Rabia zoekt haar naald

Waarom zoek je buiten naar het geluk dat je van binnen bent kwijtgeraakt?
Rabia al-Adawiyya is een van de uitzonderlijkste vrouwen in heel de geschiedenis van de mensheid.
Er zijn maar een paar namen die te vergelijken zijn met Rabia, maar zelfs hierbij vergeleken blijft zij uitzonderlijk – Meera, Theresa, Laila. Dit zijn die paar namen. Maar Rabia blijft toch uitzonderlijk. Zij is een Kohinoor, de kostbaarste vrouw ooit geboren. Haar inzicht is immens.
Hasan is ook een beroemd mysticus, maar van een veel lager niveau. Er zijn veel verhalen over Hasan en Rabia.

Op een goede dag zit Rabia in haar hut. Het is vroeg in de ochtend en Hasan komt haar opzoeken. De zon komt op en de vogels zingen en de bomen dansen. Het is echt een prachtige ochtend.
Van buiten af roept hij naar haar: ‘Rabia, wat doe je toch daar binnen? Kom naar buiten! God heeft zo’n prachtige ochtend gebaard. Wat doe je toch daar binnen?’

Rabia moet lachen en zegt: ‘Hasan, buiten is alleen de schepping van God, binnen zit God zelf. Waarom kom je niet naar binnen?
Ja, de ochtend is prachtig, maar dat is niets vergeleken bij de Schepper die alle ochtenden schept.
Ja, die vogels zingen wonderschoon, maar dat is niets vergeleken bij het lied van God. Dat gebeurt alleen als je binnen bent. Waarom kom je niet naar binnen?
Ben je nog niet klaar met die buitenkant, met dat buiten? Wanneer ben je eraan toe om naar binnen te gaan?’

Zulke verhalen, klein, maar met zoveel betekenis…
Op een avond zagen mensen haar zoeken naar iets, op de straat voor haar huis. Ze kwamen bij elkaar – de arme vrouw was op zoek naar iets.
Ze vroegen: ‘Wat is er aan de hand? Wat zoek je?’
En ze zei: ‘Ik ben mijn naald kwijt.’ Dus begonnen ze haar te helpen.
Toen vroeg iemand: ‘Rabia, de straat is groot en het wordt al donker, straks is er geen licht meer voor zoiets kleins als een naald – dat wordt moeilijk zoeken als je ons niet vertelt waar je het precies hebt laten vallen.’
Rabia zei: ‘Dat moet je niet vragen. Begin daar nou helemaal niet over. Als je me wilt helpen, help me dan, anders moet je me niet helpen, die vraag moet je niet stellen.’
Ze hielden er allemaal mee op –iedereen die liep te zoeken- en zeiden: ‘Wat bedoel je nou? Waarom mogen we dat niet vragen? Als je niet zegt waar je het hebt laten vallen, hoe kunnen we je dan helpen?’

Ze zei: ‘Ik heb die naald binnen in huis laten vallen.’
Ze zeiden: ‘Ben je dan gek geworden? Als je de naald binnen hebt laten vallen, waarom zoek je er hier dan naar?’
Toen zei ze: ‘Omdat er hier licht is. Binnen in huis is er geen licht.’
Iemand zei: ‘Ook al heb je hier licht, hoe kunnen we die naald dan vinden als je hem hier niet bent kwijtgeraakt? De juiste manier is om licht naar binnen brengen zodat je de naald kunt vinden.’
Toen moest Rabia lachen: ‘Jullie zijn zo slim als het om kleine dingetjes gaat. Wanneer ga je je intelligentie nou gebruiken voor je innerlijke leven? Ik heb jullie het allemaal buiten zien zoeken en ik weet het heel zeker, ik weet het uit mijn eigen ervaring, dat je waar je naar zoekt binnen bent kwijtgeraakt – en jullie lopen het buiten te zoeken.
En jullie vinden het logisch om het buiten te zoeken omdat het met jullie ogen gemakkelijk is om buiten te kijken, omdat het met jullie handen gemakkelijk is om buiten te voelen, omdat het buiten licht is, daarom zoeken jullie het buiten.
Als jullie echt intelligent zijn, zei Rabia, ‘gebruik dan je intelligentie. Waarom zoek je het geluk in de buitenwereld? Ben je het daar soms kwijtgeraakt?’
Ze stonden met stomheid geslagen en Rabia verdween naar binnen in haar huis.

Osho, Sufis, The People of the Path, Volume 1, pp. 283 – 285.

Uit de serie 1001 verhaaltjes, verzameld door Shanti, eerder verschenen in het Engels in Osho News, www.oshonews.com.