt wel een heel erge arrogante en gewelddadige kijk op de dingen. Een verstandig mens begrijpt wel dat iedereen op de een of andere manier gelijk moet hebben.


Op een goede dag werd een soefi mysticus tot kazi benoemd, hij werd tot rechter benoemd. Hij was een wijs man, een man van begrip, wat Lao Tse van diep begrip noemt. Hij kreeg zijn eerste zaak. De eerste partij gaf zijn betoog. Hij luisterde aandachtig en zei toen: ‘Gelijk, absoluut gelijk.’

De griffier van het gerechtshof maakte zich zorgen omdat hij de andere partij nog niet had aangehoord en hoe kan een rechter nou zoiets zeggen als hij de andere partij nog niet gehoord heeft? Daarom boog hij zich naar voren en fluisterde hem in het oor: ‘Ik denk dat u de gang van zaken in het gerechtshof niet kent. Zoiets moet u niet zeggen omdat het een oordeel is, de zaak is gesloten. Terwijl u de andere partij nog niet heeft gehoord!  Hoe kunt u nou tegen de ene partij zeggen dat ze gelijk hebben?’
De rechter zei: ‘U heeft gelijk. Laat me de andere partij aanhoren.’

Hij hoorde de andere partij aan, luisterde aandachtig en zei toen: ‘Gelijk, absoluut gelijk.’
Nu dacht de griffier, die man is gek. Hoe konden ze allebei gelijk hebben? Hij boog zich weer voorover en zei: ‘Wat doet u nu? Bent u soms dronken of bent u gek? Hoe kunnen ze nu allebei gelijk hebben?’
De rechter zei: ‘Natuurlijk hebt u gelijk. Hoe kunnen ze nu allebei gelijk hebben?’

Dit is nou een mens van diep begrip, voor wie iedereen gelijk heeft, want hij kan tot in het diepste van jouw wezen doordringen en jouw gezichtspunt ook zien. Hij zit niet gevangen in zijn eigen gezichtspunt, in zijn eigen filosofie, in zijn eigen doctrine. In feite heeft hij die helemaal niet. Hij is een open fenomeen. Hij kan in je komen en door jou heen kijken en zien waarom, waarom jij erop aandringt. Hij kan voelen waarom jij het gevoel hebt dat je gelijk hebt.

Maar zo iemand zal dan een mysterie zijn. Of je zegt dat hij gek is of je zegt dat hij een wijze is die boven de wereld staat en er niets mee te maken heeft om zich met ons leven te bemoeien.
 
Osho, Tao: The Three Treasures, Talks on Fragments from Lao Tzu’s Tao Te Ching,Vol. 1 # 9.
 
Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.   
Image by ekrem from Pixabay.

Vorige verhalen


De engel en de Baul

 


Het viooltje staat als nieuw fris te bloeien!

 


De schaar en de naald

 


Liefde is de essentie

 


De nutteloze boom (vervolg)

De engel en de Baul

Geweldig veel liefde voor het leven,
geweldig veel liefde voor deze aarde,
geweldig veel liefde voor al wat bestaat.

 
Ik heb eens horen vertellen… Op een goede dag kwam er een engel naar de aarde om de mens en zijn wereld te bekijken, want hij had al zoveel verhalen gehoord over de pracht van de mens dat hij zijn nieuwsgierigheid niet meer kon bedwingen.
Hij werd overweldigd door de schoonheid van de wereld: de bergtoppen in de zon en donkere bossen, de gierende winden en de kronkelende, regenboogkleurige valleien, de aarde door de dauw gekust, de krachtige geur van de aarde, de dieren, woeste en tamme. Overal was er zoveel schoonheid.


Maar de engel was vol ontzag toen hij de mens zag, want hij hoorde de muziek van het hart van de mens en het lied van de ziel van de mens. Hij werd tot over zijn oren verliefd op het mysterie van de mens. Het werd donker, maar hij bleef nog even hangen. De mens en zijn wereld hadden de engel zo bewogen dat hij aarzelde om weer te vertrekken. Maar uiteindelijk moest hij wel, zijn tijd was om, met tranen in zijn ogen gaan. Hij was zo omringd, verrijkt door dit avontuur op aarde, door deze ervaring, dat hij, voordat hij terugging naar zijn eigen wereld, een paar van ons op weg wilde helpen, gewoon uit pure blijdschap.
Hij keek eens rond, zag vier mensen samen wandelen. Hij ging naar ze toe en zei: ‘Ik ben gekomen om jullie allemaal een wens te laten doen.’ Door een gelukkig toeval waren het alle vier aspiranten op het spirituele pad.

De eerste nam het woord: ‘Onafgebroken ben ik op zoek geweest naar verre goddelijke waarheid, alleen maar strijd, strijd, strijd. Geef me spirituele vrede!’
‘Maar strijd is een van de vreugden van het leven,’ zei de engel, die de wens van de eerste zoeker niet begreep.
‘Ik zou graag vrede willen hebben,’ bleef de man aandringen.
Omdat dit zijn wens was veranderde de engel de jongeman in een koe die tevreden op het gras van een verafgelegen weide zat te kauwen.

Een beetje verstoord wendde de engel zich tot de andere aspirant.
‘God is zuiver maar ik niet,’ zei de ander. ‘Verlos me alstublieft van alle onzuiverheden, van passies, emoties, verlangens.’
‘Zijn die niet de bron zelf van het leven?’ vroeg de engel.
‘Maar ik wil het leven niet, ik wil zuiverheid!’ bleef de tweede man aandringen.
Toen sloot hij zijn ogen en wachtte op zijn transformatie. In een oogwenk was hij verdwenen en in een verre tempel verscheen er een marmeren beeld met zijn gelijkenis.

Toen zei de derde: ‘Maak mij volmaakt, ik neem gewoon geen genoegen met minder.’
Hij verdween maar verscheen nergens anders, want op de aarde is er niets volmaakt of kan dat ook zijn.

De engel wendde zich tot de vierde: ‘En wat is jouw wens?’
‘Ik heb geen wens,’ antwoordde deze gelukkige man.
‘Helemaal geen wens?’
‘Nee. Alleen om mens te zijn, volledig mens en levend.’

Er begon zich binnenin de engel weer een bijna uitgedoofde vreugde te roeren. Hij keek met verlangen op deze gezegende man neer en leunde toen naar voren om hem met een diepe liefde te omarmen. De vierde man vervolgde zijn weg en bezong de glorie van het leven, danste de vreugde van het leven.

 

Deze vierde man is de Baul. Je kunt een Baul niet op een andere manier definiëren. De Baul is geweldig veel liefde voor het leven, geweldig veel liefde voor deze aarde, geweldig veel liefde voor al wat bestaat.
De Baul is geen idealist, hij is een realist, heel aards. De Baul vraagt niet om een paradijs ergens anders, hij is al in het paradijs, hier-nu. De Baul is niet iemand die op zoek is, hij is iemand die het gevonden heeft.
De Baul is een siddha: iemand die het leven bekeken heeft en tot het besef is gekomen dat alles voorhanden is en dat het nergens voor nodig is om te zoeken. Je hoeft alleen maar deel te nemen aan dit mysterie dat wij leven noemen.
Hij danst, hij zingt, hij geniet, hij voelt zich gelukkig, zonder enige reden.

Dit is maar de helft van het verhaal, de andere helft komt nog.
De engel kwam in de hemel aan. God riep hem bij zich en vroeg hem: ‘Wat deed je daar op de aarde? Zat je weer aan mijn schepping te prutsen?’
De engel zei: ‘Het spijt me maar die mensen hadden verlangens, dat waren hun wensen. Ik heb ze gewoon geholpen om ze te vervullen.’
God zei: ‘Dat klopt. Ik ben niet boos, ik wilde het gewoon weten. Heb jij nog een wens om te vervullen?’
De engel zei: ‘Maak mij de vierde man terug op de aarde. Stuur me terug en maak de vierde man van mij.’

Laat dat ook jouw wens zijn. En je hoeft er niet eens om te vragen, want ze is al vervuld. Je bent een man op de aarde, een vrouw op de aarde. Geniet van deze gave van God! In diepe dankbaarheid, zing het lied, dans de dans die diep in je binnenste zit te wachten om tot uiting te worden gebracht. Wees creatief. Kom tot bloei.
 
Osho: The Beloved, Songs of the Baul mystics, Vol. 2, p. 260-262.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.   
Image by Alain Audet from Pixabay.

https://en.wikipedia.org/wiki/Baul#/media/File:Tharundas_baul.jpg

Vorige verhalen


Het viooltje staat als nieuw fris te bloeien!

 


De schaar en de naald

 


Liefde is de essentie

 


De nutteloze boom (vervolg)

 


De nutteloze boom

Het viooltje staat als nieuw fris te bloeien!

Een koning ging zijn tuin in en kwam stervende bomen, struiken en bloemen tegen. De eik zei dat hij doodging omdat hij niet zo hoog als de den kon zijn. Toen hij zich omdraaide naar de den zag hij dat deze verwelkte omdat hij geen vruchten kon geven zoals de wijnrank. En de wijnrank was aan het afsterven omdat ze niet kon bloeien zoals de roos. Hij vond het viooltje zo fris als nieuw te bloeien!


Bij navraag kreeg hij dit antwoord: ‘Toen u me plantte nam ik het voor lief dat u een viooltje wilde hebben. Als u een eik, een wijnrank of een roos had gewild, had u die wel geplant. Daarom redeneerde ik, omdat u me hier neergezet heeft, dat ik mijn best moet doen om te zijn wat u wilt. Ik kan niet anders zijn dan wat ik ben en daarom doe ik daar mijn uiterste best voor.’

Het viooltje zegt wat Boeddha heeft gezegd. Je bent hier omdat dit bestaan jou nodig heeft zoals je bent. Anders was iemand anders wel hier geweest! Dan had het bestaan jou niet geholpen om hier te zijn, had het jou niet geschapen. Je vervult iets heel essentieel, iets heel fundamenteels, ZOALS JE BENT.
 
Osho: Take It Easy – Talks on Zen Buddhism, Vol. 2, p. 101 – 102
 
Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.  
Image by Manfred Richter from Pixabay.

Vorige verhalen


De schaar en de naald

 


Liefde is de essentie

 


De nutteloze boom (vervolg)

 


De nutteloze boom

 


Twee eekhoorntjes op dak

 

De schaar en de naald

Een schaar knipt dingen uit elkaar, terwijl een naald ze weer bij elkaar brengt.
Gebruik alsjeblieft geen schaar waar je een naald nodig hebt!


 In het leven van een groot soefi mysticus Farid wordt vermeld dat een koning bij hem op bezoek kwam. Hij had een geschenk voor hem meegenomen: een prachtige schaar, goud met edelstenen bezet, uiterst waardevol, uiterst zeldzaam, iets unieks. Hij kwam om die schaar om aan Farid te schenken.


Umar Ibn al-Farid, عمربنعليبنالفارض, 1181 – 1235
 
Hij raakte Farid’s voeten aan en gaf de schaar aan hem. Farid nam haar aan, keek ernaar en gaf haar terug aan de koning met de woorden: ‘Heer, heel veel dank voor het geschenk dat u meegebracht heeft. Het is prachtig, maar volslagen nutteloos voor mij. Het zou beter zijn als u me een naald kon geven. Een schaar heb ik niet nodig; een naald is genoeg.’
De koning zei: ‘Ik snap het niet. Als je een naald nodig hebt, heb je ook een schaar nodig.’ 

Farid zei: ‘Ik praat in metaforen. Een schaar heb ik niet nodig want een schaar knipt dingen uit elkaar. Een naald heb ik nodig, want een naald zet dingen weer in elkaar.
Ik leer liefde. Heel mijn leer is gebaseerd op liefde – dingen in elkaar zetten, mensen verbondenheid leren. De schaar heeft geen enkel nut, ze knipt, ze verbreekt de verbinding. Als u nog een keer komt, dan is een gewone naald meer dan genoeg.’


Een blad met verzen van ‘De wijn van liefde en leven’ van Umar Ibn al-Farid
 
Osho: Unio Mystica – Talks on Hakim Sanai’s ‘The Hadiqa’, Vol. 2, p. 217–218.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.  
Image by Leopictures from Pixabay.

 Afbeeldingen:
http://andrejkoymasky.com/liv/fam/bioi1/ibnal01.jpg
 http://198.74.56.205/poeticvoices/content/uploads/2013/02/16_ibn-al-farid-FLAT.jpg

Vorige verhalen


Liefde is de essentie

 


De nutteloze boom (vervolg)

 


De nutteloze boom

 


Twee eekhoorntjes op dak

 


De soefi op Zelfmoord Punt

Liefde is de essentie

‘Heb lief en dan is al het andere toegestaan.’
 
Iemand vroeg eens aan Augustinus van Hippo: ‘Ik heb helemaal geen opleiding gehad en ik kan de geschriften of de grote theologische boeken niet lezen. Geef me gewoon een simpele boodschap. Ik ben echt een dwaas en ik kan ook niet zo goed dingen onthouden, geef me dus gewoon iets van de essentie, zodat ik dat kan onthouden en dat kan volgen.’


Augustinus van Hippo, 354-430.
 
Augustinus was een groot filosoof, een groot heilige en hij had geweldige preken gegeven, maar nog nooit had iemand om gewoon iets van de essentie gevraagd. Hij sloot zijn ogen en ze zeggen dat hij urenlang mediteerde.
Toen zei de man: ‘Vertel het mij alstublieft als u het gevonden heeft. Dan kan ik gaan, want ik zit al uren te wachten.’
Augustinus zei: ‘Ik kan niets anders vinden dan dit: heb lief en dan is al het andere toegestaan. Heb gewoon lief.’
 
Osho, Yoga, the Alpha and the Omega – Discourses on the Yoga Sutras of Patanjali, Vol.10, p. 248.
 
Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.  
Afbeelding: https://probaway.files.wordpress.com/2013/06/st_augustine_hippo_24.jpg

Vorige verhalen


De nutteloze boom (vervolg)

 


De nutteloze boom

 


Twee eekhoorntjes op dak

 


De soefi op Zelfmoord Punt

 


Eén enkele planeet, één mensheid

 

De nutteloze boom (vervolg)

Lao Tzu zegt tegen zijn discipelen:
‘Leer van deze boom.
Word net zo nutteloos als deze boom
en dan kan niemand jou omhakken.’


Leer iets van deze boom. Die boom is geweldig. Kijk nou, alle bomen zijn weg. Ze hadden waarde, daarom zijn ze weg. De ene boom was heel erg recht, daarom is hij weg. Hij was vast heel erg egoïstisch, recht, trots dat hij iemand was. Weg is hij. Deze boom is niet recht, er zit geen enkele rechte tak aan. Hij is helemaal niet trots, daarom bestaat hij.

Lao Tzu zegt tegen zijn discipelen: als je lang wil leven, word dan nutteloos. Maar bedenk wel wat hij bedoelt als hij ‘nutteloos’ zegt: wordt geen gebruiksvoorwerp, wordt geen ding. Als je een ding wordt, word je op de markt verkocht en opgekocht, dan word je een slaaf. Als je geen ding bent, wie kan jou dan kopen en wie kan jou verkopen?

Blijf God’s schepping. Word geen menselijk gebruiksvoorwerp en niemand zal van jou gebruik kunnen maken. En als niemand van jou gebruik kan maken zal je een mooi eigen leven leiden, onafhankelijk, vrij en blij. Als niemand gebruik van jou kan maken kan niemand jou reduceren tot een middel. Je wordt nooit beledigd, want er is geen grotere belediging in dit leven dan een middel te worden. De een of de ander gaat je gebruiken, je lichaam, je mind, je wezen.

Lao Tzu zegt: wordt een nul zodat niemand naar je kijkt en jij je leven kunt leiden zoals jíj het wilt leven. Niemand gaat zich met jou bemoeien.
 
Op een dag werd Lao Tzu’s discipel Chuang Tzu heel beroemd en de keizer stuurde zijn ministers uit om Chuang Tzu uit te nodigen om zijn eerste minister te worden.

   Chuang Tzu
 
Lao Tzu was erg boos. Hij zei: ‘Je hebt vast iets verkeerds gedaan, waarom is de keizer anders in jou geïnteresseerd? Je moet bewezen hebben ergens nuttig voor te zijn. Je moet mijn leer verkeerd begrepen hebben, hoe komt het anders dat de keizer in jou geïnteresseerd is geraakt? Nu kun je nooit meer rustig leven.’

Wees een nul zodat niemand ook maar op het idee komt dat je ergens nuttig voor kunt zijn. Er is een nutteloosheid die geweldig nuttig is. Lao Tzu noemt dat ‘het nut van de nutteloosheid.’ Maar het heeft zeker geen waarde, geen marktwaarde tenminste. Normaliter wil je iemand van waarde worden, een arts, een ingenieur, een schilder, een dichter, een mahatma (grote heilige). Je wilt iemand worden die waardevol is, die onmisbaar is voor de wereld.

Je wordt er heel gelukkig van als ze komen zeggen: ‘Als jij er niet meer bent kunnen we nooit iemand vinden om jou te vervangen.’ Jij wordt daar enorm gelukkig van, maar wat zeggen ze eigenlijk? Ze zeggen: ‘Jij bent iets wat we gebruiken.’
Hoe onmisbaarder je wordt, hoe meer je wordt gereduceerd tot een ding, hoe meer je vrijheid verloren gaat. Als je kunt sterven alsof er niets is gebeurd, als je van de wereld verdwijnt en er is zelfs geen spoor achtergebleven, dan…


Op een dag ging een groot taoïst dood en Lieh Tzu ging om zijn eer te betuigen, maar er waren duizenden mensen bijeengekomen. Hij stond voor een groot raadsel en hij keerde terug zonder zijn eer te betuigen aan de dode man en zijn dode lichaam. Een paar mensen gingen hem achterna en vroegen: ‘Waarom? U was gekomen om uw eer te bewijzen, waarom gaat u weer terug?’

Hij zei: ‘Deze man kan geen man van Tao geweest zijn. Zo veel mensen die huilen en wenen, hij moet op een of andere manier onmisbaar zijn geworden voor hun levens. Het bewijst dat hij van enig nut moet zijn geweest, waarom staan al die mensen anders te huilen en te wenen alsof hun vader is overleden of hun moeder is overleden of hun zoon is overleden? Waarom staan die mensen te huilen en te wenen? Hij is vast niet volkomen nutteloos geweest. Er moet vast iets van nut geweest zijn, daarom ga ik weer terug. Hij heeft de meester niet juist gevolgd.’
 
Osho: Tao, The Pathless Path – Talks on Extracts From ‘The Book of Lieh Tzu’, Vol. 1, p. 237-239.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.  
Image by Ed Kline from Pixabay.

Vorige verhalen


De nutteloze boom

 


Twee eekhoorntjes op dak

 


De soefi op Zelfmoord Punt

 


Eén enkele planeet, één mensheid

 


De Dood moet iets bekennen

De nutteloze boom

Lao Tse prijst de nutteloosheid.
‘Zorg ervoor dat je geen handelswaar wordt,
maar blijf een schepping van God.’

 
Lao Tse kwam met zijn discipelen langs een bos waar honderden timmerlieden bomen stonden te kappen, want er werd een groot paleis gebouwd. Het hele bos was al bijna omgehakt, er stond nog maar één boom, een grote boom met duizenden takken, zo groot dat er wel tienduizend mensen in de schaduw ervan konden zitten.

Lao Tse vroeg aan zijn discipelen om te gaan informeren waarom deze boom nog niet was omgehakt, terwijl het hele bos al gekapt was en een woestenij was geworden.
De discipelen gingen de timmerlieden vragen: ‘Waarom hebben jullie deze boom niet omgehakt?’


Baobab boom, Tarangire National Park

De timmerlieden zeiden: ‘Deze boom is volslagen nutteloos. Je kunt er niets van maken, want elke tak heeft zoveel knoesten. Niets is recht. Je kunt er geen balken van maken. Je kunt er geen meubelen van maken. Je kunt het niet als brandstof gebruiken want de rook is heel gevaarlijk voor je ogen. Je kunt er blind van worden. Deze boom is volslagen nutteloos. Daarom.’

Ze kwamen weer terug. Lao Tse moest lachen en zei: ‘Word als deze boom. Als je in deze wereld wilt overleven, word dan als deze boom, volslagen nutteloos. Dan zal niemand je iets aandoen. Als je recht bent word je omgehakt, dan word je een meubelstuk ergens in een huis. Als je mooi bent word je op de markt verkocht, dan word je handelswaar. Wees net als deze boom, volslagen nutteloos. Dan kan niemand je kwaad doen. En dan word je groot en uitgestrekt en kunnen duizenden mensen een plekje in de schaduw onder jou vinden.’

 Lao Tse heeft een totaal andere logica dan hoe jij denkt. Hij zegt: wees de laatste. Beweeg door de wereld alsof je er niet bent. Blijf onbekend. Probeer niet om de eerste te worden, anders gooien ze je weg. Ga niet concurreren, probeer jezelf niet te bewijzen. Dat is nergens voor nodig. Blijf nutteloos en geniet.

Natuurlijk is hij niet praktisch. Maar als je begrijpt wat hij bedoelt kom je erachter dat hij veel praktischer is op een dieper niveau, in de diepte, want het leven is er om van te genieten en om het te vieren. Het leven is er niet om van nut te worden.

Het leven is eerder poëzie dan iets nuttigs op de markt. Het zou als een gedicht moeten zijn, een lied, een dans. Een bloem langs de weg, die voor niemand in het bijzonder bloeit, zijn geur aan de wind meegeeft, zonder enige bestemming, zonder iemand bijzonders te zijn, die gewoon op zichzelf zit te genieten, zichzelf zit te zijn.

Lao Tse zegt: als je heel slim probeert te zijn, als je heel nuttig probeert te zijn, gaan ze je gebruiken. Als je heel praktisch probeert te worden, gaan ze je ergens harnassen, want de wereld kan de praktische mens niet met rust laten.

Lao Tse zegt: laat al die ideeën varen. Als je een gedicht wilt worden, een extase, vergeet dan dat nuttig zijn. Blijf dan jezelf trouw. Wees jezelf. De hippies hebben een gezegde: doe je eigen ding. Lao Tse is de eerste hippie ter wereld.
 
 Osho: Tao, The Three Treasures -Talks on Fragments From Tao Te Ching by Lao Tzu, Vol. 1, p. 69–71.

Uit de serie 1001 verhalen, verzameld door Shanti.
Eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.  

Vorige verhalen


Twee eekhoorntjes op dak

 


De soefi op Zelfmoord Punt

 


Eén enkele planeet, één mensheid

 


De Dood moet iets bekennen

 


Het kind dat alleen wilde snoepen